Radboudumc

print
Behandeling van heupkopnecrose

Heupkopnecrose is het afsterven van de heupkop. Door een aantal factoren kan de bloedvoorziening naar de heupkop stoppen, waardoor een deel van de heupkop afsterft. Meestal is dit het deel van de heupkop aan de boven- en de voorzijde.

Oorzaken

  • Prednisongebruik
    Prednison is een medicijn dat bijvoorbeeld wordt gegeven bij niertransplantaties, ziektes van het immuunsysteem of reumatoide artritis.
  • Overmatig alcoholgebruik
  • Na een breuk van de heup
    Hierbij beschadigen de bloedvaatjes die de heupkop van bloed voorzien.

Heupkopnecrose (osteonecrose) ontstaat meestal tussen het 20e en 50e levensjaar.

Jonge patiënten

In het begin van het afsterven blijft de heupkop zijn mechanische sterkte vaak houden. Na verloop van tijd gaat het lichaam het dode bot opruimen en vervangen door nieuw bot. Het bot wordt hierdoor zwakker omdat het nieuwe bot aanvankelijk niet dezelfde sterkte heeft. De heupkop zakt nu langzaam in onder invloed van belasting.

De meeste patiënten met heupkopnecrose zijn erg jong. Er wordt daarom bij voorkeur niet direct gekozen voor een heupprothese maar voor een heupkopsparende operatie zoals de ‘Bone Impacted Grafting (BIG)’ methode. De resultaten van deze BIG zijn wisselend en erg afhankelijk van de locatie en grootte van de osteonecrose. Wel is het zo dat in het algemeen de osteonecrose in een vroeg stadium beter kan worden behandeld dan in een later stadium. Het doel is om een totale heupprothese uit te stellen of te voorkomen.

De operatie

  1. Tijdens de operatie wordt het zieke en dode bot verwijderd. Dit gaat via de zijkant van het bovenbeen. Na het maken van een luikje (C) in het bot wordt met een holle boor, een pijpje bot voorzichtig verwijderd. De top van dit pijpje, met het zieke/dode bot (A), wordt naar de patholoog gestuurd om te onderzoeken. De rest van het bot in het pijpje is gezond bot dat later in de procedure gebruikt wordt voor transplantatie.
  2. De orthopeed holt daarna het zieke deel van de heupkop verder uit (B). Ook dit bot wordt bewaard. De wanden van de holte worden schoongemaakt en voorbereid op het transplantatiemateriaal.
  3. Eerst wordt het gezonde eigen bot gebruikt om de ontstane holte op te vullen boven in de heupkop onder het kraakbeen (B). Het bot of beter gezegd de botsnippers worden stevig aangedreveld (geïmpacteerd). Nadat al het bot van de patiënt zelf is gebruikt wordt de rest van de holte opgevuld met donorbot. Dit bot komt van de botbank, wordt tot snippers verwerkt en net als het eigen bot flink aangedreveld om op te vullen en nieuwe stevigheid in de heupkop aan te brengen. Tot slot wordt het luikje (C) weer teruggeplaatst.

De genezing van het getransplanteerde bot kan vergeleken worden met een botbreuk. Het moet door onder andere een goede bloedvoorziening aan elkaar groeien en op die manier genoeg stevigheid krijgen om het lichaamsgewicht te dragen.

Fysiotherapie

De fysiotherapeut helpt u weer op de been. Dit mag u letterlijk opvatten omdat u maar op één been volledig mag staan. De voet van uw geopereerde been mag wel de grond aanraken maar hier mag u niet op steunen. Dit heet ‘aantippend’ belasten en is voor de duur van zes weken. Na deze periode volgt een nieuwe periode van zes weken waarbij het geopereerde been met 50% van het lichaamsgewicht belast kan worden. Uiteraard is het noodzakelijk dat u hierbij twee krukken gebruikt.
De fysiotherapeut leert u hoe u veilig kunt lopen, traplopen met de krukken en hoe u in en uit bed en stoel kunt komen. Wanneer deze dingen lukken, kunt u naar huis.


Folders