Radboudumc

print
Blaastraining bij kinderen

Voorbereiding

Vooraf aan de training ontvangt u uitgebreide lijsten. Hier moet u samen met uw kind gedurende zeven dagen bijhouden hoe vaak uw kind plast, of er urineverlies is, hoeveel uw kind drinkt, hoe vaak er ontlasting is en de dagelijkse activiteiten.

Welke problemen?

Kinderen die voor training verwezen worden, kunnen verschillende plasproblemen hebben, zoals:

  • urineverlies (incontinentie)
  • regelmatige blaasontstekingen (urineweginfecties)
  • vaak plassen (frequency)
  • snel en vaak heftige aandrang hebben (urgency)
  • weinig plassen.

Soms zijn er ook bijkomende problemen, zoals weinig drinken en obstipatie (ophouden van de ontlasting).

De training

De training bestaat uit acht poliklinische consulten gedurende ongeveer vier maanden. De eerste twee afspraken duren ongeveer een uur, daarna telkens een half uur. Er zijn bij de training meerdere medische specialisaties betrokken (multidisciplinaire training). De training start bij de nurse practitioner. Indien er een indicatie is, kan de kinderfysiotherapeut of de kinderpsycholoog ingeschakeld worden. 

Gedurende de training proberen we op een gestructureerde wijze het plasprobleem van uw kind aan te pakken. Het is een poliklinische training, waarbij de ouders nadrukkelijk als coach een taak hebben.
Uw kind ontvangt een trainingsboek, welke hij/zij elke keer mee moet nemen. Ook vragen we of uw kind elke keer met een volle blaas kan komen, zodat we de plas kunnen meten. 

Nazorg

Na de training blijft uw kind onder controle tot ongeveer één jaar na de training. Als dan alles goed is, wordt de behandeling afgesloten. Als er nog een urologisch na-controle moet zijn, krijgt u weer een afspraak bij  de kinderuroloog.

Informatiefolder