Radboudumc

print
Borstsparende operatie (lumpectomie)

Veel vrouwen met borstkanker komen in aanmerking voor een borstsparende operatie. De tumor wordt verwijderd met een gedeelte van het omliggende gezonde borstweefsel. Dit om er zo zeker mogelijk van te zijn dat er geen kwaadaardige cellen in de borst achterblijven.

Lokalisatieprocedure

Als de afwijking in uw borst niet goed te voelen is, dan volgt u de lokalisatieprocedure. Voor de operatie gaat u eerst naar de afdeling Radiologie. Met een naald plaatst de radioloog een metalen draadje op de plek waar de afwijking zich bevindt (de ‘lokalisatie’). De chirurg weet nu precies welk stukje weefsel hij moet verwijderen.
Tijdens de operatie neemt de chirurg het stukje weefsel met het metalen draadje weg. Vervolgens wordt een röntgenfoto van dit stukje weefsel gemaakt om te kijken of de afwijking inderdaad verwijderd is.

Na de operatie

De patholoog onderzoekt het verwijderde weefsel. Ongeveer tien werkdagen na de operatie is de uitslag bekend. Als blijkt dat de tumor niet in zijn geheel is verwijderd, dan overlegt de chirurg met u of een vervolgoperatie noodzakelijk is. De chirurg bespreekt of de vervolgoperatie ook borstsparend kan zijn, of dat alsnog verwijdering van de hele borst (ablatio) nodig is. De patholoog bekijkt ook de eigenschappen van de tumor, zoals grootte, groeiwijze en hormoongevoeligheid. Op grond hiervan is mogelijk aanvullende behandeling nodig. Bijvoorbeeld chemotherapie, hormoontherapie of immunotherapie.

De borst ziet er na een borstsparende operatie meestal anders uit dan voor de operatie. Soms is de geopereerde borst kleiner. Of er is een deukje zichtbaar op de plaats waar het gezwel is weggehaald. Ook de plaats van de tepel kan iets veranderd zijn.
Het gevoel in de borst blijft behouden. Rondom het litteken kan de borst gevoelloos worden. Na verloop van tijd kan de borst rond het litteken door de vorming van littekenweefsel wat verhard aanvoelen.

Bestraling

Na de borstsparende behandeling volgt altijd bestraling (radiotherapie). Dit is om eventueel achtergebleven kwaadaardige cellen in het borstklierweefsel uit te schakelen. Gedurende zes tot zeven weken krijgt u dagelijks (behalve in de weekenden) enkele minuten bestraling.
Op langere termijn kan door de bestraling de huid iets donkerder worden en de borst kan stugger aanvoelen. De borst wordt meestal ook iets steviger.

Direct naar