Radboudumc

print
Behandeling carpaletunnelsyndroom

Uw (huis)arts vermoedt dat bij u sprake is van een carpaletunnelsyndroom en heeft u daarom verwezen naar de Polikliniek Neurologie. In het Radboudumc bestaat een speciaal spreekuur voor deze klacht. In één bezoek aan de polikliniek bezoekt u de arts, krijgt u aanvullende onderzoeken én de uitslag.

Bezoek polikliniek

U meldt zich op de polikliniek Neurologie (route 943) waar de neuroloog of de neuroloog in opleiding u onderzoekt. Deze bepaalt of de klachten passen bij het carpaletunnelsyndroom. Als dat zo is, vindt direct aanvullend onderzoek plaats.
Afhankelijk van de ernst van de klacht vindt dezelfde ochtend direct behandeling met een injectie plaats, of u krijgt een doorverwijzing naar een plastisch- of neurochirurg.
Passen uw klachten niet bij de diagnose, dan verwijzen we u terug naar de huisarts of maken we een vervolgafspraak voor u op de polikliniek Neurologie.

Behandelmogelijkheden

Als bij u het carpaletunnelsyndroom is vastgesteld, zijn er binnen dit spreekuur twee behandelmogelijkheden.

  • Injectie

Als sprake is van een lichte mate van het carpaletunnelsyndroom, is een lokale injectie met ontstekingsremmers (corticosteroïden) en een kortwerkend verdovingsmiddel aan de binnenzijde van de pols voldoende. Deze behandeling kan direct tijdens uw bezoek plaatsvinden. Het inbrengen van de naald en het achterlaten van de vloeistof kan gevoelig zijn. Over het algemeen wordt de behandeling goed verdragen. Vanwege de verdoving is het wel aan te raden iemand mee te nemen voor het vervoer, aangezien de hand enkele uren verdoofd kan aanvoelen en dit het autorijden of fietsen kan bemoeilijken.
Hoewel de injectie weinig risicovol is, bestaat er een kleine kans op infectie en beschadiging van de zenuw. De arts werkt zo zorgvuldig mogelijk om dit risico zo klein mogelijk te houden. Twee weken na de injectie belt de arts u en bespreekt u het effect van de behandeling.

  • Operatie

Als sprake is van een ernstig(er) carpaletunnelsyndroom of als u al een keer een injectie hebt gehad met onvoldoende effect, verwijzen we u door naar de neurochirurg of de plastisch chirurg. Zij bespreken met u of een operatie kan plaatsvinden en wat de risico’s zijn.
Tijdens de operatie wordt de peesplaat doorgesneden ter hoogte van de zenuw, zodat de zenuw weer ruimte heeft en kan genezen. Deze operatie kan meestal poliklinisch en met lokale verdoving uitgevoerd worden.