Radboudumc

print
Operatie bij mondkanker

Bij een operatie van mondkanker verwijdert de hoofd-hals chirurg de tumor met het weefsel daaromheen, soms ook spieren, bot of huid. Hij doet dit omdat tijdens de operatie niet te zien is of het weefsel rond de tumor vrij is van kankercellen. Als ook het weefsel rondom de tumor verwijderd wordt, is de kans groter dat na de operatie alle kankercellen weg zijn. Vaak wordt de operatie gecombineerd met het verwijderen van lymfeklieren uit de hals: een halsklierdissectie.

Laserbehandeling of operatie

Heeft u een kleine, oppervlakkige tumor (afwijking) in uw mond? Dan is soms laserchirurgie voldoende. Met laserlicht verdampen we dan de oppervlakkige afwijking. Dit is meestal alleen mogelijk bij een voorstadium van kanker. Voor de laserbehandeling gaat u onder algehele narcose (verdoving).

Soms is het echter nodig om een groot deel van uw tong, wang of lip te verwijderen. Dit is een ingrijpende operatie die 8 tot 10 uur duurt. Deze ingreep wordt altijd gecombineerd met een halsklierdissectie. Uw arts bespreekt vóór de operatie met u of u tijdelijk een gaatje in uw luchtpijp krijgt. Dit noemen we een tracheotomie. Deze opening in de luchtpijp maakt de chirurg tijdens de operatie, aan de voorkant onderin uw hals. In het gaatje plaatsen we een buisje (canule), waardoor u goed kunt blijven ademhalen. De canule kunnen we na een aantal dagen verwijderen; u hoeft daarvoor niet onder narcose of naar de operatiekamer.

Reconstructie

Is de tumor beperkt? Dan sluiten we de wond in de mond direct. Of we hechten een klein stukje huid in, dat we uit uw bovenbeen verwijderen.

Als we een groot deel van tong, wang of lip moesten verwijderen, dan moeten we de wond dichtmaken met weefsel van een andere plaats in uw lichaam. Bijvoorbeeld een ander stuk huid, spier of bot. Dit haalt de chirurg bijvoorbeeld uit uw arm of been. Deze reconstructie vindt direct tijdens de operatie plaats. Vooraf bespreekt u met uw arts welke reconstructie uitgevoerd gaat worden.

Na de operatie

Na de operatie blijft u nog enkele dagen in ons ziekenhuis om te herstellen. Kunt u na de behandeling enige tijd niet eten? Bijvoorbeeld vanwege de operatiewond? Dan krijgt u tijdelijk sondevoeding. Dan krijgt u een slangetje (sonde) in uw neus, dat via uw keel en slokdarm uw maag in gaat. Via dat slangetje krijgt u heel dunne, vloeibare voeding binnen.

Gaatje in de luchtpijp (tracheotomie)
Als tijdens de operatie een gaatje in uw luchtpijp is gemaakt, merkt u na de operatie dat u niet meer door uw neus of mond kunt ademen. Dat kan alleen nog door het buisje (canule) in uw luchtpijp. De lucht komt niet meer langs uw stembanden, dus u kunt niet praten. Om toch te communiceren krijgt u een schrijftablet. U kunt ook zelf een schrift meenemen om in te schrijven. Als de zwelling in uw hals na ongeveer een week afneemt, mag de canule eruit. We plakken de opening in uw hals dan af met pleisters. Dit groeit in enkele weken dicht. De ademlucht stroomt weer langs uw stembanden, waardoor u weer kunt praten. De verpleegkundige leert u hoe u bij het hoesten en praten met uw vinger tegendruk geeft op de opening in uw hals. Zo groeit de opening sneller dicht. 

Littekens

Aan de operatie kunt u littekens overhouden. Deze kunnen pijnlijk zijn, jeuken, dikker worden, verharden of verkleefd raken aan het onderliggende weefsel. Uw arts kan u doorverwijzen naar een huidtherapeut. Deze kan u helpen om deze klachten te verminderen.

Ademhaling, spraak en slikken

Als we veel weefsel hebben moeten weghalen, met name als we ook een deel van de kaak verwijderen, kunt u problemen krijgen rondom uw ademhaling, spraak en slikken.

Weefselonderzoek

Na de operatie gaat het verwijderde weefsel naar de patholoog. Deze arts onderzoekt of er kankercellen aanwezig zijn in de randen van het weggehaalde weefsel. Als dat zo is, kan dat betekenen dat er toch nog meer kankercellen in uw lichaam zijn. Soms moet u dan opnieuw geopereerd worden of bestraald (radiotherapie). De keuze tussen een nieuwe operatie of bestraling hangt onder meer af van:
 
  • of er kankercellen zitten in de randen van het weefsel dat is weggehaald;
  • of er kankercellen in de lymfeklieren zitten;
  • of en hoe ver kankercellen zijn doorgegroeid naar het gebied rondom de mond- of keelholte; 
  • of de tumor buiten een lymfeklier groeit; 
  • of de tumor langs de grote zenuwen groeit.
Samen met uw behandelend arts bekijkt u wat voor u de beste behandeling is.
mond- en keelholte
klik op de afbeelding voor een vergroting

Radboudumc Centrum voor Oncologie

Bekijk onze patiëntervaringen

Contact

Maak kennis met ons multidisciplinaire team voor hoofd-hals kanker.

Bezoekadres
Centrum voor Hoofd-Hals Oncologie
Ingang West
Philips van Leydenlaan 15
6525 EX Nijmegen
Route 381

Telefoon
(024) 361 51 24