Radboudumc

print
Operatieve ingreep Orthopedie

De orthopedisch chirurg probeert voor de operatie een duidelijk beeld te krijgen van het operatiegebied. Dit gebeurt met behulp van diagnostische onderzoeken zoals Röntgen, MRI, CT-onderzoek en bloedanalyse. De operatie vindt plaats onder plaatselijke of algehele narcose. De anesthesist verzorgt de narcose tijdens de operatie. Voor de operatie wordt uw gezondheidstoestand gecontroleerd. Soms wordt er een hartfilmpje (ECG) en een longfoto gemaakt. 

Opnamedag

Er wordt naar gestreefd om alle onderzoeken voor de opnamedag afgerond te hebben. Soms moeten röntgenfoto’s herhaald worden en wil de anesthesist aanvullend bloedonderzoek. Vragen die u over de operatie hebt, kunt u op de opnamedag aan uw behandelend arts, de anesthesist en de verpleegkundige stellen. Het is prettig wanneer u tijdens die gesprekken een partner of vriend(in) meebrengt die mee kan luisteren. Deze dag is namelijk best spannend en dan gaat er wel eens wat informatie verloren. Wanneer u de ochtend van de operatie wordt opgenomen is de tijd om vragen te stellen wat beperkter maar ook dan: stel ze gerust!

Medicijnen

Wanneer u medicijnen gebruikt zal de anesthesist en/of de verpleegkundige u laten weten welke medicijnen u wel of niet kunt gebruiken op de dag van de operatie. Soms vindt de anesthesist het nodig dat de longen enkele malen worden gesprayd, zodat de longen in optimale conditie zijn voor de narcose. Het sprayen gebeurt door middel van een neuskapje. De nacht voor de operatie krijgt u zonodig een slaaptablet voorgeschreven. Een half uur voor de operatie krijgt u een slaapmiddel en een pijnstiller toegediend. Na de operatie wordt pijnstilling afgesproken. Vanaf de dag van de operatie krijgt u elke avond een injectie nadroparine© toegediend om trombose te voorkomen. 

De operatiekamer

Vanaf de verpleegafdeling wordt u door de verpleegkundige naar de operatiekamer gebracht. U wordt door de anesthesist of de anesthesieassistente ontvangen. Daarna gaat u naar de voorbereidings-ruimte. Hier wordt een infuus ingebracht en krijgt u de verdoving die u hebt afgesproken met de anesthesist. Dit kan een plaatselijke verdoving, een ruggenprik of algehele narcose zijn. Bij de eerste twee is het mogelijk dat u een kortdurend roesje krijgt zodat u toch een beetje slaapt tijdens de ingreep. Gedurende de operatie blijft de anesthesist u goed in de gaten houden.

De chirurg zal, afhankelijk van de ingreep, een of meerdere drains (dunne slangetjes) in het wondgebied achterlaten. Dit is om wondvocht af te voeren. Aan het slangetje wordt een fles bevestigd waar het wondvocht in afloopt. De wond wordt meestal gesloten met oplosbare hechtingen of krammetjes die ongeveer 12 dagen na de operatie verwijderd worden. Het wondgebied wordt na sluiten afgedekt met een dik wondverband.

Intensive Care

Het is afhankelijk van de grootte van de ingreep en de duur van de operatie of het nodig is om u tijdelijk naar een Intensive Care afdeling over te plaatsen. Meestal is dit voor de operatie al duidelijk en met u doorgesproken. Wanneer een opname op de Intensive Care nodig is, kunt u meer informatie vinden in de folder of via de verpleegkundige van de verpleegafdeling.

Na de operatie

Wanneer opname op de Intensive Care niet nodig is gaat u van de operatiekamer naar de verkoeverkamer (uitslaapkamer). Hier gaat men door met de controles die de anesthesist tijdens de ingreep ook deed:

  • bloeddruk pols om te controleren of uw hart niet te snel, langzaam of onregelmatig tikt
  • temperatuur omdat u door narcose en de lage omgevingstemperatuur flink af kunt koelen
  • saturatie (zuurstofgehalte in het bloed) om na te gaan of uw longen voldoende zuurstof opnemen
  • wond en drains om te controleren of en hoeveel bloedverlies er is
  • infuus en de urineproductie om uw vochtbalans te controleren
  • pijn

Wanneer deze controles in orde zijn en de pijn onder controle is kunt u terug naar de afdeling.

Op de afdeling

De verpleegkundige van de verpleegafdeling haalt u bij de verkoeverkamer op en krijgt daar van de verkoeververpleegkundige bijzonderheden door die tijdens de operatie en verkoeverperiode hebben plaatsgevonden. De verpleegkundige brengt u terug naar de afdeling, waar de controles verder worden uitgevoerd, maar dan minder vaak. Wanneer u tussen de controles door klachten ontwikkelt is het belangrijk dat u dit meldt. U moet de verpleegkundige bellen wanneer:

  • De pijn toeneemt
  • U zich misselijk of draaierig voelt
  • U moet plassen
  • U merkt dat er iets verandert in het gevoel van het geopereerde lichaamsdeel

De verpleegkundige zal, wanneer dat is afgesproken, uw familie op de hoogte brengen van uw terugkomst op de afdeling en laten weten hoe de operatie is verlopen. De orthopedisch chirurg zal aan het eind van de operatiedag aan u en uw familie vertellen wat zijn bevindingen zijn. Tijdens de avond en nacht van de operatiedag zullen verpleegkundigen nog regelmatig controles uitvoeren. De volgende dag(en) wordt indien nodig nog bloedonderzoek gedaan.

Herstel

Elke operatie, hoe klein ook, heeft invloed op u. Dat kan lichamelijk, maar ook geestelijk zijn. De artsen en verpleegkundigen van afdeling orthopedie willen u graag helpen. Laat daarom weten wat u voelt en dwarszit zodat we tijdig samen met u een oplossing kunnen zoeken.

Patiënten Informatie Map