Radboudumc

print
Schildklierbehandeling met radioactief jodium, klinisch

Schildklierhormonen spelen een belangrijke rol bij stofwisselingsprocessen in ons lichaam. De schildklier heeft voor de aanmaak van deze hormonen jodium nodig. Dit jodium krijgt u normaal gesproken via uw voedsel binnen en is niet radioactief. Voor de behandeling van schildklieraandoeningen gebruiken we het radioactieve element jodium-131. U neemt het jodium in door een in water opgeloste hoeveelheid te drinken. Of door een capsule met jodium te slikken. De hoeveelheid die u krijgt toegediend is kleiner dan er dagelijks in uw eten zit.

Geen risico’s en bijverschijnselen

Het radioactieve jodium gaat naar uw schildklierweefsel toe. De straling schakelt dit weefsel gedeeltelijk of helemaal uit. U hoeft zich geen zorgen te maken over eventuele risico’s of bijverschijnselen. Ook niet als u overgevoelig bent voor jodium. De schildklier is het enige orgaan dat jodium opneemt. De rest van het lichaam neemt geen jodium op en ondervindt dan ook nauwelijks schade van de straling.

Radioactieve straling

Jodium-131 zendt twee soorten straling uit:
  • De straling die zorgt voor de behandeling van de schildklier. Deze treedt niet buiten de schildklier.
  • De straling die wordt uitgezonden. Deze is te vergelijken met röntgenstraling en moet voor andere personen zo laag mogelijk blijven.

Om te voorkomen dat andere personen onnodig straling ontvangen, wordt u op een speciaal hiervoor bestemde ‘nucleaire kamer’ opgenomen. Uw vrijheid is dan beperkt, maar u mag wel bezoek ontvangen.

 

Hoe lang moet u blijven?

De duur van het ziekenhuisverblijf is voor iedereen verschillend. Het hangt af van de toegediende hoeveelheid jodium en de opname hiervan door het schildklierweefsel. Jodium dat niet door de schildklier is opgenomen, verlaat uw lichaam met de urine. Dit gebeurt grotendeels binnen 24 tot 48 uur. Het radioactieve jodium dat wel door de schildklier is opgenomen, verlaat het lichaam veel trager. Bij ontslag moet de hoeveelheid jodium-131 beneden een (door de overheid) vastgestelde norm zijn. De afdeling Nucleaire Geneeskunde kan vooraf dan ook alleen een globale schatting geven over hoe lang u in het ziekenhuis moet blijven.

 

Voorbereiding

Om te bepalen hoeveel radioactief jodium we moeten toedienen, onderzoeken we eerst uw schildklier. De schildklieraandoening, de grootte van de schildklier en de mate van opname van jodium in de schildklier spelen hierbij een rol. Ook bekijken we of er voor u geen medische bezwaren zijn tegen deze behandeling.

Medicijnen

Bij de oproep voor uw opname vertellen wij dat u bepaalde medicijnen tijdelijk niet mag innemen. De arts informeert u tijdens de opname over eventuele (her)start van de medicatie.

Nazorg

Bij ontslag is nog maar weinig radioactief jodium in uw lichaam overgebleven. Isolatie is dan ook niet (meer) nodig. U kunt echter nog steeds – in lichte mate – andere personen aan straling blootstellen. Dit is weliswaar niet direct gevaarlijk, maar de hoeveelheid straling waaraan anderen blootstaan, moet toch altijd zo klein mogelijk blijven. Dit geldt vooral voor kleine kinderen en zwangere vrouwen. Volg daarom de hieronder vermelde gedragsregels. Zo kunt u de straling voor anderen zo laag mogelijk en aanvaardbaar houden. De nucleair geneeskundige of medisch nucleair werker bespreekt de gedragsregels met u en licht ze toe. Hoe lang u de regels moet volgen, is afhankelijk van de hoeveelheid radioactief jodium die (bij ontslag) nog in uw lichaam zit.

Gedragsregels voor thuis

Algemeen
Het stralingsrisico voor personen in uw directe omgeving is gering. Toch is het goed om de bestraling van die mensen te beperken. Dat kan met eenvoudige maatregelen. Afstand houden staat daarbij centraal. Bewaar bij langdurig samenzijn (zoals televisie kijken en eten) een afstand van tenminste één, maar liefst twee meter. Slaap, indien mogelijk, de eerste paar nachten ook apart. En vermijd zoenen, knuffelen en seksueel contact de eerste twee dagen na toediening.

Toilet
Vooral de eerste dagen bevat uw urine radioactief jodium. Dit jodium is niet opgenomen door uw schildklier. Om besmetting van de toiletruimte te voorkomen, moeten ook heren zittend plassen. Spoel het toilet meteen door en was uw handen.

Kinderen
Een (ongeboren) kind is gevoeliger voor straling dan een volwassene. Houd daarom extra afstand van zwangere vrouwen en kleine kinderen. Neem kinderen niet op schoot en laat ze zoveel mogelijk door iemand anders verzorgen. Voor een goede voorlichting kunt u terecht bij de arts of medisch-nucleair werker.

U mag tijdens de behandeling beslist niet zwanger zijn. Ook adviseren wij u tot zes maanden na de toediening niet zwanger te worden of kinderen te verwekken. Seksueel contact is tijdens deze zes maanden geen enkel bezwaar. Borstvoeding moet u vóór de behandeling staken. Na de behandeling kunt u er ook niet meer mee verder gaan.

Vervoer
In de eerste week moet u niet langer dan maximaal een uur per keer met het openbaar vervoer reizen. Bij vervoer per taxi gaat u zo ver mogelijk van de chauffeur af zitten.
 
Bijeenkomsten
Vermijd bijeenkomsten waarbij u enige uren vlak naast iemand anders zit.

Werk
Op het werk bewaart u zoveel mogelijk afstand tot andere personen. Soms moet u uw werk verzuimen. Vooral als u werkt met zwangere vrouwen en/of kinderen. Overleg dit met de arts van Nucleaire Geneeskunde.