Radboudumc

print
Bloedafname uit de sinus petrosus

Met een bloedafname uit het vaatstelsel rondom de hypofyse (de sinus petrosus) bepalen we of er een hormoonproducerende tumor in uw hypofyse zit, die voor een hoog cortisolgehalte in uw bloed zorgt. De hypofyse is een orgaan zo groot als een erwt en ligt in het onderste deel van uw schedel. Onder invloed van het hormoon corticotrophin releasing hormoon (CRH) maakt uw hypofyse het adrenocorticotroop hormoon (ACTH) aan. ACTH wordt afgegeven aan het vaatstelsel rondom uw hypofyse. Door uit dit vaatstelsel bloed af te nemen, kunnen we bepalen of de hypofyse te veel ACTH aanmaakt. Als u een hypofysetumor hebt, is dit meestal het geval. Dit teveel aan ACTH stimuleert de bijnieren om cortisol aan te maken.  

Voorzorg

Bij een bloedafname uit de sinus petrosus (het vaatstelser rondom de hypofyse) verblijft u maximaal twee dagen op de verpleegafdeling van Endocriene Ziekten. Met uw behandelend arts bespreekt u of u medicijnen gebruikt zoals aspirine of andere bloedverdunnende middelen. U mag de ochtend van het onderzoek niet eten. Wel mag u water drinken en uw medicijnen met water innemen. Geeft u aan uw behandelend arts en aan de zaalarts van de verpleegafdeling door als u:

  • een allergie hebt of overgevoelig bent voor contrastmiddelen of medicijnen;
  • een afwijking hebt aan uw hart, hartklep of bloedvaten waarbij u het advies hebt gekregen om vóór ingrepen antibiotica te gebruiken;
  • onder behandeling bent van de trombosedienst;
  • een stollingsstoornis van het bloed hebt;
  • suikerziekte hebt;
  • zwanger bent;
  • (recente) nierfunctiestoornissen hebt;
  • recent andere ziekenhuisopnames had.

Nazorg

Neemt u bij terugkomst op de verpleegafdeling enkele uren bedrust. De verpleegkundige verwijdert beide drukverbanden in uw liezen, controleert regelmatig uw bloeddruk en kijkt na of de prikplaats lekt. Als u geen complicaties hebt na het onderzoek, mag u weer gewoon eten en medicijnen innemen. De voedingsassistente van de verpleegafdeling regelt uw maaltijd. Hebt u na het onderzoek lichamelijke klachten? Geef dit dan direct door aan de verpleegkundige. Hij overlegt zonodig met uw behandelend arts. Als u na een nacht van observatie geen klachten hebt, mag u naar huis.