Radboudumc

print
Echo van hals met punctie

Bij sommige klachten is het nodig om een echo van de hals te maken. We maken dan een foto van onder andere de klieren, vaten en van de schildklier. Daarnaast neemt de arts een kleine hoeveelheid vocht of weefsel weg uit uw hals. Dit weefsel wordt verder onderzocht in het laboratorium.

Wat houdt het onderzoek in?

Tijdens het onderzoek ligt u op uw rug op een onderzoekstafel. U krijgt echogel op uw hals. Vervolgens maakt de radioloog (in opleiding) de echo. Daarbij beweegt hij met de echokop over uw hals. Vervolgens doet hij de punctie. Een assistent of radiodiagnostisch laborant helpt daarbij. De radioloog prikt met een kleine naald in uw hals. Dit kan gevoelig zijn, want het gebeurt zonder verdoving. De prik van de verdoving is namelijk net zo gevoelig als de prik van de punctienaald. 

Door het beeld dat hij met de echo maakt, kan de radioloog zien of hij op de juiste plek zit met de naald. Vervolgens zuigt hij via de naald een beetje vocht of weefsel op. Dan is het onderzoek klaar.

Bijwerkingen of complicaties

Over het algemeen verloopt het onderzoek probleemloos. Soms is de plaats van de punctie gevoelig en er kan een zwelling ontstaan. U kunt hiervoor een pijnstiller innemen (bij voorkeur paracetamol). Er is een zeer kleine kans op een bloeding vanuit de plaats waar de punctie is gedaan.

Na het onderzoek

Uw weefsel of vocht wordt onderzocht in het laboratorium van het Radboudumc. De uitslag daarvan krijgt u op een later moment van uw behandelend arts. Hij bespreekt dan ook de echobeelden met u.