Radboudumc

print
Elektrofysiologisch onderzoek

Bij een elektrofysiologisch onderzoek, ook wel prikkelonderzoek genoemd, onderzoekt de cardioloog of hij ritmestoornissen kan opwekken. Hij wil ook weten welke ritmestoornissen hij kan opwekken.
De cardioloog voert een elektrofysiologisch onderzoek uit om:

  • een ritmestoornis aan te tonen of uit te sluiten;
  • voorafgaand aan een katheterablatie vast te stellen, van welke ritmestoornis sprake is en welke compartimenten van het hart bij die stoornis een rol spelen;
  • een controle uit te voeren na een ablatie;
  • een controle uit te voeren na een behandeling van ritmestoornissen met medicijnen.

Voorbereiding

Het elektrofysiologisch onderzoek vindt plaats in de elektrofysiologiekamer. Dit is een hartkatheterisatiekamer met een aantal specifieke voorzieningen voor elektrofysiologisch onderzoek en ablatie.
In deze kamer hangt onder meer röntgenapparatuur en een groot aantal monitoren waarop de cardioloog de verschillende meetgegevens kan aflezen.
U neemt plaats op de behandeltafel. De elektrofysiologisch laborant sluit u aan op een ECG-apparaat. Ook krijgt u tussen uw schouderbladen een plakker opgeplakt, die dient als ‘aarde’. Deze ‘aarde’ is nodig als straks tijdens de behandeling elektrische impulsen worden afgegeven.
In de behandelkamer is het koud. Uw behandelaars dragen namelijk loodbescherming tegen de röntgenstraling en dat is bij huiskamertemperaturen erg onaangenaam. Daarom krijgt u een warmtedeken over u heen.
Na desinfectie van uw beide liezen wordt ook nog een steriel wegwerplaken over u heen gelegd.

Verloop van het onderzoek

Inbrengen van de katheters
Na verdoving van uw lies (meestal de rechterlies) worden één tot vier dunne holle buisjes van ongeveer tien centimeter lengte in uw liesader ingebracht. De liesader is een grote ader, die hiervoor voldoende ruimte biedt.
Door deze holle buisjes, die zijn voorzien van een klepje dat voorkomt dat het bloed terug lekt, worden de elektrode katheters ingebracht. Elektrode katheters zijn dunne slangetjes (ongeveer twee millimeter dik) met daarop een aantal metalen elektrodes. Deze electrodes worden naar uw hartkamer geleid. Dit is niet pijnlijk.
Als de katheters in uw hart op de juiste plek worden gebracht, zult u vaak uw hart voelen ‘overslaan’. Dit komt door het contact van de katheter met de hartwand en is volstrekt normaal. Soms wordt als gevolg van dit overslaan al een ritmestoornis opgewekt. Dit is op een monitor zichtbaar.

Prikkelonderzoek
Als de katheters op de juiste plek liggen, start het prikkelonderzoek. Elektrische impulsen worden afgegeven via een van de elektrode katheters. Zo wordt geprobeerd een ritmestoornis op te wekken en af te beelden. Het geeft de ritmecardioloog informatie over uw ritmestoornis en over de wijze waarop hij deze kan behandelen.

Soms krijgt u voor het opwekken van een ritmestoornis, via een infuus, een medicijn toegediend.

Als een ritmestoornis is opgewekt, voelt u uw hart waarschijnlijk heel snel kloppen. Dit wordt vaak als onaangenaam ervaren en veroorzaakt soms angst. U wordt echter volledig gecontroleerd door uw behandelaars, die de ritmestoornis altijd weer kunnen beëindigen.

Een elektrofysiologisch onderzoek duurt gemiddeld een uur, maar kan ook na een kwartier al klaar zijn, of pas na twee uur.

Katheterablatie
Vaak wordt aansluitend aan een elektrofysiologisch onderzoek een katheterablatie verricht.

Als dat niet gebeurt, worden de elektrode katheters en de holle buisjes uit uw liesader verwijderd. Uw liesader wordt een aantal minuten met de hand dichtgedrukt en er wordt een drukverband aangebracht dat meestal vier tot zes uur moet blijven zitten. Die tijd brengt u dan ook in bed door in een liggende houding.

Waar u voor en na het onderzoek aan moet denken

U wordt voor een elektrofysiologisch onderzoek in principe een dag opgenomen.

Medicijnen
Gebruikt u medicijnen? Bespreek dit op de afspraak met uw cardioloog voorafgaand aan het onderzoek. Hij geeft u dan aan welke u kunt blijven innnemen voorafgaand aan het onderzoek. Ook geeft uw arts dan aan hoe u uw medicijngebruik kunt hervatten na afloop.

Bent u diabeet? Bespreek in dat geval met uw cardioloog ook of u de dosering van uw diabetes-medicijnen moet aanpassen. Dit is belangrijk, omdat u voor het onderzoek nuchter moet zijn of tijdelijk een aangepast dieet volgt. Daarop moet de dosering van uw diabetes-medicijn zijn afgestemd.

Vergeet niet al uw medicijnen op de dag van het onderzoek mee te nemen naar het ziekenhuis.

Als het onderzoek in de ochtend plaatsvindt, kunt u soms ’s avonds weer naar huis. In andere gevallen blijft u een nacht.

Wordt u ’s ochtends behandeld, dan moet u na 0.00 uur ’s nachts nuchter blijven.
Wordt u ’s middags behandeld, dan kunt u de ochtend voorafgaand aan de ingreep nog een licht ontbijt gebruiken: een kop thee (geen koffie!) met een beschuit of boterham. Overleg met uw cardioloog welke medicijnen u voorafgaand aan het onderzoek wel en niet mag innnemen.

Denkt u eraan nachtkleding en een T-shirt zonder knoopjes mee te nemen?

De eerste week na de behandeling is het belangrijk om uw lies te ontzien. Ga dan niet autorijden, fietsen, persen op het toilet of zware spullen tillen.

Links