Radboudumc

print
Röntgenonderzoek

Röntgenfoto’s zijn bij veel mensen bekend. Meestal zijn ze in twee richtingen: van de longen of de borsten, of van botten in armen, benen, bekken en rug. Ook de buik kan met een röntgenfoto worden afgebeeld. Meestal hebt u voor deze onderzoeken geen voorbereiding nodig.  De onderzoeken worden uitgevoerd door een radiodiagnostisch laborant en beoordeeld door een radioloog.

Röntgendoorlichting

Röntgendoorlichting is ook een röntgenonderzoek. Hiervoor is vaak wel voorbereiding en nazorg nodig. Bij doorlichting moet u bijvoorbeeld een bariumpapje drinken op een nuchtere maag. De radioloog kan dan kijken hoe u de pap doorslikt. Met dezelfde onderzoekstechniek is het ook mogelijk bloedvaten te onderzoeken.  De radioloog prikt – onder doorlichting – een slagader aan in de lies en brengt een katheter (een lang dun slangetje) in. Hij manouvreert dat slangetje naar de plek waar hij uw bloedvaten wil onderzoeken en afbeelden. Daar spuit hij contrastvloeistof in via het slangetje en maakt hij foto’s of voert hij metingen uit.

Bij deze onderzoekstechniek bevindt de röntgenbuis zich aan één kant van u en de gevoelige plaat of de beeldversterker aan de andere kant. Onze botten houden meer stralen tegen dan onze spieren. Daarom zijn verschillen tussen botten en spieren af te beelden. Ook kan de radioloog verschillen weergeven tussen een bloedvat gevuld met contrastvloeistof en het omringende weefsel.

Voorbereiding en nazorg

Voor de meeste röntgenonderzoeken is geen voorbereiding nodig, zoals bij een röntgenfoto van de longen. Voorbereiding (en nazorg) is echter wel vaak nodig bij röntgendoorlichting. Dit kunt u lezen in de folder van het onderzoek. Bent u zwanger of denkt u dit te zijn? Dan kan een röntgenonderzoek  eventueel niet gemaakt worden. Neemt u bij zwangerschap contact op met de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.