Radboudumc

print
Infectie prothese

Als een ontsteking van een (operatie)wond wordt veroorzaakt door bacteriën, hebben we het over een infectie. Een infectie bij een prothese kan leiden tot loslating van de prothese. We onderscheiden hierbij vroege en late infecties.

Vroege infectie

Een vroege infectie ontstaat kort na de operatie. Kenmerken hiervan zijn: plaatselijke roodheid, zwelling en pijn. De operatiewond kan (opnieuw) wondvocht of pus lekken. De vroege infectie na een operatie is een complicatie die bij 1 tot 2% van de patiënten voorkomt.

Late infectie

Een late infectie komt soms pas na maanden of jaren voor het eerst aan het licht. Kenmerk hiervan is voornamelijk pijn in het gebied van de prothese bij het in beweging komen en het lopen. De late infectie is nog zeldzamer dan de vroege infectie.

Oorzaak

Om te voorkomen dat er bij het inbrengen van een prothese een besmetting met bacteriën optreedt, worden op de operatiekamer verschillende maatregelen getroffen, zoals desinfectie en steriel werken. In het geval van een prothese worden al tijdens de operatie antibiotica toegediend. Desondanks kan een infectie nooit helemaal worden uitgesloten.

Ook kan een infectie ergens anders in het lichaam via de bloedbaan overslaan naar de prothese, waardoor het gewricht ontstoken raakt. Dit kan bijvoorbeeld een ingegroeide teennagel, een ontstoken kies of een huidinfectie (bijvoorbeeld een steenpuist) zijn.