Radboudumc

print
Q-koorts

Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii. Q-koorts is een zoönose, wat betekent dat de bacterie van dier op mens wordt overgedragen. In Nederland zijn geiten en schapen de belangrijkste besmettingsbron voor de mens. Ook andere dieren kunnen voor besmetting zorgen, zoals koeien, honden, katten, knaagdieren en vogels.

In Nederland verspreidt de bacterie zich voornamelijk via de lucht. Mensen raken besmet door het inademen van de bacterie. Besmetting van mens tot mens is alleen mogelijk via bloedtransfusie of bij de bevalling van een vrouw met acute of chronische Q-koorts. In het algemeen wordt daarom gezegd dat Q-koorts niet van mens op mens overdraagbaar is. Sinds 2007 hebben ruim 4.000 mensen acute Q-koorts gekregen. Q-koorts komt over de hele wereld voor.

Acute Q-koorts

Als u besmet raakt met de Q-koortsbacterie, kunt u acute Q-koorts krijgen. Ongeveer 60% van de mensen die geïnfecteerd raakt met de bacterie, heeft echter geen ziekteverschijnselen (asymptomatisch). De overige 40% heeft symptomen die sterk uiteenlopen:

  • Het overgrote deel van de patiënten krijgt klachten van een milde, griepachtige ziekte.
  • Een klein gedeelte van de patiënten ontwikkelt een longontsteking (pneumonie).
  • Een klein percentage van de mensen met acute Q-koorts wordt uiteindelijk opgenomen. Dit zijn met name mensen met een ernstige longontsteking. 

Q-koorts verdwijnt over het algemeen spontaan zonder behandeling. Antibiotica zorgt ervoor dat u minder lang ziek bent.

Na een acute Q-koortsinfectie kunnen er drie dingen gebeuren:

  • U geneest. In uw bloed is te zien dat u Q-koorts hebt gehad.
  • U ontwikkelt chronische Q-koorts waar u nog maanden tot jaren later symptomen van kunt krijgen.
  • U ontwikkelt langdurige klachten van vermoeidheid in aansluiting op uw Q-koortsinfectie: het Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS).

Gevolgen van Q-koorts op langere termijn

Chronische Q-koorts
1-5% van de patiënten krijgt na een acute infectie ook chronische Q-koorts. Dit komt ook voor bij de patiënten die geen ziekteverschijnselen hebben: Asymptomatische Q-koorts. Een aantal patiënten heeft een verhoogde kans hierop:

  • patiënten met hartklepgebreken, klep- of vaatprothesen of een aneurysma (verwijd bloedvat);
  • patiënten met een gestoorde afweer, bijvoorbeeld door gebruik van immunosuppressiva (geneesmiddel dat de werking van het afweersysteem remt);
  • zwangere vrouwen.

We kunnen de diagnose chronische Q-koorts stellen op basis van uw klachten, risicofactoren, laboratorium- en beeldvormend onderzoek. Chronische Q-koorts is een gevaarlijk en ernstig gevolg van Q-koorts. Patiënten kunnen hieraan overlijden. Daarom krijgen patiënten vaak lange tijd (minimaal 18 maanden) een combinatie van antibiotica. Als u door chronische Q-koorts een infectie van de hartklep of een bloedvat hebt, is in sommige gevallen een operatie nodig.

Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS)
Na een acute Q-koortsinfectie heeft ongeveer 20% van de patiënten langdurige klachten van vermoeidheid. Deze vermoeidheid kan langer dan een jaar na de acute infectie duren en kan gepaard gaan met een scala aan andere klachten. Als deze moeheid langer dan zes maanden duurt (in aansluiting op de Q-koortsinfectie) en er geen andere verklaring voor is, noemen we dit het Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS). Bij QVS hebt u geen actieve infectie. In uw bloed kunnen we dit meestal onderscheiden van chronische Q-koorts. De klachten die voorkomen bij QVS hebben vaak ernstige gevolgen voor de kwaliteit van leven, dagelijkse activiteiten en werk. Het is nog niet duidelijk of hier een effectieve behandeling voor bestaat. In het Radboudumc bieden we patiënten cognitieve gedragstherapie, waarbij niet bekend is of dit effectief is. Patiënten worden elders meestal niet behandeld.  

Q-koorts bij kinderen

In vergelijking met volwassenen hebben kinderen vaak geen ziekteverschijnselen bij een Q-koortsinfectie. Als ze wel symptomen ontwikkelen, zijn deze vaak vergelijkbaar met die van volwassenen: een milde, griepachtige ziekte met koorts. Hoewel het zelden voorkomt, kunnen bij kinderen complicaties optreden: longontsteking (pneumonie), ontsteking van de hartspier (myocarditis) en leverontsteking (hepatitis). Chronische klachten zijn bij kinderen nog niet gezien.

    • Bloedonderzoek: met bloedonderzoek kunnen we bepaalde antistoffen tegen Q-koorts aantonen in uw bloed. Op basis van de aanwezigheid van deze antistoffen en de hoeveelheid van deze antistoffen door de tijd, kunnen we bepalen of u acute Q-koorts of chronische Q-koorts hebt of dat u een Q-koortsinfectie hebt doorgemaakt.
    • Echo van het hart (echocardiografie): Als u Q-koorts hebt en hartklepgebreken, of als we aanwijzingen hebben dat u chronische Q-koorts hebt, verwijzen we u door naar de afdeling Cardiologie. Daar maken we een echo van uw hart. Bij dit onderzoek bekijken we uw hartkleppen met behulp van geluidsgolven. Zo gaan we na of de Q-koorts bacterie  een infectie van de hartkleppen veroorzaakt heeft. 
    • Echo buik: Als u chronische Q-koorts hebt, maken we vaak een echo van uw buik. Zo beoordelen we of uw grote buikslagader (aorta) verwijd is. De Q-koorts bacterie kan namelijk een infectie van de aortawand veroorzaken, met name als dit bloedvat verwijd is.  
    • CT-scan van de buik: Soms maken we ook een CT-scan van uw buik als u chronische Q-koorts hebt. Daarmee beoordelen we of uw grote buikslagader (aorta) aangetast is door de Q-koorts bacterie. 
    • PET-scan: Als we aanwijzingen hebben dat u chronische Q-koorts hebt, maken we ook een PET-scan. Soms is bij chronische Q-koorts niet helemaal duidelijk waar in uw lichaam de bacterie een infectie veroorzaakt. Bij chronische Q-koorts kan een verwijde lichaamsslagader of een vaatprothese geïnfecteerd raken. Een PET-scan helpt bij het lokaliseren van de infectie.

    • Als u acute Q-koorts hebt, krijgt u een behandeling met antibiotica. Afhankelijk van uw risicofactoren wordt u twee tot drie weken behandeld.
    • Als u acute Q-koorts hebt én een sterk verhoogd risico op chronische Q-koorts (bijvoorbeeld omdat u klepgebreken hebt, of een recent ingebrachte vaatprothese), krijgt u meestal een combinatie van antibiotica. Hiermee willen we voorkomen dat u chronische Q-koorts krijgt. Deze antibiotica moet u lange tijd gebruiken (zes maanden tot één jaar).
    • Als u chronische Q-koorts hebt, krijgt u een combinatie van antibiotica. Deze moet u zeer lang gebruiken (minimaal één tot twee jaar). 
    • Als u door chronische Q-koorts een infectie van de hartklep of een bloedvat hebt, is in sommige gevallen een operatie nodig.