Als een vermoeden bestaat op een erfelijke vorm van darmkanker- en/of baarmoederkanker kan als eerste stap worden voorgesteld om tumorweefselonderzoek (ook wel MSI-onderzoek genoemd) te starten. Dit gebeurt in het tumorweefsel dat bij een operatie of een bioptie bij een patiënt is weggenomen. Dit kan dus ook nog worden gedaan op het weefsel van iemand die is overleden. Met toestemming van de (verwanten van een overleden) patiënt vragen we het weefsel op. Het onderzoek kan soms nog plaatsvinden op tumorweefsel dat tot wel twintig jaar geleden werd afgenomen.

Met dit tumorweefselonderzoek kunnen we voor een groot deel al bepalen of de darm- en/of baarmoederkanker is ontstaan vanwege een fout in een erfelijke factor of niet. Als we met dit onderzoek inderdaad de verdenking op erfelijke aanleg aantonen, is de volgende stap DNA-onderzoek in het bloed.