Afdelingen Nierziekten Niertransplantatie De niertransplantatie

Opname en operatievoorbereiding

Voor de transplantatie wordt u opgenomen op de verpleegafdeling Nierziekten. De opname rondom een niertransplantatie duurt ongeveer 8 dagen.

lees meer

Opname en operatievoorbereiding

Opname en operatievoorbereiding

Meenemen bij opname:
  • Eigen medicatie in originele verpakking, voldoende tot aan de operatie.
  • Recente medicijnlijst. Deze kunt u opvragen bij uw apotheek, of als u dialyseert (hemodialyse) bij de dialyseverpleegkundige van uw dialysecentrum.
  • Telefoonnummer van twee contactpersonen
  • Mobiele telefoon
  • Toiletspullen
  • Ochtendjas en slippers/pantoffels
  • Wijde broek met wijdere of korte pijpen/rok; tijdens uw verblijf heeft u een blaaskatheter en ruimte voor de afvoerslang nodig. Uw buik is na de transplantatie nog wat opgezet: een strakke broek/rokband zit dan niet lekker.
  • Kruiden/specerijen. De warme maaltijden zijn zonder zout bereid en bevatten weinig kruiden en specerijen.
  • E11 of  E112 formulier (alleen voor Duitse patiënten).
  • Prokaart of polcard meenemen (indien u 's nachts buikspoeling doet).
Niet meenemen bij opname
  • Waardevolle spullen. Iedere patiënt heeft een kast met een slot erop, helaas biedt dit geen 100% zekerheid dat er niets ontvreemd wordt. Het ziekenhuis is niet aansprakelijk voor vermissing van eigendommen.
  • Maaltijden van thuis. Door het vervoeren van maaltijden kan er bacteriegroei in het eten ontstaan. Uw weerstand is verlaagd door de medicatie tegen afstoting; u zou hiervan ziek kunnen worden.
Verpleegafdeling Nierziekten
Voor de transplantatie wordt u opgenomen op de verpleegafdeling Nierziekten. Deze afdeling vindt u via de hoofdingang, Geert Grooteplein-Zuid 10. Binnen volgt u de route 501. Zo nodig kunt u bij de receptie terecht met vragen.
Er zijn op de verpleegafdeling één- twee- en vier persoonskamers. Er wordt ‘gemengd’ verpleegd, dat wil zeggen dat mannen en vrouwen bij elkaar op de kamer kunnen liggen.
Er zijn veel verschillende medewerkers betrokken bij uw behandeling. Met artsen en verpleegkundigen krijgt u het meest te maken. U kunt uw mobiele telefoon gebruiken in het ziekenhuis. U kunt gebruik maken van Wifi op de afdeling.
De bezoektijden zijn tussen 15.00 en 20.00 uur. Wilt u het bezoek beperken tot twee personen tegelijk?
Noodzakelijke onderzoeken of behandelingen kunnen ook tijdens deze uren plaatsvinden.
 
Familie
Als er familieleden mee zijn gekomen naar het ziekenhuis betrekken de verpleegkundigen hen zoveel mogelijk bij de gang van zaken.
Het wachten voor de operatie kan voor hen soms erg lang zijn. Familieleden kunnen de afdeling bellen voor meer informatie.
Eventueel kan familie gebruik maken van een kamer in het Radboudhotel
 
Voorbereidingen
Als u een oproep hebt gekregen voor transplantatie met een nier van een overleden donor kunnen er vanaf de aankomst in het ziekenhuis tot aan het moment van de operatie kunnen een aantal uren verstrijken. Soms zelfs een hele nacht (bijvoorbeeld als de nier nog niet gearriveerd is, of wanneer er nog geen plaats is op de operatieafdeling). In die tijd vinden de nodige voorbereidingen plaats. Zodra u op de afdeling bent zal er bloed afgenomen worden. Aan de hand van de bloedwaarden worden er afspraken met u gemaakt omtrent eventuele hemodialyse of peritoneaal dialyse (buikspoeling). Wanneer de laatste dialyse enkele dagen tevoren was, of wanneer het kaliumgehalte in uw bloed te hoog is, kan een extra dialyse nodig zijn.
Bij transplantatie met een nier van een levende donor is de opname één of twee dagen voor de operatie. Als u hemodialyse ondergaat zal dit de dag voor de operatie in het Radboudumc uitgevoerd worden. Als u buikspoeling doet gaat dit in principe in hetzelfde schema door als thuis. Vóór opname neemt de pd-verpleegkundige contact met u op om te informeren hoe uw schema is. Zij bestelt de benodigdheden: u hoeft hier zelf (meestal) geen spullen voor mee te nemen .
Verder worden bloeddruk, pols, temperatuur, zuurstofgehalte en gewicht gemeten.
De verpleegkundige voert een opnamegesprek met u en zal u weg- wijs maken op de afdeling.
Indien nodig wordt er een hartfilm (ECG) gemaakt op de verpleegaf- deling en een longfoto op de röntgenafdeling. De arts zal een opnamegesprek met u houden, in combinatie met een lichamelijk onderzoek. U kunt gevraagd worden om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek. Uiteraard is dat niet verplicht. U krijgt voor de operatie een laxeermiddel om uw darmen leeg te maken.
 
Als u peritoneaal dialyse (PD) doet kunt u vlak voor de operatie de vloeistof laten uitlopen en de katheter afsluiten. U gaat met een lege buik naar de operatiekamer. De PD katheter wordt bij een transplan- tatie met een nier van een levende donor meestal tijdens de operatie verwijderd, omdat dialyse na de transplantatie in dat geval bijna nooit nodig is. Bij een transplantatie met een nier van een overleden donor wordt de de PD-katheter niet direct bij de operatie verwijderd, maar pas drie à vier maanden later.
 
Als alle bovengenoemde voorbereidingen zijn afgerond en er plaats is op de operatieafdeling, krijgt u een operatiejas aan. Prothesen (zoals een kunstgebit), piercings, sieraden, make-up en nagellak moeten uit/af. Als u kunstnagels draagt moeten deze verwijderd worden. Als u een gehoorapparaat heeft mag dit in blijven. U krijgt een rustgevend tabletje waarna u in bed moet blijven. Een verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling.
Vanzelfsprekend kan een aanwezig familielid/naaste meelopen tot aan de ingang van de operatieafdeling.
 
Een enkele keer gebeurt het dat uit de laboratoriumuitslagen of het lichamelijk onderzoek iets naar voren komt, wat maakt dat u dan niet geopereerd kunt worden. Dan gaat op dat moment de niertransplantatie niet door. Er volgen dan verdere onderzoeken en zal de transplantatie meestal in een later stadium alsnog plaats vinden. Bij transplantatie met een nier van een levende donor, wordt de donor opgenomen op de verpleegafdeling Urologie en op de operatiedag gaat de donor eerst naar de operatieafdeling. Zodra de nier verwijderd is, wordt u geopereerd.

Operatie en beloop na operatie

Tijdens de operatie werken artsen van verschillende disciplines samen. De operatie duurt doorgaans ongeveer drie uur.

lees verder

Operatie en beloop na operatie

Operatie
Op de operatieafdeling krijgt u een infuus ingebracht en wordt u onder narcose gebracht met medicijnen die u via een infuus toegediend krijgt.
Als u diabetes hebt waarvoor u insuline gebruikt kan het zijn dat u al eerder een infuus krijgt met insuline.
 
Tijdens de operatie werken artsen van verschillende disciplines samen. De vaatchirurg zorgt voor het in hechten van de bloedvaten. De uroloog maakt de verbinding tussen urineleider en blaas en sluit de wond.
De operatie duurt doorgaans ongeveer drie uur.
De nieuwe nier komt onder in de buikholte te liggen. Hiervoor hoeven de eigen nieren vrijwel nooit verwijderd te worden.
  • De uroloog laat aan het einde van de operatie enkele slangetjes achter:een wonddrain, voor het opvangen van vocht uit het wondgebied. Het moment van verwijderen van deze drain is afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht;
  • een katheter in de blaas om de urine vanuit de blaas af te voeren. Deze blijft vijf tot zeven dagen zitten. 
Voor een goede afvloed van de urine uit de nieuwe nier, krijgt u of:
  • een dunne katheter via de buikwand onder de navel. Deze katheter wordt ureterkatheter of splint genoemd en blijft vijf dagen zitten;of:
  • een zogenaamde JJ-katheter. Deze zit inwendig en wordt twee – drie weken na de operatie op de polikliniek Urologie verwijderd via een zogenaamde cystoscopie.
Deze katheters en drain worden aangesloten aan opvangzakken die aan uw bed gehangen worden.
Buiten deze twee of drie slangetjes die uit uw onderbuik komen en de infuusslang in hand of arm, kan het zijn dat u ook een zuurstofslangetje in de neus hebt.
 
Na de operatie
Bij het wakker worden uit de narcose bent u op de Pacu. Dit is een medium care afdeling, waar u extra bewaakt en intensief geobserveerd wordt. Hier verblijft u tenminste tot de volgende ochtend. Als hier geen bed beschikbaar is, kan dat ook de afdeling Intensive of Medium Care zijn. Zodra u wakker bent, wordt uw contactpersoon gebeld en kunt u hier bezoek ontvangen van één à twee personen. Indien nodig verblijft u langere tijd op de Medium of Intensive Care.
Het is goed om met de afdelingsverpleegkundige af te spreken waar de familie verblijft tijdens de operatie.
 
Na de operatie heeft u een buikwond links- of rechtsonder.
U kunt pijn in het wondgebied hebben, waarvoor u pijnstilling krijgt. U krijgt 4x daags paracetamol. Verder zult u een zogenaamde PCA- pomp aan uw infuus hebben met een drukknop: zodra u pijn voelt kunt u zichzelf pijnstilling toedienen door op deze knop te drukken. De pijnstillende medicatie die via deze pomp wordt toegediend is een morfinepreparaat. U hoeft niet bang te zijn voor een overdosis: de pomp is zo ingesteld dat u uzelf niet méér kunt toedienen dan verantwoord is. Ook raakt u niet verslaafd aan deze pijnstilling; u houdt de pomp slechts enkele dagen. Het is belangrijk dat u niet gehinderd wordt door te veel pijn, zodat u goed kunt bewegen, doorademen of ophoesten. En het is belangrijk dat u eerlijk aangeeft wanneer u klachten hebt van bijvoorbeeld pijn of misselijkheid. De verpleegkundige kan extra controles uitvoeren en u zo nodig extra medicatie geven. Tevens vraagt hij u om aan de ervaren pijn een getal te geven tussen de 0 en 10, waarbij 3 nog acceptabel is.
Als u niet misselijk bent na de operatie mag u al wat heldere vloeistof drinken; u krijgt verder vocht en medicijnen via een infuus.
Om de nierfunctie te controleren wordt er iedere ochtend bloed afgenomen.
Als de nier in het begin nog niet optimaal werkt is hemodialyse behandeling nog nodig. Het kan zijn dat u nog helemaal geen urineproductie hebt, het kan ook zijn dat u wel plast, maar dat dit voornamelijk water is zonder veel afvalstoffen. Dit duurt enkele dagen tot weken. Dit wil niet zeggen dat de niertransplantatie mislukt is. Het duurt soms lang voor de nier herstelt van de schade die er ontstaan is toen deze buiten het lichaam bewaard werd. De eventuele dialysebehandeling vindt plaats op de dialyseafdeling.
Als u voor de operatie buikspoeling deed zal, indien nodig, deze worden hervat. De verpleegkundige zal dit in eerste instantie voor u doen, totdat u de wisselingen weer zelf kunt uitvoeren.
Als de nierfunctie goed op gang komt kan de dialyse of PD-behandeling gestopt worden.
 
Dag 1 na de operatie
In principe wordt u deze dag overgeplaatst naar de afdeling Nierziekten.
U gaat deze dag even uit bed om te wegen. Het is belangrijk dat uw gewicht in de gaten gehouden wordt zodat de arts kan beoordelen of u niet teveel vocht vasthoudt.
Dagelijks komt de afdelingsarts bij u aan bed om te kijken hoe het met u gaat. Deze afdelingsarts werkt nauw samen met een nefroloog (hoofdbehandelaar). Zij kijken met name naar de bloeddruk, nierfunc- tie, gewicht en medicijnen. De uroloog komt ook dagelijks bij u langs om te kijken hoe het met u gaat en kijkt vooral naar de wond, urinekatheter(s) en wonddrain.
Soms is er onderzoek nodig (bijvoorbeeld een röntgenfoto van de longen of een echo van de getransplanteerde nier). Dat gebeurt op de afdeling Radiologie.
Omdat u net geopereerd bent kunt u de eerste twee dagen nog niet gemakkelijk uit bed voor uw lichamelijke verzorging. De verpleegkundige of verpleegassistent helpen u hierbij.
Wanneer u een nier ontvangt van een, u bekende, levende donor, is het mogelijk om telefonisch contact te hebben met de donor. Indien de donor in staat is om vervoerd te worden, kan deze een bezoek aan u brengen. Dit is vaak een emotioneel moment. Tijdens de dagen na de operatie kunt u emotioneel lastige momenten hebben, ook wanneer uw herstel voorspoedig verloopt. U kunt dit altijd bespreken met de arts, verpleegkundige of het medisch maat- schappelijk werk van de afdeling Nierziekten. Zij beseffen dat u de nodige emoties ervaart. Het is goed dat deze spanningen of onzekerheden geuit worden.
 
Eten en drinken
Deze dag luistert de arts naar uw buik om te horen of de darmen goed werken. Als dit zo is mag u beginnen met licht verteerbaar eten. Na de operatie zult u ongeveer 2 tot 2,5 liter per etmaal moeten drinken. Voor degenen die een vochtbeperking hadden kan dit in het begin moeilijk zijn.
Medicijnen
Gelijk na de operatie start u met medicijnen tegen afstoting van de getransplanteerde nier. Deze verlagen ook uw afweer tegen bacteriën en virussen. Daarom zijn planten en bloemen niet toegestaan op de afdeling, omdat potaarde en bloemenwater bacteriën bevatten (dit geldt niet voor thuis).
De medicijnen tegen afstoting kunnen ook nog andere bijwerkingen hebben.
 
Dagelijkse controles
Dagelijks neemt een laborant of verpleegkundige bloed bij u af. Dit gebeurt tussen 8.15 - 9.30 uur. Het is prettig als u wacht met de lichamelijke verzorging totdat er bloed bij u afgenomen is.
Drie maal per dag voert de verpleegkundige controles uit:
  • Pols, bloeddruk, temperatuur, zuurstofgehalte en gewicht worden gemeten.
  • De pijnscore wordt afgenomen .
  • De urinehoeveelheid wordt gemeten (tijdens de hele opname wordt de urine iedere 24 uur gespaard).
  • Er wordt gekeken hoeveel u gedronken hebt en/of hoeveel infuus vloeistof u heeft gekregen.
  • De katheterzakken en de opvangzak voor het wondvocht worden leeggemaakt.
  • De wondcontrole gebeurt tijdens de verzorging. 
Deze gegevens zijn belangrijk voor het bepalen van het medisch en verpleegkundig behandelplan dat tijdens de dagelijkse visite wordt bepaald.
 
Wondverzorging
Dagelijks zal de verpleegkundige de buikwond en de insteekopeningen van de drain en katheter verzorgen.
Soms blijft de wonddrain te veel produceren en gaat u met deze drain naar huis. De productie kan nog enige tijd door gaan maar stopt uiteindelijk altijd.
Er kan ook sprake zijn van urinelekkage in de buikholte doordat de aanhechting van de urineleider van de nieuwe nier op de blaas niet helemaal dicht is, waardoor het lijkt of er veel wondvocht wordt geproduceerd. Dit geneest meestal spontaan.
 
Dag 2 na de operatie
Eten en drinken
Als het uitbreiden van het eten goed gaat, eet u vandaag de standaard maaltijden (twee keer broodmaaltijd en een keer warme maaltijd), met tussendoor nog drie maal een hapje.
Om een goed overzicht te krijgen over de hoeveelheid die u drinkt op een dag wordt een vochtregistratie bijgehouden.
Als u in staat bent om steeds meer te drinken kan de infuusvloeistof worden verminderd.
 
Mobiliseren
U kunt iedere dag meer zelf doen aan uw lichamelijke verzorging en uiteindelijk bent u weer geheel zelfstandig. Over het algemeen gaat dit sneller dan verwacht.
Vandaag gaat u beginnen met mobiliseren, dit is van belang om complicaties, bijv. longontsteking, doorliggen of een trombosebeen, te
voorkomen. U mag twee keer uit bed en u zult ongeveer een kwartier tot een half uur op de stoel kunnen zitten. Zo mogelijk kunt u al zelf naar het toilet lopen. Dit verloopt per patiënt heel wisselend.
 
Thuiszorg
De verpleegkundige bespreekt met u of er thuiszorg geregeld moet worden. Het is belangrijk dat dit op tijd gebeurt zodat u de zorg krijgt die u nodig heeft.
Als u een geplande niertransplantatie krijgt, kunt u eventuele huishoudelijke hulp al vóór de opname aanvragen via het loket WMO van de gemeente waar u woont. Krijgt u de nier van een overleden donor, dan moet tijdens de opname deze hulp geregeld worden.
 
Dag 3 na de operatie
Drinken
Als u in staat bent om voldoende te drinken mag het infuus rond deze dag afgekoppeld worden. Het naaldje blijft nog een dag zitten voor de toediening van medicatie op dag 4.
 
Mobiliseren
Deze dag wordt het mobiliseren verder uitgebreid en kunt u, als u dit prettig vindt, gaan douchen. U kunt hier naar toe lopen met of zonder begeleiding van de verpleegkundige.
Het is belangrijk dat u vanaf dag 3 na de operatie het bewegen en uit bed zijn geleidelijk uitbreidt. Dit voorkomt complicaties en bevordert het op gang komen van een normaal ontlastingpatroon na de operatie.
 
Dag 5 na de operatie
Als u een ureterkatheter/splint heeft gekregen wordt deze vandaag door de uroloog verwijderd. Bij patiënten met suikerziekte wordt dit twee dagen later gedaan, omdat de wondgenezing vaak trager verloopt. De blaaskatheter blijft dan nog twee dagen zitten.
Als u een JJ-katheter heeft gekregen wordt vandaag de blaaskatheter door de verpleegkundige verwijderd.
In dit laatste geval zou u indien alles verder goed is en u voldoende bent hersteld deze dag ook met ontslag kunnen.
 
Dag 7 na de operatie
Indien u een ureterkatheter/splint heeft gekregen wordt  deze dag de blaaskatheter door de verpleegkundige verwijderd. Ook hier geldt dat bij een patiënt met suikerziekte dit twee dagen later gebeurt.
Na het verwijderen van de blaaskatheter is het belangrijk om na te gaan of het plassen goed gaat. Wanneer u voor de transplantatie geen urineproductie meer had zult u in het begin vaak kleine beetjes moeten plassen. Geleidelijk aan zal de blaas weer oprekken en wor- den de porties groter.
Als het beloop tot nu toe helemaal ongecompliceerd geweest is kunt u deze dag of de volgende dag naar huis. Bij een aantal patiënten duurt de opname echter iets langer, gemiddeld zo’n 10-14 dagen.
 
Verder wordt er voor het ontslag standaard een echo van de transplantaatnier gemaakt. Tenslotte vindt er een gesprek plaats met de verpleegkundige en de arts waarin het beloop van de opname nog even wordt doorgenomen en u adviezen voor thuis krijgt.

Afstoting
Dankzij de krachtige medicijnen tegen afstoting zijn de resultaten van transplantaties momenteel heel goed. Toch komt het soms voor dat het lichaam van de ontvanger op het vreemde orgaan reageert met een aantal verschijnselen die doen denken aan een ontsteking. In medische termen heet dat een acute afstotingsreactie of rejectie. Een afstoting kan al tijdens de opname optreden, maar ook wanneer u met ontslag bent.
Waarschijnlijk voelt u hier niets van. De arts ziet in het bloed dat de nierfunctie achteruit gegaan is. Er volgt dan nader onderzoek om te weten te komen of dit veroorzaakt wordt door een afstotingsreactie. In dit stadium is deze acute afstoting vrijwel altijd goed te behandelen met extra medicijnen, waardoor de opname langer gaat duren, of waarvoor u, als u al met ontslag was, opnieuw opgenomen wordt.

Naar huis
Voordat u naar huis gaat wordt uw medicatie besteld bij de apotheek van het Radboudumc zodat u deze mee naar huis kunt nemen
Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een aantal adviezen. De eerste paar weken wordt u één à twee keer per week gecontroleerd op de polikliniek van het Radboudumc. Daarna hoeft u minder vaak te komen, omdat de kans op een afstoting steeds kleiner wordt. U blijft het eerste jaar na transplantatie onder controle in het Radboudumc.
Uiteraard kunt u contact met de arts of verpleegkundige opnemen, als u ongerust bent of vragen hebt.
 
Een terugkeer naar het leven van alledag in beroep of gezin is heel goed mogelijk. U voelt zelf het beste wat wel en wat niet kan. Indien de terugkeer naar het ‘gewone’ leven problemen oplevert waarvoor in uw naaste omgeving onvoldoende begrip bestaat, kunt u een beroep doen op de hulpverleners van het ziekenhuis: de behandelend arts, de verpleegkundige of medisch maatschappelijk werkende.


Ontslag

Thuiszorg
Woont u niet samen met een gezonde volwassene, dan kunt u in aanmerking komen voor huishoudelijke hulp via de thuiszorg. De eerste weken zijn sommige huishoudelijke werkzaamheden voor u te zwaar. U kunt thuiszorg aanvragen via het WMO-loket van uw gemeente. Onze medisch maatschappelijk werkers kunnen hierbij helpen.

Brief aan nabestaanden
Patiënten die een nier ontvangen hebben van een overleden donor willen soms de nabestaanden van deze donor bedanken. Nabestaanden stellen dit meestal op prijs. U kunt hen een brief schrijven en laten weten hoe het met u gaat sinds de niertransplantatie. U mag daarbij niet laten blijken wie u bent. Het is niet verplicht om zo’n brief te schrijven, maar als u dit wilt, kunt u de brief met daarbij een apart papiertje met uw naam en geboortedatum aan uw arts of verpleegkundige of geven.

Vervoer
Kort na transplantatie is het vaak niet mogelijk om zelf auto te rijden, met name over langere afstand. Lees hier meer over vervoer.