Controle op de polikliniek

Bij ontslag wordt een afspraak voor uw eerste poliklinische controle gemaakt. De controles vinden plaats op de polikliniek Inwendige Specialismen, rechts naast de hoofdingang (ingang 8). Op maandagmorgen en dinsdagmorgen is er spreekuur voor patiënten in het eerste jaar na de niertransplantatie.

lees meer

Controle op de polikliniek

Controle
Bij ontslag wordt een afspraak voor uw eerste poliklinische controle gemaakt, of u krijgt deze thuis gestuurd. De controles vinden plaats op de polikliniek Inwendige Specialismen, rechts naast de hoofdingang (ingang 8).
Op de polikliniek kunt u zich melden bij de balie route 433, of elektronisch bij een scan apparaat dat bij de ingang staat. Op maandagmorgen en dinsdagmorgen is er spreekuur voor patiënten in het eerste jaar na de niertransplantatie. In het begin wordt u de ene week door de arts (nefroloog) gecontroleerd en de andere week door de verpleegkundige (verpleegkundig specialist niertransplantatie). Er wordt naar gestreefd om u zoveel mogelijk bij dezelfde arts te laten komen. Daarbij is het dan wel noodzakelijk dat u steeds op dezelfde dag in de week komt.
Op de polikliniek zal er bloed afgenomen worden en vult u een potje met urine.
Voor of na het bloedprikken bezoekt u de arts of verpleegkundige. Na de controle bekijken de arts en verpleegkundige de bloeduitslagen. Als de uitslagen niet in orde zijn neemt de arts of verpleegkun- dige telefonisch contact met u op.
De eerste weken komt u een à twee keer per week op controle. Na verloop van tijd wordt de frequentie van de controlebezoeken verminderd. Uiteindelijk worden de controles na ongeveer een jaar meestal weer uitgevoerd in het ziekenhuis waar u voorheen behandeld werd.

Voorbereiding
Op de polikliniek wordt, als u tacrolimus (Prograft, Adport of Advagraf), ciclosporine (Neoral), sirolimus (Rapamune), of everolimus (Certican) gebruikt, de medicijnspiegel in het bloed bepaald. U mag daarom die dag deze medicijnen ‘s ochtends niet innemen vóór het bloedprikken.
Als u deze medicijnen meeneemt naar de polikliniek, kunt u ze na het bloedprikken innemen. Voor tacrolimus (Prograft, Adport), ciclosporine (Neoral) en everolimus (Certican) geldt dat u deze medicijnen de avond voor het polibezoek 14 uur voor de afspraak inneemt. Bijvoorbeeld: als u om 09.00 uur een afspraak hebt, neemt u de avond hieraan voorafgaand deze medicijnen om 19.00 uur in. Voor Advagraf en sirolimus (Rapamune), die beiden eenmaal daags worden ingenomen, geldt dat u deze op de dag voorafgaande aan de controle op het voor u gebruikelijke tijdstip inneemt, maar op de dag van de controle pas na het bloedprikken.
De dosering van de verschillende medicijnen wordt nogal eens gewijzigd. Daarom is het noodzakelijk om bij iedere afspraak uw medicijnoverzicht mee te nemen. De arts of verpleegkundige schrijft de verandering dan op dit overzicht.

Shunt en katheter
  • Dialyseshunt: na de transplantatie stolt uw bloed beter. Daarom gaat de dialyseshunt na een tijdje soms dicht zitten. Als de transplantaatnier goed werkt, laten we dat zo.
  • Katheter voor hemodialyse: deze wordt na een geslaagde transplantatie zo snel mogelijk verwijderd.
  • Buikkatheter voor peritoneaaldialyse: bij een donornier van een levende donor verwijderen we die tijdens de transplantatie-operatie. Bij een donornier van een overleden donor korten we de buikkatheter in vóór uw ontslag en wordt hij gewoonlijk zo’n drie maanden na de transplantatie verwijderd. Tot die tijd moet u de katheterpoort verzorgen zoals u vóór de transplantatie deed.

Vervoer: poliklinische controle

Kort na transplantatie is het vaak niet mogelijk om zelf auto te rijden, met name over langere afstand. Mogelijk kunt u in aanmerking komen voor een machtiging zittend ziekenvervoer.

lees meer

Vervoer: poliklinische controle

Vervoer
Kort na transplantatie is het vaak niet mogelijk om zelf auto te rijden, met name over langere afstand.
Tijdens de eerste controle na de niertransplantatie op de polikliniek kunt u met  de arts of verpleegkundig specialist overleggen wanneer u zelf weer kunt autorijden.
In verband met de controles in het ziekenhuis kunt u contact opnemen met uw zorgverzekeraar om te informeren  of een machtiging voor zittend ziekenvervoer mogelijk is. Deze machtiging is nodig voor het krijgen van een vergoeding voor het openbaar vervoer, eigen vervoer of taxi-/ rolstoelvervoer.                                          
U kunt de zorgverzekeraar vragen hoe u een machtiging voor vervoer kunt aanvragen.
 Een eerder verkregen machtiging voor vervoer naar dialyse komt na transplantatie te vervallen. U  moet dan opnieuw  een machtiging aanvragen voor vervoer na transplantatie. Afhankelijk van hoe en waar u verzekerd bent wordt  er wel of geen machtiging voor vervoer afgegeven.
Mocht u geen vergoeding krijgen vanuit de basisverzekering voor zittend ziekenvervoer op basis van controle na transplantatie, informeer dan bij uw zorgverzekeraar of u in aanmerking komt voor de hardheidsclausule. Dat is een uitzonderingsregel waarmee je in sommige gevallen alsnog de vervoerskosten vergoed krijgt. U kunt dit het beste doen zodra de operatiedatum bekend is. Houd er rekening mee dat u per kalenderjaar een eigen bijdrage moet betalen voor vervoer.  Bovendien gaat de vergoeding ook van uw verplicht eigen risico af (indien deze nog niet volledig gebruikt is).
Mocht vervoer via de zorgverzekeraar niet (meer) mogelijk zijn, dan kunt u proberen de reiskosten op te voeren bij de aftrekpost bijzondere ziektekosten bij uw belastingaangifte.
U kunt een of twee keer per jaar tijdens de controle op de polikliniek aan de verpleegkundig specialist of de arts vragen om een brief met alle data dat u in het Radboudumc bent geweest. Deze brief kunt u gebruiken om een onkostenvergoeding te vragen aan uw zorgverzekeraar of voor belastingteruggave.
Voor vervoer naar het Radboudumc zijn er ook nog de volgende mogelijkheden:
  • u vraagt familie/kennissen om te rijden
  • u maakt gebruik van het openbaar vervoer
  • u maakt gebruik van stadregiotaxi
  • wanneer u verder van het ziekenhuis af woont, dan is Valys (boven regionaal vervoer) soms een mogelijkheid.
Indien u vragen heeft of graag ondersteuning wil bij het regelen van een machtiging voor vervoer, dan kunt u contact opnemen met het  Medisch Maatschappelijk Werk. U kunt mailen naar: mmw.nier@radboudumc.nl  of bellen via secretariaat van de  dialyseafdeling: 024-3615410

Voeding

Eindelijk geen dieetbeperkingen meer’. Dit is een veel gehoorde uitspraak over de voeding na niertransplantatie, maar dit betekent niet dat alles onbeperkt gegeten kan worden.

lees meer

Voeding

Eindelijk geen dieetbeperkingen meer’. Dit is een veel gehoorde uitspraak over de voeding na niertransplantatie, maar dit betekent niet dat alles onbeperkt gegeten kan worden. Bij een goede nierfunctie vervallen de beperkingen zoals de kalium- en fosfaatbeperking, maar het gevaar zit hem in te veel eten en te veel zout. Doordat afvalstoffen weer goed worden uitgescheiden in combinatie met sommige medicatie neemt de eetlust toe en smaakt het eten beter. In een korte tijd vliegen de kilo’s eraan. Te veel gewichtstoename is niet goed voor de nier en verhoogt de kans op het ontstaan van diabetes en hart- en vaatziekten. Na een transplantatie is het van belang een gezonde voeding te gebruiken met niet te veel calorieën.
 
Voedingsadviezen na transplantatie
  • Drink Voldoende; 1,5-2 liter per dag. Kies bij voorkeur dranken zonder suiker, zoals water, thee of koffie, mineraalwater, light frisdranken en magere/halfvolle melkproducten zonder toegevoegde suikers. Extreem veel drinken is niet nodig.
    • Gebruik maximaal 3 maaltijden per dag en gebruik maximaal 3-4 keer iets tussendoor. Tussendoortjes bevatten vaak meer vet calorieën dan we in de gaten hebben. Om overgewicht te voorkomen is het beter om de maaltijden goed te verdelen over de dag. Door de medicatie kan het zijn dat u de hele dag zin heeft in eten. Probeer hier niet aan toe te geven.
  • Gebruik een gezonde, gevarieerde en volwaardige voeding, met 2-3 melk en melkproducten, 2 stuks fruit en een ruime portie groente.
  • Gebruik een vezelrijke voeding, kies bij voorkeur volkoren producten.
  • Wees matig met vet, kies bij voorkeur vooral de magere of halfvolle producten.
  • Wees matig met suiker en suikerrijke producten, gebruik dranken zonder suiker.
  • Wees zuinig met zout en gezouten producten. Liever helemaal geen zout meer toevoegen aan uw maaltijd.
  • Gebruik geen grapefruit, mineola, pomelo  en producten met St Janskruid als u met tacrolimus (Prograft, Advagraf), ciclosporine (Neoral), sirolimus (Rapamune) of everolimus (Certican) behandeld wordt. Omdat deze producten de medicijnspiegel in het bloed verhogen.
  • Gebruik bij een verminderde nierfunctie geen sterfruit (carambola)
  • Rauwe of halfrauwe producten kunnen meer bacteriën bevatten. Voorzichtigheid en een goede hygiëne bij deze producten is dan ook wenselijk. Het beste kunt u producten zoals vlees, vis, kip en ei door en door verhitten.
  • Gebruik geen leverworst, leverpastei, paté of droge worst van varken of wild (zwijn en hert). De leverproducten van deze dieren bevatten hepatitis E. Doordat u weerstand laag is kunt u van dit virus een leverontsteking krijgen en ernstig ziek worden.
  • Gebruik geen producten met probiotica, zals Yakult of yoghurt dranken met probiotica (bijv. Vifit, Activa).
  • Zorg voor een goede hygiëne rondom voeding. Het gebruik van medicatie tegen afstoting van de nier heeft invloed op uw weerstand. Enkele tips om een voedselinfectie te voorkomen:
  • Was uw handen regelmatig.
  • Neem iedere dag een schone vaatdoek en was de vaatdoekjes op minimaal 60ºC.
  • Zorg dat de temperatuur in de koelkast tussen de 4 en 7 graden Celsius is.
  • Voorkom kruisbesmetting. Kruisbesmetting is het overbrengen van bacteriën van rauwe voedingsmiddelen op bereide gerechten. Dit gaat via de handen, het keukenmateriaal of bestek.
  • Voor meer informatie over hygiëne zie: www. voedingscentrum.nl
Mocht u vragen hebben over de voeding na niertransplantatie, vraag uw nefroloog, verpleegkundig specialist om een verwijzing naar de diëtist.
 
 

Medicijnen tegen afstoten

Ondanks krachtige medicijnen komt het toch voor dat de nier wordt afgestoten. Waarschijnlijk voelt u hier niets van, dit is echter wel aan te tonen in het bloed of doormiddel van een transplantaatbiopsie.

  • Azathioprine is verkrijgbaar in tabletten van 25 mg en 50 mg. U neemt het in 1 dosering per dag in.

    naar de behandeling


  • Certican/Everolimus®

    De tabletten zijn verkrijgbaar in 0,25 mg en 0,75 mg.

    Bijwerkingen

    • algemeen onwel voelen
    • slechte wondgenezing
    • buikpijn
    • misselijkheid
    • diarree
    • bloedarmoede
    • hoog cholesterol
    • suikerziekte
    • mondzweertjes

    Het gebruik

    U neemt de tabletten 2 x per dag in. Op dagen dat u een bezoek brengt aan de poli neemt u de ochtenddosis pas in na bloedafname. 

  • Sirolimus/Rapamune®

    Sirolimus/Rapamune® zijn verkrijgbaar in tabletten 1 mg en 2 mg.

    Bijwerkingen

    • algemeen onwel voelen
    • slechte wondgenezing
    • buikpijn
    • misselijkheid
    • diarree
    • bloedarmoede
    • hoog cholesterol
    • suikerziekte
    • mondzweertjes

    Het gebruik

    U neemt de tabletten 1 x per dag in met water of sinaasappelsap. Tijdens uw bezoekdagen aan de poli neemt u de ochtenddosis pas in na bloedafname. 

Ziek worden na transplantatie

Wanneer moet ik contact opnemen met de nefroloog?

lees meer

Ziek worden na transplantatie

Wat moet ik doen als ik heb overgegeven?
Wanneer u moet overgeven binnen 30 minuten na medicijninname, kunt u de medicatie opnieuw innemen. Braakt u later dan 30 minuten na inname van de medicijnen, dan mag u deze niet opnieuw innemen. Neem contact op met uw behandelend arts als u zoveel braakt dat u onvoldoende vocht binnenhoudt.

Wat moet ik doen als ik diarree heb?
Drink voldoende water, thee, bouillon en gebruik geen Norit tabletten. Neem contact op met uw arts als u gedurende twee dagen meer dan drie keer per dag waterdunne ontlasting heeft.

Wat moet ik doen als ik pijn heb?
Wanneer u pijn heeft kunt u één of twee paracetamol van 500 mg innemen, maximaal vier keer per dag. Behalve wanneer u nieuwe of onduidelijke pijnklachten heeft. Neem dan contact op met uw arts.
NSAID’s pijnstillers kunt u beter niet nemen. Deze hebben een negatieve invloed op de nierfunctie. Denk aan Diclofenac, Naproxen, Ibuprofen, Aleve, Nurofen, Sarixell, Advil en Voltaren.

Wanneer neem ik contact op met de nefroloog?
  • Bij een temperatuur boven 38 graden Celsius
  • Als u minder plast
  • Bij pijn
  • Bij kortademigheid
  • Bij diarree
  • Als u braakt
  • Als u onvoldoende kunt drinken
  • Bij erg dikke voeten
  • Hoge of juist hele lage bloeddruk
  • Als u vergeten bent uw medicijnen in te nemen
  • Alle andere plotseling ontstane klachten 
Overdag kunt u bellen met het secretariaat Nierziekten: 024-3614761. Buiten kantooruren kunt u de verpleegafdeling Nierziekten bellen: 024-3618985.

Voorlichting: in eigen beheer

Informatie over drinken, medicatie, suikers en bloeddruk in eigen beheer.

lees meer

Psychosociale en maatschappelijke ondersteuning

Een niertransplantatie is een ingrijpende gebeurtenis in uw leven. Niet alleen lichamelijk.

lees meer

Psychosociale en maatschappelijke ondersteuning

Een niertransplantatie is een ingrijpende gebeurtenis in uw leven. Niet alleen lichamelijk. 

Psychische gevolgen

Bij een niertransplantatie kunt u vreugde en dankbaarheid voelen, maar ook angst voor afstoting of infecties. En het lastig zijn om uw leven na de transplantatie opnieuw vorm te geven. Of u heeft te hoge verwachtingen vooraf waardoor het herstel tegenvalt. Een medisch maatschappelijk werker kan u helpen tijdens de voorbereidingen op een transplantatie maar ook bij het verwerkingsproces achteraf.

Emotionele aspecten

Als de transplantatie heeft plaatsgevonden, breekt er een spannende en onzekere tijd aan. Gaat het allemaal goed en zal het goed blijven gaan? Duiden de klachten die ik heb op afstoting?
Het vraagt het nodige van uw incasseringsvermogen om eventuele tegenslagen aan te kunnen. Als er bijvoorbeeld kortdurend dialyse nodig is, kan dit verwarring en zorgen opleveren. Ook een langere opname dan verwacht kan de nodige zorgen opleveren voor u, maar ook voor uw directe omgeving. Ook voor gezinsleden is het een spannende tijd.
Als de transplantatie goed gaat kan voor u het nieuwe leven nogal plotseling beginnen. U mag weer meer, u kunt weer meer en u wilt weer meer.
Indien de transplantaatnier na donatie door een levende donor niet goed werkt kunt u zich daarover schuldig gaan voelen. U kunt het heel erg vinden dat uw naaste, waar u een nier van heeft gekregen, dit voor niets heeft gedaan. En dat hij verder moet leven met één nier. Het risico dat dit kan gebeuren, wordt met de donor besproken in het voortraject. Over het algemeen is de donor zich van dit risico bewust, maar toch kiest de donor er voor om de nier af te staan. De donor vindt over het algemeen ook niet dat de getransplanteerde zich hierover schuldig hoeft te voelen. Op de afdeling weten de verpleegkundigen hoe spannend het allemaal is voor u als ontvanger en zij zullen u daar zo goed mogelijk in begeleiden. U kunt hierover altijd praten met de verpleegkundigen en artsen, maar u kunt ook begeleiding krijgen van een medisch maatschappelijk werker verbonden aan de afdeling Nierziekten.
Een van de medewerkers van het medisch maatschappelijk werk komt enkele dagen na de operatie kennis met u maken.
 

Relationele en sociale gevolgen

Sommige patiënten hebben moeite met reacties van vrienden of bekenden na een transplantatie. Hun gevoelens en gedachten sluiten niet altijd aan bij die van uzelf. Voor hen is het soms lastig te begrijpen dat u na de transplantatie nog steeds beperkingen heeft. Praat hier samen over en roep zo nodig de hulp in van een medisch maatschappelijk werker.

Maatschappelijke gevolgen

Een transplantatie kan ook effect hebben op uw maatschappelijke positie. Omdat u bijvoorbeeld uw werk weer oppakt of op zoek gaan naar een nieuwe baan. Ook hierbij kan een medisch maatschappelijk werker u helpen.

Hulpverlening

Een medisch maatschappelijk werker kan u op verschillende manieren ondersteunen:

  • Hulp bij het verwerken van wat er gebeurd is (psychosociale hulpverlening).
  • Hulp bij praktische zaken.
  • Informatie en advies.

Aanvragen medisch maatschappelijk werk

Bent u onder behandeling bij het Radboudumc, dan kunt u hulp vragen van onze medisch maatschappelijk werkers. Zowel voor, tijdens als na de transplantatie. Een jaar na de transplantatie gaan de meeste patiënten terug naar het ziekenhuis in hun regio. De medisch maatschappelijk werkers zullen dan ook hun begeleiding overgedragen.
E mmw.nier@radboudumc.nl
T (024) 361 54 10


Leefstijladviezen

Na de transplantatie is het belangrijk dat u er een gezonde levensstijl op nahoudt.

lees de adviezen

Leefstijladviezen

Na de transplantatie is het belangrijk dat u er een gezonde levensstijl op nahoudt. Op deze pagina vindt u adviezen over uiteenlopende onderwerpen.

Beweging

Probeer elke dag minstens een half uur te wandelen, fietsen, tuinieren of iets dergelijks. Hiermee verbetert u uw conditie. Na een aantal weken voelt u zich meestal weer goed genoeg om te kunnen sporten. Soms wordt medische fitness (gedeeltelijk) vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Kies een activiteit die bij u past en bouw uw inspanningen geleidelijk op. Zorg dat u bij het sporten zo min mogelijk stoten of trappen tegen de transplantaatnier krijgt.

Gewicht

Veel patiënten komen aan na een niertransplantatie. Probeer gewichtstoename te beperken. Door overgewicht heeft u namelijk een verhoogd risico op hoge bloeddruk, suikerziekte en hart- en vaatziekten. Deze aandoeningen zijn niet goed voor uw algemene gezondheid en uw nieuwe nier. Lees hier meer over een gezonde voeding. 

Mondverzorging

Door de medicijnen wordt uw afweer onderdrukt en heeft u meer kans op mondinfecties. Poets daarom twee maal per dag met een fluoridetandpasta. En gebruik van flossdraad, tandenstokers of ragers om uw gebit goed schoon te houden. Poets niet meteen na een maaltijd, fruit of vruchtensap. U kunt dan de glazuurlaag op uw tanden makkelijk wegpoetsen waardoor uw gebit sneller slijt. Ga ook eens per jaar voor controle naar de tandarts. Wanneer u een behandeling moet ondergaan waarbij het kan bloeden in uw mond, adviseren we uit voorzorg antibiotica in te nemen. Uw arts kan u hiervoor een recept voorschrijven.

Alcohol, roken en drugs

De meeste patiënten kunnen zonder problemen een tot twee alcoholische drankjes per dag gebruiken. Roken en drugs daarentegen wordt streng afgeraden. Wilt u deze middelen toch gebruiken, overleg dan zeker met uw arts of verpleegkundige.

Vakantie

Overleg met uw arts of verpleegkundige wanneer u naar het buitenland wilt reizen. U kunt niet alle vaccinaties krijgen die voor sommige bestemmingen vereist zijn. Wel krijgt u een Engelstalige brief mee voor eventuele calamiteiten met betrekking tot uw gezondheid.

Zonnen

De medicijnen tegen afstoting verhogen uw kans op huidkanker. Daarom adviseren we u fel zonlicht zoveel mogelijk te mijden. Zoek met zonnig weer zoveel mogelijk de schaduw op. Gebruik zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor en een pet/hoed en bedekkende kleding. Het gebruik van een zonnebank wordt afgeraden.

Vruchtbaarheid

Vrouwen
Vóór een niertransplantatie hebben vrouwen vaak een onregelmatige menstruatiecyclus. Of u menstrueert helemaal niet. Na een geslaagde transplantatie herstellen de menstruatie en vruchtbaarheid zich vaak. Vanwege risico’s voor de transplantatienier wordt afgeraden de eerste anderhalf jaar na de transplantatie  zwanger te worden. Ook kunnen de medicijnen die u na de niertransplantatie gebruikt ernstige afwijkingen aan een ongeboren kind veroorzaken. Overleg met uw arts of verpleegkundige welke anticonceptie u kunt gebruiken. Meestal is de pil of een spiraaltje toegestaan. Heeft u een kinderwens? Bespreek het dan met uw arts of verpleegkundige. Als uw gezondheid het toelaat kunnen zij u helpen bij het aanpassen van uw medicatie en tijdens de eventuele zwangerschap.

Mannen
Mannen met een slechte nierfunctie zijn vaak minder vruchtbaar. Na een geslaagde niertransplantatie kan zich dat weer herstellen.

Seksualiteit

Mensen met een ernstig verslechterde nierfunctie hebben soms seksuele problemen zoals verminderde seksuele behoefte, erectiestoornissen of vaginale droogte. Vaak speelt vermoeidheid daarbij een rol. Na een geslaagde transplantatie kunnen deze problemen verdwijnen, maar dat hoeft niet. U kunt seksuele problemen bespreken met uw arts of verpleegkundige. En we kunnen u doorverwijzen naar de polikliniek Urologie of medische seksuologie van ons ziekenhuis.

 


Op reis

Gaat u na de niertransplantatie op reis? Houdt dan rekening met de hygiënenormen in het land van uw bestemming. Dit is belangrijk omdat uw weerstand verlaagd is door de medicijnen tegen afstoting. Om de kans op ziekte klein te houden geven we u een aantal adviezen.

lees meer

Op reis

Gaat u na de niertransplantatie op reis? Houdt dan rekening met de hygiënenormen in het land van uw bestemming. Dit is belangrijk omdat uw weerstand verlaagd is door de medicijnen tegen afstoting. Om de kans op ziekte klein te houden geven we u een aantal adviezen. Vraag uzelf daarnaast af of u op uw vakantiebestemming goed geholpen kunt worden als u toch ziek wordt. En overweeg een reis- en/of annuleringsverzekering af te sluiten.

Vaccinaties

Omdat uw weerstand verlaagd is door de medicijnen tegen afstoting kunt u niet zomaar een vaccinatie halen bij uw huisarts of de GGD. Wel kan uw behandelend arts u doorverwijzen naar een geschikte GGD-arts of naar de Radboud Travel Clinic. U mag geen vaccinaties met een levend virus  omdat u daar ernstig ziek van kunt worden. Ook medicijnen om ziekten te voorkomen kunt u niet altijd combineren met uw medicijnen tegen afstoting. Bijvoorbeeld anti-malariatabletten. Neem uw medicijnkaart mee als u de GGD-arts bezoekt.

Zon

De medicijnen tegen afstoting van uw getransplanteerde nier vergroten het risico op huidkanker. Probeer daarom zoveel mogelijk in de schaduw te blijven, zeker tussen 12.00 en 15.00 uur. Ga ook niet onder de zonnebank. Bescherm u tegen de zon met een hoed/pet, parasol en een goede zonnebrand (factor 30 tot 50). Ook onder water heeft u bescherming nodig tegen de zon. Gebruik een waterproof zonnebrandmiddel en breng dit meerdere keren per dag aan. 

Ook als u op wintersport gaat is goede zonbescherming aan te raden. Gebruik naast zonnebrand een goede zonnebril.

Meenemen

  • Medicijnen: neem voor meer dagen mee dan u op reis gaat voor als u onverwacht langer moet blijven. Stop medicijnen in uw handbagage als u met het vliegtuig reist en informeer naar de regels van de luchtvaartmaatschappij als u vloeibare medicijnen gebruikt. Vraag hoe u toestemming kunt krijgen om meer mee te mogen nemen als dat nodig is. Wanneer u regelmatig last heeft van blaasontsteking of jicht, vraag dan uw arts of u medicijnen hiervoor mee moet nemen op vakantie.
  • Vakantiebrief: Vraag voor u op vakantie naar het buitenland gaat een vakantiebrief aan uw verpleegkundige of behandelend arts. In deze Engelstalige brief staat:
    • wanneer u een niertransplantatie heeft gehad;
    • welke medicijnen u gebruikt;
    • hoe uw bloeduitslagen normaal gesproken zijn;
    • dat u een antibioticum moet krijgen als u een operatie moet ondergaan;
    • de telefoonnummers van de afdeling Nierziekten van het Radboudumc zodat een buitenlandse arts kan overleggen met één van onze artsen.
  • Medicijnkaart en het verzekeringsbewijs van uw ziektekostenverzekering.
  • European Health Insurance Card: deze kunt u kosteloos bij uw ziektekostenverzekeraar aanvragen voor u en uw gezinsleden. De kaart geeft u binnen Europa recht op vergoeding van kosten die u moet maken bij spoedeisende hulp en/of ziekenhuisopname. U hoeft deze kosten dan niet voor te schieten.
  • Thermometer: als u zich ziek voelt is het belangrijk om te weten of u koorts heeft.
  • Betadine: betadine of betadinezalf voor desinfectie van kleine verwondingen.
  • Tekenpincet:  als u in de natuur geweest bent, inspecteer dan uw huid op teken en verwijder ze. Noteer de datum van de tekenbeet en bezoek een arts als er een rode verkleuring ontstaat om de plaats waar u gebeten bent. Als u een antibioticum nodig heeft, overleg dan met uw behandelend arts in Nederland. Niet ieder antibioticum is geschikt na de niertransplantatie.

Voorkom voedselvergiftiging

Goede hygiëne vermindert de kans dat voedsel besmet wordt met ziekteverwekkers. Zorg daarom dat u voedsel gekoeld bewaart en probeer niet meer in te kopen dan u binnen één dag gebruikt. Wanneer u voedsel goed verhit, doodt u de meeste ziekteverwekkers.

Tips
  • Was uw handen goed na gebruik van toilet, vóór u gaat koken en vóór u gaat eten.
  • Drink geen kraanwater, maar flessenwater. IJsklontjes zijn meestal van kraanwater gemaakt, mijd deze dus ook. Wanneer u kraanwater minimaal vijf minuten kookt, kunt u het wel gebruiken. 
  • Eet geen onverpakt ijs dat uit een karretje langs de weg verkocht wordt. Verpakt ijs en schepijs uit een schone drukbezochte winkel leveren meestal geen bezwaar op.
  • Was groente en fruit in schoon water. Twijfelt u aan de zuiverheid van het water, gebruik dan gekookt water of flessenwater. Fruit kunt u het beste schillen.
  • Breng eten snel aan de kook en laat het een kwartier doorkoken.
  • Eet geen (half)rauw vlees (tartaar), rauwe schelpdieren of etenswaren waar rauwe eieren in verwerkt zijn. Kook eieren altijd hard.
  • Bereid voeding op een schone onderlaag.
  • Bewaar vacuüm verpakt vlees in de koelkast en bescherm uw voedsel tegen vliegen.
  • Bewaar eten in een koelkast, een koeltas of koelbox koelen onvoldoende.
  • Laat personen die buikpijn en/of diarree hebben zoveel mogelijk buiten de keuken blijven en laat hen hun handen vaak en goed wassen.
  • Doe de vaat in heet sop en spoel af met zuiver water.
  • Laat een vaatdoek niet op een propje of opgevouwen op het aanrecht liggen. Was alle keukendoeken na gebruik uit in een heet sopje en hang ze (het liefst in de zon) te drogen. Verschoon dagelijks het keukenlinnen.
  • Neem een douche na het zwemmen.
  • Zwem niet in stilstaand zoet water.
  • Slik geen zwembadwater in.
  • Vermijd vuile toiletten.
  • Gebruik desinfecterende handgel als u onderweg uw handen niet kunt wassen. Deze is te koop bij de drogist.

Reizigersdiarree en voedselvergiftiging

Krijgt u ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch diarree, probeer dan voldoende vocht binnen te krijgen. Drink veel kleine beetjes niet te koud flessenwater, thee, ontvette bouillon of frisdrank. Mijd vruchtensappen en suikervrije frisdrank die gezoet is met zoetstof. Deze kunnen diarree veroorzaken. Wel kunt u orale rehydratie vloeistof (ORS) gebruiken. Dit zijn zakjes poeder die mineralen (zouten) en glucose (suiker) bevatten die u oplost in flessenwater. Koop deze voordat u op reis kopen gaat bij de apotheek of drogist. Of maak het zelf:
  • een afgestreken theelepel keukenzout
  • drie afgestreken eetlepels voedingssuiker (bijv. dextropur, te koop bij de drogist)
  • een liter water
  • eventueel voor de smaak wat citroensap en/of vanillesuiker (niet geschikt voor diabetici).
Ook cola kan helpen tegen diarree, evenals diarreeremmers als loperamide. Norit mag u nooit gebruiken. Dit middel bevat koolstof dat ook de werkzame stoffen uit uw medicatie absorbeert en afvoert. Probeer ook zo snel mogelijk weer normaal te eten. Dit bevordert uw herstel.

Vochtverlies

Wanneer u veel vocht verliest door braken en/of diarree, kunt u uitdrogen. Dit is voor ieder mens een bedreigende situatie. Maar na een niertransplantatie is het extra belangrijk voldoende te drinken, omdat anders uw transplantatienier hieronder lijdt. Wanneer u veel vocht verliest kunt u de volgende medicijnen beter tijdelijk niet innemen: metformin (Glucophage), plastabletten (zoals furosemide/Lasix) en bloeddrukverlagers. Kenmerken van uitdrogen:
  • niet of nauwelijks plassen;
  • diepliggende ogen;
  • droge mond;
  • lusteloosheid;
  • niet meer willen drinken;
  • een droog aanvoelende huid zonder veerkracht.
Waarschuw een arts las u vermoedt dat u uitdroogt.

Overdraagbare aandoeningen

Gebruik condooms om u te beschermen tegen overdraagbare aandoeningen. Condooms uit Nederland zijn betrouwbaar en in verschillende maten verkrijgbaar. Gebruik ze niet na de uiterste gebruiksdatum op de verpakking.

Vermijden

  • Bezoek in het buitenland alleen een tandarts als dit strikt noodzakelijk is i.v.m. steriliteit van de gebruikte instrumenten.
  • Vermijd, als er geen noodzaak is, bezoek aan ziekenhuizen, injecties, infusen en bloedtransfusies in het buitenland.
  • Laat piercings of tatoeages alleen aanbrengen op plaatsen waar steriel gewerkt wordt.

Legionella of veteranenziekte

De legionellabacterie komt voor in waterleidingen. U kunt besmet raken via waternevel. Wanneer u een douche of kraan wilt gebruiken die langere tijd niet gebruikt is, vraag dan iemand anders om de warme kraan enkele minuten te laten doorlopen. En zorg dat u buiten het appartement/vakantiewoning wacht tot de ruimte minstens vijftien minuten goed geventileerd is.

Veelgestelde vragen en antwoorden

Moet ik mijn nier beschermen? Mag ik zwanger worden? Wat als ik mijn medicijnen vergeten ben? Lees alle veel gestelde vragen en antwoorden.

lees meer

Veelgestelde vragen en antwoorden

Algemeen

Kan ik familie of vrienden vragen om een nier aan mij te geven?
Ja dat kan. Hoe u dit bespreekbaar maakt is persoonlijk. Sommige mensen vragen dit makkelijk, maar de meeste mensen vinden het moeilijk. Als u dit moeilijk vindt dan kunt u contact opnemen met het Nierteam aan huis. Klik hier als u meer wilt weten over het vinden van een nierdonor.

Hoe lang gaat een nier mee?
Gemiddeld functioneert een nier van een overleden donor zo’n 10 à 15 jaar. Een nier van een levende donor 20 à 25 jaar. Er zijn echter geen garanties. Veel factoren beïnvloeden of een nier goed blijft werken. Het komt voor dat een gedoneerde nier helemaal stopt met werken. U moet dan (weer) met dialyse behandeld worden of een nieuwe transplantatie ondergaan.

Kun je vaker een nieuwe nier krijgen?
Ja, dat kan. Als u aan de voorwaarden voldoet doorloopt u opnieuw het transplantatieproces.

Na de operatie

Mag ik alternatieve medicijnen gebruiken?
Wilt u homeopathische of andere alternatieve geneesmiddelen gebruiken? Overleg dit dan met uw behandelend arts. Sommige middelen beïnvloeden de werking van uw medicatie, bijvoorbeeld st. janskruid.

Wat moet ik doen als er bijwerkingen optreden?
Stop nooit zonder overleg medicijnen. Neem altijd contact op met uw behandelend arts of verpleegkundige.

Wat moet ik doen als ik mijn medicijnen vergeten ben?

  • Medicijnen die u twee keer per dag inneemt: ontdekt u binnen vier uur dat u de medicijnen vergeten bent, neem ze dan alsnog in. Is het langer dan 4 uur geleden dat u de medicijnen in had moeten nemen, neem dan contact op met uw behandelend arts of verpleegkundige. Neem nooit een dubbele dosis in!
  • Medicijnen die u een keer per dag inneemt: als u binnen 8 uur ontdekt dat u een dosis vergeten bent, kunt u ze alsnog innemen.
Wat kan ik doen als ik moeite heb met het doorslikken van pillen?
Probeer de pillen in te nemen met vla, appelmoes of iets dergelijks. Eventueel kunt u pillen fijnmalen. Behalve capsules, deze moet u altijd in zijn geheel doorslikken.

Wat moet ik doen als de apotheker andere medicatie aflevert dan ik gewend ben?
Voor de meeste medicijnen is dit geen probleem, omdat een ander merk dezelfde werkzame stof bevat. Behalve bij:
  • tacrolimus (Prograft / Advagraf);
  • ciclosporine (Neoral).

Bij deze medicijnen kan een extra controle van uw bloedspiegel nodig zijn. Vraag de apotheker om contact op te nemen met uw behandelend arts. 

Moet ik mijn nier beschermen?
Alleen bij sporten waarbij u een trap of klap kunt oplopen, raden we aan een nierschildje aan te schaffen. Vraag ernaar bij uw arts of verpleegkundige.

Wanneer mag ik weer autorijden?
Zodra u zich daar lichamelijk en geestelijk goed genoeg voor voelt.

Moet ik antibiotica gebruiken bij een operatieve ingreep?
Bij een kleine ingreep zoals het verwijderen van een kleine huidtumor is dit niet nodig. Bij een grotere ingreep of een tandheelkundige behandeling waarbij u veel bloed verliest, adviseren we preventief een antibioticum te gebruiken. Informeer hiervoor bij uw arts.

Moet ik meewerken aan de oproep voor de griepprik?
Nierpatiënten horen tot de risicogroepen die in aanmerking komen voor de griepprik. Maar de medicijnen tegen afstoting kunnen de werking van de griepprik beïnvloeden. Is de transplantatie minder dan een half jaar geleden? Overleg dan met uw behandelend arts of de griepprik zinvol is. Als de transplantatie langer dan een half jaar geleden is, kunt de griepprik het beste wel halen.

Wanneer kan ik weer gaan werken?
Dit is afhankelijk van uw herstel en werksituatie. Bespreek het bij twijfel met uw arts of verpleegkundige.

Mag ik zwanger worden na een niertransplantatie?
Als uw nierfunctie goed is en er zijn geen andere grote problemen kan het meestal wel. Maar pas anderhalf jaar na de transplantatie. Bespreek uw kinderwens met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.