Wat kun je zelf doen?

Vaak is het fijn als mensen je begrijpen. Om daarvoor te zorgen, kun je praten over de dingen waar je last van hebt. Met je ouders, vrienden of online (chatten) met kinderen die hetzelfde meemaken. Dat laatste noemen we contact met lotgenoten. Je kunt hiervoor terecht bij een patiëntenorganisatie: een vereniging van mensen die dezelfde ziekte hebben en die elkaar helpen. De verpleegkundige kan je vertellen waar je deze verenigingen kunt vinden.  

Hulp van verpleegkundige of maatschappelijk werker

De verpleegkundige of maatschappelijk werker kan met je meedenken over de dingen waar je last van hebt. Zo kan hij/zij je bijvoorbeeld helpen om een familiegesprek of schoolgesprek te organiseren. In zo’n gesprek vertel je alles wat met je ziekte te maken heeft aan je familie/klasgenoten. Je kunt vertellen wat je moeilijk vindt of wat je graag zou willen. En je kunt afspreken hoe je omgaat met dingen die lastig zijn.

App

Als je niet zo goed weet hoe je je voelt en of je hulp kunt gebruiken, dan is er een app waarmee je kunt kijken hoe het met je gaat. Wat gaat er goed en waar zou je misschien hulp bij kunnen gebruiken? Je vindt de app op kind.mijnpositievegezondheid.nl.
Amalia kinderziekenhuis Informatie voor kinderen je rot voelen omdat je ziek bent

Je boos/verdrietig/bang voelen door je ziekte

Als je ziek bent, kun je je rot voelen. Op deze pagina leggen we uit hoe we je hierbij kunnen helpen, zodat je je hopelijk minder rot voelt. lees meer

Je boos/verdrietig/bang voelen door je ziekte

Als je ziek bent, kun je je rot voelen, bijvoorbeeld omdat je pijn hebt. Of misschien voel je je verdrietig, omdat je sommige dingen niet meer mag doen. Sommige kinderen voelen zich boos omdat juist zíj ziek zijn of ze zijn bang voor de onderzoeken en behandelingen in het ziekenhuis. Weer andere kinderen voelen zich niet begrepen door hun vrienden of zijn jaloers op hun broertjes of zusjes die niet ziek zijn. We delen deze dingen waar je last van kunt hebben in 3 groepen in:
  • lichamelijke klachten: dingen die niet fijn zijn aan je lijf. Denk aan je moe voelen, pijn hebben, iets niet kunnen met je lijf.
  • emotionele klachten: alles wat met je gevoel te maken heeft. Bijvoorbeeld verdriet, bang zijn, boos zijn.
  • sociale problemen: als het te maken heeft met het contact met anderen. Denk aan je ouders, broers/zussen, vrienden, familie of leraren. 

Wanneer krijg je er last van?

Veel kinderen die ziek zijn hebben last van emotionele klachten of sociale problemen, maar niet iedereen. Je kunt er last van hebben als je net weet dat je ziek bent. Maar het kan ook pas later voorkomen. Bijvoorbeeld tijdens een behandeling of zelfs daarna. Het is niet raar als je je zo voelt. 
Ook mensen om je heen kunnen het lastig vinden om met jouw ziekte om te gaan. Misschien vinden je ouders het lastig om hun aandacht te verdelen tussen jou en je broer(s)/zus(sen). Of vinden mensen het lastig om met je over jouw ziekte te praten. Bij het kopje ‘meer weten’ staan voor de mensen om je heen ook handige websites.

Wat kun je doen?
Je lichamelijke klachten kun je bespreken met je arts of de verpleegkundige. Waar je met je andere gevoelens terecht kunt, leggen we uit op deze pagina.

Vragen?

Vragen over rotgevoelens door je ziekte? Praat erover met je arts of verpleegkundige. Zij kunnen je helpen de juiste steun te vinden.

Hulp bij rotgevoelens


Wat merk je in je dagelijks leven?

Sommige ziektes gaan over. Maar het kan zijn dat je nooit meer hetzelfde kunt doen als vroeger. Of misschien ben je geboren met een ziekte waardoor je steeds minder kunt. Je leven verloopt dan anders dan dat van de meeste kinderen. lees meer

Wat merk je in je dagelijks leven?

Als je dingen niet meer kunt doen
Sommige ziektes gaan over. Maar het kan zijn dat je nooit meer hetzelfde kunt doen als vroeger. Of misschien ben je geboren met een ziekte waardoor je steeds minder kunt. Je leven verloopt dan anders dan dat van de meeste kinderen. Je kunt daardoor bijvoorbeeld minder of helemaal niet (meer) naar school, omdat je vaak moe bent of naar het ziekenhuis moet. Of misschien deed je een sport die je niet meer kunt doen.  
 
Als je je toekomstplannen aan moet passen vanwege je ziekte kun je daar verdrietig en boos over zijn. Soms lukt het na een tijdje om ook te kijken naar wat je nog wèl kunt. Als je dat moeilijk vindt, kunnen we je helpen je andere talenten te ontdekken. Misschien vind je wel een nieuwe hobby of sport waar je anders nooit aan gedacht had.
 
Contact met familie en vrienden verandert
Door je ziekte verandert soms het contact met familie of vrienden. Een aantal voorbeelden:
  • Je was gewend alles zelf te doen, maar door je ziekte zorgen je ouders meer voor je en maken ze zich ongerust. Als je dit niet fijn vindt, kun je hier ruzie over krijgen.
  • Doordat je ouders vaak met je naar het ziekenhuis moeten, missen je broers en zussen aandacht van je ouders. Zij zijn misschien jaloers.
  • Door je ziekte ben je veel met jezelf bezig, je vrienden moeten daaraan wennen en vinden het niet leuk dat je minder tijd voor ze hebt.
  • Aan de buitenkant ziet niet iedereen dat je ziek bent, daardoor begrijpt niet iedereen hoe jij je voelt. 
  • Je voelt je onzeker omdat je je door je ziekte anders voelt of er anders uitziet dan anderen. 
Soms kun je vrienden verliezen door je ziekte en dat is niet leuk. Maar soms leer je door je ziekte juist nieuwe vrienden kennen. Bijvoorbeeld iemand met dezelfde ziekte als jij.  

Hoe weet je of je hulp nodig hebt?

De meeste kinderen vinden na een tijdje een manier om met hun ziekte om te gaan. Kun je niet goed wennen aan het ziek zijn? Blijf je bang, boos, verdrietig of onzeker? Praat er dan over met je huisarts of de arts in het ziekenhuis. lees meer

Hoe weet je of je hulp nodig hebt?

De meeste kinderen vinden na een tijdje een manier om met hun ziekte om te gaan. Sommige kinderen lukt dat niet. Zij blijven boos, verdrietig, jaloers of gespannen. En soms doen ze alsof ze niet ziek zijn. Dat lijkt een goed idee, want daardoor voelen ze zich even ‘normaal’. Maar meestal zorgen ze dan niet goed voor zichzelf. Ze nemen bijvoorbeeld hun medicijnen niet in en worden dan juist zieker. Doen alsof je niet ziek bent, is dus niet zo’n goed plan.

Hulp vragen

Kun je niet goed wennen aan het ziek zijn? Blijf je bang, boos, verdrietig of onzeker? Praat er dan over met je huisarts of de dokter in het ziekenhuis. Hij of zij kan samen met jou bepalen aan wie je hulp kunt vragen. Dat kan een familielid of kennis zijn, maar ook een zorgverlener. Als het daarna niet beter met je gaat, vraagt de dokter soms of je een vragenlijst wil invullen. Met jouw antwoorden kan de dokter bepalen welke soort hulp voor jou het beste is. Je beslist uiteindelijk samen met de dokter. Denk vooraf goed na wat je nodig hebt en wat je wil en vertel dit tegen de dokter. Gebruik bijvoorbeeld 3 goede vragen.

Wat kun je zelf doen?

Het helpt om te praten over de dingen waar je last van hebt. Bijvoorbeeld met je ouders, vrienden of met kinderen die hetzelfde meemaken. Ook de verpleegkundige of maat-schappelijk werker kan je helpen bij dingen waar je last van hebt. lees meer

Wat is psychosociale zorg?

De dokters en verpleegkundigen kijken niet alleen naar je ziekte of je lichaam. Ze houden ook rekening met hoe jij je voelt en hoe het gaat tussen jou en de mensen om je heen. De aandacht voor je gevoelens en voor je contact met anderen noemen we psychosociale zorg. lees meer

Wat is psychosociale zorg?

De dokters en verpleegkundigen kijken niet alleen naar je ziekte of je lichaam. Ze houden ook rekening met hoe jij je voelt en hoe het gaat tussen jou en de mensen om je heen. Deze dingen hebben namelijk invloed op elkaar. De aandacht voor je gevoelens (emotionele klachten) en voor je contact met anderen (sociale problemen) noemen we psychosociale zorg. Deze aandacht kan jou helpen om zo goed mogelijk om te gaan met je ziekte en de gevolgen daarvan.

Een voorbeeld

Je hebt een ziekte waardoor je nieren niet goed werken. Voor deze ziekte moet je medicijnen slikken waar je somber van wordt. Bovendien heb je veel school gemist door alle bezoeken aan de dokter. Je hebt binnenkort toetsen, maar daar heb je niet goed voor kunnen leren. Hier krijg je hier stress van, en daardoor vergeet je soms je medicijnen. Na een tijdje merk je dat je meer last krijgt van lichamelijke klachten.    

Welke zorgverleners kunnen je helpen?

Voor hulp bij emotionele en sociale problemen kun je naar verschillende zorgverleners. Welke zorg(verlener) bij je past hangt af van verschillende dingen. lees meer

Welke zorgverleners kunnen je helpen?

Voor hulp bij emotionele en sociale problemen kun je naar verschillende zorgverleners. Welke zorg(verlener) bij je past hangt af van:

  1. wat je nodig hebt. Bijvoorbeeld iemand die naar je luistert of iemand die je helpt dingen te veranderen.
  2. je klachten. Heb je vooral last van sombere gevoelens of vind je het juist lastig om met anderen om te gaan?
  3. Hoeveel klachten je hebt. Heb je 1 praktische vraag of staat je hele leven op zijn kop door je klachten? Ben je bijvoorbeeld zo angstig dat je niet meer naar school of het ziekenhuis durft? Raak je het contact met vrienden kwijt? Of pieker je veel en eet en slaap je daardoor slecht?
  4. wat je zelf wil. Wil je een man of een vrouw? Iemand in de buurt of in het ziekenhuis?
Het is belangrijk dat je je goed voelt bij je zorgverlener.

Welke zorgverleners zijn er?

Maak hieronder een keuze om te zien welke zorgverleners er zijn en wat ze voor je kunnen betekenen.


  • De dokter of verpleegkundige geven je informatie over emotionele en sociale problemen door ziekte. Zij houden in de gaten hoe het met je gaat.


Wie beslist welke hulp je krijgt?

Het hangt af van je leeftijd wie er beslist over je hulp. lees meer

Wie beslist welke hulp je krijgt?

Ben je nog geen 12 jaar?

Je ouders besluiten over onderzoeken en behandelingen die je krijgt. Maar kinderen van jouw leeftijd kunnen vaak al heel goed meedenken over gezondheid en klachten. Daarom moeten ouders en zorgverleners ook naar jouw ideeën en wensen luisteren.

Ben je tussen de 12 en 16 jaar?

Bij alle behandelingen en onderzoeken moeten artsen luisteren naar jouw mening. Je ouders moeten toestemming geven, maar jij ook.  

Ben je 16 jaar of ouder?

Je mag zelf beslissen of je ja zegt tegen een onderzoek of behandeling. Je ouders krijgen alleen informatie als jij dat goed vindt.
  • Medewerkers
  • Intranet