Omgaan met licht

De oogjes van uw baby zijn nog in ontwikkeling. De reactie van de pupil is nog onvoldoende. Hierdoor zijn de oogjes zeer gevoelig voor licht. Ook is de huid van de oogleden nog heel dun. Teveel fel licht heeft niet alleen effect op de ogen, maar ook op het bioritme en het waak- en slaapritme van uw baby.

Als het licht gedempt is zal uw baby alerter zijn en zijn of haar ogen meer openen. Ook kan uw baby dan beter kijken en contact maken. Uw baby is al in staat om te zien. Met name voorwerpen die zich op een afstand van ongeveer 20 centimeter bevinden. Deze afstand komt overeen met de afstand tussen uw gezicht en dat van uw baby als u hem of haar in uw armen houdt.

Bescherm uw baby tegen direct invallend licht. Dit doet u door zijn of haar oogjes af te dekken. De verpleegkundige die voor uw baby zorgt, helpt u de eventuele fototherapielampen uit te zetten. Als uw baby beter tegen licht kan, dek dan zijn of haar oogjes niet de hele tijd af. U kunt bijvoorbeeld tijdens het verzorgen het fototherapiebrilletje of doekje eraf halen om contact te maken met uw baby. Probeer zo min mogelijk licht te gebruiken en maak gebruik van het licht bij de couveuse. Afhankelijk van de conditie en leeftijd van uw baby dekken we de couveuse helmaal of gedeeltelijk af met een losliggende deken of cover.

Als uw baby ouder wordt en de oogjes zich beter ontwikkeld hebben, kan uw baby meer licht verdragen. Zo ligt uw baby tijdens het slapen voldoende in het donker. Door de bewakingsapparatuur blijft de controle op uw baby gewaarborgd. Ook houden we rekening met het dag- en nachtritme. Dit doen we door een verschil te maken tussen het aanbieden van licht overdag en ’s nachts.

Over ontwikkelingsgerichte zorg

Het doel van ontwikkelingsgerichte zorg is de ontwikkeling van uw baby te ondersteunen op de Neonatale Intensive Care Unit (NICU). Dit doen we door de omgeving en hulp aan te passen op wat uw baby aankan.

lees meer

Over ontwikkelingsgerichte zorg

Als uw baby te vroeg geboren wordt verandert er veel. De omgeving in de baarmoeder is heel anders, dan daarbuiten. In de baarmoeder slaapt uw baby veel. Het is er donker en geluid wordt gedempt. Uw kind heeft in het vruchtwater geen last van zwaartekracht en kan bewegen zoals hij of zij wil. Ook hoort hij of zij steeds de stem van zijn of haar ouders en allerlei vertrouwde omgevingsgeluiden. Bovendien zorgt de baarmoeder voor een ideale constante temperatuur. Uw baby krijgt ook continue voeding en zuurstof via de navelstreng.

De omgeving buiten de baarmoeder is nieuw voor uw baby. Hij of zij ervaart nu licht, geluid, aanrakingen en er gebeuren allerlei dingen om hem of haar heen. Uw kind moet leren overleven in een omgeving die niet optimaal bij zijn of haar ontwikkelingsfase past. Zo moet uw baby veel eerder zelf leren ademen en voeding verteren. Uw baby moet indrukken van de omgeving verwerken, terwijl hij of zij daar misschien nog niet aan toe is. Deze aanpassingen aan de nieuwe omgeving willen we zo goed mogelijk ondersteunen door te bewaken wat uw baby aankan. Wij geven uw baby daarom ontwikkelingsgerichte zorg. Het doel van deze zorg is om de ontwikkeling van uw baby te ondersteunen. Dit doen we door de omgeving en de hulp aan te passen aan wat uw baby aankan.

Diepe slaap

Uw baby bespaart energie als hij of zij in een diepe slaap is. Ook bevordert dit de groei. Het is daarom erg belangrijk om uw baby niet te storen in de diepe slaap. Meestal slaapt uw baby maximaal 1 uur in een diepe slaap. Daarna kunnen we uw baby ondersteunen bij het wakker worden en bij het aanpassen aan de omgeving. Op deze manier verkleinen we de hoeveelheid stress. Belangrijk voor de ontwikkeling is dat uw baby ook leert waar hij of zij wel aan toe is. Daarbij heeft uw baby uw, en onze steun nodig. Samen willen we de nieuwe omgeving voor uw baby zo rustig en comfortabel mogelijk maken. Zo hopen we de gevolgen van het te vroeg ter wereld komen van uw baby zoveel mogelijk te beperken.

Aandachts­gebieden bij ontwikkelings­gerichte zorg

Bij ontwikkelingsgerichte zorg kijken we naar verschillende aandachtsgebieden. Bij elk aandachtsgebied kijken we of de zorg goed is afgestemd op uw baby.

lees meer

Aandachts­gebieden bij ontwikkelings­gerichte zorg

Bij Ontwikkelingsgerichte zorg kijken we naar verschillende aandachtsgebieden in de ontwikkeling van uw baby. Voor elk aandachtsgebied kijken we of de zorg goed is afgestemd op uw baby. De aandachtsgebieden zijn:
  • Het lichamelijk functioneren. Ook het functioneren van de verschillende organen.
  • De houding en bewegingen van uw baby.
  • De gedragstoestand. Bijvoorbeeld het waak-slaapritme en de alertheid van uw baby.
  • De interactie. Hierbij kijken we hoe uw baby reageert op aanrakingen en contact.
  • De omgang door uw baby met geluid en licht.
De omstandigheden op de afdeling zijn niet altijd comfortabel voor u of uw baby. Dit komt door de aanwezigheid van veel medisch apparatuur en de alarmgeluiden van deze apparatuur, het soms felle licht en de drukte op de afdeling van verplegend personeel en artsen. Dit kunnen we niet altijd vermijden. Sommige handelingen moeten plaatsvinden. Zo kan het nodig zijn dat we de ‘cover’ of deken over de couveuse voor het grootste gedeelte openlaten of er helemaal afhalen zodat we uw baby kunnen observeren in een instabiele situatie. We streven ernaar de handelingen zo uit te voeren dat de baby en ouders zo min mogelijk belast worden en uw baby zich zo snel mogelijk weer op zijn of haar gemak voelt. Afhankelijk van uw eigen situatie en mogelijkheden kunt u bij een aantal verrichtingen uw baby steunen en troosten.

De omgeving van uw baby aanpassen

  • Zorg ervoor dat u tijdens het verzorgen warme handen heeft. Het is voor uw baby rustiger als u van te voren alles klaarzet. Verzorg uw baby het liefst op momenten dat hij of zij zelf wakker wordt.

    lees meer


    Uw baby verzorgen

    Verzorg uw baby het liefst als hij of zij uit zichzelf wakker wordt. Of ondersteun uw baby om zijn of haar oogjes rustig te openen. Zorg ervoor dat u warme handen heeft en haal de dekens of het doek voorzichtig een stukje van de couveuse af. Bescherm de oogjes van uw baby tegen direct invallend licht en laat uw baby rustig wennen aan het licht.

    Wij proberen het verzorgingsmoment aan te passen op het moment dat u op de afdeling bent en uw baby wakker wordt. Soms is uw baby in een diepe slaap of is hij of zij al veel wakker geweest in de periode daarvoor. De verpleegkundige die op dat moment voor uw baby zorgt, bespreekt dit met u. U kunt uw baby voeden zonder de slaap te verstoren.

    Het is handig en rustiger voor uw baby als u alles klaarzet voordat u begint met verzorgen. Het is comfortabel om uw baby met z’n tweeën te verzorgen. Uw baby kan dan beter getroost worden. Als u uw baby nog niet zelf kunt verzorgen, kunt u hem of haar wel troosten tijdens de verzorging. Geef uw baby een handje, ondersteun hem of haar met 2 handen en praat tegen uw baby. Blijf tijdens de verzorging goed kijken naar de reacties van uw baby. Probeer op tijd een rustpauze in te lassen als uw baby laat zien dat het teveel wordt. Na de verzorging kunt u uw baby helpen tot rust te komen door hem of haar te troosten en door begrenzende steun te geven met 2 handen. Het is beter om uw baby niet alleen te laten als hij of zij onrustig is. Dit kost teveel energie. Ook is het voor uw baby moeilijk om alleen in slaap te vallen. Na de verzorging mag u de couveuse weer afdekken. Zo beschermt u uw baby tegen direct invallend licht en creëert u een eigen persoonlijk plekje.

  • Uw baby voeden

    Als uw baby eraan toe is om te wennen aan het voeden, kunt hierover afspraken maken met de verpleegkundige. U kunt uw baby laten ‘snuffelen’ aan uw borst als u van plan bent borstvoeding te geven. Dit bevordert het hechtingsproces en de toeschietreflex. Uw baby hoeft nog niet echt te drinken.

    Als uw baby wakker is, kunt u een fopspeentje geven tijdens de sondevoeding. Druppel eventueel een paar druppeltjes voeding op de speen, zodat uw baby de voeding ruikt, voelt en proeft. Bied de fopspeen aan door met de fop langs het mondje van uw baby te gaan zodat uw baby zelf zijn of haar mond opendoet.

  • Omgaan met geluid

    Uw baby is door de vroeggeboorte nog zeer gevoelig voor geluid. Uw baby raakt snel overstuur, omdat hij of zij nog geen geluid kan filteren. Ook achtergrondgeluiden hoort uw baby erg goed doordat hij of zij zich nog niet goed kan afsluiten voor bepaalde geluiden. Te harde geluiden verstoren zijn of haar slaap. Uw baby kan hierop reageren door te huilen, een sneller hartritme, geprikkeldheid zijn, neiging tot adempauzes. Hierdoor kan u baby een hogere zuurstofbehoefte hebben. Slapen is voor uw baby erg belangrijk. Vooral de diepe slaap. Hierin groeit en herstelt uw baby zich. Probeer uw baby daarom niet te wekken tijdens de diepe slaap.

    Zorg voor stilte en rust rond de couveuse of het bed. Probeer de zorg aan te passen aan het waak- en slaapritme van uw baby. Als uw baby wakker moet worden, doe dit dan op een rustige manier en ondersteun uw baby met 2 handen. Als u rustig en zachtjes praat, geeft dit rust en vertrouwen. Houd ook rekening met het volgende:
    • Leg geen spullen op de couveuse en ga zachtjes om met materiaal.
    • Sluit de deuren van de couveuse zachtjes door de knoppen in te duwen.
    • Voorkom gesprekken van veel personen rondom de couveuse of het bed van uw baby.
    • Praat zachtjes naast de couveuse. Leg dit ook uit aan uw bezoek en houd gezellige bezoekjes op een andere plek.
    • Dek de couveuse goed af. Daarmee dempt u het geluid.

  • Een goede houding voor uw baby

    We proberen bij uw baby zoveel mogelijk de begrenzende omgeving van de baarmoeder na te bootsen. Dit doet u door uw baby in een nestje te leggen. Hierdoor wordt uw baby begrensd met voldoende bewegingsruimte, net zoals in de baarmoeder. Door de vroeggeboorte heeft uw baby minder kracht. Ook moet uw baby wennen aan de zwaartekracht. Door het gebruik van bijvoorbeeld de ‘snuggle-up’, een soort nestje, wordt uw baby in een goede houding gelegd. De snuggle-up zorgt ervoor dat uw baby in deze houding blijft liggen. Met andere materialen, zoals een molton of katoenen luiers, kunnen we ook een ‘nestje’ maken.

    Probeer uw baby zoveel mogelijk in de zogenaamde ‘foetushouding’ te verzorgen. Dit is dezelfde houding als in de baarmoeder. Zorg tijdens het verzorgen dat uw baby de begrenzing van het ‘nestje’ (snuggle-up) aanhoudt. Ondersteun de armpjes en beentjes door ze tegen het lichaam van uw baby aan te houden. Doe dit ook als u uw baby uit de couveuse haalt. Uw baby vindt het prettig als hij of zij met zijn of haar handjes bij de mond kan en op zijn of haar vingers kan sabbelen. Wissel de kant waarop uw baby ligt steeds af.

    Door stress kan de houding van uw baby gemakkelijk uit balans raken. Als u merkt dat uw baby overstuur raakt, las dan een rustpauze in tijdens de verzorging. Als u denkt dat uw baby wil zuigen, geef hem of haar dan een fopspeentje, praat met uw baby en zorg voor begrenzende steun. Dit doet u door met lichte druk 1 van uw handen op het hoofd en uw andere hand tegen de billen van uw baby te houden. De verpleegkundige die voor uw baby zorgt, helpt u met de juiste houding.

  • Zelfregulatie van uw baby

    Uw baby kan zichzelf troosten en rustig worden. Dit noemen we zelfregulering. Hierdoor voorkomt of vermindert uw baby stress. Als het stressniveau toch teveel toeneemt, is het lastig voor uw baby om zichzelf te troosten.

    Uw baby kan ook troost vinden door ergens op te zuigen, zich te nestelen in een rolletje of ‘snuggle-up’. Ook kan het zijn dan uw baby het prettig vindt om iets vast te houden. Bijvoorbeeld een vinger, dekentje of knuffeltje. Ook kunt u elke dag een nieuw geurdoekje meenemen dat u bij u gedragen heeft. In verband met de hygiëne moet u het knuffeltje of doekje wel dagelijks wassen op 60 graden.

De lichaamstaal van uw baby

Door de lichaamstaal van uw baby kunt u veel over hem of haar leren. Het gedrag van uw baby verandert als hij of zij zich ontwikkelt of de conditie verbetert. Afhankelijk van uw mogelijkheden helpen wij u uw baby te leren begrijpen, steunen en verzorgen.

lees meer

De lichaamstaal van uw baby

Meestal slaapt uw baby als u bij de couveuse komt. De couveuse is toegedekt en uw baby ligt ondergestopt te slapen. U kunt een gedeelte van het doek optillen, de deurtjes van de couveuse zachtjes opendoen en uw handen op uw baby leggen. Uw baby kan dan rustig wakker worden.

We proberen de zorg op u en uw baby af te stemmen. Als uw baby in diepe slaap is, laten we hem of haar slapen. De verzorging kan dan op een later tijdstip plaatsvinden als uw baby in lichtere slaap is. We laten uw baby dan voorzichtig wakker worden. De verzorging van uw baby kan op elk moment van de dag plaatsvinden. Ook buiten de momenten van het eten om. 'Zorg on demand' noemen we dat. Het is erg belangrijk om te kijken naar de lichaamstaal van uw baby, zodat u weet wanneer hij of zij in diepe of lichte slaap is.

Het is belangrijk dat u de tijd neemt om uw baby te bekijken. Zo leert u de lichaamstaal van uw baby (her)kennen. Uw baby laat zien hoe hij of zij zich voelt door bijvoorbeeld zijn of haar gedrag en gezichtsuitdrukkingen. U leert wat uw baby prettig vindt en wat niet. Vertel de verpleegkundige die voor uw baby zorgt wat u ziet bij uw baby. U kunt uw baby helpen op momenten dat hij of zij het moeilijk heeft. Ook kunt u uw baby normale ervaringen op laten doen op momenten dat hij of zij daarvoor openstaat. Dit is goed voor de ontwikkeling van uw baby.

Uw baby voelt zicht comfortabel

Als uw baby zich comfortabel voelt dan heeft hij of zij een mooie roze kleur en een rustige ademhaling. Ook slaapt uw baby lange periodes en kan hij of zij rustig wakker worden. Uw baby ligt in een rustig gebogen houding met gebogen beentjes en ontspannen armpjes.

Uw baby kan het laten zien als hij of zij zich niet comfortabel voelt. Uw baby heeft dan geen mooie roze kleur en ook zijn of haar ademhaling is onregelmatig. Uw baby kan een gespannen houding hebben en hierbij zijn of haar armen en benen strekken. Uw kind kan op dit soort momenten snel schrikken. Ook kan hij of zij voeding teruggeven en niet reageren op hulp of contact.

Uw baby staat open voor contact

Uw baby is wakker, rustig en ontspannen. Zijn of haar armpjes en beentjes liggen gebogen en in een ontspannen houding. Ook de ademhaling is rustig en uw baby heeft een roze kleur. Uw baby zoekt ook oogcontact. Dit is een goed moment om tegen uw baby te praten en contact te maken.

Hoe maakt uw baby contact met u?

  • Uw baby kijkt, ook al is het maar heel kort.
  • Uw baby is duidelijk alert, heeft heldere ogen en een levendige gelaatsuitdrukking.
  • Uw baby glimlacht.
  • Uw baby maakt geluidjes.
  • Uw baby opent zijn of haar handje of grijpt uw vinger.

Hoe laat uw baby zien dat contact maken teveel voor hem of haar wordt?

  • Zijn of haar gezichtje is minder ontspannen.
  • Wenkbrauwen zijn gefronst.
  • Oogjes vallen dicht.
  • Uw baby dreigt in slaap te vallen.
  • Hij of zij went het hoofdje af.
Dit is een goed moment om uw baby te helpen met in slaap vallen door de couveuse af te dekken. Uw baby valt gemakkelijker in slaap als u uw handen op uw baby legt.

Neonatale Intensive Care Unit (NICU)

Kinderen op deze unit hebben extra ondersteuning en bewaking van vitale functies nodig, zoals beademing en bloeddrukondersteuning. De zorg op deze unit is erg complex en vaak technisch.

lees meer

Neonatale Intensive Care Unit (NICU)

Kinderen op deze unit hebben extra ondersteuning en bewaking van vitale functies nodig, zoals beademing en bloeddrukondersteuning. De zorg op deze unit is erg complex en vaak technisch.
 

ECMO

Ook ECMO-behandeling is mogelijk. ECMO staat voor Extra Corporele Membraan Oxygenatie. Het is een methode die de functie van het hart en de longen tijdelijk grotendeels overneemt. Dit gebeurt met een hart-longmachine. Nijmegen is één van de twee centra in Nederland waar deze behandeling mogelijk is.

Kangoeroeën of buidelen

Buidelen, ook wel kangoeroeën genoemd is een manier om uw baby heel dichtbij u te hebben. U kunt beginnen met kangoeroeën als de toestand van uw baby het toelaat.

lees meer

Kangoeroeën of buidelen

Binnen de ontwikkelingsgerichte zorg is buidelen, ook wel kangoeroeën genoemd, erg belangrijk. Het is een manier om uw baby heel dichtbij u te hebben, tegen uw blote huid aan. Dankzij het kangoeroeën leert u uw baby beter kennen. Ook beseft u tijdens het buidelen goed dat u de moeder of vader bent. U kunt beginnen met kangoeroeën als de toestand van uw baby het toelaat.

Bij het kangoeroeën haalt u uw baby uit de couveuse. U legt hem of haar bloot op uw blote borst. Dek uw baby vervolgens toe met een molton of deken. Uw baby kan dan het beste met het hoofdje omhoog tegen uw borst liggen. Ondersteun uw baby daarbij van onderen. Het is prettig als u in een stoel zit waarbij u achterover kunt leunen.

Kangoeroeën kunt u als moeder of als vader doen. In het begin is uw baby bij het kangoeroeën meestal heel wakker. Hij of zij kijkt rond, maakt geluidjes en friemelt met zijn of haar handjes aan uw borst of borstharen. Het lijkt alsof uw baby de omgeving verkent en contact met u wil maken. Na een tijdje kan uw baby in diepe slaap vallen. Hij of zij ontspant zich dan helemaal. Als uw baby nog heel klein is kunt u ook kangoeroeën. Wel is het belangrijk dat uw baby stabiel is. Meestal ziet u dat de ademhaling bij het kangoeroeën regelmatiger wordt. Vaak is de behoefte aan zuurstof tijdens het kangoeroën minder. Dit komt waarschijnlijk doordat uw baby dan beter doorademt. Uw baby ligt op uw warme borst en koelt daardoor minder af. Een infuus of bewakingsapertuur bij uw baby hoeft geen probleem te zijn bij het kangoeroeën. De elektroden kunnen gewoon blijven zitten.

Hoe lang u kunt kangoeroeën, hangt af van de conditie van uw baby. Overleg het kangaroeën met de verpleegkundige die voor uw baby zorgt. Als uw baby enigszins stabiel is, kan het kangoeroeën 1 à 2 uur duren. U kunt dit meerdere keren per dag doen.

Tijdens het kangoeroeën kan uw baby gewoon sondevoeding krijgen. Vaak ontdekt uw baby de tepel van zijn of haar moeder en zuigt of sabbelt hierop. Dit noemen we snuffelen. De zogeheten toeschietreflex wordt hierdoor bevorderd, waardoor melk gaat lopen. Het huidcontact is goed voor uw baby. Uw baby voelt zich veilig en geborgen bij u. U kunt uw baby in alle rust bekijken en tegen hem of haar praten. Uw baby kan u tijdens het kangoeroeën veel beter horen, voelen en ruiken dan wanneer hij of zij in de couveuse ligt. U voelt het warme lijfje van uw baby heerlijk tegen u aan. U voelt de bewegingen, hoort zachte geluidjes en ziet soms een verwonderde blik. De combinatie van geur, sabbelen, stemgeluid en aanraken biedt uw baby de optimale mogelijkheid om zich veilig en geborgen te voelen bij u. Dit bevordert de hechting tussen u en uw baby. Als u er niet bent, kunt u een geurdoekje bij uw baby leggen. Dit doekje kunt u van te voren bij u dragen en vervolgens bij uw baby achterlaten. Verwissel het doekje de volgende dag weer.