Nieuws en media De Nieuwe Mens De Nieuwe Mens wordt behandeld zonder dokter
Zou je je laten behandelen door een robot? Ook als je weet dat deze nauwkeuriger is dan een menselijke dokter? Niet alle aanwezigen bij ‘De Nieuwe Mens wordt behandeld zonder dokter’ op 27 februari zouden hierop ja zeggen, maar een ding staat wel vast: de robotdokter is er al.
 
Langzamerhand dringen robots de operatiekamer binnen. Nu worden ze nog bestuurd door artsen, die bijvoorbeeld met een joystick een robothand besturen. Maar artsen van het Radboudumc ontwikkelden samen met de TU Eindhoven de eerste robot die binnenkort zelfstandig een operatie uit kan voeren: het boren van een gat in een schedel. Promovendus Cindy Nabuurs onderzoekt de toepassing van deze RoboSculpt: ‘Het gaat om operaties in de schedel waarbij je uren aan het boren bent om bij een diepgelegen tumor te komen. Als je zolang achter elkaar bezig bent, gaat je concentratie achteruit. Als je erg moe bent, begint het moeilijkste gedeelte van de operatie pas: de tumordissectie. Een robot kan dat bot veel sneller wegboren. De operatieduur wordt dan ook korter en daardoor de tijd dat een patiënt onder narcose is.’
 
Veel patiënten die Cindy gesproken heeft zijn enthousiast over de komst van de zelfopererende robot: ‘Er is een groepje dat de chirurg vertrouwt en als de chirurg zegt dat de robot beter is, dat ze dat dan geloven. Een ander deel zegt altijd het beste te willen, dus als de robot beter is, ze dat natuurlijk willen.’ Omdat de robot een specifieke taak uitvoert, is het geen vervanging van de chirurg. ‘De robot is een toegevoegde waarde. De chirurg staat er dus altijd naast en kan ingrijpen als er iets gebeurt. Ook al is de kans op een fout tien keer zo klein als bij een mens. Helemaal foutloos kunnen we nooit honderd procent garanderen, maar fouten van robots worden minder snel geaccepteerd. We willen de eerste operatie in 2020-2021 uitvoeren. Dan moet hij zo goed als foutloos zijn.’
 
Ook op andere terreinen wordt werk van artsen overgenomen door de techniek. In de radiologie en pathologie worden diagnoses gesteld op basis van beelden. Beeldherkenning is een taak die computers tegenwoordig steeds beter kunnen. Kan een computer dan ook een tumor herkennen? ‘Ja,’ zegt onderzoeker Geert Litjens, ‘Als jij een paar keer tumoren hebt gezien op microscopische beelden, dan herken je die op een gegeven moment. De computer kan dat ook. Wij hebben een kunstmatig intelligent systeem getraind op groepjes cellen. Bij iedere groepje gaven we aan of het een uitzaaiing was of niet. Het algoritme geeft aan welke dingen hij verdacht vindt. Die moeten dan alleen nog door de patholoog bekeken worden. Voordeel is dat een computer nooit moe wordt, dus alsmaar door kan gaan.’
 
Litjens deed in 2017 onderzoek gedaan een aantal verschillende systemen werden vergeleken met elf pathologen. Daaruit bleek dat de beste systemen het beter doen dan de pathologen in een realistische werksituatie in het ziekenhuis. Daarnaast werken ze natuurlijk veel sneller. Maar ook hier zullen de computersystemen de arts niet helemaal vervangen, denkt Litjens. ‘Er zijn nog een aantal taken heel moeilijk voor de computer. Bijvoorbeeld een inschatting maken hoe groot de kans is dat kanker terugkeert. Dat is eigenlijk best subjectief. Als je dat aan verschillende pathologen vraagt, geven ze niet allemaal hetzelfde antwoord. Om dat een computer te leren, moet je enorme hoeveelheden datasets hebben. Die datasets zijn er niet, dus ik voorzie zo’n systeem niet op heel korte termijn.’
 
Dat robots en computer moeilijke of geestdodende taken van de dokter kunnen overnemen, is voor die artsen natuurlijk goed nieuws. Maar schiet de patiënt er ook wat mee op? ‘Ik denk dat je kunstmatige intelligentie het beste in kunt zetten op gebieden waar het beter kan presteren dan mensen, zoals dus het beoordelen van beelden in de pathologie en radiologie,’ zegt Maartje Schermer, bijzonder hoogleraar Filosofie van de geneeskunde en de maakbaarheid van de mens aan het Erasmus MC. ‘Aan de andere kant zijn er dingen die mensen gewoon beter kunnen, zoals interpersoonlijk contact en het maken van normatieve en morele afwegingen. Kijken of een behandeling wel of niet bij een patiënt past. Dat is veel meer dan een technisch verhaal. Je kunt niet alles aan de kunstmatige intelligentie overlaten. Het is overigens wel grappig dat gezelschapsrobots voor ouderen en mensen met een verstandelijke beperkingen wel echt een gevoel van contact geven. Vergelijk het met huisdieren die troost kunnen geven. Die snappen ook echt niet wat je tegen ze zegt, maar zijn voor veel mensen echt een maatje.’