Diagnosefase

De meeste patiënten worden door een medisch specialist uit een ander ziekenhuis met de diagnose slokdarmkanker verwezen naar het Slokdarm-Maag Centrum Oost Nederland (SMACON). De diagnose-onderzoeken vinden dus veelal plaats in andere ziekenhuizen.
maximaal één week
Onderzoeken
Intake SMACON
Slokdarm-Maag Centrum Oost Nederland
Adviesgesprek behandelplan

Behandelfase

De behandeling van slokdarmkanker is complex. Alleen patiënten die geen uitzaaiingen hebben, komen voor een operatie in aanmerking. Een operatie wordt bijna altijd voorafgegaan door radio-chemotherapie.
Behandeling
Curatieve behandeling van slokdarmkanker
Palliatieve behandeling bij slokdarmkanker

Nazorgfase

Uitslaggesprek
Controle en herstel
Emoties bij kanker

Controle en herstel


Controle

Na een behandeling voor slokdarmkanker komt u op controle bij uw hoofdbehandelaar. In overleg kan dit ook in uw eigen ziekenhuis.

lees meer

Controle

Na een behandeling voor slokdarmkanker komt u op controle bij uw hoofdbehandelaar. In overleg kan dit ook in uw eigen ziekenhuis. De controles zijn in de eerste plaats gericht op het effect van de behandeling en op begeleiden van de gevolgen van de slokdarmoperatie. Daarnaast controleert de arts of er signalen zijn dat de tumor weer terugkeert.

Herstelperiode

In het algemeen zult u thuis ruim voldoende tijd moeten nemen om aan te sterken van de operatie en weer te leren eten. Dit kan zes weken tot drie maanden duren.

lees meer

Herstelperiode

In het algemeen zult u thuis ruim voldoende tijd moeten nemen om aan te sterken van de operatie en weer te leren eten. Dit kan zes weken tot drie maanden duren. De voedselvertering kan verminderd zijn, wat kan leiden tot gewichtsverlies. In de regel is dit niet meer dan 10% van uw gewicht vóór de operatie. Ook kunnen de bestralingen en chemotherapie die u hebt gehad een geïrriteerd slijmvlies tot gevolg hebben. En u kunt zich na het gebruik van een maaltijd soms wat misselijk of draaierig voelen.

De maaltijdhoeveelheden van vóór de operatie kunt u niet meer gebruiken. Daarom moet u ze verdelen over meerdere aangepaste porties. De diëtiste vertelt u meer daarover voordat u naar huis gaat. Zonodig begeleidt zij u ook poliklinisch bij bovenstaande problemen.


Vermoeidheid

Veel patiënten zijn langdurig moe na de operatie. Vindt de arts geen andere verklaring voor de vermoeidheid, dan is dit niet verontrustend, maar wel hinderlijk.

lees meer

Vermoeidheid

Veel patiënten zijn langdurig moe na de operatie. Vindt de arts geen andere verklaring voor de vermoeidheid, dan is dit niet verontrustend, maar wel hinderlijk. In de meeste gevallen verdwijnt de vermoeidheid in het eerste jaar na de operatie en zijn alleen goede leefadviezen nodig. Hebt u meer aandacht en hulp nodig, dan kunt u gebruik maken van speciale trainingsprogramma’s die enkele instanties aanbieden. Zoals bijvoorbeeld ‘Herstel en Balans’ van het IKO.