Patientenzorg Behandelingen AMS 800 sluitspierprothese voor de blaas

Wat is een sluitspierprothese (AMS 800™)?

De sluitspierprothese is een manier om stressincontinentie te behandelen bij mannen. Hierbij plaatsen we met een operatie een manchet rondom de plasbuis. Vloeistof vanuit een drukballon vult de manchet en drukt de plasbuis dicht.

lees meer

Wat is een sluitspierprothese (AMS 800™)?

De sluitspierprothese is een manier om stressincontinentie te behandelen bij mannen. Hierbij plaatsen we met een operatie een manchet rondom de plasbuis. Vloeistof vanuit een drukballon vult de manchet en drukt de plasbuis dicht. Met een pompje in de balzak kunt u de manchet leeg pompen. Hierdoor gaat de druk van de plasbuis en kunt u plassen. Na een tijdje sluit de manchet zich weer vanzelf af.

Contact

Polikliniek Urologie

(024) 361 38 03, bereikbaar tussen 8.00 -17.00 uur (volg het keuzemenu)


Naar uw afspraak bij Urologie

Ingang: Hoofdingang
Route: 725

bekijk route

Naar uw afspraak bij Urologie

Bezoekadres

Radboudumc hoofdingang
Geert Grooteplein Zuid 10
6525 GA Nijmegen

Routebeschrijving

Reis naar Geert Grooteplein Zuid 10
Ga naar binnen bij: Hoofdingang
Volg route 725

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

lees meer

De operatie Wat kunt u verwachten?

Via een snee tussen de balzak en de anus leggen we uw plasbuis vrij. Hier plaatsen we de manchet rondom de plasbuis. Ook maken we een snee in de onderbuik, net boven de lies.

lees meer

De operatie Wat kunt u verwachten?

Via een snee tussen de balzak en de anus leggen we uw plasbuis vrij. Hier plaatsen we de manchet rondom de plasbuis. Ook maken we een snee in de onderbuik, net boven de lies. Hier brengen we de drukballon en het pompje naar de balzak in. Als alle onderdelen zijn ingebracht, verbinden we deze met elkaar via een snee boven de lies.
  • De prothese bestaat uit:
  • Een manchet die om de plasbuis ligt.
  • Een drukballon die naast de blaas ligt.
  • Een pompje dat in de balzak zit.
Slangetjes die de manchet, drukballon en pompje met elkaar verbinden.
In rusttoestand zit er een steriele vloeistof in de manchet. Daardoor wordt de plasbuis licht samengeknepen en blijft de urine in de blaas. Om te kunnen plassen, moet u de manchet leegmaken. De vloeistof gaat dan tijdelijk naar de drukballon.  Dit doet u door een paar keer op het onderste, zachte gedeelte van het pompje te drukken. De manchet is dan leeg en de plasbuis open, waardoor de urine weg kan lopen. Na het plassen vult de manchet zich automatisch weer met vloeistof. Na een paar minuten is de manchet weer genoeg gevuld om de plasbuis goed af te sluiten.

Na de operatie Waar moet u rekening mee houden?

Na de operatie gaat u naar de uitslaapafdeling totdat u wakker bent van de narcose of de ruggenprik is uitgewerkt. Als u fit genoeg bent, gaat u weer terug naar de verpleegafdeling.

lees meer

Na de operatie Waar moet u rekening mee houden?

Waar moet u rekening mee houden?

  • Na de operatie gaat u naar de uitslaapafdeling totdat u wakker bent van de narcose of de ruggenprik is uitgewerkt. Als u fit genoeg bent, gaat u weer terug naar de verpleegafdeling.
  • U blijft meestal 1 nacht opgenomen.
  • De eerste dag na de operatie verwijderen we de blaaskatheter die tijdens de operatie via uw plasbuis is ingebracht.
  • Nadat we de katheter hebben verwijderd, probeert u zelf te plassen. Als u voelt dat u moet plassen, gaat u naar het toilet om dit te proberen. U gaat ontspannen op het toilet zitten en perst niet. Het plassen moet vanzelf gaan. De verpleegkundige controleert met een scanner of uw blaas goed leeg is geraakt. U mag naar huis als u kunt plassen en er geen urine meer in uw blaas achterblijft. Lukt het plassen niet? Dan krijgt u opnieuw de katheter tijdelijk terug en kunt u naar huis.
  • Na de operatie ben u nog incontinent. De prothese is na de operatie nog niet geactiveerd. Eerst laten we de inwendige genezen. U heeft dus nog incontinentiemateriaal nodig.
  • Om het wondgebied te beschermen, krijgt u voor 5 dagen een antibioticum mee naar huis.
  • Ongeveer 6 weken na de operatie zien we u op de polikliniek Urologie voor controle. Tijdens deze afspraak activeert een arts de prothese. Aansluitend krijgt u een afspraak met een verpleegkundige. De verpleegkundige  leert u hoe u de prothese moet bedienen om te plassen.

Aandachtspunten

  • De eerste 2 weken mag u niet in bad of zwemmen. Kortdurend douchen mag wel. Als na 2 weken de wondjes netjes dicht zijn, mag u ook weer in bad.
  • Fiets de eerste 6 wekenniet.
  • De eerste 6 weken mag u niet te veel bewegen of zwaar tillen. Daarna kunt u uw activiteiten uitbreiden. Pijn en vermoeidheid zijn meestal signalen dat u te veel heeft gedaan. De meeste sporten kunt u na 6 weken weer doen. Het is juist de bedoeling dat u na de operatie weer volledig actief kunt zijn. Bespreek dit met uw arts bij de controle na de operatie.
  • Vermijd een harde zitting. U kunt beter op een zacht kussentje gaan zitten.
  • De eerste 6 weken na de operatie mag u niet persen als u naar de toilet gaat. Zorg daarom voor een zachte ontlasting.
  • De hechtingen lossen vanzelf op.
  • Soms moeten we de prothese uitzetten, bijvoorbeeld omdat een blaaskatheter moet worden ingebracht. De sluitspierprothese heeft een knop om hem uit te zetten. Deze zit aan de bovenkant van het controlepompje op het harde gedeelte. De uroloog zet de prothese aan en uit.
  • Het is belangrijk dat artsen en andere zorgverleners weten dat u een sluitspierprothese heeft, zeker in noodgevallen. Bij het inbrengen van een blaaskatheter via de plasbuis kan bijvoorbeeld de plasbuis of prothese beschadigd raken. Daarom krijgt u een pasje mee waarop staat dat u een prothese heeft, met instructies voor hulpverleners. Draag deze pas altijd bij u.

Complicaties

Aan elke operatie zijn risico’s verbonden, zoals een nabloeding, infectie of nadelige gevolgen van de ruggenprik of narcose. Daarnaast zijn bij deze operatie andere complicaties mogelijk:

  • Pijn na de operatie en een kleine bloeduitstorting. Dit is meestal tijdelijk.
  • Een wondinfectie waarbij ook de sluitspierprothese geïnfecteerd is. We moeten dan de geïnfecteerde prothese verwijderen. Om wondinfecties te voorkomen geven we tijdens de operatie en gedurende 5 dagen daarna een antibioticum. Deze antibioticumkuur moet u afmaken.
  • Er kan zogenaamde erosie optreden. Dit kan ook lange tijd na de operatie gebeuren. Hierbij trekt de manchet door de plasbuis. De manchet moeten we dan operatief verwijderen. Als de plasbuis goed hersteld is, kan er meestal met een extra operatie een nieuwe manchet worden geplaatst.
  • Lekkage van een onderdeel van de prothese waardoor de vulvloeistof uit de prothese loopt. Afhankelijk van welk onderdeel lek is en hoe oud de prothese is, moeten we met een operatie het onderdeel of de hele prothese vervangen.

Contact:

Als u thuis last krijgt van onderstaande klachten, neem dan contact op tijdens kantooruren met de polikliniek Urologie en buiten kantooruren met de verpleegafdeling Urologie.

  • Ernstige, aanhoudende pijn.
  • Flinke roodheid, zwelling en warmte bij de operatiewonden.
  • Koorts boven de 38,5 graden Celsius.

Neem altijd contact op indien zich problemen voor doen met de sluitspierprothese of bediening van de sluitspierprothese.

  • Snel naar