Sterftecijfers

Hoeveel patiënten overlijden er jaarlijks in het Radboudumc? Voor het vergelijken van sterftecijfers tussen ziekenhuizen is een maat ontwikkeld: de Hospital Standardised Mortality Ratio (HSMR). De HSMR geeft de verhouding weer tussen:



Bij het berekenen van het verwachte aantal te overlijden patiënten wordt rekening gehouden met het profiel van patiënten: niet alleen de aandoening waarvoor de patiënt in eerste instantie naar het ziekenhuis kwam  maar ook andere aandoeningen (comorbiditeit) en de leeftijd van patiënten spelen een rol in de kans op overleving. Voor dit soort factoren wordt het sterftecijfer gecorrigeerd.
Naast de HSMR worden ook specifieke Standard Mortality Ratio’s (SMR) berekend. De SMR geeft net als de HSMR aan hoe hoog de sterfte in een ziekenhuis is ten opzichte van de verwachte sterfte, maar dan voor specifieke diagnose- en patiëntengroepen. Er wordt ook een berekening gemaakt van de gecorrigeerde sterfte per aandoening over drie jaren in plaats van over één afzonderlijk jaar. Dit geeft een meer nauwkeurige schatting van de SMR.

De SMR’s zijn berekend voor 157 diagnosegroepen in de jaren 2013-2015 waaruit de HSMR is opgebouwd. Voorgaande verslagjaren werd de HSMR berekend over 50 diagnosegroepen. Daarnaast zijn de SMR’s ook berekend voor een aantal kenmerken van de patiënt (geslacht en leeftijd) en of de opname wel of niet gepland was.

HSMR Radboudumc 2015

Het Radboudumc heeft sinds 2014 een deel van de registratie verbeterd.  Patiënten die op de SEH overlijden en dus niet meer elders in het Radboudumc worden opgenomen, werden in eerdere verslagjaren onterecht voor de HSMR meegerekend. De HSMR wordt echter enkel berekend over klinische opnames. Aangezien er bij het overlijden op de SEH  geen sprake is van een klinische opname, zijn deze patiënten vanaf 2014 niet meer meegenomen in de HSMR.

In 2015 kwam de HSMR van het Radboudumc uit op 99. Dit cijfer is gebaseerd op 30613 opgenomen patiënten waarvan er 509 in het ziekenhuis zijn overleden.

Als de HSMR-uitkomst 100 is, dan is de verwachte sterfte gelijk aan de werkelijke sterfte. Bij een getal onder de 100 is de sterfte lager dan verwacht, bij een getal boven de 100 is de sterfte hoger dan verwacht. Met 99 is de HSMR van het Radboudumc in 2015 gelijk aan het landelijk gemiddelde.

SMR Radboudumc 2013-2015

Bij  drie diagnosegroepen is de sterfte in het Radboudumc lager dan de verwachte sterfte. De SMR’s Acuut myocard infarct en de SMR Hartstilstand en ventrikelfibrilleren zijn voor het eerst niet meer verhoogd voor de jaren 2013-2015 samen. Dit is waarschijnlijk te danken aan de verbeterde registratie van patiënten die op de SEH overlijden.

Daarnaast is voor negen diagnosegroepen de sterfte hoger dan verwacht, voor:
  • Acute cerebrovasculaire aandoening
  • Prematuriteit: laag geboortegewicht
  • Intra-uterine hypoxie, perinatale asfyxie en geelzucht
  • Overige perinatale aandoeningen
  • Intracraniaal letsel
  • Overige niet gespecificeerde goedaardige nieuwvormingen
  • Crush-letsel of inwendige verwondingen
  • Brandwonden
  • Overig letsel en aandoeningen door externe oorzaken
Er zijn meer academische ziekenhuizen die op de bovenstaande aandoeningen een verhoogde SMR scoren. Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) heeft in 2016 onderzoek gedaan naar SMR’s waarop verschillend wordt gescoord tussen academische en niet-academische ziekenhuizen. Het CBS vond verschillen bij de volgende SMR groepen: Acute cerebrovasculaire aandoening, Perinatale aandoeningen (Prematuriteit: laag geboortegewicht, Intra-uterine hypoxie, perinatale asfyxie en geelzucht en Overige perinatale aandoeningen) en voor patiënten met intracraniaal letsel. Volgens het CBS komen deze verschillen tot stand omdat juist de meest ernstig zieke patiënten naar academische ziekenhuizen worden gebracht. Het rekenmodel corrigeert niet voldoende voor deze bijzondere groepen patiënten. Er zou bijvoorbeeld extra gecorrigeerd moeten worden voor geboortegewicht, zwangerschapsduur en/of AGPAR score voor de perinatale aandoeningen.  Voor Acute cerebrovasculaire aandoeningen en Intracraniaal letsel zouden er ook extra correcties moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld met de stroke-score of coma-schaal. Deze variabelen zijn echter op dit moment niet aanwezig in de database waarmee de HSMR berekend wordt en er zal eerst onderzoek gedaan moeten worden naar het gebruik van deze correctiefactoren, aldus het CBS.

Prenatale aandoeningen, Acute cerebrovasculaire aandoening, en Intracraniaal letsel in het Radboudumc


Ernstig zieke pasgeborenen worden in Nederland verwezen naar centra met speciale intensive care faciliteiten (NICU’s). Eventuele sterfte van deze kinderen zal daarom in zijn algemeenheid daar plaats vinden en niet in de regionale ziekenhuizen. De SMR is daarom voor deze groep patiënten geen goed instrument. Het corrigeert namelijk niet voor dit gegeven. Daarnaast is de case mix verschillend voor de verschillende ziekenhuizen en corrigeert de SMR’s te weinig voor ziektespecifieke aspecten. Het Erasmus MC en het Radboudumc krijgen landelijk gezien de meest zieke pasgeborenen vanwege de aanwezigheid van ECMO apparatuur (Extra Corporele Membraam Oxygenatie, hart-long machine). Ook dit is van invloed op de SMR. De kwaliteit van de zorg wordt door het Radboudumc gemonitord via regionale perinatale audits, lokale mortaliteitsbesprekingen, deelname en benchmarking aan verschillende registraties (Congenital Diaphragmatic Hernia en Extracorporeal Life Support Organization en PICE).

Daarnaast moet worden opgemerkt dat bij controle van de gegevens waarop deze SMR is gebaseerd, gebleken is dat deze niet volledig juist waren. Er is een fout gemaakt bij het indelen naar geboortegewicht. Vanaf verslagjaar 2016 zal de registratie voor de SMR groep Prematuriteit; laag geboortegewicht verbeterd worden in het Radboudumc en zal de SMR waarschijnlijk lager uitvallen dan in 2015. .

De SMR’s Acute cerebrovasculaire aandoeningen en Intracraniaal letsel zijn verhoogd in het Radboudumc voor de jaren 2013-2015. Dossieronderzoek en data die verzameld zijn op andere wijze laten zien dat er  geen aanwijzingen zijn voor verhoogde sterfte of vermijdbare schade.

Overige SMR groepen verhoogd in het Radboudumc

Verder zijn over 2013-2015 de volgende SMR groepen nog verhoogd: Overige niet gespecificeerde goedaardige nieuwvormingen, Crush-letsel of inwendige verwondingen, Brandwonden en Overig letsel en aandoeningen door externe oorzaken. Voor een selectie van deze patiënten, namelijk de patiënten met een lage sterftekans, is dossieranalyse gedaan. Daaruit is gebleken dat er geen sprake is geweest van vermijdbare sterfte. In sommige gevallen bleek er sprake te zijn van een verkeerde registratie.

HSMR nog beperkt als meetinstrument

Wat zegt de HSMR over de kwaliteit van onze zorg? De waarde van de HSMR als benchmark (vergelijkend onderzoek) van kwaliteit van zorg in ziekenhuizen is beperkt. Er bestaat variatie in de manier waarop ziekenhuizen de sterftecijfers registreren. Die variatie in kwaliteit van de ziekenhuisregistraties kan leiden tot grote verschillen in HSMR-uitkomsten. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de Nederlandse Federatie van UMC’s (NFU) stellen dan ook dat de HSMR nog niet geschikt is om ziekenhuizen met elkaar te vergelijken. Echter, de analyse van sterfte levert voor het ziekenhuis waardevolle informatie op, waarmee de zorg nog verder verbeterd kan worden.

Algemeen ziekenhuisbrede resultaten


Kwaliteitsvenster (NVZ/NFU)

Om u als patiënt nog meer inzicht te geven in onze resultaten, heeft het Radboudumc zich aangesloten bij het Kwaliteitsvenster van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU).

lees meer

Kwaliteitsvenster (NVZ/NFU)

Om u als patiënt nog meer inzicht te geven in onze resultaten, heeft het Radboudumc zich aangesloten bij het Kwaliteitsvenster van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). Het Kwaliteitsvenster laat op tien onderwerpen zien wat onze kwaliteit van zorg is. U kunt in één oogopslag zien hoe het Radboudumc scoort op een bepaald onderwerp ten opzichte van eerdere jaren, een landelijke gemiddelde of de norm. Ook andere ziekenhuizen hebben zich aangesloten bij dit Kwaliteitsvenster.

Patiëntenervaringen


Patiënt­ervaringen

Patiënten beoordelen Radboudumc opnieuw met een 8.5

lees meer

Patiënt­ervaringen

Patiënten beoordelen Radboudumc opnieuw met een 8.5

Dit jaar is de waardering van patiënten over de zorg en voorzieningen in het Radboudumc nog verder gestegen. Dit blijkt uit de CQ-index (Consumer Quality Index: CQ-index) van 2016. Deze index geeft aan wat patiënten belangrijk vinden in de zorg en wat hun ervaringen zijn. Het gemiddelde cijfer voor klinische zorg (opname in een zorginstelling) steeg van 8.36 naar 8.46. De poliklinische zorg kreeg opnieuw een 8.44. Beide beoordelingen liggen ruim boven het landelijk gemiddelde. Van de acht universitair medische centra’s (umc’s) gaven patiënten het Radboudumc het hoogste cijfer.

“We zijn trots dat we opnieuw een goede en ook weer betere beoordeling krijgen van onze patiënten op belangrijke speerpunten zoals ‘eigen inbreng’ en ‘gevoel van veiligheid’” zegt Cathy van Beek, lid van de Raad van Bestuur met Patiëntenzorg in haar portefeuille. “Maar net zo belangrijk is dat de resultaten ook aanknopingspunten bieden om onze zorg nog verder te verbeteren.”

De CQ-index meet ervaringen van patiënten in de zorg met als doel de kwaliteit van zorg te meten én te verbeteren. Elk jaar geven duizenden patiënten en cliënten hun mening via uitgebreide vragenlijsten. Er bestaat een vragenlijst voor patiënten die een opname hebben gehad en een vragenlijst voor patiënten die de polikliniek bezochten. Patiënten beoordelen veel verschillende thema’s, onder meer informatievoorziening, ontvangst, gevoel van veiligheid, pijnbeleid en bejegening door de zorgverleners. Ook de zeven andere umc’s in Nederland meten patiëntervaringen via de CQ-index.

Zo is onderlinge vergelijking mogelijk. Dit kan ziekenhuisbreed, maar ook per medisch specialisme. Op deze manier wordt duidelijk wat goed gaat én waar nog werk aan de winkel is. Alle afdelingen krijgen hun eigen resultaten teruggekoppeld en kunnen zo aan de slag met hun verbeterpunten.

Ziekenhuisbrede vergelijking met andere UMC’s

Klinische zorg
Het Radboudumc scoort op alle negen thema’s boven het gemiddelde van de umc’s. De thema’s die het hoogste scoren zijn: gevoel van veiligheid, uitleg bij behandeling en pijnbeleid. Verbeteringen zijn nog mogelijk op de onderdelen ‘inhoud opnamegesprek’ en ‘communicatie rond medicatie’.

Poliklinische zorg
Op zes van de zeven thema’s scoren de poliklinieken van het Radboudumc boven het landelijk gemiddelde. Het thema ‘informatie over medicatie’ had een gemiddelde score. Wat betreft de poliklinische zorg zijn er weinig verschillen tussen de umc’s.

Achttien Best Practices
Een specialisme dat in de CQ-index op een onderdeel in zijn geheel hoger scoort dan het gemiddelde van alle andere umc’s, ontvangt de eretitel Best Practice. In totaal kregen de acht umc’s in Nederland 27 Best Practices. Het Radboudumc ontving 18 van deze 27 Best Practices: 12 op afdelingsniveau en 6 op ziekenhuisbreed niveau.

Klinische Best Practices
Binnen de klinische zorg kreeg het Radboudumc op 16 onderdelen het predicaat Best Practice: 5 ziekenhuisbrede Best Practices en 11 op afdelingsniveau (zie Tabel 1 voor de specifieke dimensies).

Poliklinische Best Practices
Voor de poliklinische zorg is er één ziekenhuisbrede Best Practice voor de dimensie ‘Communicatie door de zorgverlener’ en één voor het specialisme Reumatologie voor ‘Communicatie door de arts’.

Tabel 1 Klinische Best Practices
 
 Klinische Best Practices Radboudumc     Dimensie
 Ziekenhuisbreed    Eigen inbreng
Uitleg behandeling
Pijnbeleid
Gevoel van veiligheid
Informatie bij ontslag
 Afdelingsniveau Cardiothoracale chirurgie   Inhoud opnamegesprek
Eigen inbreng
Gevoel van veiligheid
  Longgeneeskunde Eigen inbreng
Pijnbeleid
Gevoel van veiligheid
  Orthopedie Eigen inbreng
Gevoel van veiligheid 
  Heelkunde Eigen inbreng
  Urologie Eigen inbreng
  Neurochirurgie Gevoel van veiligheid

Aanbeveling aan anderen

Ruim 50% van alle ondervraagde Radboudumc patiënten gaf aan het ziekenhuis zeker te zullen aanbevelen bij anderen. Bij opgenomen patiënten is dit jaar het percentage gestegen naar 58%. Als belangrijkste redenen noemden patiënten: ontvangst op de afdeling, gevoel van veiligheid en samenwerking. Voor de poliklinische zorg is het percentage van 51.6% opnieuw hoger dan bij de overige umc’s.

De CQ-index geeft zodoende belangrijk inzicht in hoe patiënten de kwaliteit van zorg ervaren. Hierdoor is jaarlijkse evaluatie en verbetering mogelijk. "Patiënten geven in de CQ-scores terecht een groot compliment aan alle Radboudumc medewerkers en vrijwilligers voor de ontvangen en ervaren zorg en ondersteuning." aldus Mw. Jopie Verhoeven, voorzitter Patiëntenadviesraad Radboudumc, als reactie op de verkregen rapportcijfers van dit jaar.

Graag bedanken wij alle patiënten die de moeite hebben genomen hun ervaringen met het Radboudumc te delen.

Waardering ziekenhuis­opname

Patiëntenervaringen van de verschillende thema’s voor de vragenlijst ziekenhuisopname.

lees meer

Waardering ziekenhuis­opname

  • Patiënten waarderen de zorg tijdens de opname met een 8,46.
  • 58% van de patiënten zou het Radboudumc zeker aanbevelen aan familie en vrienden.
  • De patiënten waren bijvoorbeeld positief over de ontvangst op de afdeling, gevoel van veiligheid en de samenwerking. 
  • Zij waren minder positief over de inhoud van het opnamegesprek.
  • Ervaringen ziekenhuisopname
Hieronder ziet u de patiëntenervaringen van de verschillende thema’s voor de vragenlijst ziekenhuisopname. 


Ervaringen ziekenhuisopname per thema

Hier leest u hoe patienten de verschillende thema's van hun ziekenhuisopname beoordelen.

lees meer

Ervaringen ziekenhuisopname per thema

Patiënten beantwoorden vragen over verschillende thema’s in de zorg. Zo wordt bijvoorbeeld gevraagd of patiënten bij ziekenhuisopname konden meebeslissen over zaken die ze belangrijk vonden. Dit is één van de vragen die valt onder het thema eigen inbreng. De antwoorden op de verschillende vragen per thema vormen gezamenlijk de totale beoordeling van een thema. De beoordeling per thema wordt weergegeven in 3 categorieën: positieve, neutrale en minst positieve ervaringen.

Hier leest u hoe patienten de verschillende thema's van hun ziekenhuisopname beoordelen.

Inhoud opnamegesprek

Communicatie met verpleegkundigen

Communicatie met artsen

Eigen inbreng

Uitleg bij behandeling

Pijnbeleid

Communicatie rond medicatie

Gevoel van veiligheid

Informatie bij ontslag

Bereikbaarheid ziekenhuis

Ontvangst op de afdeling

Samenwerking

Kamer en verblijf


Waardering polikliniek

Hieronder ziet u de resultaten op de verschillende thema’s voor de vragenlijst poliklinische zorg.

lees meer

Waardering polikliniek

  • Patiënten waarderen de zorg op de polikliniek met een 8,44.
  • 51.6% van de patiënten zou het Radboudumc zeker aanbevelen aan familie en vrienden.
  • De patiënten waren bijvoorbeeld positief over de bejegening door de arts en de zorgverlener en communicatie door de arts.
  • Zij waren minder positief over de wachttijd in de polikliniek.
Hieronder ziet u de resultaten op de verschillende thema’s voor de vragenlijst poliklinische zorg.

Waardering polikliniek per thema

Aan patiënten is een aantal vragen voorgelegd over de zorg op de polikliniek.

lees meer

Waardering polikliniek per thema

Aan patiënten is een aantal vragen voorgelegd over de zorg op de polikliniek. Om te zien op welke thema’s we het volgens patiënten goed doen en op welke thema’s het beter kan, kunt u hieronder de resultaten van het onderzoek bekijken.

Ontvangst

Bejegening door de arts

Informatieverstrekking door de arts

Communicatie door de arts

Bejegening door de zorgverlener

Informatieverstrekking door zorgverlener

Communicatie door zorgverlener

Nazorg en informatie over de medicatie

Bereikbaarheid

Inrichting en wachttijd van de polikliniek

Samenwerking

Eigen inspraak

Sterftecijfers


Sterftecijfers

Hoeveel patiënten overlijden er jaarlijks in het Radboudumc? Voor het vergelijken van sterftecijfers tussen ziekenhuizen is een maat ontwikkeld: de Hospital Standardised Mortality Ratio (HSMR).

lees meer

HSMR-rapport

  • met verdieping naar diagnosegroepen en patiëntencategorieën. bekijk het rapport

Aantal behandelingen


Onze deskundigheid: aantal behandelingen en expertise

In het algemeen is het zo dat hoe meer ervaring een ziekenhuis heeft met een ziektebeeld of ingreep, hoe beter de resultaten. Daarom hebben beroepsverenigingen minimale normen vastgesteld voor het aantal ingrepen waaraan een ziekenhuis moet voldoen.

lees meer

Onze deskundigheid: aantal behandelingen en expertise

In het algemeen is het zo dat hoe meer ervaring een ziekenhuis heeft met een ziektebeeld of ingreep, hoe beter de resultaten. Daarom hebben beroepsverenigingen minimale normen vastgesteld voor het aantal ingrepen waaraan een ziekenhuis moet voldoen. In onderstaande tabel is weergegeven hoe vaak in het Radboudumc een specifieke ingreep is uitgevoerd in 2013 en wat de bijbehorende norm is. Voor alle onderstaande ingrepen is de norm gehaald.
 
Oncologische aandoeningen  Aantal   Norm                 
Aantal operaties bij borstkankerpatiënten 166       50 operaties
Aantal resecties bij colorectaal kankerpatiënten  99   50 resecties
Aantal anatomische longresecties  112   50 resecties 
Aantal patiënten bij wie cystectomie bij blaascarcinoom is uitgevoerd 73  10 patiënten
Aantal patiënten bij wie alvleesklierresectie is uitgevoerd 36  20 patiënten
Aantal slokdarmresecties  23   20 resecties 
Aantal operaties bij endeldarmkanker 29 20 operaties
     
Hart-vaataandoeningen  Aantal   Norm 
Aantal pacemaker-plaatsingen  341         120 pacemakers 
Aantal patiënten bij wie een AAA-operatie is uitgevoerd (exclusief spoed) 
(AAA= aneurisma van de grote buikslagader)
57  20 patiënten


Toelichting op de tabel

Bij het vaststellen van de aantallen hebben we de definities gehanteerd van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Een resectie is een operatie waarbij een deel van het betreffende orgaan wordt verwijderd.

De volumenormen voor de oncologische aandoeningen en voor AAA-operaties zijn opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en/of door IGZ (van de hoogste norm is uitgegaan). De norm voor pacemakers is opgesteld door de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie. U kunt de aantallen ook vinden in de DHD-databank Kwaliteit van Stichting DHD (Dutch Hospital Data). Deze stichting is opgericht door de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). 

Expertise

Niet alleen hoge aantallen zeggen iets over de expertise van een ziekenhuis, soms kan juist hele specifieke expertise u garanderen dat u bij ons aan het goede adres bent. Het Radboudumc is een universitair medisch centrum. In ons ziekenhuis is speciale expertise aanwezig voor de behandeling van patiënten met complexe ziektebeelden. Soms gaat het om ziektebeelden die heel weinig voorkomen en waarvoor u alleen in een universitair medisch centrum terecht kunt. Verschillende van onze specialisten werken daarvoor nauw samen in een multidisciplinair team. Met hun gezamenlijke kennis komen zij tot een behandelvoorstel. De hoofdbehandelaar bespreekt het behandelvoorstel met u.  
inloggen