Perinatale aandoeningen en Intra­craniaal letsel in het Radboudumc

De SMR voor perinatale aandoeningen van het Radboudumc lijkt verhoogd ten opzichte van het landelijk gemiddeld. De SMR voor deze patiëntengroep is echter geen betrouwbaar instrument om verschillende redenen.
  • Ernstig zieke pasgeborenen worden in Nederland verwezen naar centra met speciale intensive care faciliteiten (NICU’s). Eventuele sterfte van deze kinderen zal daarom in zijn algemeenheid daar plaatsvinden en niet in de regionale ziekenhuizen. Bij de berekening van sterftekansen wordt daarmee geen rekening gehouden.
  • Het Radboudumc is onder andere referentiecentrum voor pasgeborenen met ernstig aangeboren afwijkingen en heeft het samen met het Erasmus MC een landelijke functie voor de zorg van de meest kritisch zieke pasgeborenen vanwege de aanwezigheid van ECMO (Extra Corporele Membraam Oxygenatie = hart-long machine). De methode van het CBS corrigeert te weinig voor deze ziektespecifieke aspecten. De berekende sterftekansen komen daarom niet overeen met de werkelijke sterftekansen.
Daarnaast moet evenwel worden opgemerkt dat vanaf verslagjaar 2016 de registratie voor de SMR groep Prematuriteit; laag geboortegewicht is verbeterd in het Radboudumc en daarom waarschijnlijk valt de SMR lager uit in 2016 in vergelijking met 2015.
De kwaliteit van de zorg bij pasgeborenen in het Radboudumc wordt gemonitord  en zo nodig verbeterd via regionale perinatale audits, lokale mortaliteitsbesprekingen en deelname en benchmarking aan verschillende registraties (Congenital Diaphragmatic Hernia en Extracorporeal Life Support Organization).
De SMR’s Intracraniaal letsel is verhoogd in het Radboudumc voor de jaren 2014-2016. Dossieronderzoek en data die verzameld zijn op andere wijze laten zien dat er  geen aanwijzingen zijn voor verhoogde sterfte of vermijdbare schade. Uit dit onderzoek bleek dat de sterftekans zoals berekend door het CBS niet overeenkomt met de daadwerkelijk sterftekans.

Terug naar sterftecijfers
Patientenzorg Resultaten Algemeen Toelichting sterftecijfers

Over het rekenmodel

Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) heeft in 2016 onderzoek gedaan naar SMR’s waarop verschillend wordt gescoord tussen academische en niet-academische ziekenhuizen.

lees meer

Over het rekenmodel

Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) heeft in 2016 onderzoek gedaan naar SMR’s waarop verschillend wordt gescoord tussen academische en niet-academische ziekenhuizen. Het CBS vond verschillen bij de volgende SMR groepen: Acute cerebrovasculaire aandoening, Perinatale aandoeningen (Prematuriteit: laag geboortegewicht, Intra-uterine hypoxie, perinatale asfyxie en geelzucht en Overige perinatale aandoeningen) en voor patiënten met intracraniaal letsel. Volgens het CBS komen deze verschillen tot stand omdat juist de meest ernstig zieke patiënten naar academische ziekenhuizen worden gebracht. Het rekenmodel corrigeert niet voldoende voor deze bijzondere groepen patiënten. De variabelen die nodig zijn om deze bijzondere groepen te duiden zijn echter op dit moment niet aanwezig in de database waarmee de HSMR berekend wordt en er zal eerst onderzoek gedaan moeten worden naar het gebruik van zulke correctiefactoren, aldus het CBS.

Terug naar sterftecijfers
 

Perinatale aandoeningen en Intra­craniaal letsel in het Radboudumc

De SMR voor perinatale aandoeningen van het Radboudumc lijkt verhoogd ten opzichte van het landelijk gemiddeld. De SMR voor deze patiëntengroep is echter geen betrouwbaar instrument om verschillende redenen.

lees meer


Overige groepen met verhoogde SMR in het Radboudumc

Verder zijn over 2014-2016 de volgende SMR groepen nog verhoogd: Overige fracturen en Overig letsel en aandoeningen door externe oorzaken. Voor een selectie van deze patiënten, namelijk de patiënten met een lage sterftekans, is dossieranalyse gedaan. Daaruit is gebleken dat er geen sprake is geweest van vermijdbare sterfte.

Terug naar sterftecijfers