Digitaal vaardig artsen in opleiding tot specialist (AIOS) klaar voor onzekere toekomst

Digitaal vaardige artsen in opleiding tot specialist klaar voor onzekere toekomst
 
Artsen in opleiding tot specialist kunnen in het Radboudumc hun intensieve leertraject deels zelf vormgeven. Twintig jonge dokters - ieder bezig met een andere opleiding - kozen ervoor aan de slag te gaan met digital health als keuzemodule van de leergang Persoonlijk en Medisch Leiderschap. Onlangs ontving REshape ze voor een module over dit onderwerp.
 
Direct werd duidelijk hoeveel jonge artsen in hun werk meekrijgen over digital health. Ze kennen legio voorbeelden en hebben er soms veel profijt van. Tegelijkertijd hebben ze veel vragen. Op de eerste plaats zien ze een wildgroei aan apps en andere technische snufjes waarvan het nut niet altijd duidelijk is, die niet valide of betrouwbaar zijn, of erger nog, ze zien voorbeelden van hoe apps en wearables patiënten onnodig ongerust maken. Ten tweede merken artsen dat ze vaak niet de tijd hebben om in te gaan op door patiënten zelf verzamelde gegevens. Natuurlijk is het mooi dat iemand met zijn slimme glucosesensor en app alle glucosewaarden logt, maar voor een zorgverlener is het ondoenlijk om die gegevens in korte tijd te analyseren. Voor zorgprofessionals is het dus de uitdaging om te bepalen wat op het gebied van digital health werkt en veilig is.
 
We begonnen de avond met een diner om elkaar op informele wijze te leren kennen. Aansluitend namen we in de Innovation Space samen voorbeelden door van Digital Health. Tom van de Belt liet zien welke toepassingen op het gebied van digital health we vanuit REshape kennen en wat de ervaringen ermee zijn. Aan de hand van deze voorbeelden discussieerden we intensief. Tom: “Geruststelling beschrijft voor mij het beste mijn gevoel van die avond. Natuurlijk wist ik dat we met intelligente mensen in gesprek gingen die bovendien zijn opgegroeid met computers, smartphones en andere digitale tools, toch vond ik het mooi om te zien dat ze ook in hun werk om weten te gaan met digitale ontwikkelingen: waar het kan de vruchten ervan plukken maar waar het niet kan zeer terughoudend zijn”.
 
In een volgende ronde nam mensgericht ontwerper Robin Hooijer de aanwezigen mee in een ‘Open Space’. Dit is gebaseerd gedachtegoed van Harrison Owen, die van mening is dat de productiefste momenten van vergaderingen de koffiepauzes zijn. Dan heb je de meest waardevolle gesprekken. Op drie plekken in de innovation space gingen we daarom in gesprek over wearables, het ondersteunen van patiënten met zelf-verzamelde gezondheidsdata, en het creëren van een eHealth innovatie die echt werkt. Wat besproken zou worden wist niemand. De enige regel die Robin meegaf: “Wanneer je voelt dat je niet meer leert of iets kunt bijdragen aan een gesprek, ben je zelf verantwoordelijk om je twee voeten te gebruiken om je naar een meer productieve plek te verplaatsen.” Dit betekent dat je gedurende de sessie naar andere plekken kon gaan om daar verder te discussiëren. Deze drie sessies resulteerden per onderwerp in een mooi overzicht van gedachten, aspecten en suggesties.
 
Tot slot vertelde Martijn de Groot, hoofd REshape, de groep over futures literacy. We zijn in ons leven veel bezig met plannen, organiseren, optimalisatie en risicomanagement. Martijn: “natuurlijk is de kans groot dat bepaalde zaken in het leven gaan gebeuren, zoals dat de zon opkomt en dat het weer een keer gaat regenen. Als je wat verder vooruitkijkt wordt het veel ingewikkelder. Staan we nog wel open voor een toekomst die we ons niet kunnen voorstellen? Het omarmen van deze complexiteit en de bijbehorende onzekerheid is waar futures literacy voor staat, zodat je beter weet welke rol de toekomst speelt in wat je ziet en doet.’ Een interessant onderwerp en wellicht geschikt voor een volgende onderwijsavond!
 
Initiatiefnemer van de avond Loek de Jong, werkzaam als ziekenhuisapotheker in opleiding in het Raboudumc, was enthousiast. “Je merkt dat het zin heeft om samen te discussiëren over dit onderwerp. Zeker wij als jonge professionals moeten dat doen. Wij zijn immers de toekomst en dragen bij aan de soms broodnodige cultuurverandering. In mijn vak zou ik graag meer gebruik maken van digitale technologie. Als zorg lopen we namelijk behoorlijk achter bij de rest van de maatschappij. Ook zou ik het goed vinden dat in mijn opleiding meer aandacht kwam voor het onderwerp digital health. Modules zoals deze zijn een goede start”.
 
REshape BlogREshape

Artificiële Intelligentie (AI) door de ogen van een zorgverlener

Artsen moeten verantwoordelijkheid nemen en zich verdiepen in artificiële intelligentie (AI), want het is niet de vraag óf we meer gaan doen met AI, maar wanneer. Aldus Martijn van der Meulen, arts-assistent Interne Geneeskunde (Acute Opname Afdeling) in het Radboudumc.

Lees meer

Artificiële Intelligentie (AI) door de ogen van een zorgverlener

Artsen moeten verantwoordelijkheid nemen en zich verdiepen in artificiële intelligentie (AI), want het is niet de vraag óf we meer gaan doen met AI, maar wanneer. Dit beweert Martijn van der Meulen, arts-assistent Interne Geneeskunde (Acute Opname Afdeling) bij het Radboudumc en betrokken bij zorginnovatie in het REshape Center for Innovation. Martijn schreef een adviesrapport over dit onderwerp in het kader van het honoursprogramma van de Radboud Universiteit. Op vrijdag 8 november presenteert hij de bevindingen van zijn interinstitutionele onderzoek.
 
Martijn voerde zijn onderzoek getiteld ‘Artificial Intelligence as a Driver of Value in Value-Based Health Care Systems’ uit bij Canadese zorginstelling Saint Elisabeth Health Care. Deze grote instelling heeft een zorginnovatie-afdeling genaamd ‘SE Futures’, die hem vroeg onderzoek te doen naar de toepassing en uitdagingen van implementatie van AI, specifiek voor de zorg. Naast een literatuurstudie heeft Martijn interviews afgenomen om een beeld te krijgen van de perspectieven op AI bij ‘the whole system in the room’: alle spelers die noodzakelijk zijn om de implementatie en opschaling van kunstmatige intelligentie in de zorg te bewerkstelligen.
 
Het onderzoek van Martijn betrof een samenwerking tussen de Radboud Universiteit en het Radboudumc REshape Center for Innovation, alwaar hij door Tom van de Belt werd begeleid. Dankzij de nauwe samenwerking tussen deze kennisinstellingen sloot het onderzoek naadloos aan op de speerpunten om maatschappelijk impact te maken met wetenschappelijk onderzoek.
 
Bovendien sluit dit rapport naadloos aan op nieuwe initiatieven op het gebied van Artificial Intelligence: Radboud AI for Health en Thira Lab. Dit zijn de eerste twee ‘labs’ in Oost-Nederland binnen het nationale Innovation Center for Artificial Intelligence (ICAI) en de eerste labs in de zorg. Met deze twee initiatieven zet het Radboudumc, samen met haar partners, fors in op de toepassing van Artificial Intelligence in de gezondheidszorg. In totaal starten twaalf promotieonderzoeken, 35 studentprojecten en twee AI-opleidingen voor zorgpersoneel en onderzoekers.
 
In het rapport bespreekt Van der Meulen achtereenvolgens de noodzaak van zorginnovatie en presenteert hij het value-based healthcare model als potentieel model. Martijn: “In value-based healthcare, druk je waarde van zorg uit als de verhouding tussen geleverde (kwaliteit van) zorg en kosten van zorg. Ik denk dat je hiermee de toegevoegde waarde van AI elegant kunt uitleggen. Een groot aantal potentiële toepassingen van AI in de zorg kunnen namelijk tegelijkertijd de kwaliteit van zorg en de zorgkosten verbeteren. Het automatiseren van repetitieve werkprocessen zoals de handmatige registratie van vitale parameters (bloeddruk, hartslag, lichaamstemperatuur) is daar een voorbeeld van. Dit vermindert de foutgevoeligheid en zorgt er tegelijkertijd voor dat de zorgverlener meer tijd heeft voor de patiënt.”
 
Daarnaast beschrijft de jonge dokter een aantal uitdagingen die inherent zijn aan de implementatie van innovatiein de zorg. Scholing van zorgverleners is essentieel om de voor- en nadelen van AI in de zorg te belichten, alvorens kan worden overgegaan tot toepassen van slimme algoritmes. Bovendien moeten we waken voor de hype die is ontstaan rondom AI: er moet worden geïnvesteerd in AI-toepassingen die makkelijk en snel uitvoerbaar zijn, opdat deze nieuwe technologie zich kan bewijzen. Martijn vond dit dermate relevant dat hij  een hoofdstuk heeft gewijd dat op toegankelijke wijze aan zorgverleners uitlegt hoe AI en machine learning werken: “Fundamentele kennis over AI is noodzakelijk om concreet te discussiëren over de toepassingen en uitdagingen op de werkvloer”.
 
Het rapport verschijnt als eBook en is hier te downloaden. De presentatie op vrijdag 8 november is voor iedereen toegankelijk.
 
Datum: vrijdag 8 november aanvang 15:15.
Locatie: Aula Radboud Universiteit, Comeniuslaan 2, 6525HP, Nijmegen
Meer informatie: martijn.vandermeulen@radboudumc.nl
 

Digitaal vaardig artsen in opleiding tot specialist (AIOS) klaar voor onzekere toekomst

AIOS kunnen in het Radboudumc hun intensieve leertraject deels zelf vormgeven. Twintig jonge dokters - ieder bezig met een andere opleiding - kozen ervoor aan de slag te gaan met digital health als keuzemodule van de leergang Persoonlijk en Medisch Leiderschap.

Lees meer

Voorspellen is beter dan genezen

Het continue monitoren van vitale functies via draagbare draadloze apparatuur, gekoppeld aan voorspellende software is een voorbeeld van innovatieve zorg waarbij het ontwikkelen van nieuwe technieken bijdraagt aan een betere patiëntenzorg.

Lees meer

Voorspellen is beter dan genezen

Het dagelijks meten van de vitale functies (bloeddruk, hartritme, temperatuur, ademhalingsfrequentie en zuurstofopname) bij opgenomen patiënten is één van de taken van verpleegkundigen. Na een uitvoerige testperiode is in mei 2018 gestart met het 24/7 continue meten van de vitale functies op de verpleegafdelingen Interne Geneeskunde en Heelkunde van het Radboudumc. Patiënten dragen gedurende de hele opname een klein apparaatje voor draadloze registratie van alle parameters. De winst van dit continue monitoren is vroeg signaleren van klinische achteruitgang en daar vroegtijdig op inspelen. Doorgaans meten verpleegkundigen handmatig drie maal per dag 5 vitale functies bij alle opgenomen patiënten. Hiermee wordt vastgesteld dat er een stabiele situatie is bij de patiënt, of gesignaleerd dat er een achteruitgang is opgetreden, waarvoor  een behandeling moet worden gestart. Wanneer achteruitgang niet (op tijd) wordt herkend, kan dit nadelige gevolgen hebben voor de patiënt zoals ongeplande opname op de intensive care (IC), verlengde opnameduur, reanimatie of zelfs overlijden.

In plaats van een aantal keren per dag meten, is het nu met nieuwe apparatuur mogelijk  om continue te monitoren. Dit gebeurt met een klein kastje aan de pols van patiënten. Een computerprogramma berekent doorlopend of er een veilige situatie is, of dat er moet worden gealarmeerd aan de verpleegkundige. Zo kan een achteruitgang in de gezondheidstoestand van een opgenomen patiënt eerder worden gesignaleerd of voorspeld en kan behandeling eerder starten.

Minder ongeplande IC-opnames
Het afgelopen jaar werd de toepassing, de beleving en het gebruiksgemak van de nieuwe apparatuur getest onder 110 patiënten in het Radboudumc. Zowel patiënten als verpleegkundigen waren om uiteenlopende redenen positief. Patiënten voelden zich bijvoorbeeld veiliger; verpleegkundigen kregen meer tijd voor een gesprek met patiënt. Inmiddels is de continue monitoring uitgerold bij alle 60 patiënten op de verpleegafdelingen Interne Geneeskunde en Heelkunde van Radboudumc. ‘De verwachting is dat we met de continue monitoring veranderingen in de vitale functies eerder kunnen signaleren, waardoor we sneller kunnen handelen. Met als gevolg minder ongeplande IC- opnames, een betere prognose en sneller herstel en dus een verbetering van de zorg voor de patiënt,’ vermeldt dr. Bas Bredie, internist op de afdeling Interne Geneeskunde van het Radboudumc.
 
Dr. Bredie is samen met collega prof. dr. Harry van Goor, chirurg en hoogleraar chirurgieonderwijs op de afdeling Heelkunde van het Radboudumc, initiator van het onderzoek. ‘Het mobiele polskastje levert naast een veiligere situatie ook een schat aan informatie waarmee we het beloop van verschillende ziekteprocessen beter zullen gaan begrijpen. Verder zullen we leren welke parameters echt van belang zijn bij ziekte en achteruitgang. Zo is één van de hypothesen dat van alle vitale functies, het hartritme, de meest voorspellende factor is in hoe de conditie van een patiënt zich gaat ontwikkelen. Wij willen onder meer onderzoeken of dit echt zo is en bij welke patiëntengroep,’ voegt van Goor toe.
 
Innovatieve technieken
Het continue monitoren van vitale functies via draagbare draadloze apparatuur, gekoppeld aan voorspellende software is een voorbeeld van innovatieve zorg waarbij het ontwikkelen van nieuwe technieken bijdraagt aan een betere patiëntenzorg. ‘Uiteindelijk hopen we te komen tot een centrum voor monitoring op afstand,’ vervolgt Bredie. De resultaten van deze uitrol zullen naar verwachting eind 2017 worden geëvalueerd. De implicaties voor de directe patiëntenzorg worden daarmee verder duidelijk.

De introductie van de nieuwe apparatuur en het testen ervan is tot stand gekomen in samenwerking met het Radboudumc REshape Center.



Beter voorbereid op je bevalling met Virtual Reality

De week van 21 januari 2019 stond in het teken van de nationale eHealth week. Verspreid door het land vonden honderden sessies plaats voor patiënten en zorgverleners om ze te informeren over digitalisering van de zorg. Het Radboudumc organiseerde iedere dag een bijeenkomst speciaal gericht op collega’s. Zij moeten immers goed op de hoogte zijn van ontwikkelingen op eHealth gebied. Op donderdag werd virtual reality gedemonstreerd als nieuwe manier om mensen voor te bereiden op ziekenhuisbezoek. Jules Lancee en Tom van de Belt van REshape en Joris van Drongelen van Verloskunde en Gynaecologie gaven een rondleiding in de verloskamer via Virtual Reality.
 
Waarom Virtual Reality?
Joris van Drongelen, gynaecoloog, legt uit: “We merken dat zwangere vrouwen en hun partners vaak heel benieuwd zijn naar de verloskamers. Vooral bij een eerste kind willen mensen weten hoe deze eruit zien, wat er allemaal is, en hoe het aanvoelt”. De afdeling organiseert maandelijks een informatieavond voor mensen die in het ziekenhuis gaan bevallen. Daar hoort ook een rondleiding bij. Joris geeft aan: “De informatie is waardevol, maar je merkt dat het voor hoogzwangere vrouwen best een opgave kan zijn om naar het ziekenhuis te komen. En voor mensen die door hun verloskundige thuis begeleid worden, maar in het ziekenhuis willen bevallen, is tijdens de informatieavond eigenlijk alleen een bezoek aan de verloskamer interessant. Daarnaast is virtual reality voor onze afdeling ook een mooie kans: je kunt mensen informeren zonder de afdeling al te veel te belasten. Het is meestal erg vol en soms zijn alle verloskamers in gebruik. Dan is het niet handig en soms niet eens mogelijk om zwangere vrouwen en hun partners de verloskamer te laten zien”. Katja Saris, werkzaam voor het Radboudumc en CWZ, én zelf zwanger, is onder de indruk: “Ik vind het bijzonder dat je met je eigen smartphone het idee hebt dat je in de verloskamer bent. En dan legt de gynaecoloog ook nog uit wat er allemaal te zien is. Wel zou ik nog graag wat meer plekken zien zoals de badkamer of misschien wel de OK voor als iemand een keizersnede krijgt”.
 

CMyLife grip op een leven met chronische myeloide leukemie (CML)

CMyLife is een digitaal platform voor patiënten met chronische myeloide leukemie, hun naasten en zorgverleners.

Lees meer

CMyLife grip op een leven met chronische myeloide leukemie (CML)

CMyLife is een initiatief van hematologen uit samenwerkende ziekenhuizen, patiënten en patiëntenvereniging Hematon en is tot stand gekomen tijdens een co-creatie traject met REshape.

Radboudumc hematoloog Nicole Blijlevens staat aan de wieg van CMyLife, het digitale platform voor patiënten met chronische myeloide leukemie (CML), hun naasten en zorgverleners. ‘Deze patiënten hebben grotendeels een normale levensverwachting, maar zitten de rest van hun leven vast aan medicatie. Patiënten die dat op prijs stellen, krijgen met CMyLife de totale regie in handen. Ze kunnen bijvoorbeeld zelf hun bloedwaarden en de richtlijn volgen, ze zien de effecten van de medicatie en dat leidt tot betere therapietrouw. Ze kunnen chatten met lotgenoten en zorgverleners en hoeven minder vaak naar het ziekenhuis te komen. De zorg rondom CML is momenteel versnipperd over zeventig ziekenhuizen, we gaan nu alle kennis delen. Op deze manier kunnen we ook de huisarts er beter bij betrekken. Het platform is bovendien zo opgezet, dat het gemakkelijk kan worden uitgerold voor patiënten met andere vormen van kanker of andere ziektebeelden. Dit is volgens mij echt de toekomst.’