Introductie Informatie Behandelingen Risico's Vergelijken Einde

Introductie

Deze keuzehulp biedt u alle nodige informatie bij het nemen van de keuze tot wel of niet opereren of het volgen van andere behandeltrajecten. Wij informeren u graag over de mogelijkheden. Met deze keuzehulp bieden wij u een (wetenschappelijk onderbouwd) overzicht over de risico’s en uitkomsten van de verschillende behandel mogelijkheden voor u als patiënt. Wij hopen u met deze keuzehulp goed voor te bereiden op het gesprek met de arts. Samen kiest u dan welke behandeling u zal ondergaan. 

Informatie


Wat is knieartrose?

Artrose is slijtage aan de gewrichten, die daardoor stijf en pijnlijk zijn. Kraakbeen, dat werkt als een soort schokdemper, is bij artrose dunner en minder soepel of zelfs helemaal verdwenen.

lees meer

Wat is knieartrose?

Artrose is slijtage aan de gewrichten, die daardoor stijf en pijnlijk zijn. Kraakbeen, dat werkt als een soort schokdemper, is bij artrose dunner en minder soepel of zelfs helemaal verdwenen. Door knieartrose kunt u minder goed lopen en kunt u dagelijkse activiteiten niet goed meer doen.

Uw kniegewricht verbindt uw scheenbeen en dijbeen. Hiertussen liggen twee half cirkelvormige kraakbeenringen, uw binnen- en buitenmeniscus, die schokken en stoten opvangen en zorgen voor de stabiliteit van uw knie. Ook de kruisbanden in uw knie laten de twee botten stabiel ten opzichte van elkaar bewegen.

Symptomen

Artrose geeft stijfheid en pijn bij het bewegen. Ernstige artrose geeft ook pijn in rust. Gewrichtskraakbeen kan zichzelf vrijwel niet herstellen. Artrose kan dus niet verminderen, wel verergeren. Door het functieverlies van het gewricht kan blijvende invaliditeit ontstaan.

Oorzaak

De precieze oorzaak van artrose is niet bekend, maar het komt vaker voor:
  • bij mensen met overgewicht
  • in bepaalde families
  • bij zwaar lichamelijk werk (zoals stratenmakers)
  • bij topsport (zoals voetballers)
Artrose als gevolg van slijtage of ‘veroudering’ van het kraakbeen heet primaire artrose.
Secundaire artrose ontstaat als gevolg van een andere aandoening of door vormverandering van het kniegewricht. Voorbeelden zijn:
  • infectie van het gewricht
  • ernstige ontsteking van het gewricht door reuma
  • beschadiging door bestraling
Artrose is de meest voorkomende gewrichtsaandoening ter wereld. Met de leeftijd neemt het aantal artrosepatiënten scherp toe: het merendeel is ouder dan 65 jaar. Bij mensen boven de 75 komt artrose zelfs bij 4 op de 5 voor.
 

Diagnose

We stellen de diagnose knieartrose vooral op grond van uw klachten. Vaak leiden knieklachten tot pijn: u kunt dan minder goed lopen en uw dagelijkse activiteiten niet meer goed uitvoeren. We maken röntgenfoto’s van uw kniegewricht om de mate van slijtage van het kraakbeen te kunnen beoordelen. Soms vraagt uw arts om een arthroscopie: we kijken dan met een kleine camera in uw gewricht om de kwaliteit van het kraakbeen te beoordelen.

Kniegewricht

Het kniegewricht bestaat uit het scheenbeen en het dijbeen. De uiteinden daarvan zijn bedekt met een laagje kraakbeen zodat de knie soepel kan bewegen. Deze laag is elastisch en kan de schokken en stoten die tijdens normaal gebruik van de knie optreden goed opvangen.

lees meer

Kniegewricht

Gewrichten zijn beweeglijke verbindingen tussen 2 beenstukken. Een gewricht bestaat uit 2 botdelen die zo gevormd zijn dat ze precies tegen elkaar aan kunnen liggen of in elkaar passen. De boteinden van de botdelen (de gewrichtsvlakken) zijn bekleed met een laagje kraakbeen, zodat ze gemakkelijk over elkaar heen kunnen glijden. De botdelen van een gewricht worden op hun plaats gehouden door een stevig kapsel. In dit kapsel bevinden zich pezen en spieren. De spieren zorgen voor de beweeglijkheid, de pezen zorgen voor stevigheid. 

Behandelingen

Behandelingen

Behandelingen zonder operatie

Welke behandelingen zijn er?
Risico

Operatie

Welke operaties zijn er?
Risico

Behandelingen


Wel of geen operatie?

We kunnen knieartrose op verschillende manieren behandelen. Vaak kijken we eerst naar behandelingen zonder operatie. Dit heeft te maken met dat beginnende klachten goed te behandelen zijn met behandelingen zonder operatie. Als de behandelingen zonder operatie onvoldoende verbetering van de klachten geven, dan wordt samen besloten of een operatie een behandelmogelijkheid is.


Wel of geen operatie?

Behandelingen zonder operatieWelke behandelingen zijn er?


Fysiotherapie

Er zijn verschillende soorten fysiotherapie:

  • Lokale oefentherapie
  • Algemene oefentherapie
Lees meer

Fysiotherapie

Er zijn verschillende soorten fysiotherapie:

  • Lokale oefentherapie: Richt zich vooral op lokale spierversterking en coördinatie van de spieren rondom het betreffende gewricht, eventueel in combinatie met lokale beweeglijkheidsoefeningen.
  • Algemene oefentherapie: Hierbij gaat het vooral om de inspanning, zoals bij bijvoorbeeld lopen en fietsen.

Gezond afvallen

Naast fysiotherapie heeft gezond afvallen een sterk positief effect op het gewricht. Overgewicht is zelfs een risicofactor voor het krijgen van artrose. Als het gewicht bij overgewicht afneemt, nemen de klachten ook af. Gezond afvallen geeft een lagere belasting van de knie, dus de knie doet dan minder pijn. Zelfs een paar kilo gewichtsverlies kan al zorgen voor minder klachten. Als u gaat beginnen met fysiotherapie kan het afvallen vanzelf gaan. Anders kan uw huisarts of een diëtist u hiermee helpen.

Hulpmiddelen

Het gebruik van een rollator of een wandelstok kan direct een mindere belasting geven in het kniegewricht en daarmee zorgen voor minder pijn. Denk hierbij ook aan het installeren van verschillende hulpmiddelen in huis. Hulpmiddelen kunt u huren en/of kopen bij een thuiszorgwinkel. Ook kan de thuiszorgwinkel u informatie geven over de vergoedingen.

Injectie in het gewricht

Als de knie ontstoken is door artrose kan een injectie met een ontstekingsremmend middel helpen. Een ontstekingsremmend middel, ook wel corticosteroïd genoemd, zal worden geïnjecteerd in het gewricht. Na de injectie kan het twee tot drie weken duren voordat u een verbetering merkt. Het kraakbeen zal niet genezen. Dit betekent dat de klachten terug zullen komen na enkele weken of maanden.

Medicatie

Bij het optreden van pijn adviseren we paracetamol. Mocht dit onvoldoende effect hebben dan kan een pijnstiller die ontstekingsremmend werkt, ook wel NSAID genoemd, genomen worden. Voorbeelden van NSAID’s zijn diclofenac, ibuprofen en naproxen.

Risico


Risico's behandeling zonder operatie

Bij elke behandeling is er een risico dat er iets mis gaat, ook wel complicatie genoemd. Bij fysiotherapie en gezond afvallen zijn deze risico’s klein. Bij het gebruik van medicijnen zijn ze groter. Paracetamol zorgt zelden voor complicaties maar NSAID’s kunnen leiden tot maagklachten bij 10 tot 30 van de 100 mensen. Bij langdurig gebruik verhogen ze het risico op maagbloedingen. Ook bij het toedienen van een injectie in het gewricht kunnen bijwerkingen optreden. Zo kunt u kort last krijgen van opvliegers en is er 1 tot 8% kans op pijn en zwelling na een injectie. Dit duurt meestal een week.


Risico's behandeling zonder operatie

OperatieWelke operaties zijn er?


Welke knieprothese past bij mij?

Afhankelijk van uw situatie heeft u een totale, halve of knieschijfprothese nodig. Uw arts bespreekt met u welke prothese in uw situatie het best passend is.


Welke knieprothese past bij mij?


Totale knievervanging

Tijdens de operatie verwijdert de orthopeed de aangetaste gewrichtsvlakken. Vervolgens wordt het bot aangepast aan de vorm van de prothese, waardoor een goede verankering mogelijk is.

lees meer

Totale knievervanging

Bij de operatie wordt de knie opengemaakt door een verticale snee van ongeveer 20 centimeter over de voorkant van uw knie. Tijdens de operatie verwijdert de orthopeed de aangetaste gewrichtsvlakken. Vervolgens wordt het bot aangepast aan de vorm van de prothese, waardoor een goede verankering mogelijk is.
Een plastic schijf wordt bevestigd aan een van de metalen delen van de prothese die op het onderbeen is vastgezet en zorgt daardoor voor het soepel bewegen. Tijdens de operatie en soms ook enige dagen na de ingreep, krijgt u antibiotica om de kans op infectie te verkleinen. De ingreep duurt ongeveer 2 uur.


 


Halve knieprothese

Wanneer er alleen artrose bestaat aan de binnenzijde van de knie, kan voor een halve knieprothese worden gekozen. Op deze manier wordt alleen het aangedane deel vervangen en niet de gehele knie.

lees meer

Halve knieprothese

Wanneer er alleen artrose bestaat aan de binnenzijde van de knie, kan voor een halve knieprothese worden gekozen. Op deze manier wordt alleen het aangedane deel vervangen en niet de gehele knie. Voordelen hiervan zijn dat er minder bot en kraakbeen wordt verwijderd, u sneller herstelt van de operatie en dat de kniebanden in de knie intact blijven waardoor u uw knie natuurlijker kan bewegen.

Tijdens de operatie verwijdert de orthopeed het versleten kraakbeen van het boven- en onderbeen. Dit wordt vervangen door twee metalen prothesedelen. Een plastic schijf wordt bevestigd aan een van de metalen delen van de prothese die op het onderbeen is vastgezet en zorgt daardoor voor het soepel bewegen.



Tijdens de operatie en soms ook enige dagen na de ingreep krijgt u antibiotica om de kans op infectie te verkleinen. De ingreep duurt ongeveer 2 uur.
 

Knieschijf­prothese

Bij een knieschijfprothese, oftewel een patellaprothese, wordt uitsluitend het patellofemorale gewricht vervangen. Het gewricht tussen boven- en onderbeen blijft ongemoeid.

lees meer

Knieschijf­prothese

Bij een knieschijfprothese, oftewel een patellaprothese, wordt uitsluitend het patellofemorale gewricht vervangen. Het gewricht tussen boven- en onderbeen blijft ongemoeid. Daarmee wordt de normale beweeglijkheid van het kniegewricht zo mogelijk behouden. Bij de operatie wordt de knie opengemaakt door een verticale snee van ongeveer 20 centimeter aan de voorkant van de knie. Tijdens de operatie verwijdert de orthopeed het aangetaste gewrichtsvlak. Vervolgens wordt het bot aangepast zodat de prothese er op past.
Achter de knieschijf wordt een plastic component geplaatst. De prothese wordt vastgezet met speciaal botcement. Tijdens de operatie en soms ook enige dagen na de ingreep, krijgt u antibiotica om de kans op infectie te verkleinen. De ingreep duurt ongeveer 1 uur. De wond wordt met nietjes dichtgemaakt. 
 

Werken met een knieprothese

Ook voor de terugkeer naar uw werk heeft het plaatsen van een knie prothese gevolgen. Uit onderzoek blijkt dat na een knie prothese zeven op de tien mensen hun werk kunnen hervatten. Hiervan is ongeveer 50% binnen 3 maanden weer aan het werk. Ongeveer 85% van de patiënten heeft binnen een half jaar het werk weer kunnen hervatten. lees meer

Werken met een knieprothese

Ook voor de terugkeer naar uw werk heeft het plaatsen van een knie prothese gevolgen. Hierbij is het fijn om exact te weten wat de gevolgen zijn. Dit varieert helaas voor iedereen. Uit onderzoek blijkt dat na een knie prothese zeven op de tien mensen hun werk kunnen hervatten. Hiervan is ongeveer 50% binnen 3 maanden weer aan het werk. Ongeveer 85% van de patiënten heeft binnen een half jaar het werk weer kunnen hervatten. Zes op de tien mensen deden fysiek even zwaar werk als voor de operatie en ongeveer acht op de tien mensen werkte weer evenveel uur als voorheen. Natuurlijk maakt het wel verschil of u een kantoorbaan heeft of een lichamelijk zwaar beroep.

Voor het hervatten van werk zal u rekening moeten houden met het feit dat u de eerste 4 tot 6 weken op krukken loopt. Doet u werk waarbij dit niet mogelijk is dan kunt u deze periode niet werken. Houdt er ook rekening mee dat knielen, hurken, klimmen en werken onder kniehoogte in veel gevallen na de operatie moeite zullen kosten. 
 

Risico


Complicaties

  • Infectie
  • Trombose
  • Stijfheid
  • Zenuwschade
  • Nabloeding
Lees meer

Complicaties

Complicaties zijn zeldzaam bij een knieprothese. Het is echter belangrijk dat u op de hoogte  bent van de mogelijke complicaties.

  • Infectie: een zeldzame maar ernstige complicatie (kans van 1%). Signalen van een infectie kunnen zijn: koorts, koude rillingen, toenemende pijn, toenemende roodheid of zwelling rond het litteken.
  • Trombose: er bestaat een risico op een afsluiting van een bloedvat met een bloedprop. U krijgt in het ziekenhuis medicijnen om trombose te voorkomen (kans van 2%).
  • Stijfheid (artrofibrose) van het gewricht. De knie kan stijf worden door de vorming van littekenweefsel.
  • Zenuwschade: doofheid, tintellingen of uitval van de voetheffers. Deze complicatie is zeer zeldzaam. Wel komt het vaker voor dat de huid aan de buitenzijde van het litteken doof aanvoelt.
  • Nabloeding: dit uit zich in langdurige en forse zwelling.

Uw risico's

Bereken uw persoonlijke risico's op de volgende pagina.


Uw risico's

Risico's

jaar
centimeter
kilogram

Vergelijken

Vergelijken

 

Behandeling zonder operatie Knieoperatie

Er zijn geen risico’s of bijwerkingen van meer bewegen.
 
Pijnstillers hebben verschillende bijwerkingen. NSAID’s (ontstekingsremmende pijnstillers) kunnen maagklachten geven. 20 van de 100 mensen worden misselijk of krijgen buikpijn van deze medicatie. Langdurig gebruik van deze medicatie geeft een verhoogd risico op maagbloedingen.

Na een injectie kunt u kortdurend last krijgen van opvliegers. Ook is er 1 tot 8 procent kans op pijn en zwelling na een injectie. Meestal is dit na een week weer over.

Het kan zijn dat u na de operatie ontevreden bent over het resultaat.

Het kan na de operatie lastig zijn om uw knie goed te kunnen buigen.

Er kan een infectie optreden. Gemiddeld treedt deze op bij 1 op de 100 mensen.

Er bestaat een risico op een afsluiting van een bloedvat met een bloedprop. Gemiddeld treedt dit op bij 2 op de 100 mensen.

17 van de 100 mensen hebben na de operatie nog steeds pijn.

De prothese kan loslaten. Dit komt binnen 15 jaar voor bij 5 op de 100 mensen.

Als u een hart- of longziekte heeft zijn de risico’s voor u groter. Ook als u rookt of overgewicht heeft loopt u meer gevaar bij een operatie.

Einde

Bedankt voor het doorlopen en invullen van de keuzehulp. Hopelijk heeft deze keuzehulp u voldoende informatie gegeven. Bespreek het resultaat en uw mening met uw arts. Ook voor vragen kunt u terecht bij uw arts. Samen kiest u de behandeling die het beste bij u past.

  • Medewerkers
  • Intranet