Nieuws Ethicus Jelle van Gurp interviewt Maartje Willems
1 februari 2021

Welke morele dilemma’s kom je tegen in de COVID-19-crisis? En hoe ga je daarmee om? Universitair docent Ethiek van de Gezondheidszorg Jelle van Gurp spreekt hierover met verpleegkundige in opleiding tot specialist Maartje Willems. ‘Het is schrijnend dat je niet altijd de zorg kunt verlenen zoals je gewend bent.’

Jelle van Gurp: ‘Wat doe je precies in relatie tot coronapatiënten?’

Maartje Willems: ‘Ik werk als verpleegkundig consulent binnen het GIDZ-team. Dit team (Geriatrie In De Ziekenhuizen) wordt in ons ziekenhuis geconsulteerd bij geriatrische patiënten die niet op de afdeling Geriatrie liggen. We kijken daarbij waar je in de zorg voor deze oudere patiënten extra op moet letten. Ouderen hebben vaak meerdere aandoeningen, waardoor het een complexe patiëntengroep is. Ze hebben daarbij een hoger risico op vallen, delier (plotselinge verwardheid), ondervoeding of lichamelijke achteruitgang. Veel COVID-patiënten zijn 70-plus. Daardoor zijn we nu als GIDZ-team vaak betrokken in de zorg voor deze mensen.’ 

Jelle: ‘Kun je vertellen wat het verschil is geweest in de eerste en de tweede golf?’

Maartje: ‘In de eerste golf was het lastiger om persoonsgerichte zorg te leveren. Dit kwam ten eerste doordat we hier te maken hadden met een compleet nieuw ziektebeeld. COVID-afdelingen waren gesloten afdelingen, waar wij als GIDZ-team niet konden komen. Ik heb in de eerste golf op afstand, vanuit huis, telefonische consultaties gedaan. Dat is moeilijker. Normaal bezoeken wij de patiënt fysiek aan bed om een goed beeld van ze te krijgen. Ook spreken we dan met familie; ook dat kon nu alleen telefonisch, vanwege het bezoekverbod. Bij de verpleegkundigen merkten we dat er door de relatieve onbekendheid met geriatrische patiënten, veel frustraties waren over hoe je de COVID-zorg afstemt op oudere mensen.’

Jelle: ‘Wat gaat er nu anders?’

Maartje: ‘Inmiddels is er veel meer bekend over corona als ziektebeeld, er zijn bezoekregelingen, we kunnen als GIDZ-team wel fysiek op consultatie komen en kunnen dan ook live met familie spreken. Hierdoor kunnen we voor oudere COVID-patiënten beter inschatten welke zorg het meest passend is.

Wat nog steeds lastig is, is dat je door het dragen van een mondmasker minder goed kunt communiceren met patiënten. Ze kunnen hierdoor minder goed een gezichtsuitdrukking bij je aflezen. Oudere mensen zijn over het algemeen slechter horend en kunnen vanwege het mondkapje ook niet liplezen. Je maakt moelijker contact met ze.’

Jelle: ‘Ik kan me inderdaad voorstellen dat het met een mondmasker lastiger zorg verlenen is.’

Maartje: ‘Ja, je maakt moeilijker écht contact met patiënten. In zijn algemeenheid in deze periode is het schrijnend dat je niet altijd de zorg kunt verlenen zoals je gewend bent.’

Jelle: ‘Wat vond je een van de meest schrijnende situaties die je hebt meegemaakt?’

Maartje: ‘Dat was een situatie uit de eerste golf bij een oudere vrouw die een buikoperatie had gehad. Ze kreeg postoperatief een delier. Haar dochter mocht bij haar blijven slapen op de kamer, totdat bleek dat haar moeder corona had en naar een COVID-afdeling moest. De dochter mocht niet mee. Dat afscheid, het verdriet dat ik zag, dat was zó aangrijpend om te zien. Uiteindelijk is de vrouw zonder haar dochter aan haar zijde overleden in ons ziekenhuis. Dat is wel het meest schrijnende dat ik heb meegemaakt. Dan vraag je je bij jezelf wel af: zijn de regels hier niet te streng? Waarom had die dochter geen afscheid van haar kunnen nemen?’ 

Jelle: ‘Op COVID-afdelingen worden relatief veel geriatrische patiënten gezien, zei je in het begin van ons gesprek. Zelf heb je daar veel ervaring mee. Zorgt dit wel eens voor wrijving als je kijkt naar de zorg aan oudere mensen met COVID?’

Maartje: ‘Als geriatrisch verpleegkundige ben ik bijvoorbeeld gewend om het al vroeg met de patiënt of familie te hebben over de wensen en doelen van de zorg. De COVID-zorg is vaak heel erg erop gericht om alles op alles te zetten. Terwijl ik denk dat het voeren van tweesporenbeleid belangrijk is. Enerzijds zet je in op beter worden van de patiënt. Maar daarnaast bespreek je ook met de patiënt en familie wat je gaat doen als beter worden niet meer lukt.’

Jelle: ‘En dit laatste vinden zorgverleners in COVID-zorg lastig, merk je? Om te vertellen dat doorbehandelen geen zin meer heeft?’

Maartje: ‘Ja, vooral jongere artsen en verpleegkundigen. Zij hebben relatief nog niet zo veel ervaring met oudere mensen. Bij kwetsbare oudere patiënten kan de situatie als een blad aan de boom omslaan en verslechteren. Ik heb geregeld gezien dat dit heel heftig overkwam op nabestaanden, en dat ze daardoor erg verrast worden. Vanuit de geriatrie weten we dat het goed is om steeds het gesprek te blijven voeren met patiënten en familie over het behandelbeleid.’

Jelle: ‘Is er tot slot nog iets dat je graag wilt zeggen over de zorg aan coronapatiënten?’

Maartje: ‘Ja, dat ik vind dat we het allemaal ontzettend goed doen. Dat het superknap is dat we in zo’n korte tijd de COVID-zorg op poten hebben gezet. Binnen een jaar tijd hebben we voor een totaal onbekend ziektebeeld de zorg opgetuigd. Nu hebben we ook een MDO (multidisciplinair overleg) voor COVID-patiënten met een diëtist, geriater, longspecialist en iedereen erbij. We kijken steeds binnen de mogelijkheden hoe we het beste persoonsgerichte zorg kunnen verlenen. Wat we in de eerste golf hebben geleerd passen we toe in de tweede golf, en zo verder. Ik vind dat we daar met zijn allen trots op mogen zijn.’