Ook vernauwde bloedvaten direct dotteren? Zeven miljoen euro subsidie voor onderzoek naar preventief dotteren

5 oktober 2017

Recent onderzoek lijkt uit te wijzen dat het beter is om bij een acuut hartinfarct ook direct de andere bloedvaten met vernauwingen te dotteren. Bij de huidige behandeling wordt in de acute fase alleen het afgesloten bloedvat gedotterd, en in een later stadium ook de vernauwde vaten als dat nodig is. Onderzoekers van het Radboudumc gaan in een internationaal onderzoek bekijken of preventief dotteren leidt tot minder sterfte en kosten. Hiervoor ontvangt het Radboudumc zeven miljoen euro subsidie.

Hart- en vaatziekten zijn al jaren doodsoorzaak nummer twee in Nederland en bij vrouwen zelfs nummer één. Per jaar worden ongeveer 33 duizend mensen opgenomen in het ziekenhuis met een hartinfarct. Bij een hartinfarct zijn één of meerdere bloedvaten van het hart, de kransslagaders, afgesloten waardoor het hart niet van zuurstof wordt voorzien. Daarom wordt een patiënt gedotterd: via een slangetje in de pols of lies wordt een ‘ballonnetje’ opgeblazen in de afgesloten kransslagader waardoor deze weer open gaat.
 
Acuut hartinfarct
Van de patiënten die opgenomen worden met een hartinfarct, overlijdt één op de vijf patiënten.  Van de patiënten die het hartinfarct overleeft, blijkt de helft ook problemen te hebben in andere bloedvaten dan waar ze gedotterd zijn. Cardioloog Robin Nijveldt: “Als we op het hartfilmpje zien dat iemand een acuut hartinfarct heeft, wordt met behulp van zogeheten hartkatheterisatie in beeld gebracht welke kransslagaders direct gedotterd moeten worden. Door contrastvloeistof in de kransslagaders te spuiten en een röntgenfoto te maken wordt duidelijk welke kransslagader dicht zit en direct gedotterd moet worden, maar ook of de andere kransslagaders ziek zijn. Als er vernauwingen in de andere kransslagaders zijn wordt vaak pas poliklinisch, dus in een later stadium, met aanvullend onderzoek bekeken of deze vernauwingen van belang zijn, en alsnog gedotterd moeten worden.”
 
Vernauwde bloedvaten opsporen
Er zijn aanwijzingen dat het beter is om bij een acuut hartinfarct ook direct de bloedvaten met vernauwingen te dotteren, in plaats van in een later stadium. Nijveldt: “Het kan waarschijnlijk veel zorgkosten en met name onzekerheid voor de patiënt wegnemen als we tijdens de eerste behandeling alle bloedvaten kunnen behandelen die een belangrijke afwijking vertonen.” In 2014 startte VUmc een onderzoek naar een bepaalde draad die meet of de kransslagaders belangrijke afwijkingen vertonen. Cardioloog Niels van Royen werkte destijds nog in VUmc: “We hebben toen aangetoond dat deze draad net zo betrouwbaar vast kan stellen of een vernauwing relevant is vlak na het hartinfarct als bij poliklinische patiënten. Dit biedt de kans om vlak na het hartinfarct te meten welke vernauwingen nog meer direct gedotterd moeten worden.”
 
iMODERN
Met de komst van Niels van Royen als nieuw afdelingshoofd Cardiologie en cardioloog Robin Nijveldt (die voorheen ook in VUmc werkte), start nu vanuit het Radboudumc een internationaal klinisch onderzoek: het instantaneous wave-free ratio guided Multi-vessel revascularizatiOn During percutaneous coronary intervEntion for acute myocaRdial iNfarction (iMODERN). Hierbij wordt de preventieve behandeling met gebruik van de draad vergeleken met de huidige behandeling bij patiënten met een acuut hartinfarct. Een toevoeging aan de huidige behandeling is dat patiënten binnen een maand een MRI scan ondergaan. Nijveldt: “Op een MRI scan kunnen we uitsluiten dat de afwijkende kransslagaders problemen op gaan leveren en de patiënt klachten zal krijgen. Deze methode is zeer veilig en niet-invasief, wat het een aantrekkelijke manier maakt om de onzekerheid van patiënten en behandelend arts weg te nemen.”
 
Zeven miljoen
Het onderzoek moet uitwijzen of preventief dotteren leidt tot minder sterfte en de zorgkosten verlaagt. In Nederland doen acht ziekenhuizen mee aan het onderzoek. De zeven miljoen euro voor het onderzoek is een gezamenlijke subsidie van Philips, BIOTRONIK en Topconsortia Kennis en Innovatie (TKI) van het Ministerie van Economische Zaken.
 
Deelnemende centra in dit onderzoek: Radboudumc, AMC, OLVG, UMCG, Amphia Ziekenhuis, ErasmusMC, Tergooi ziekenhuizen, Maastricht UMC+, en tevens centra in België, Brazilië, Denemarken, Duitsland, Engeland, Italië, Luxemburg, Portugal, Spanje, Zweden en Zwitserland.
 

Meer informatie


Anne van Kessel

(024) 30 92373
persvoorlichter

inloggen