17 mei 2018

Met de gesprekstool ‘mijn Positieve Gezondheid’ kunnen mensen online hun eigen gezondheid beoordelen. Hiermee krijgen zij inzicht in hun gezondheid en kunnen deze eventueel samen met een zorgverlener verbeteren. Het Radboudumc onderzocht in opdracht van zorgverzekeraar VGZ het gebruik en de ervaringen met de gesprekstool. Uit het onderzoek bleek dat het louter invullen van ’mijn Positieve Gezondheid’ nog niet automatisch leidt tot actie om de gezondheid te verbeteren.

Bij het concept Positieve Gezondheid gaat het om het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan en daarbij zoveel mogelijk eigen regie te voeren. De nadruk ligt daarbij niet op de beperkingen die een ziekte oplevert, maar op de mogelijkheden die een patiënt juist wel heeft. Het idee hierachter is dat patiënten zelf meer actie kunnen ondernemen om hun gezondheid te verbeteren.
 
Onderzoek gesprekstool
Om informatie over Positieve Gezondheid ook praktisch te kunnen gebruiken, ontwikkelde Machteld Huber van het Institute for Positive Health de gesprekstool ‘mijn Positieve Gezondheid’. Gebruikers kunnen hiermee hun eigen gezondheid in brede zin beoordelen. Zorgverzekeraar VGZ wilde weten of gebruik van de gesprekstool kan leiden tot minder zorggebruik en liet de ervaringen van gebruikers en de invloed op mogelijke gedragsverandering onderzoeken door het Radboudumc. “Voor ons is de Zinnige Zorg Strategie leidend,” zegt innovatiemanager Jacqueline Batenburg van VGZ, “Binnen deze strategie richten wij ons op de good practices die positief bijdragen aan lagere zorgkosten en liefst betere kwaliteit van zorg.”
 
Onderzoekers van het onderzoekscentrum voor maatschappelijke zorg van het Radboudumc onderzochten het gebruik van de gesprekstool bij wijkbewoners, ouderen, patiënten met psychosociale onder behandeling van een huisartsenpraktijk, en patiënten met een chronische endocrinologische aandoening onder behandeling van de afdeling Interne Geneeskunde van het Radboudumc.
 
Weinig invloed op gedrag
Uit het onderzoek bleek dat de tool nog verbeterd kan worden. Het belangrijkste was dat niet alle gebruikers het geboden inzicht in de eigen gezondheid goed begrijpen. De verwachting was dat deelnemers de resultaten van de tool zouden bespreken met een zorgverlener, of iemand uit hun omgeving. Dit gebeurde echter niet. De invloed op het gezondheidsgedrag was minimaal. Judith Wolf, projectleider van het onderzoek: “Het louter beschikbaar stellen van deze gesprekstool aan burgers en aan patiënten in een klinische situatie maakt weinig tot geen verschil.”
 
Praktische aanbevelingen
De onderzoekers bieden praktische aanbevelingen voor verbetering van de gesprekstool. Judith Wolf: “Het vraagt vooral meer investering in de implementatie, met aandacht voor onder meer een andere kijk op gezondheid, het systematisch gebruik van ‘mijn Positieve Gezondheid’ door professionals, met ook methodische ondersteuning bij een andere gespreksvoering met patiënten en een andere inrichting van het zorgtraject.”
 
Machteld Huber herkent de uitkomsten van het onderzoek: “Wij spreken daarom van ‘werken met Positieve Gezondheid’ om te benadrukken dat het gesprek ná het invullen van de gesprekstool cruciaal is om een proces naar eigen regie op gang te brengen.”

Meer informatie


drs. Marcel Wortel

persvoorlichter

(024) 81 87389

  • Snel naar