Nieuws 2018 In beeld na overlijden

1 maart 2018

Wanneer de oorzaak van iemands overlijden niet duidelijk is, kan postmortem onderzoek uitkomst bieden. Veel nabestaanden vinden obductie alleen geen fijn idee. In die gevallen is beeldvormend onderzoek een goede optie. Met name voor kinderen en baby’s is de methode een goed alternatief. Onderzoeker Willemijn Klein initieerde de eerste richtlijn voor dit relatief nieuwe vakgebied.

Pathologen, radiologen, klinisch genetici en schouwartsen voeren postmortem onderzoek uit om de overlijdensoorzaak van een patiënt te verduidelijken. De uitkomst van het onderzoek kan belangrijk zijn voor nabestaanden van de patiënt. Het kan helpen bij de rouwverwerking en als het om een erfelijke of besmettelijke doodsoorzaak gaat, kunnen de nabestaanden advies krijgen over mogelijke preventie en/of behandelingsmogelijkheden.

De bekendste vorm van postmortem onderzoek is de obductie. Hierbij maakt een patholoog het lichaam van een overledene open en worden alle organen zowel met het oog als onder de microscoop bestudeerd. Tot aan de jaren ’60 werd de helft van de overledenen op die manier onderzocht. Tegenwoordig gebeurt het in minder dan 3 procent van de gevallen. Dit komt deels omdat artsen tijdens het leven van de patiënt vaak al een diagnose kunnen stellen.

 

Andere doodsoorzaak dan gedacht

Toch blijkt dat pathologen regelmatig nieuwe bevindingen doen in het onderzoek naar het overlijden. Radioloog Willemijn Klein: “Uit literatuuronderzoek blijkt in 20 tot 50% van de gevallen de postmortem diagnose anders is dan aanvankelijk door de behandelend arts werd gedacht.”
Artsen kunnen dus veel leren van postmortem onderzoek. Klein: “Maar veel nabestaanden zien obductie niet zitten. Bijvoorbeeld omdat ze vinden dat de overledene al genoeg heeft geleden en nu rust verdient, of omdat het opensnijden van het lichaam bezwaren oproept bij de nabestaanden. Met postmortem radiologie kunnen we het lichaam bekijken zonder dat het beschadigt.” Klein is gespecialiseerd in dit bijzondere vakgebied. Ze onderzoekt ongeveer 100 lichamen per jaar. Voor het MUMC+ voert ze ook forensisch postmortem onderzoek uit.

 Een bekend voorbeeld van postmortem onderzoek is een röntgenfoto of CT-scan die bij forensische casus de positie van een kogel in het lichaam laat zien. Tegenwoordig wordt er ook veel MRI gebruikt. De beeldvormende methodes zijn geschikt voor het aantonen van anatomische afwijkingen en daarom met name voor foetussen en baby’s heel geschikt. “Bij de allerkleinsten is de nauwkeurigheid 95%”, zegt Klein. Dat komt doordat de doodsoorzaak bijna altijd een anatomisch ‘foutje’ is, bijvoorbeeld een afwijking van het skelet.  Bij volwassenen is de postmortem radiologie ook geschikt om de grote afwijkingen te tonen, zoals een bloeding van een aneursyma. Microscopische afwijkingen zijn niet zichtbaar; daarvoor is een obductie geschikter.
Nu de postmortem radiologie steeds vaker gebruikt wordt, is het tijd voor een richtlijn 22 februari verscheen er een publicatie over de richtlijn in de richtlijnendatabase. Willemijn Klein was voorzitter van de werkgroep die de richtlijn ontwikkelde.
 

Meer informatie


Anne van Kessel

persvoorlichter

(024) 30 92373

Meer nieuws


Koninklijke onderscheiding voor KNO-arts dr. Ronald Admiraal Ridder in de Orde van Oranje-Nassau

24 september 2018

Ronald Admiraal heeft tijdens zijn afscheidssymposium op vrijdag 21 september een lintje ontvangen voor zijn werk als KNO-arts.

lees meer

Niet opereren is ook een optie Samen beslissen over een operatie

20 september 2018

Noralie Geessink ontwikkelde een training voor chirurgen om de gesprekken met de patiënt te verbeteren.

lees meer

Opnieuw een 8,5 voor de zorg in het Radboudumc

20 september 2018

Ruim 5000 patiënten deelden hun ervaringen met de zorg via de Consumer Quality Index

lees meer

NFU doet eindbod met structurele loonsverhoging van 8,25% over drie jaar en afspraken over verlaging werkdruk

19 september 2018

De NFU biedt structureel een loonsverhoging van 8,25% voor een driejarige cao voor de ruim 70.000 medewerkers van de acht universitair medische centra (umc’s).

lees meer

Cognitieve gedragstherapie effectief bij myotone dystrofie type 1 Nieuwe behandeloptie voor complexe ziekte

19 september 2018

Een behandeling met cognitieve gedragstherapie helpt patiënten met myotone dystrofie type 1 in het verbeteren van hun fysieke capaciteiten en sociale deelname.

lees meer

Citrienfonds.nl laat zien hoe de zorg beter kan én betaalbaar blijft 24 zorgverbeteringen in Radboudumc

11 september 2018

Om de zorg beter, toegankelijk en betaalbaar te houden, is in 2014 door de minister van VWS het Citrienfonds opgericht. Met de umc’s als initiatiefnemer werken partijen in de zorg gezamenlijk aan het verbeteren van de zorg. 24 van de ruim 100 projecten uit het Citrienfonds zijn van het Radboudumc.

lees meer
  • Snel naar