Nieuws Ron Wevers wil genetische ziekten voorkomen op de Faeroer en in Nederland
20 juli 2021

Een ontmoeting met een jongen uit de Faeröer met een zeldzame genetische ziekte zette hoogleraar klinische chemie Ron Wevers aan het denken. Zou hij een systeem kunnen opzetten waarmee er geen kinderen met zware handicaps meer geboren worden op de eilandengroep? Nu het bijna zover is op de Faeröer, kijkt Wevers naar Nederland. ‘Ook hier kan screening veel leed voorkomen.’

 

Is het wenselijk om Nederlandse echtparen grootschalig op DNA-fouten te testen, voordat ze aan kinderen beginnen? Hoogleraar Ron Wevers denkt van wel. Hij heeft een missie: het aantal kinderen dat geboren wordt met een handicap sterk beperken, via de zogeheten preconceptie (voor de conceptie of bevruchting, red.) dragerschapsscreening.

Koppels die risico lopen op het krijgen van kinderen met een ernstige handicap worden in zo’n systeem door het ziekenhuis geïnformeerd. Dat biedt hen verschillende reproductieve keuzes, zoals ivf, waardoor de echtparen alsnog gezonde kinderen kunnen krijgen.

 

Blokjes stapelen

Wevers komt op het idee nadat hij in 1999 op een congres in het Duitse Göttingen een jongen uit de Faeröer met een ernstige handicap ontmoet. Naast een paar honderd academici zijn ook twintig kinderen met een zware handicap aanwezig op het congres. Na een lange medische reis langs vele ziekenhuizen weten hun ouders nog steeds niet wat er met hun zoon of dochter aan de hand is. Als last resort leggen ze hun kinderen voor aan een panel internationale wetenschappers: kunnen zij wel tot een diagnose komen? Ter plaatse mogen artsen de patiënten niet alleen onderzoeken, in een volgelopen collegezaal mogen ze ook vragen stellen aan de ouders over het verloop van de ziekte.

Als specialist in biochemie en metabolisme is aan Ron Wevers gevraagd om iets te vertellen over een kind uit de Faeröer, een geïsoleerde eilandengroep tussen IJsland, Noorwegen en Schotland. De hoogleraar van het Radboudumc heeft het dossier van de jongen, die een ernstige neurologische ziekte heeft, goed bestudeerd. Bij de geboorte zag het kind er normaal uit, maar het beste wat de jongen enkele jaren later voor elkaar krijgt is een paar blokjes op elkaar stapelen en via pictogrammen op een computer aangeven dat hij wil eten of plassen.

Op het congres met de passende naam Der ungelöste Fall kunnen Wevers en zijn collega’s nog niet veel zeggen over de precieze oorzaak van de ziekte van de jongen. ‘We wisten dat het iets te maken had met de mitochondriën (de energiecentrales van de cel, red.), maar niet waar het precies misging. Met de technologie van die tijd vereiste het maanden of zelfs jaren van onderzoek om een fout in het DNA te vinden. Vandaag slechts drie weken.’

 

Koud kunstje

In de theepauze van het congres raakt Wevers in gesprek met de ouders van de jongen, die hem vertellen dat ze op de Faeröer zeker tien kinderen met dezelfde ziekte kennen. Aangezien de Faeröer een lange tijd geïsoleerde eilandengroep is, vermoedt Wevers dat de getroffen families stamboom-technisch aan elkaar gerelateerd zijn, en dat de ziekte het gevolg is van een fout in het genetisch materiaal.

Drie jaar lang hoort Wevers niets van de ouders. Tot de moeder hem op een dag belt met de vraag of ze de volgende dag op zijn kantoor in het Radboudumc mag langskomen. De vrouw loopt Wevers’ kamer binnen met een enorme stamboom onder de arm, die ze samen met andere Faeröerders op koude winteravonden bij elkaar heeft gezocht. ‘Nog nooit had ik zo’n indrukwekkende stamboom gezien’, zegt Wevers. ‘Hij omvatte alle Faeröerfamilies met een patiënt met deze ziekte.’

Zoals voorspeld zijn alle gevallen te herleiden tot een genetische fout van één gezamenlijke voorouder die in 1630 geboren werd. Daarom besluit Wevers om met de Nijmeegse genetica-afdeling de oorzaak van de ziekte op te sporen en om indien mogelijk een therapie te ontwikkelen voor het gehandicapte kind.

In 2003 reist het team van Wevers een eerste keer naar de Faeröer. Ter plaatse nemen ze bloed af van de kinderen met een handicap en hun familieleden. Vervolgens is het een koud kunstje om te analyseren welke stukjes chromosomen hetzelfde zijn in alle patiënten, en zo een lijst op te stellen van mogelijk betrokken genen.

Na een speurtocht van anderhalf jaar heeft Wevers het zogeheten SUCLA2-gen gevonden met daarin de fout die de ziekte van de Faeröer-patiënten veroorzaakt. Perfect gezonde ouders die beiden een fout in dit gen hebben, hebben een kans van één op vier om een kind met een handicap te krijgen. Wevers bedenkt een dieet voor de gehandicapte jongen op de Faeröer, maar voor hem komt de hulp helaas te laat.

 

DNA-apparatuur

Toch verdwijnt de jongen niet uit het hoofd van Wevers. De hoogleraar denkt voor het eerst aan het opzetten van een preconceptie dragerschapsscreening, die moet voorkomen dat kinderen met de SUCLA2-ziekte worden geboren.

In 2007 en 2008 reist Wevers een paar keer naar de Faeröer om ter plekke te spreken met ouders en patiënten maar ook met artsen, ethici, media, vertegenwoordigers van de kerk, verzekeraars en gewone burgers over zijn idee. In een aula houdt hij een goed bezochte lezing. De Faeröerders hebben wel interesse in het idee van Wevers, maar er moeten nog veel hordes worden overwonnen. Er is onvoldoende genetica-kennis op de eilandengroep, noch is er een laboratorium met DNA-apparatuur.

Weer gaan enkele jaren voorbij. Maar dan, in 2016, zijn alle voorwaarden aanwezig voor verdere stappen. Door stom toeval – een ziekte onder zalmen, een belangrijke economische factor op de Faeröer – is er inmiddels wel een laboratorium met DNA-apparatuur op het eiland. Ook wordt een collega gevonden die met een subsidie het project ter plaatse kan leiden.

In overleg met artsen en regering wordt het aantal op te sporen ernstige genetische ziektes, die vaak voorkomen op de Faeröer, uitgebreid naar zeven. Wevers: ’Op dit moment onderzoeken we hoe vaak het dragerschap voor al deze ziektes voorkomt bij de Faeröerders. Binnen een jaar is dat onderzoek afgerond. Dan kan de regering in principe beslissen om de preconceptie dragerschaps­screening in te voeren.’

 

Volendamse ziekten

Waarom dit systeem ook niet invoeren in Nederland, denkt Wevers, die door zijn werk honderden verschillende genetische ziekten heeft gezien. Voor de meest voorkomende probeert de industrie een medicijn te ontwikkelen, weet hij, maar dat kost vaak tonnen per jaar en patiënten moeten ze levenslang nemen. ‘Het is onmogelijk om een therapie te bedenken voor al deze ziektes, want dan gaat de BV Nederland failliet’, zegt Wevers. ‘Mijn droom is dat we door preconceptie dragerschapsscreening zo’n duizend genetische ziekten proberen te voorkomen.’

Op kleine schaal bestaat het systeem al in Nederland, legt Wevers uit. In gemeentes als Katwijk, Urk en Volendam, van oudsher gesloten gemeenschappen, komen net als op de Faeröer een beperkt aantal genetische ziekten voor. Wie uit Volendam komt en een kind wil krijgen, kan vandaag al een dragerschapstest laten doen op vier “Volendamse ziekten”, die net als op de Faeröer het gevolg zijn van de bloedverwantschap van de burgers.

De hoogleraar geeft nog een paar voorbeelden. ‘Huwelijken tussen neven en nichten worden afgeraden in Nederland, maar partners die bloedverwant zijn kunnen een preconceptie dragerschapstest laten uitvoeren in Maastricht. In Utrecht doet een groep artsen aan preventie voor erfelijke nierziektes en in Groningen bieden huisartsen preconceptie-screening aan voor de zeventig meest voorkomende ernstige genetische ziekten.’

Is het model van de Faeröer toepasbaar in Nederland?

‘Nee, want in Nederland zijn er per gen veel meer genetische mutaties in de bevolking. Ik zie veel heil in het Australisch model. Daar kreeg een echtpaar een dochtertje, Mackenzie genaamd, met spinale spieratrofie. Zij overleed op jonge leeftijd. De ouders, allebei kerngezond, vroegen zich af of ze dit op voorhand hadden kunnen weten. Zij stapten naar de politiek en de pers met het verhaal dat ze door een gen-foutje een kind met een handicap hadden gekregen. De overheid stelde daarop 30 miljoen dollar ter beschikking voor het proefproject ‘Mackenzie’s mission’. Momenteel  worden in drie provincies tienduizend inwoners nagekeken op 1300 genen, die allemaal met een ernstige ziekte geassocieerd zijn. Mijn Australische collega’s, die ik af en toe spreek, zijn ervan overtuigd dat die preconceptiescreening er na afloop van het project komt. Daarmee zou Australië het eerste land in de wereld worden waar het grootschalig wordt ingevoerd.’

Hoe werkt het precies?

‘Ziekenhuizen verzamelen het DNA van burgers door een stukje wangslijmvlies of bloed af te nemen, bijvoorbeeld bij de geboorte via een hielprik of wanneer de reproductieve leeftijd (waarop mensen kinderen krijgen, red.) in zicht komt.’

‘Als echtparen een risico lopen op een kind met een ernstige ziekte, neemt het ziekenhuis contact op met hen. Zij krijgen vijf reproductieve keuzes aangeboden waarmee ze alsnog een gezond kind kunnen krijgen. Denk bijvoorbeeld aan in vitro fertilisatie waarbij de eicel en de zaadcel in een reageerbuis bij elkaar komen.’

Zijn toekomstige ouders verplicht om mee te doen aan de screening?

‘Nee, het moet een vrije keuze blijven. Wel vind ik dat de overheid deze screening gratis zou moeten aanbieden.’

Moeten we willen dat mensen op de hoogte zijn van fouten in hun genen?

‘Dat lijkt me niet verstandig. Iedereen heeft wel een paar foutjes in het genoom. Preconceptie-screening is bedoeld voor wensouders. Zij krijgen geen individuele uitslag en zullen uitsluitend horen of hun beider DNA een hoog risico loopt op een kind met een ernstige handicap. Als je foutjes uit hun individuele DNA aan mensen gaat uitleggen zal dat vaak onvoldoende worden begrepen en zal het draagvlak onder preconceptiescreening snel wegvallen.’

Als mensen alsnog een gehandicapt kind krijgen, is de consequentie dan niet dat andere mensen zullen zeggen dat het hun eigen schuld is?

‘Mensen wijzen al snel naar kinderen met een handicap. Voordat deze screening wordt ingevoerd, is daarom veel voorlichting nodig. Ook als mensen heel gezond zijn, kunnen ze door een foutje in hun genenpakket toch een kind met een ernstige handicap krijgen. En zelfs als we net als in Australië deze 1300 onbehandelbare genetische ziekten opnemen in een vorm van preconceptie screening, zullen er nog altijd gehandicapte kinderen geboren worden, want iedere dag worden er nog nieuwe genetische ziekten ontdekt.’

Zijn alle 1300 ziektes op de lijst zware handicaps?

‘Het zijn allemaal zeer ernstige ziekten, de meeste krijg je op jonge leeftijd. Ziektes als erfelijke alzheimer of de ziekte van Huntington, waar je pas op latere leeftijd symptomen van krijgt, komen niet op de lijst voor.’

Moet hiervoor een politieke discussie gevoerd worden?

‘Zeker, maar dat gebeurt al. Minister Hugo de Jonge laat momenteel onderzoeken wat de ethische overwegingen en maatschappelijke consequenties zijn van preconceptiescreening. De eindrapportage daarvan volgt in een van de volgende maanden.’

‘Maar politici zouden dit zelf ook op de agenda moeten zetten. Zelf heb ik samen met kinderarts en hoogleraar Metabole Ziekten Clara van Karnebeek vorig jaar een brief geschreven aan de programmacommissie van D66, omdat die partij zich de afgelopen jaren consequent met levensvraagstukken heeft beziggehouden. Inmiddels heeft de partij een paar zinnen over deze screening opgenomen in het partijprogramma, in de paragraaf gezondheidszorg.’

Hoe realistisch is het dat Nederlandse echtparen op een dag gescreend zullen worden?

‘Ik hoop en verwacht dat het er uiteindelijk van zal komen. Of ik het meemaak weet ik niet, maar de kans om een grote hoeveelheid leed te kunnen voorkomen zouden we niet mogen laten liggen.’

Waarom bent u daar zo overtuigd van?

‘Eén op de 150 stellen in Nederland loopt het risico op een kind met zo’n ziekte. Als je weet dat hier 170.000 à 180.000 kinderen per jaar worden geboren, dan kom je per jaar uit op zo’n 280 kinderen met een handicap. Dat is een onvoorstelbaar leed. Daarenboven maken ouders van gehandicapte kinderen vaak een hele reis langs dokters en ziekenhuizen voor ze een arts vinden die de oorzaak van de ziekte kan vinden. Daar zijn gigantische gezond­heids­zorgkosten aan verbonden, nog los van de kosten van de medicatie.’

En dat aantal zou je door prenatale screening tot vrijwel nul kunnen terugbrengen?

‘In theorie wel, maar dat veronderstelt dat alle ouderparen voor de conceptie meedoen aan de screening. Voordeel is dat ieder ouderpaar slechts eenmalig deze screening hoeft te ondergaan; hun DNA blijft immers onveranderd, ook als ze meerdere kinderen krijgen.’

Met permissie, maar in hoeverre verschilt preconceptiescreening van het idee van de maakbare mens?

‘Van dergelijke ideeën zou ik ver weg willen blijven. Preconceptiescreening gaat niet over het creëren van kinderen met een gewenste oogkleur of een IQ van 130 of hoger. Het gaat hier om het aanbieden van reproductieve keuzes aan ouderparen die een hoog risico hebben op het krijgen van een ernstig gehandicapt kind.’

Wat zeg je aan mensen die een risico lopen, maar er toch voor kiezen om gewoon een kind te krijgen?

‘Het is aan artsen, meer bepaald aan klinische genetici, om deze mensen de juiste informatie te geven en het palet van repro­ductieve keuzes voor te leggen. Daarvoor moeten ze alle tijd nemen die nodig is, zodat mensen zelf tot een goed geïnformeerde en weloverwogen beslissing kunnen komen.’

U bent zelf geen arts. Kijkt u daarom met een andere bril naar deze problematiek?

‘Ik ben een chemicus, het is mijn taak om moeilijke stofjes te meten en naar genen te kijken. Daardoor sta ik op wat grotere afstand van patiënten. Onder andere dankzij het avontuur op de Faeröer heb ik het idee dat ik mee kan voelen met wat ouders met kinderen met een zware handicap overkomt. De wanhoop in hun ogen spreekt vaak boekdelen.’

Op welke manier heeft die ontmoeting op het congres in Göttingen uw carrière beïnvloed?

‘Mijn werk is het diagnosticeren van erfelijke ziekten en het ontwikkelen van biochemische testen om die ziekten in beeld te krijgen. Daar is in principe niets aan veranderd. Wel ben ik me gaan realiseren dat de geneeskunde niet voor alle genetische ziekten een therapie kan bedenken. Droom maar lekker verder, dat kost gewoon te veel geld. Nee, voorkomen is in dit geval beter dan genezen.’

Klinisch chemicus Ron Wevers is al drie jaar met emeritaat, maar is nog met regelmaat in het Radboudumc te vinden. Naast zijn carrière als hoogleraar en hoofd van het Translationeel Metabool Laboratorium zat Wevers jarenlang in de Gezondheidsraad, onder andere in de Beraadsgroep Genetica. Op dit moment zit hij nog steeds in de commissie ‘Screening rond zwangerschap en geboorte’ van de Gezondheidsraad.

Oorspronkelijk gepubliceerd in VOX

Meer nieuws


Antistoffen zitten na milde corona-infectie ook in neusvocht

27 september 2021

Onderzoek via neusvocht is makkelijker dan via het bloed

lees meer

Wilt u uw vaccinatiegegevens (alsnog) delen met het RIVM? Of kunt u deze gegevens niet inzien via MijnRIVM?

23 september 2021

Bent u als patiënt uit de medische hoogrisicogroepen in het Radboudumc gevaccineerd tegen corona? Dan is op de vaccinatielocatie gevraagd of u toestemming geeft om uw vaccinatiegegevens door te geven aan het RIVM. In uw dossier is vastgelegd of u hiervoor wel of geen toestemming heeft gegeven.

lees meer

TropIQ zoekt met AI nieuwe mugwerende middelen

21 september 2021

TropIQ Health Sciences, een spin-off van het Radboudumc, ontvangt 1,3 miljoen dollar van de Bill and Melinda Gates Foundation om nieuwe mugwerende middelen op te sporen.

lees meer

Start-up Patholyt ontwikkelt AI-innovaties voor de patholoog

21 september 2021

Patholyt wil de toepassing van kunstmatige intelligentie (AI) in de pathologie versnellen en de kansen van kankerpatiënten wereldwijd verbeteren. Patholyt is een spin-off van het Radboudumc, koploper in het onderzoek naar AI binnen de pathologie

lees meer

MI-robot: tumoren in beeld Podcast 8 in de serie ‘AI for Life’

21 september 2021

In deze podcastaflevering van AI for Life staat de MI-robot centraal. Radboudumc, Soteria Medical en Tesla Dynamic Coils werken aan een robot die gerichter biopten kan nemen.

lees meer