Over de voortgangstoetsing

Controleer het meetmoment en de locatie waar de toets wordt afgenomen in je webdossier.

Landelijke website over de voortgangs­toetsing

Kijk voor toetsdata, antwoordsleutels, studentcommentaar, normering, ProF en meer op de site van de interuniversitaire VoortgangsToets Geneeskunde (iVTG). naar www.ivtg.nl

Niet goed ingedeeld?

Controleer één tot twee weken voor de voortgangstoets je indeling en toetslocatie. Je vindt deze in je webdossier. Ben je verkeerd ingedeeld?

lees meer

Niet goed ingedeeld?

Als je verkeerd bent ingedeeld, neem dan zo snel mogelijk via e-StIP contact op met de secretaris van de Voortgangstoetsbeoordelingscommissie Nijmegen (VBCN), drs. L. Gijsbers.


Veelgestelde vragen

over de voortgangstoetsing


  • Lees de tips en adviezen over de voortgangstoetsen en bestudeer de individuele analyses van de voortgangstoetsen die je hebt gemaakt. Neem zonodig contact op met de studieadviseur.

Toetsingsregeling en reglement van orde

Tips en Adviezen


Tips

Tips voor het maken en analyseren van voortgangstoetsvragen. bekijk de pdf

Adviezen

Heb je problemen met de voortgangstoetsen? Bekijk de adviezen.

lees meer

Adviezen

Vermindering van stress

  • Een voortgangstoets afleggen is het leveren van een topprestatie. Geniet daarom van een goede nachtrust.
  • Ga voor het naar bed gaan niet studeren maar ontspannen.
  • Sta op tijd op en ontbijt goed.
  • Ga heel ruim van tevoren op weg (niet met de laatst mogelijke bus of trein, houd rekening met een lekke band, vertraging bij het openbaar vervoer e.d.).
  • Als je last hebt van onrust of geloop van studenten die al heel snel de zaal verlaten, bespreek dit dan met de studieadviseur.
  • Neem wat te eten en te drinken mee. Voldoende vocht en voedsel laten je hersenen optimaal functioneren.
  • Neem regelmatig pauzes van enkele minuten tijdens de toets, tenminste vier tot vijf keer. Zo werk je met korte spanningsbogen en frequente momenten van uitrusten. Begin zo’n pauze met een kleine ontspanningsoefening, bijvoorbeeld door aan- en ontspannen van je armen tegen de stoelleuning of met je voeten tegen de grond.
  • Haast je niet en vergelijk je niet met anderen die veel kortere of langere tijd nodig hebben.Over 't algemeen geldt: hak snel knopen door en ga niet te veel zitten 'zoeken'.

Toetsstrategie: gokken? Vragen openlaten?

  • Er komen in een voortgangstoets geen 'strikvragen'voor. De commissie keurt dergelijke vragen af. Als er bij het nakijken toch strikvragen voorkomen dan worden die alsnog verwijderd.
  • Je kunt alle vragen vertrouwen, ook als ze heel gemakkelijk lijken. Veel vragen zijn inderdaad heel gemakkelijk (deze zijn namelijk voor jongerejaars bedoeld, zodat zij ook kunnen scoren).
  • Als je heel lang over de toets doet, is de kans groot dat je te veel achter de vragen zoekt. Als dat tot fouten heeft geleid, beantwoord dan wat oppervlakkiger en sneller.
  • Als het je in je eerdere jaren wel goed afging maar nu je veel meer weet niet: ben je dan misschien teveel aan het 'zoeken'? Als je erg gemakkelijke vragen openlaat omdat je ze niet vertrouwt, moet je ze voortaan juist wel beantwoorden.
  • Kijk in je individuele analyse (zie je webdossier) of je in vergelijking met je jaargenoten opvallend veel of weinig hebt ingevuld. Als er achter je score in de kolom '?' één of twee plusjes staan, heb je (veel) meer vragen opengelaten dan gemiddeld in je jaargroep. In dat geval komt de kennis waarover je beschikt onvoldoende tot zijn recht, met als gevolg dat je te weinig punten haalt. Dit is vaak een belangrijke oorzaak van onvoldoende scores: hoe minder vragen je beantwoordt, hoe minder kennis wordt gemeten. Ook gedeeltelijke kennis levert statistisch gezien extra punten op! Extreem geformuleerd: de student die slechts 1 vraag beantwoordt (maar wel met 100% zekerheid goed) zal nooit de voortgangstoets kunnen behalen.
  • De student die alle vragen beantwoordt waarvan het onderwerp hem bekend voorkomt, weet dat al zijn of haar beschikbare kennis heeft kunnen bijdragen aan de score.
  • N.B.: als je heel voorzichtig invult, zul je doorgaans inderdaad minder fouten maken, maar meestal blijkt deze strategie je meer punten te kosten (omdat je minder goede antwoorden scoort) dan minder foute antwoorden op te leveren!
  • Het advies is om eerder meer vragen in te vullen dan minder. Zelfs bij gokken zal bij ouderejaars de raadkans over een reeks vragen gemiddeld wat hoger liggen dan 0,5.
  • Als je in vergelijking met je jaargroep (veel) meer openlaat vul dan (veel) meer in en laat alleen dié vragen open over onderwerpen waarvan je nog nooit hebt gehoord.
  • Als je dit riskant vindt, besef dan dat het in elk geval veilig is wanneer je ongeveer evenveel vragen openlaat als je eigen jaargroep, tenzij er duidelijke redenen zijn waardoor je minder kunt weten. Bijvoorbeeld omdat je bepaalde blokken nog niet hebt gevolgd, of hiervoor een onvoldoende had. Zie ook de statistische toelichting.
  • Ga na of je de toets net niet haalt als gevolg van net niet goed genoeg weten of door je invulstrategie.
  • Heb je vragen om onverklaarbare redenen fout? Dat kan komen door een black-out (stress, honger), overnamefout (te haastig, te slordig, te moe).
  • Ben je iemand die na invullen nog veel verbetert? Controleer wat dat je oplevert. Heb je vragen fout nadat je ze hebt 'verbeterd'? Heb je dan zitten 'zoeken' uit angst voor een strikvraag? Verbeter in dat geval niet meer. Over het algemeen geldt dat achteraf verbeteren vaak punten kost.
  • Controleer of je vragen verkeerd hebt gelezen of de stof verkeerd geleerd.
  • Een heel goede oefening is de volgende: pak de vorige toets en vul op je gemak alle vragen in die je tijdens de toets hebt opengelaten. Tel vervolgens hoeveel van die vragen je goed en fout had en bepaal de score die je met deze antwoorden extra behaalde. De ervaring leert dat deze score vrijwel altijd licht positief is. Bij studenten die relatief veel vragen onbeantwoord laten, kan deze extra score hoog oplopen!
  • Een laatste tip die bij een groot aantal - maar niet bij alle - vragen kan helpen: dek voor het lezen van een vraag de antwoordopties af en bekijk of je na het lezen van de vraag al een idee hebt van het juiste antwoord.

Voorbereiding en overige adviezen

  • Soms moet je meer moeite doen om de stof te onthouden, meer 'stampen', liefst gericht op een categorie of discipline waarin je opvallend zwak bent vergeleken met je jaargroep (zie individuele analyse).
  • Besteed gericht aandacht aan bepaalde stof die telkens terugkeert in de toets. Voorbeeld: er staan in elke toets vragen over epidemiologie. Van deze discipline kun je gericht enkele aspecten bestuderen, zoals prevalentie, incidentie, bias, specificiteit. Hierover worden vrijwel altijd vragen gesteld en daarmee heb je dus al een paar punten binnen.
  • Loop na een toets altijd je foute antwoorden na, met de bijbehorende boekverwijzing. Onderzoek waarom je de vraag fout had (verkeerd of slordig gelezen, te vergaand geïnterpreteerd, fout geleerd). Bekijk hiervoor ook de tips op deze website. 
  • Het geeft veel inzicht om individueel of samen te oefenen met vragen. Anderen gaan vaak heel anders met tekst om dan jij. Ook het zelf schrijven van voortgangstoetsvragen is heel nuttig, zeker als je ze voorlegt aan een medestudent om te beantwoorden. Spreek dan ook over de manier waarop de ander de vraag heeft gelezen of geïnterpreteerd.
  • Het is sowieso van belang om op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen in de gezondheidszorg en de wetenschap. Neem een abonnement op een medisch tijdschrift of lees deze literatuur in de bibliotheek. Dat is een goede manier om:
    • Een begin te maken met je continue bijscholing.
    • Tal van begrippen uit voorbije blokken in je geheugen paraat te houden.
    • Een indruk te krijgen van de vacatures die er zijn voor je latere beroepsoriëntatie.
  • Pas op voor demotivatie ten aanzien van de voortgangstoets. Je denkt soms dat het 'toch allemaal niets uitmaakt' en dat je geen invloed kunt uitoefenen op je prestaties. Dit kan tot nonchalance leiden, onvoldoende inzet voor de toets en geen interesse voor de normen of je individuele analyse. Als je dit herkent kan een gesprek met de studieadviseur zinvol zijn om meer grip op je prestaties te krijgen.
  • Bij bijna elke toets komt het voor dat door steekhoudend studentcommentaar 'slechte' vragen vervallen of sleutels worden gewijzigd. Het is daarom heel zinvol om goed naar vragen te kijken die je fout had. Een sleutelwijziging levert in zo’n geval 2 extra punten op.