Patientenzorg Aandoeningen Diabetes mellitus Dieet bij CF-gerelateerde diabetes

Diabetes bij CF

CF staat voor Cystic Fybriosis en noemen we ook wel taaislijmziekte. Bij CF ontstaat diabetes doordat de alvleesklier niet meer voldoende insuline kan maken.

lees meer

Diabetes bij CF

CF staat voor Cystic Fybriosis en noemen we ook wel taaislijmziekte. Bij CF ontstaat diabetes doordat de alvleesklier niet meer voldoende insuline kan maken. Omdat de diabetes een gevolg is van CF, noemen we dit CF-gerelateerde diabetes, ook wel CFRD. Bijna alle CF-patiënten krijgen diabetes als ze ouder worden.
 
Klachten die kunnen wijzen op CFRD zijn:
  • verslechtering van uw al gehele gezondheid
  • ongewenst gewichtsverlies
  • toename van het aantal infecties
  • afname van uw conditie
  • verslechtering van uw longfunctie
  • dorst
  • veel plassen

Doel van de behandeling

Het doel van de behandeling van diabetes bij CF is het verbeteren van de bloedglucoses om ongewenst gewichtsverlies en achteruitgang van uw longfunctie te voorkomen.

lees meer

Doel van de behandeling

Het doel van de behandeling van diabetes bij CF is het verbeteren van de bloedglucoses om ongewenst gewichtsverlies en achteruitgang van uw longfunctie te voorkomen.
 
Een goede bloedglucose is:
  • voor de maaltijd tussen 4-7 millimol per liter
  • 2 uur na de maaltijd onder de 10 millimol per liter
De behandeling bestaat uit het spuiten van insuline. Daarnaast is het belangrijk dat u weet wat de relatie tussen insuline en voeding is en dat u de hoeveelheid insuline goed op uw voedingspatroon afstemt. De behandeling wordt op uw persoonlijke situatie aangepast. De behandeling kan bestaan uit een kortwerkende, middellangwerkende een langwerkende insuline, of een combinatie hiervan. De arts of CF-/diabetesverpleegkundige schrijft u de soort en hoeveelheid insuline voor, leert u hoe u moet spuiten en hoe u zelf uw bloedsuikers kunt controleren.

Dieet­behandeling

Bij CFRD is een goede verdeling van koolhydraten over de dag belangrijk om pieken en dalen van uw bloedglucose te voorkomen. Samen met uw diëtist bespreekt u een goede verdeling van uw maaltijden.

lees meer

Dieet­behandeling

Bij CFRD is een goede verdeling van koolhydraten over de dag belangrijk om pieken en dalen van uw bloedglucose te voorkomen. Eerder gegeven dieetadviezen bij uw CF blijven gehandhaafd. Het blijft nodig voldoende calorieën (= energie) en eiwitten te gebruiken. De diëtist helpt u om deze verschillende dieetadviezen te combineren.

Wat zijn koolhydraten?

Koolhydraten zijn de suikers in uw voeding. Bij de vertering worden alle koolhydraten omgezet in glucose. Koolhydraten zijn zetmeel, melksuiker (lactose), vruchtensuiker (fructose), suiker (sacharose) en druivensuiker (glucose).
 
Voorbeelden van voedingsmiddelen waar koolhydraten in zitten:
  • zetmeel: in aardappelen, rijst, pasta, peulvruchten en brood
  • vruchtensuiker: in fruit, vruchtensap
  • melksuiker: in melk, vla, yoghurt
  • (kristal)suiker: in suiker, honing, snoep, zoet beleg, gebak, frisdranken
Voorbeelden van voedingsmiddelen zonder koolhydraten zijn:
  • thee en koffie zonder suiker
  • light frisdranken, suikervrije limonadesiroop, water, bouillon
  • kaas, worst, vlees
  • boter en olie
Koolhydraten kunnen onderscheiden worden in snelle en langzame koolhydraten. Snelle koolhydraten zijn bijvoorbeeld (kristal)suiker en vruchtensuiker en een langzaam koolhydraat is zetmeel. De snelle koolhydraten worden door uw lichaam snel omgezet in glucose. “Puur” suiker in koffie, thee en frisdrank geven een snelle stijging van uw bloedglucosewaarden. “Verpakte suikers” die verwerkt zijn in producten, en gerechten waar ook vezels, vetten en of eiwitten inzitten, zoals brood met margarine en jam of vruchtenyoghurt, zorgen voor een geleidelijke stijging van uw bloedglucose.
 
In dit dieetadvies hoeft u koolhydraten niet te beperken. Vermijd wel het gebruik van grote hoeveelheden snelle koolhydraten in één keer. Voedingsmiddelen die geen koolhydraten bevatten kunt u vrij gebruiken. Het is belangrijk dat de insulinebehoefte wordt aangepast aan uw voedingspatroon en niet andersom. Samen met uw diëtist bespreekt u een goede verdeling van uw maaltijden. Sla geen maaltijden over. Als u een maaltijd overslaat en u de hoeveelheid insuline niet aanpast, daalt uw bloedglucose te veel waardoor u het risico loopt een hypo te ontwikkelen.

Hypoglycaemie en hyperglycaemie

Een te hoge bloedglucose wordt een hyperglycaemie (of hyper) genoemd en een te lage bloedglucose wordt hypoglycaemie (of hypo) genoemd.

  • Bij een hypo heeft u te weinig glucose in het bloed (minder dan 4 mmol/ liter). Neem direct iets met 15 tot 20 gram koolhydraten, bij voorkeur in de vorm van glucose.

    lees meer


    Wat is een hypo?

    Bij een hypo heeft u te weinig glucose in het bloed (minder dan 4 mmol/ liter).

    Oorzaken

    Een hypo kan veroorzaakt worden door:
    • het eten van te weinig koolhydraten (zonder verminderen van insuline)
    • te laat eten
    • te veel insuline spuiten
    • extra sporten of bewegen
    • alcohol

    Klachten

    Bij een hypo kunt u last hebben van:
    • transpireren
    • moeite met denken en praten
    • verwardheid
    • wazig zien
    • irritatie
    • boosheid

    Wat moet u doen?

    Neem direct iets met 15 tot 20 gram koolhydraten, bij voorkeur in de vorm van glucose zoals dextrosetabletten (5 à 6 stuks), een glas frisdrank of vruchtensap (geen light), een glas limonadesiroop of gewone suiker (3- 5 klontjes). Zorg dat u altijd iets met glucose bij de hand heeft als u onderweg bent.

    Als uw volgende maaltijd op zijn vroegst over 2 uur is, neem dan nogmaals een extraatje met koolhydraten; bijvoorbeeld een stuk fruit of een snee brood met beleg. Controleer na 15-20 minuten of uw bloedsuiker gestegen is. Als de bloedsuiker nog onder de 4.5 mmol/liter is neem dan nog een keer 15-20 gram koolhydraten extra.

  • Wat is een hyper?

    Bij een hyper heeft u te veel glucose in het bloed (meer dan 10 mmol/liter). 

    Oorzaken

    Een hyper kan veroorzaakt worden door:
    • het eten van (te) veel koolhydraten
    • te weinig insuline spuiten
    • minder beweging dan normaal
    • stress
    • koorts
    • infecties
    • medicatie zoals prednison

    Klachten

    Bij een hyper kunt u last hebben van:
    • slaperigheid, moeheid
    • droge tong
    • jeuk
    • veel dorst
    • veel plassen

    Wat moet u doen?

    Met voeding kunt u een hyper niet verhelpen. Bij een hyper is het nodig om extra insuline te spuiten. Uw arts of verpleegkundige kan u adviezen geven wanneer en hoeveel u moet bijspuiten.
     
    Probeer altijd te achterhalen waardoor een hypo of hyper ontstaat. Dit kan helpen om het een volgende keer te voorkomen.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er als ik alcohol drink? Moet ik anders eten als ik ga sporten?

lees meer

Veelgestelde vragen


  • Ja, als u binnen uw dieetadvies al sondevoeding of drinkvoedingen gebruikt is het belangrijk dat u dit blijft doen. Het is wel belangrijk dat u weet of de voorgeschreven producten koolhydraten bevatten en hoeveel. De hoeveelheid insuline moet eventueel daarop aangepast worden. Soms kan een andere verdeling van de voeding over de dag nodig zijn. Uw diëtist kan u hierbij adviseren.
     


Taaislijmziekte Cystic Fibrosis

Cystic Fibrosis is een ernstige aangeboren aandoening die (vooralsnog) niet te genezen is. Cystic Fibrosis is blijvend, waarbij tijdens het verloop van de ziekte de klachten over het algemeen steeds ernstiger worden.

lees meer

Diabetes mellitus suikerziekte

Diabetes mellitus wordt ook wel suikerziekte genoemd. Als u diabetes mellitus heeft, is de waarde van de bloedsuiker (glucose) in uw bloed regelmatig verhoogd.

lees meer