Waarom wel of niet reanimeren?

Wanneer er sprake is van een ademstilstand of een hartstilstand moet er direct gehandeld worden. Reanimatie bestaat dan vaak uit het geven van hartmassage, beademing en eventueel elektrische schokken met een AED (automatische externe defibrilator).

Door reanimatie kan uw leven gered worden. In het Radboudumc wordt iedere patiënt met een hartstilstand of ademstilstand gereanimeerd, tenzij u met uw arts iets anders heeft afgesproken.

Reanimeren is een ingrijpende gebeurtenis voor een patiënt, waarbij de kans van slagen afhankelijk is van veel factoren. Bij een hoge leeftijd, uitgebreide medisch voorgeschiedenis of bij ernstige medische problemen is de kans op succes een stuk kleiner. Het belangrijkste risico bij een reanimatie is dat het soms wel lukt om het hart weer goed op gang te krijgen, maar dat de hersenen te lang zuurstofgebrek hebben gehad. Hierdoor kan blijvende hersenbeschadiging ontstaan en of kan de patiënt in coma raken.

Wanneer niet reanimeren?

  • U heeft uw behandelend arts mondeling of schriftelijk laten weten niet gereanimeerd te willen worden.
  • Soms neemt een arts de beslissing om niet te reanimeren. Dit doet hij alleen als duidelijk is dat een patiënt te kwetsbaar is om goed door een reanimatie heen te komen. Uw arts bespreekt dit met u en/of uw naasten en legt het daarna vast in uw patiëntendossier.

Waarom wel of niet reanimeren?

In het Radboudumc doen wij er alles aan de juiste, persoonsgerichte zorg te leveren aan al onze patiënten. Daarom willen we graag weten of u gereanimeerd wilt worden.

lees meer

Uw keuze vastleggen

Een afspraak om niet te reanimeren heet een verklaring niet-reanimeren en wordt vastgelegd in uw patiëntendossier.

lees meer

Uw keuze vastleggen

Een afspraak om niet te reanimeren heet een verklaring niet-reanimeren en wordt vastgelegd in uw patiëntendossier. Hierin staan de afspraken die u met uw arts heeft gemaakt. Een arts of hulpverlener moet altijd luisteren naar een verklaring niet-reanimeren.

Het is belangrijk om te weten dat een verklaring niet-reanimeren geen gevolgen heeft voor de behandeling van uw ziekte. U krijgt precies dezelfde behandeling en verzorging als andere patiënten. U krijgt alle behandelingen en medicijnen die nodig zijn en we doen er alles aan om bijvoorbeeld pijn en kortademigheid te bestrijden. We grijpen alleen niet in als u een ademstilstand of hartstilstand krijgt.

De afspraak kan aangepast worden als:

  • U besluit dat u wel gereanimeerd willt worden.
  • Uw gezondheid verbetert waardoor uw arts besluit dat reanimeren wel zinvol is.

Als de situatie verandert dan bespreekt de arts dit met u en/of uw naasten en daarna wordt de nieuwe afspraak vastgelegd in uw patiëntendossier.

Vragen

Heeft uw vragen over reanimeren? Bespreek deze dan met uw (huis)arts of verpleegkundige.

Meer informatie

Hier vindt u nog meer informatie over reanimeren. thuisarts.nl

Wilsonbekwaam

Als u niet meer in staat bent om zelf uw behandelwensen duidelijk te maken, dan bespreekt de arts uw situatie en uw behandelwensen met uw naaste(n). U kunt dit ook vooraf vastleggen in een wilsverklaring of uw naaste machtigen om voor u te beslissen.

lees meer

Wilsonbekwaam

Als u niet meer in staat bent om zelf uw behandelwensen duidelijk te maken, dan bespreekt de arts uw situatie en uw behandelwensen met uw naaste(n). Dat kan bijvoorbeeld uw echtgenoot, partner, ouder of broer of zus zijn. Samen met uw naasten proberen we na te gaan of u wel of niet gereanimeerd wilt worden.

Iemand machtigen

U kunt schriftelijk iemand machtigen om beslissingen voor u te nemen als u dat zelf niet meer kunt.

Wilsverklaring

U kunt er ook voor kiezen om uw wensen zelf op te schrijven. Zo weten uw naasten of u wel of niet gereanimeerd wilt worden als u hier zelf niet meer over kunt beslissen en hoeven zij niet zelf deze beslissing te nemen. Dit heet een wilsverklaring.


Kinderen

Bij patiënten onder de 16 jaar worden de ouders betrokken bij een beslissing om wel of niet te reanimeren.

lees meer

Kinderen

Bij patiënten onder de 16 jaar worden de ouders betrokken bij een beslissing om wel of niet te reanimeren.

Patiënten tussen 12 en 16 jaar

Patiënten tussen de 12 en 16 jaar kunnen zelf aangeven dat zij niet gereanimeerd willen worden. Het besluit om niet te reanimeren bespreekt de arts altijd met de patiënt zelf en met zijn of haar ouders.

Patiënten onder de 12 jaar

Een besluit om een patiënt onder de 12 jaar niet te reanimeren bespreekt de arts altijd met zijn of haar ouders.