Behandeling Operatie bij darmkanker


Over de behandeling

Bij een tumor in de dikke darm die niet is uitgezaaid, is een operatie mogelijk waarbij de tumor in zijn geheel wordt verwijderd. Dit is een zware operatie. Er wordt een groot deel van uw darmen verwijderd.

lees meer

Over de behandeling

Operatie bij darmkanker

Bij een tumor in de dikke darm die niet is uitgezaaid, is een operatie mogelijk waarbij de tumor in zijn geheel wordt verwijderd. Dit is een zware operatie. Er wordt een groot deel van uw darmen verwijderd. Operatie is de eerste keus voor patiënten die behandeld worden voor darmkanker. Deze operatie vindt plaats op de afdeling heelkunde. Deze afdeling is gespecialiseerd in chirurgie. U kunt er terecht voor zowel complexe als relatief kleine chirurgische ingrepen.
 

Darmkanker

Bij darmkanker is er sprake van een kwaadaardig gezwel in het darmkanaal. Dit kan voorkomen in de dunne darm, dikke darm en endeldarm.

lees meer

Voor de operatie

Voor we beginnen met de operatie, treffen we nog enkele voorbereidingen. Deze zijn belangrijk om te operatie gunstig te laten verlopen.

lees meer

Voor de operatie

Voorbereiding

Om trombose te voorkomen krijgt u tijdens de opname elke avond een injectie met een antistollingsmiddel. Zodra u naar huis gaat wordt dit weer gestopt. De avond voor de operatie mag u vanaf 24.00 uur niets meer eten of drinken. Voordat u naar de operatiekamer gaat, krijgt u eventueel medicijnen waar u slaperig van wordt en krijgt u speciale operatiekleding aan. Van tevoren heeft u een gesprek met de anesthesioloog. Dit komt omdat de ingreep onder verdoving (narcose) plaats vindt. De anesthesioloog beoordeelt uw algehele gezondheidstoestand. Hij bespreekt ook met u welke medicijnen u wel en niet mag blijven gebruiken.

Het tijdstip van de operatie is alleen voor de eerste patiënt met zekerheid bekend: acht uur ’s ochtends. Vanaf zeven uur ’s ochtends worden de eerste patiënten naar het operatiekamercomplex gebracht. Operaties die later op het programma staan zijn uiteraard afhankelijk van de voortgang van de eerdere operaties

 

Verloop van de operatie

Er zijn verschillende manieren om darmkanker te opereren. Afhankelijk van uw situatie kiezen we voor u de juiste manier.

lees meer

Verloop van de operatie

Standaardoperatie

Bij een standaard operatie bij darmkanker verwijderen we de tumor door een groot deel van uw darmen, lymfeklieren en lymfevaten te verwijderen. We maken de twee darmuiteinden aan elkaar vast. Zo ontstaat een nieuwe verbinding. Soms is dit onmogelijk of onwenselijk. Dan maakt de chirurg een kunstmatige opening in uw darm met een uitgang in uw buikwand (stoma). Afhankelijk van de plek en grootte van de tumor,kunt u ook één van onderstaande operaties krijgen.

HIPEC-operatie

Soms krijgt u een HIPEC-operatie. Bij deze behandeling verwijderen we het tumorweefsel operatief en krijgt u tijdens de operatie een spoeling met warme cytostatica (chemotherapiemedicijnen). Een low anterior resectie is een operatie waarbij we een snee maken in uw buik en dan het gedeelte van uw endeldarm waar de tumor zich bevindt verwijderen. Bij deze operatie blijft uw anus behouden en hebt u meestal geen permanent stoma nodig.

TEM

Een Transanale endoscopische microchirurgie (TEM) is een operatie waarbij we afwijkingen in uw endeldarm via de anus verwijderen. We brengen een buis in via uw anus en verwijderen de afwijking met speciale instrumenten. Een TEM kunnen we inzetten bij een kwaadaardig gezwel van uw endeldarm, maar alleen in een zeer vroeg stadium. Anders dan bij andere operaties aan endeldarmkanker, verwijderen we namelijk geen lymfeklieren. Daarom is de techniek alleen geschikt voor tumoren die geen uitzaaiingen in de lymfeklieren hebben.

Rectumamputatie

Bij een rectumamputatie maken we een snee in uw buik en verwijderen we het gedeelte van uw endeldarm waar de tumor zich bevindt. Ook uw kringspieren en anus worden verwijderd. Bij deze operatie krijgt u altijd een kunstmatige opening in uw darm met een uitgang in de buikwand (stoma).
 

Na de operatie

U wordt na de operatie wakker op de verkoeverafdeling. Daarna mag u weer terug naar de verpleegafdeling. De opnameperiode is meestal kort.

lees meer

Na de operatie

U wordt na de operatie langzaam wakker in de uitslaapkamer (Verkoeverafdeling). Om uw arm zit een band om de bloeddruk te kunnen meten. Aan uw vinger zit een soort knijpertje. Hiermee wordt het zuurstofgehalte in uw bloed gemeten. U heeft in uw arm een infuus om vocht en eventueel medicijnen toe te kunnen dienen. De wond is verbonden met gazen. Eerst bent u nog suf, misschien ook misselijk. De meeste mensen hebben een erg droge mond. U voelt waarschijnlijk weinig pijn door de pijnstillers. Wanneer de pijn terugkomt kunt u om een pijnstiller vragen. De verpleegkundige zal u ook naar een pijnscore vragen, waarbij het cijfer 0 geen pijn betekent en 10 de meest indenkbare pijn. Afhankelijk van de score die u geeft, kan de verpleegkundige u pijnmedicatie geven.

Als uw lichamelijke toestand stabiel is, gaat u van de uitslaapkamer terug naar de afdeling. De verpleegkundigen controleren daar hoe u zich voelt, uw bloeddruk, de wond, de pijnscore en of u kunt plassen. Zij zullen dit regelmatig controleren, ook in de nacht. Als u niet misselijk bent mag u na de operatie weer gaan drinken en eten.

ERAS

Voor mensen die geopereerd worden aan de dikke darm wordt het ERAS programma toegepast. ERAS staat voor: Enhanced Recovery After Surgery, dat betekent "verbeterd herstel na operatie". Wij spreken liever van een beter en sneller herstel na een operatie. In het kort betekent dit dat we zorgdragen voor een optimale pijnbestrijding, een zo kort mogelijke periode van bedrust en zo snel mogelijk weer starten met uw normale voedingspatroon.

Naar huis

De opnameperiode is meestal kort, ongeveer drie à vier dagen. Dit betekent dat u , meestal , de derde dag na de operatie naar huis kunt. Tien tot twaalf dagen na de operatie heeft u een afspraak voor nacontrole op de polikliniek.

Herstel

Wanneer u weer helemaal hersteld bentis moeilijk te zeggen. Dit hangt af van de grootte van de operatie, de aard van de aandoening en hoe u zich op dat moment voelt. Als regel zal de huid gehecht worden met hechtingen die onder de huid zijn aangebracht en die vanzelf oplossen. Deze hechtingen hoeven dan niet verwijderd te worden. Na een buikoperatie moet de wond uiteraard de kans krijgen om zich goed te herstellen. Als vuistregel kunt u aanhouden dat u alles mag doen dat niet leidt tot pijn.

Heeft u thuis de volgende klachten:
  • meer pijn
  • koorts
  • misselijkheid/braken
  • gedurende twee dagen geen ontlasting

Dan adviseren we u om contact op te nemen met de verpleegkundig specialist via 024 - 361 11 11 of seinnummer 2798. Ook voor andere vragen, over bijvoorbeeld voeding, kunt u altijd bellen. De chirurg stelt uw huisarts per brief op de hoogte van uw behandeling en uw gezondheidstoestand.

 

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

lees meer

Controle na de operatie

Het is van belang dat u na de operatie nog regelmatig op controle blijft komen.

lees meer

Controle na de operatie

Tien tot twaalf dagen na de operatie komt u op controle bij de chirurg die u heeft geopereerd. De chirurg zal de wond controleren en vragen hoe het met u gaat. Als u de uitslag van de patholoog/anatoom (de zogenaamde PAuitslag) nog niet heeft gekregen tijdens opname dan zal de chirurg deze ook mededelen. De komende vijf jaar blijft u onder controle bij de verpleegkundig specialist, in samenwerking met de arts waardoor u geopereerd bent. De controle is belangrijk om te onderzoeken of de tumor terug komt of uitgezaaid is. De verpleegkundig specialist bespreekt eventuele klachten met u. Naar aanleiding hiervan kan nader onderzoek aangevraagd worden. De uitslagen worden nadien met u besproken. Verder wordt er besproken wanneer u weer verwacht wordt voor controle en welke onderzoeken er gedaan moeten worden. Indien er voor u geen vervolgafspraak is gemaakt, verzoeken wij u om contact op te nemen met de verpleegkundig specialist. Alle uitslagen van de onderzoeken worden vooraf besproken in een team van artsen en radiologen. Ook de verpleegkundig specialist wordt hierbij betrokken, zodat zij op de hoogte is van het beleid dat wordt gevolgd.
 

Links voor u als patiënt

Onderstaande websites bieden u nuttige informatie, manieren om in contact te komen met lotgenoten of praktische informatie.

inloggen