Behandeling Anesthesie


Behandeling of onderzoek onder anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.


De anesthesioloog

Veel behandelingen of onderzoeken worden gedaan met een vorm van anesthesie (ook bekend als narcose of een verdoving). Dit gebeurt onder leiding van de anesthesioloog. Deze arts zorgt er onder andere voor dat u tijdens de operatie veilig narcose krijgt en daarna zo min mogelijk pijn ervaart.


Polikliniek Anesthesiologie

Als u binnenkort een behandeling of onderzoek ondergaat waarbij verdoving nodig is, bezoekt u de polikliniek anesthesiologie.

lees meer

Voorbereiding

Voorafgaand aan de operatie zijn er een aantal dingen die u ter voorbereiding moet doen. Denk hierbij aan nuchter blijven of medicatiegebruik.

Meer informatie

Voorbereiding

Voordat u een operatie of ingreep bij ons krijgt, is het belangrijk om met de volgende zaken rekening te houden:
  • Koorts of griep
    Heeft u een aantal dagen voor de ingreep koorts of griep, neem dan contact op met de opnameplanning.
  • Scheren / crème
    U mag 5 dagen voor de ingreep de plek waar u wordt geopereerd niet scheren. U mag er ook geen crème op smeren.
  • Sieraden, make-up, brillen en lenzen
    U mag tijdens de operatie geen nagellak, make-up, contactlenzen, bril, gebitsprothese, sieraden en piercings dragen. Als u acryl- of gelnagels heeft, moet u deze vóór de operatie van de wijsvinger laten verwijderen.
  • Nuchter zijn
    Het is belangrijk dat u nuchter bent tijdens de operatie. Eet vanaf middernacht niks meer. U mag wel (tot 2 uur voor de operatie) heldere vloeistoffen drinken (koffie & thee zonder melk, sap zonder pulp, water en aanmaaklimonade.
  • Medicijnen
    De anesthesioloog bespreekt met u welke medicijnen u mag blijven gebruiken en welke u tijdelijk moet stoppen. U mag eventuele medicijnen tot 1 uur voor de behandeling innemen met een paar slokken water.
  • Roken
    Om infecties te voorkomen, de genezing van de operatiewond te verbeteren en voor uw algehele gezondheid raden wij u zéér dringend aan ruim vóór de geplande ingreep te stoppen met roken. Voor hulp hierbij kunt u terecht bij uw huisarts. Rook in ieder geval niet op de dag van de ingreep.
Voorbereiding op de afdeling
  • Kleding
    In verband met de hygiëne krijgt u een speciaal blauw operatiehemd aan. Op het operatiecomplex krijgt u een operatiemuts.
  • Premedicatie
    Ter voorbereiding op de anesthesie krijgt u vóór de ingreep vaak al enkele tabletten. Meestal zijn dit pijnstillers waardoor u na de ingreep minder pijn hebt. Soms gaat het om een middel dat angst of spanning vermindert.
Veiligheid
Rondom uw behandeling zijn diverse veiligheidsmomenten ingebouwd. Regelmatig wordt bijvoorbeeld naar uw naam, geboortedatum gevraagd. Vlak voordat de ingreep start vindt de zogenaamde ’Time out’ plaats. Hiermee verzekeren we dat u de juiste patiënt bent en dat u de juiste behandeling krijgt.

De behandeling (operatie, onderzoek of ingreep)
De verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatie- of behandelafdeling. Daar ziet u de anesthesioloog en de anesthesiemedewerker. Één van beide is voortdurend bij u. Voordat u de verdoving krijgt toegediend, krijgt u:
  • elektrodes op de borst om uw hartslag te meten,
  • een dopje op uw vinger om het zuurstofgehalte in uw bloed te controleren,
  • een bloeddrukband om uw arm om uw bloeddruk te meten,
  • een infuus in uw hand of arm waarmee we vocht en medicijnen kunnen toedienen.

Na de ingreep

Na de operatie wordt u naar de verkoeverafdeling gebracht. Na uw verblijf op de verkoeverkamer wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling. Soms is het noodzakelijk dat u na de operatie extra zorg, speciale bewaking of een behandeling nodig heeft.

Meer informatie

Na de ingreep

Verkoeverkamer (uitslaapkamer)
Na de operatie wordt u naar de verkoeverkamer, ook wel de uitslaapkamer genoemd, gebracht. Dat is een aparte ruimte vlakbij de operatiekamer. U wordt opnieuw aangesloten aan bewakingsapparatuur en enige tijd door een gespecialiseerde verkoeververpleegkundige in de gaten gehouden. De verpleegkundige let op:
  • ongewenste reacties door narcalgehele of regionale anesthesie
  • misselijkheid
  • pijn
  • zuurstofgehalte in het bloed
  • hartslag
  • bloeddruk
  • de operatiewond
  • dat uw blaas niet te vol raakt
Als alles goed met u gaat en u voldoende wakker bent, mag u terug naar de verpleegafdeling. Dat kan binnen een uur zijn maar soms ook veel langer. Het is onder andere afhankelijk van de operatie, de bijwerkingen en uw conditie.

Op de verkoeverkamer mag alleen bezoek komen bij kinderen tot 16 jaar en volwassenen die extra begeleiding nodig hebben.

Verpleegafdeling
Na uw verblijf op de verkoeverkamer wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling. De verpleegkundige brengt uw familie hiervan op de hoogte. U kunt nog steeds wat slaperig en misselijk zijn. Ook de pijn kan erger worden. Hiervoor krijgt u pijnstillers.

Intensieve zorg
Soms is het noodzakelijk dat u na de operatie extra zorg, speciale bewaking of een behandeling nodig heeft. Bijvoorbeeld als u een hele grote operatie heeft ondergaan of als er complicaties zijn opgetreden. We hebben 3 gespecialiseerde afdelingen: Contactpersoon
Bij uw opname op de verpleegafdeling wordt gevraagd naar een contactpersoon. Deze kan dag en nacht (telefonisch) informatie over u krijgen van de verpleegkundige die u verzorgt.

Pijn na de operatie
het is normaal dat u na een operatie enige pijn of ongemak ervaart. Pijn is een nuttig en belangrijk signaal. Het zorgt ervoor dat u rust neemt zodat het herstel sneller gaat. Soms is de pijn heel erg. Dit vertraagt uw herstel. Wij vinden pijn acceptabel als u goed kunt doorademen en ophoesten, een beetje kunt bewegen en als de pijn u niet teveel ‘energie’ kost. Als u niet kunt slapen of zelfs niet een beetje kunt wegdommelen is uw pijn echt te erg.
Meerdere keren per dag vragen wij hoeveel pijn u heeft. U geeft dit aan op een schaal van 0 (geen pijn) tot 10 (meest erge pijn) of op een speciale pijnmeetlat. Als de pijn niet acceptabel is, krijgt u pijnbestrijding. Dit kan met tabletten of via een infuus.

Naar huis

Bij veel operaties en ingrepen is het mogelijk om nog dezelfde dag naar huis te gaan. U moet dan een aantal zaken regelen. Zo mag u bijvoorbeeld niet zelf naar huis rijden.

Meer informatie

Naar huis

Bij veel operaties en ingrepen is het mogelijk om nog dezelfde dag naar huis te gaan. Voordat u naar huis gaat moeten de volgende zaken geregeld zijn:
  • U wordt opgehaald en thuisgebracht door een volwassene.
  • U mag niet zelf rijden (de anesthesiemiddelen zijn nog niet volledig uitgewerkt).
  • De eerste 24 uur is er thuis iemand in de buurt.
Weer thuis is het verstandig om:
  • het rustig aan te doen,
  • goed voor uzelf te (laten) zorgen,
  • meer rust te nemen dan normaal,
  • licht verteerbaar voedsel te eten (zeker de eerste 24 uur).
Regionale verdoving van arm of been
Als u na de operatie weer naar huis gaat, en de verdoving is nog niet uitgewerkt, moet u extra voorzichtig zijn. Zonder dat u het voelt, kan u dit lichaamsdeel beschadigen. Bij een ingreep aan uw arm of hand is het verstandig een mitella te dragen.

Moe
Veel patiënten voelen zich nog dagen en soms zelfs maanden na een grote ingreep moe. Als uw lichaam een grote wond heeft zorgen uw hersenen er voor dat u het wat rustiger aan gaat doen. Zo herstelt u sneller.

Informatiefolder

Deze folder geeft een overzicht van de informatie over een behandeling, operatie, ingreep of onderzoek onder anesthesie (verdoving) bij volwassenen.

bekijk het pdf-bestand

Vormen van anesthesie


Algehele anesthesie Narcose

Algehele anesthesie is de meest bekende vorm van anesthesie. We noemen dit ook wel narcose. U wordt in een diepe slaap gebracht en bent tijdelijk helemaal buiten bewustzijn. U maakt in principe niets mee van de ingreep.

Meer informatie

Algehele anesthesie Narcose

Algehele anesthesie is de meest bekende vorm van anesthesie. We noemen dit ook wel narcose. Via een infuus dient de anesthesioloog u anesthesiemiddelen toe, waardoor u vrijwel direct in een diepe slaap valt.

Ademhaling
Soms is het nodig om uw ademhaling tijdens de ingreep over te kunnen nemen. Daarom plaatsen we vaak voordat de operatie begint een beademingsbuis (plastic buisje) in uw keel. Dit gebeurt als u onder narcose bent. Bij sommige ingrepen worden extra infusen ingebracht, bijvoorbeeld een centrale lijn (infuus in de halsader), een arterielijn (infuus in de slagader in de pols) of een blaaskatheter.

Vitale functies
De anesthesioloog bewaakt tijdens de behandeling de belangrijke ‘vitale’ functies van uw lichaam, zoals:
  • hartslag, 
  • bloeddruk,
  • zuurstofgehalte in uw bloed.
De ademhaling en de bloedsomloop kunnen indien noodzakelijk worden ondersteund met medicijnen. Gedurende de operatie krijgt u medicijnen toegediend om u onder narcose te houden.

Bijwerkingen of complicaties
Anesthesie is tegenwoordig zeer veilig. Toch kunnen bijwerkingen of complicaties optreden.
  • Schade aan tanden
    Door het plaatsen van de beademingsbuis kan soms schade aan het gebit ontstaan. Dat gebeurt vooral bij kwetsbare tanden of bij gebitten waar tanden ontbreken en/of los zitten.
  • Reacties op medicijnen
    Tijdens de operatie kunnen overgevoeligheidsreacties op medicijnen optreden.
  • Bewust
    In zeeruitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat patiënten geluiden of de ingreep gedeeltelijk kunnen herinneren. 
  • Keelpijn of heesheid
    Na de ingreep hebben sommige patiënten last van keelpijn of heesheid meestal als gevolg van de beademingsbuis. Dit trekt meestal snel weer weg.
  • Misselijk
    Het komt regelmatig voor dat patiënten na een operatie misselijk zijn en moeten overgeven. De anesthesioloog geeft, als dat nodig is, medicijnen om dit te voorkomen of te bestrijden.
  • Spierzwakte
    Heel zelden is er na een algehele anesthesie sprake van gevoels- en/of krachtsverlies (spierzwakte) van een arm of been. Meestal verdwijnen deze klachten na korte tijd.

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio) zoals uw arm, been of onderlichaam tijdelijk verdoofd. Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.

Meer informatie

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio) zoals uw arm, been of onderlichaam tijdelijk verdoofd. Vaak wordt dan gebruik gemaakt van een echoapparaat. Tijdens de ingreep bent u bij bewustzijn. Soms wordt deze vorm van anesthesie gecombineerd met sedatie. Om een gedeelte van uw lichaam te verdoven, injecteert de anesthesioloog een verdovend middel rond de zenuwen die op pijn reageren. Meestal zijn de zenuwen die ander gevoel en bewegen mogelijk maken ook tijdelijk uitgeschakeld.

Ruggenprik
  • Spinaal
    Bij spinale anesthesie verdoven we uw hele onderlichaam. U krijgt een injectie laag onderin uw rug. De verdovingsvloeistof komt dan in de ruggenmergvloeistof terecht. Op deze plaats zitten zenuwen die naar het onderlichaam lopen. De verdoving zorgt ervoor dat het hele onderlichaam eerst warm en daarna gevoelloos wordt. Na een tijdje kunt u uw benen niet meer bewegen. Ook voelt u het niet als uw blaas vol raakt. De anesthesioloog let hier op. Soms is het nodig om na de ingreep de blaas te legen met blaaskatheter. 
  • Epiduraal
    Bij epidurale anesthesie krijgt u een injectie in uw rug op de hoogte van de plek waar u geopereerd wordt. Op die plek brengen we meestal ook een infuusslangetje in waarmee we tijdens en na de operatie extra verdovingsvloeistof kunnen toedienen. Omdat de verdoving ook de zenuwen naar de blaas kan verdoven, krijgt u een blaaskatheter.
Bijwerkingen
  • Onvoldoende pijnstilling
    Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. U krijgt als het mogelijk is extra verdoving. Helpt dat niet dat dan zal de anesthesioloog samen met u een andere vorm van verdoving kiezen, bijvoorbeeld algehele anesthesie.
  • Lage bloeddruk / trage hartslag
    Door de ruggenprik daalt uw bloeddruk. Soms wordt ook uw hartslag traag. Dit merkt u door een duizelig of flauw gevoel. Daarom houdt de anesthesioloog uw hartslag en bloeddruk nauwkeurig in de gaten. Geef het zelf ook aan als u zich niet goed voelt. De anesthesioloog kan direct medicijnen toedienen om de bloeddruk te verhogen en de hartslag te versnellen.
  • Hoofdpijn
    Na een ruggenprik krijgt u soms hoofdpijn. Dit heeft te maken met te lage druk in de ruggenmergsvloeistof. Deze hoofdpijn is anders dan een ‘gewone’ hoofdpijn omdat de pijn minder wordt bij plat liggen en verergert bij overeind komen. Meestal verdwijnt ze hoofdpijn binnen een week. Is de hoofdpijn zo hevig dat u in bed moet blijven, neem dan contact op met de afdeling Anesthesiologie.
Verdoving van een arm of been
Als alleen (een gedeelte van) uw arm of been wordt verdoofd, krijgt u een injectie met verdovingsvloeistof vlakbij de zenuw(en) van het operatiegebied. Het betreffende lichaamsdeel kan warm worden en gaan tintelen. Geleidelijk aan kunt u het niet meer bewegen.
Als u na de operatie weer naar huis gaat, en de verdoving is nog niet uitgewerkt, moet u extra voorzichtig zijn. Zonder dat u het voelt, kan u dit lichaamsdeel beschadigen. Bij een ingreep aan uw arm of hand is het verstandig een mitella te dragen.

Bijwerkingen
  • Onvoldoende pijnstilling
    Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. U krijgt als het mogelijk is extra verdoving. Helpt dat niet dat dan zal de anesthesioloog samen met u een andere vorm van anesthesie kiezen. Bijvoorbeeld extra pijnstillers of algehele anesthesie. 
  • Na de operatie
    Het is normaal dat u na de behandeling tintelingen voelt in uw arm of been. Dit komt meestal omdat de verdoving nog niet helemaal is uitgewerkt. Ook kan het zijn dat de zenuw door de verdoving wat geïrriteerd is geraakt.
  • Toxische reacties
    Tijdens of na het aanbrengen van de verdovingsvloeistof kan een deel hiervan in uw bloed terechtkomen. Dit merkt u door een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, oorsuizen of een onrustig gevoel.
Als de verdoving is uitgewerkt krijgt u langzaam weer gevoel en kunt u weer bewegen. Uw wond zal geleidelijk aan pijn gaan doen. Hiervoor krijgt u pijnstillers.

Sedatie Roesje

Bij sedatie krijgt u medicijnen die u slaperig en minder gevoelig voor pijn maken. U kan zo makkelijker een onaangename ingreep, zoals een darmonderzoek, ondergaan.

Meer informatie

Sedatie Roesje

Bij een behandeling onder sedatie krijgt u medicijnen die u slaperig en minder gevoelig voor pijn maken. Deze vorm van anesthesie wordt in de volksmond ook wel een ‘roesje’ genoemd.
We gebruiken sedatie:
  • Bij een onaangename procedure. Denk bijvoorbeeld aan een coloscopie (darmonderzoek).
  • Bij patiënten die erg angstig zijn voor een behandeling.
  • Bij patiënten met claustrofobie die een onderzoek in een MRI-scanner moeten ondergaan.
De sedatiemedicijnen worden via een infuus toegediend. Het doel van sedatie is om u met zo min mogelijk angst en ongemak een onderzoek of ingreep te laten ondergaan. Alhoewel u in de meeste gevallen slaapt tijdens de procedure bent u niet onder algehele narcose. Het is dan ook goed mogelijk dat u achteraf nog zaken kunt herinneren. Tijdens de sedatie worden uw hartslag, bloeddruk en ademhaling in de gaten gehouden.
inloggen