Afdelingen Nierziekten Niertransplantatie

Voor veel mensen met een slechte nierfunctie, is transplantatie de beste behandeling. Een niertransplantatie is een operatie waarbij we de nier van een donor in het lichaam van een nierpatiënt plaatsen. De nier kan afkomstig zijn van een levende of overleden donor. Het Radboudumc is één van de negen universitair medische centra waar niertransplantaties uitgevoerd mogen worden.

Komt u in aanmerking voor een niertransplantatie?

Op basis van landelijk vastgelegde criteria wordt gekeken of u in aanmerking komt voor een niertransplantatie.

lees verder

Komt u in aanmerking voor een niertransplantatie?

Op basis van landelijk vastgelegde criteria wordt gekeken of u in aanmerking komt voor een niertransplantatie. U komt in aanmerking als:

  • Uw nieren heel slecht functioneren (eindstadium nierfalen).
  • U geen ernstige lichamelijke of psychische aandoeningen heeft die een transplantatie in de weg staan.
  • U in staat bent om de voorgeschreven leefregels na de transplantatie op te volgen.
Om te beoordelen of u in aanmerking komt voor een niertransplantatie bezoekt u onze polikliniek. In de polikliniek wordt u onderzocht door een nefroloog, uroloog en vaatchirurg. Zij kijken of u lichamelijk en geestelijk gezond genoeg bent om de operatie en de daarop volgende behandeling met medicijnen te ondergaan. Hierbij hoort ook een lichamelijk onderzoek. Ook stellen de artsen u vragen over uw gezondheid en medisch verleden. Als het nodig is maken zij afspraken met u voor verder onderzoek. Deze onderzoeken vinden meestal in uw eigen ziekenhuis plaats.

Daarnaast heeft u een gesprek met de verpleegkundige. Zij geeft u informatie over de niertransplantatie, zodat u een beeld krijgt van wat de transplantatie voor u kan betekenen. U krijgt veel informatie. Daarom raden wij aan om iemand mee te nemen. Hij of zij kan u helpen met uw beslissing. Als u moeite heeft met de Nederlandse taal verzoeken wij u iemand mee te nemen die kan tolken.

Wanneer de afspraak op een dagdeel valt dat u normaal gesproken dialyseert, verzoeken wij u uw dialyse te verzetten. Dit doet u in overleg met uw dialyseafdeling. Op de dialyseafdeling weten ze dat u een afspraak heeft op onze polikliniek. Als u tijdens uw bezoek aan onze polikliniek een capd-wisseling wilt uitvoeren, kunt u contact opnemen met de verpleegkundige. Hij of zij regelt dan een ruimte waar u de wisseling kunt uitvoeren. U neemt wel zelf de benodigdheden mee (spoelzak, verwarmingsbox en dopje).

Donor

Als iemand uit uw omgeving een nier aangeboden heeft en u wilt graag dat deze persoon u begeleidt tijdens het bezoek, dan is dat mogelijk. Als de artsen u geschikt vinden voor een niertransplantatie, dan kan uw potentiële donor een afspraak maken voor een oriënterend en voorlichtend gesprek met de arts. De verpleegkundige legt uit hoe dit werkt.

Procedure

Het transplantatieteam van het Radboudumc beoordeelt of een transplantatie voor u geschikt is. Als dat zo is, informeren wij de behandelend nefroloog in uw eigen ziekenhuis hierover. Uw nefroloog bespreekt dit met u en meldt u aan bij Eurotransplant.
U krijgt een brief vanuit het Radboudumc als u de eerste keer op transplantabele urgentie geplaatst wordt.

Het nieraanbod van een overleden donor 
Als er een passende nier voor u beschikbaar is neemt Eurotransplant contact op met het Radboudumc. De nefroloog van het Radboudumc neemt contact op met de dienstdoende nefroloog van uw eigen ziekenhuis en informeert naar uw gezondheid.
Als de nefroloog uit uw eigen ziekenhuis denkt dat u in een goede conditie bent, belt hij u. Hij of zij bespreekt met u binnen hoeveel tijd u in het Radboudumc moet zijn. Meestal vragen we u om direct naar het Radboudumc wilt komen.
Als u met eigen auto komt, houd er dan rekening mee dat u niet zelf terug kunt rijden als u, na de operatie, ontslagen wordt uit het ziekenhuis.
Vanaf het moment waarop u hoort van het nieraanbod blijft u nuchter: u mag niet meer eten of drinken totdat u van de arts of afdelingsverpleegkundige in het Radboudumc hoort dat de operatie niet meer dezelfde dag gedaan wordt.

Plannen van de transplantatie met een nier van een levende donor
Een donor moet zichzelf aanmelden via de website van het Radboudumc of via telefoonnummer (024) 361 08 49. De donor ondergaat een aantal gesprekken en onderzoeken. Dit kost minimaal een aantal maanden tijd. Als uw donor geschikt blijkt en alle voorbereidingen bij u zijn afgerond, plaatsen we u op de planlijst.
Als u nog niet gestart bent met dialyse wachten we op bericht van de nefroloog uit uw eigen ziekenhuis dat uw nierfunctie zo ver achteruit gegaan is dat een niertransplantatie nodig is. Tot aan de transplantatie is de nefroloog uit uw eigen ziekenhuis uw contactpersoon.


Informatie­bijeenkomst niertransplantatie en donatie

18 april 2019

Het Radboudumc organiseert tweemaal per jaar een informatiebijeenkomst over niertransplantatie en donatie.

lees meer

Over een nier­transplantatie

Een niertransplantatie is een operatie waarbij we een donornier onderin uw buik plaatsen en deze verbinden met de bloedvaten in uw bekken en met uw blaas. De transplantaatnier kan afkomstig zijn van een levende donor of een overleden donor.

Een nierdonor vinden

Als een niertransplantatie voor u de beste behandeling is, kunt u de wachttijd voor een donornier beduidend verkorten als u zelf een donor vindt. Bovendien is de kwaliteit van een donornier meestal beter dan die van een overleden donor. Er zijn verschillende mogelijkheden om een nierdonor te vinden.

lees verder

Een nierdonor vinden

Als een niertransplantatie voor u de beste behandeling is, kunt u de wachttijd voor een donornier aanzienlijk verkorten als u zelf een donor vindt. Bovendien is de kwaliteit van een donornier meestal beter dan die van een overleden donor. Daardoor werkt een nier van een levende donor meestal beter en langer. Op deze pagina geven we u tips om een nierdonor te vinden. Transplantatiecentra zoals het Radboudumc adviseren hierover, maar hebben niet de taak om nierdonoren en nierpatiënten bij elkaar te brengen.
  • Direct vragen. U kunt familieleden of andere bekenden rechtstreeks vragen of zij een nier aan u willen doneren. Veel mensen vinden dit moeilijk. 'Kun je zoiets van iemand vragen?' Ook de persoon aan wie u het vraagt kan zich ongemakkelijk voelen bij zo’n vraag. Mogelijk wil deze persoon geen nier afstaan. Als deze persoon het moeilijk vindt om dit met u te bespreken, kan hij/zij u gaan ontlopen. Ook kan het uw relatie met die persoon beïnvloeden. U kunt dan ook indirect vragen of iemand een nier aan u wil doneren.
  • Indirect vragen. U kunt mensen vertellen over uw nierziekte en de behandelmogelijkheden zonder rechtstreeks te vragen of zij een nier willen doneren. Vertel dan dat niertransplantatie een behandelmogelijkheid is als u een geschikte nierdonor vindt. Zo wordt zonder de vraag te stellen toch duidelijk dat u een nierdonor nodig heeft. Ook kunt u een folder over nierdonatie op een zichtbare plek in uw woning of op uw werkplek neerleggen. Dit kan aanleiding geven tot een gesprek over dit onderwerp. Zo’n folder kunt u downloaden via de website van de Nierstichting.
  • Via een e-mail/brief. U kunt ook een brief of e-mail aan uw naasten en bekenden sturen met uitleg over uw nierziekte en de behandelmogelijkheden, waaronder een niertransplantatie met een levende nierdonor. U kunt dan met zorg uw woorden kiezen en de ontvanger hoeft niet direct te reageren. Zo krijgt hij/zij de gelegenheid om na te denken over uw situatie en zijn/haar mogelijkheid om u te helpen.
  • Voorlichting. U kunt mensen uitnodigen om mee te gaan naar een voorlichtingsbijeenkomst over niertransplantatie en –donatie. Twee keer per jaar is er zo’n voorlichtingsbijeenkomst in het Radboudumc. Deze zijn voor iedereen toegankelijk. Soms melden mensen zich na deze dag aan als nierdonor.
  • Oproep in een blad/tijdschrift. Sommige nierpatiënten vinden een nierdonor via een oproep in het blad van hun (sport)club of het kerkgenootschap waar ze bij horen.
  • Nierteam aan huis. U kunt een voorlichtingsbijeenkomst bij u thuis organiseren voor familie, vrienden en bekenden. Zo kunt u aan een grotere groep uitleg geven over uw nierziekte en de behandelmogelijkheden, waaronder levende nierdonatie. Voor zo’n bijeenkomst komt een verpleegkundig coördinator en maatschappelijk werker ongeveer 2 uur bij u thuis voor uitleg en om vragen te beantwoorden. Uit onderzoek blijkt dat de kans toeneemt dat iemand zich aanbiedt als nierdonor na de thuisvoorlichting. Neem voor het organiseren van zo’n voorlichtingsbijeenkomst contact op met het Nierteam aan huis: T (024) 309 36 28 of (024) 309 36 29 of nierteamaanhuis.nier@radboudumc.nl.  
  • Via sociale media. U kunt een oproep doen om een nierdonor te vinden via sociale media, bijvoorbeeld Facebook. Zo kunt u een bekend iemand vinden die een nier aan u wil afstaan, maar ook onbekenden kunnen zich aanbieden. Dat laatste heet een gerichte altruïstische donatie. Houd er wel rekening mee dat u ook veel reacties kunt krijgen, zonder dat iemand zich als donor aanbiedt. Het aantal reacties is afhankelijk van de grootte van uw eigen netwerk en hoe vaak zij uw bericht delen. Valt het u zwaar om zelf zo’n oproep te plaatsen en contact te onderhouden met de mensen die reageren? Vraag dan iemand die minder emotioneel betrokken is dit voor u te doen.
  • Het kan zijn dat u veel antistoffen heeft (bijvoorbeeld door eerdere transplantaties). Dit kan de kans op het vinden van een geschikte nierdonor aanzienlijk verkleinen. We raden daarom aan om altijd eerst even met uw nefroloog te overleggen voordat u probeert een nierdonor te vinden via facebook. Dit om mogelijke teleurstelling te voorkomen.
Tips bij het plaatsen van een oproep op sociale media:
  • Probeer een realistisch verhaal te schrijven, waarin u uw persoonlijke situatie schetst met de verschillende behandelmogelijkheden. Zoek op internet eventueel naar voorbeelden van andere nierpatiënten.
  • Laat uw tekst door iemand nalezen.
  • Plaats eventueel links naar websites voor meer informatie, bijvoorbeeld www.transplantatiestichting.nl/donatie-bij-leven, www.nierdonatiebijleven.nl of www.nierstichting.nl.
  • Bespreek met het transplantatiecentrum hoe de aanmeldprocedure kan verlopen als u een nierdonor vindt. U onderhoudt zelf het contact met potentiële nierdonoren. Het transplantatiecentrum heeft pas een rol als duidelijk is dat u iemand heeft gevonden die een nier aan u wil doneren. 
  • Maak een apart e-mailadres aan om bij de oproep te vermelden, bijvoorbeeld keeszoekteendonor@gmail.com.

Maak afspraken met potentiële nierdonoren

Heeft u één of meer potentiële nierdonoren gevonden, dan is het goed om met elkaar in gesprek te gaan over wederzijdse verwachtingen. Bijvoorbeeld over:
  • Hoe u met elkaar omgaat tijdens de donorprocedure en na de nierdonatie. Het komt ook voor dat een potentiële nierdonor niet geschikt blijkt als donor voor u. Hoe gaat u dan met elkaar om? 
  • Op welke manier houdt u contact met elkaar en hoe houdt u elkaar op de hoogte tijdens het traject? 
  • Wat zijn de verwachtingen van u beiden omtrent dankbaarheid?
  • Spreekt u een periode van nadenken voor beide partijen af; een periode waarin de nierdonor nadenkt of hij/zij wil doneren en waarin u zelf nadenkt of u van deze donor wilt ontvangen. En hoe informeert u elkaar als één van beiden af wil zien van het traject? We adviseren dat u beiden de procedure stop kunt zetten zonder dat u uitleg hoeft te geven. Wel is het belangrijk dat u elkaar in zo’n geval informeert.
Heeft u een onbekende altruïstische nierdonor gevonden? Houd dan rekening met de volgende zaken:
  • We werken niet mee aan transplantaties waarbij de nierdonor betaald krijgt voor het afstaan van een nier. Dit is wettelijk verboden.
  • De gerichte altruïstische nierdonor moet zelf contact opnemen met onze verpleegkundig coördinatoren. U kunt dit niet voor de donor doen.

Een of meer nierdonoren aanmelden

Heeft u één persoon gevonden die zijn/haar nier aan u wil doneren? Dan kan hij/zij contact opnemen met uw nefroloog óf met een van onze verpleegkundig coördinatoren levende nierdonatie:

Yvonne Hooghof
Desiree Pilzecker

T (024) 361 08 49, maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur

Wanneer meer personen een nier aan u willen doneren, kunt u twee dingen doen:
  • U kunt één persoon kiezen die zich meldt bij onze verpleegkundig coördinatoren. Een beoordelingsprocedure wordt slechts voor één nierdonor tegelijk opgestart omdat de onderzoeken die een nierdonor ondergaat belastend zijn. Als deze nierdonor niet geschikt is als donor voor u, kunnen we met een volgende nierdonor het donatietraject starten.
  • U kunt meerdere personen wijzen op de brieven voor gerichte altruïstische donoren. Eén van deze brieven geeft de potentiële nierdonor informatie over het doneren van een nier. De andere brief is een voorbeeldbrief die de donor mee kan nemen of op kan sturen naar of zijn/haar huisarts. Hiermee kan hij/zij toestemming geven tot inzage in zijn/haar medische gegevens. Op basis daarvan beoordeelt de nefroloog welke nierdonor het beste voor u is. U kunt dan met één persoon de beoordelingsprocedure (reguliere medische en psychosociale screening) opstarten of een voorlichtingsgesprek met maximaal twee geschikte nierdonoren laten organiseren als er meerdere donoren geschikt zijn. In het laatste geval kiest u daarna met wie u de beoordelingsprocedure start. Als de gekozen nierdonor toch niet geschikt blijkt als donor voor u, kunnen we met een volgende nierdonor het donatietraject starten.

Privacy nierdonor

Vanwege privacyredenen informeert het transplantatiecentrum u niet over de onderzoeken van de nierdonor en of deze geschikt is als donor voor u. U zult dit zelf met hem/haar moeten bespreken. Realiseert u zich dat het beoordelen van een nierdonor 3 tot 6 maanden kan duren en dat ongeveer 20% van de nierdonoren wordt afgekeurd tijdens het traject.

Transplantatie van overleden donor

Jaarlijks komen er in Nederland ongeveer 350 nieren van overledenen voor transplantatie beschikbaar. Omdat er lange tijd meer vraag was dan aanbod, is er een wachtlijst ontstaan, gemiddeld 4 tot 5 jaar.

lees verder

Transplantatie van overleden donor

Jaarlijks komen er in Nederland ongeveer 350 nieren van overledenen voor transplantatie beschikbaar. Omdat er lange tijd meer vraag was dan aanbod, is er een wachtlijst ontstaan, gemiddeld 3 tot 4 jaar vanaf de start van de dialyse. Wie een nier krijgt van een overleden donor hangt af van meerdere factoren. De belangrijkste:
  • Hoe goed de weefseleigenschappen van de overleden donor passen bij die van de ontvanger.
  • Of de donor in een Nederlands of buitenlands ziekenhuis ligt: hoe korter de nier buiten het lichaam verblijft hoe beter de kwaliteit van de donornier blijft.
  • De wachttijd, geteld vanaf de start van dialyse.
De punten voor elk van deze factoren krijgt worden bij elkaar opgeteld. Degene met de meeste punten krijgt het nieraanbod.
Als u bij Eurotransplant op ‘transplantabele urgentie’ geplaatst wordt, geldt de startdatum van nierfunctievervangende therapie als eerste dag van uw wachttijd. Dat is dus niet de datum van aanmelding bij Eurotransplant, of de datum waarop u beoordeeld bent op geschiktheid voor transplantatie in het Radboudumc.
Doordat er naast de wachttijd andere factoren meetellen kan het gebeuren dat u eerder een nieraanbod krijgt dan een andere patiënt die eerder dan u met dialyse gestart is.
Omdat de weefselovereenkomst een belangrijke factor is bij de toewijzing van donornieren kunt u al op de wachtlijst geplaatst worden heel kort voordat u met dialyse begint. Als er een nier beschikbaar komt met veel overeenkomst kunt u in aanmerking komen voor deze nier, ondanks dat u nog (net) niet gestart bent met dialyse.

ESP (Eurotransplant senior program)

Nieren van donoren van 65 jaar of ouder worden met voorrang toegewezen aan ontvangers van 65 jaar of ouder. Dit heet het Eurotransplant Senior Program (ESP), ook wel old-for-old genoemd. Daarbij is de weefselovereenkomst minder belangrijk. We streven vooral naar een korte verblijfstijd van de nier buiten het lichaam. Het voordeel van het ESP voor de ontvanger van 65 jaar of ouder is dat de wachttijd voor een donornier korter wordt zonder dat het langetermijn resultaat van de transplantatie aantoonbaar slechter is. Dit laatste geldt met name als bij de acceptatie van een nier van een 65+ donor strikte kwaliteitscriteria in acht worden genomen.
Tegelijkertijd bevordert deze manier dat nieren van jongere donoren (<65 jaar) vooral worden toegewezen aan jongere ontvangers. Bij deze (standaard) toewijzing is een zo goed mogelijke weefselovereenkomst wel heel belangrijk om de werkingsduur van de nier te verlengen en ook om de kansen op het vinden van een eventuele volgende donornier te verhogen.
Als u 65 jaar of ouder bent gaan we er van uit dat u gebruik wilt maken van het ESP. Daarnaast blijft u dan ook op de ‘gewone’ wachtlijst staan, maar de kans dat u via die route een nier krijgt is kleiner omdat op deze lijst ook alle ontvangers < 65 jaar staan.
U kunt er ook voor kiezen om niet aan het ESP deel te nemen. Voor de toewijzing van een donornier hanteren we dan precies dezelfde (standaard) werkwijze als voor patiënten < 65 jaar. U maakt dan kans op een nier van een jongere donor met een betere weefselovereenkomst, maar de keerzijde is dat de gemiddelde wachttijd circa 1 jaar langer wordt.

Lees meer

Wilt u meer lezen over ‘toewijzing van postmortale nieren’?
Informatie over de toewijzing van postmortale nieren vindt u op de site van de patiëntenvereniging Nederlandse Vereniging Nierpatiënten (NVN)

Transplantatie met een levende donor

Het is goed mogelijk om met één nier te leven. Daarom kan iemand tijdens zijn leven een nier afstaan aan een ander. De donor kan een familielid zijn of een bekende, maar er zijn ook mensen die anoniem een nier afstaan.

lees verder

Transplantatie met een levende donor

Het is goed mogelijk om met één nier te leven. Daarom kan iemand tijdens zijn/haar leven een nier afstaan aan een ander. De donor kan een familielid zijn of een bekende, maar er zijn ook mensen die anoniem een nier afstaan.

Voordelen levende nierdonatie

Een transplantatie met een nier van een levende donor heeft een aantal voordelen ten opzichte van een transplantatie met een nier van een overleden donor.
  • De nier is sneller beschikbaar. Soms kan de transplantatie al plaatsvinden vóór u gestart bent met dialyse (pré-emptieve niertransplantatie).
  • De kwaliteit van de donornier is meestal beter dan die van een overleden donor. Daardoor werkt een nier van een levende donor meestal beter en langer.
  • De operatie kan gepland worden. Zo kunnen we zorgen dat zowel u als de donor in optimale conditie zijn voor de operatie.

U heeft zelf een levende nierdonor

Kent u iemand die een nier aan u wil afstaan? Dan kan deze persoon contact opnemen met het levende donorteam: 

Om na te gaan of een donatie van deze persoon mogelijk is, hebben we zijn/haar bloedgroep nodig en die van u. De huisarts van deze donor kan dit testen, voor uzelf kunt u het navragen bij uw nefroloog. De donor krijgt informatie over het afstaan van een nier. Zodra in het Radboudumc beoordeeld is dat u een donornier kunt ontvangen, krijgt uw donor een medisch onderzoek.

Vier soorten niertransplantatie
met levende donor

  • Directe donatie door een (niet-)bloedverwant
  • Cross-over transplantatie
  • Transplantatie over de bloedgroepbarrière (ABO incompatibele niertransplantatie)
  • Altruïstische nierdonatie

Directe donatie door een (niet-)bloedverwant
De bloedgroep van de donor moet passen bij die van de ontvanger. Daarvoor hoeft de bloedgroep van de ontvanger en donor niet perse het dezelfde te zijn.

  • Heeft u bloedgroep A dan kunt u een nier ontvangen van een donor met bloedgroep A of 0.
  • Heeft u bloedgroep B dan kunt u een nier ontvangen van een donor met bloedgroep B of 0.
  • Heeft u bloedgroep 0 dan kunt u een nier ontvanger van een donor met bloedgroep 0.
  • Heeft u bloedgroep AB dan kunt u een nier ontvangen van een donor met iedere bloedgroep (A, B, 0, AB).

Cross-over transplantatie
Sommige mensen hebben een donor met een passende bloedgroep maar kunnen toch geen nier van die donor ontvangen omdat ze antistoffen hebben tegen cellen van de donor. Deze antistoffen zouden de donornier na transplantatie direct aanvallen waardoor de nier afgestoten wordt. We spreken dan van een positieve kruisproef. In zo’n geval kan een cross-over-transplantatie uitkomst bieden. Daarbij ruilen twee (of meer) ontvangers de nieren die ze gedoneerd krijgen.

Wanneer een ontvanger en zijn/haar donor medisch zijn goedgekeurd, melden we hen als koppel aan bij de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). Hier worden de koppels van alle acht niertransplantatiecentra in Nederland aangemeld. Elk kwartaal zoekt een computerprogramma naar de ruilmogelijkheden. De ruil kan ook plaatsvinden tussen koppels van verschillende transplantatiecentra. Vervolgens voeren we kruisproeven uit, om te controleren of het resultaat dat de computer gevonden heeft ook echt past. Als dat zo is kan de cross-over tranplantatie gepland worden. De nierdonor gaat naar het transplantatiecentrum waar de ontvanger behandeld wordt. Daar wordt de transplantatie uitgevoerd. De operaties worden op dezelfde dag uitgevoerd. Dit gebeurt anoniem.

Dominotransplantatie

Het komt voor dat mensen een nier aanbieden zonder dat zij een ontvanger kennen. We noemen dit altruïstische of anonieme donoren.  Soms worden zij Samaritaanse donoren genoemd. Deze donoren kunnen, als zij medisch geschikt bevonden zijn voor donatie, een nier doneren aan een ontvanger die al meedoet met de cross-over ronde, maar (nog) geen match gevonden heeft. De bedoeling is dan dat de donor die met deze ontvanger de cross-over ronde is ingegaan, weer aan een volgende (2e) ontvanger doneert. Deze ontvanger kan ook een patiënt zijn die meedraait in de cross-over ronde. Als er geen passende ontvanger is die meedraait in de cross-over ronde, dan geeft de laatste donor de nier aan een patiënt die op de wachtlijst staat voor een nier van een overleden donor. Op deze manier kunnen meerdere mensen geholpen worden die moeilijk een match konden krijgen via het cross-over programma.
Ook bij deze vorm van transplanteren gaat alles anoniem.

Transplantatie over de bloedgroepbarrière (ABO incompatibele niertransplantatie)

  • Als u meedraait in de cross-over rondes kunt u ook benaderd worden voor een nier van een altruïstische of anonieme donor: dominotransplantatie. 
  • Als het hiermee niet lukt een passende nier te vinden, kunt u onder bepaalde omstandigheden in aanmerking komen voor transplantatie over de bloedgroepbarrière.

In het tweede geval halen we de antistoffen die de donornier zouden aanvallen uit het bloed van de ontvanger. Hiervoor is een intensieve voorbereiding met medicatie en bloedfiltering bij de ontvanger nodig.


Voor- en nadelen van een niertransplanta­tie

Een niertransplantatie is een ingrijpende lichamelijke ingreep die ook van invloed kan zijn op psychisch en sociaal gebied.

lees meer

Voor- en nadelen van een niertransplanta­tie

Een niertransplantatie is een ingrijpende lichamelijke ingreep die ook van invloed kan zijn op psychisch en sociaal gebied.

Voordelen

  • Geen dialyse (meer) nodig.
  • Nauwelijks dieetbeperkingen.We adviseren u om terughoudend te blijven met zout.
  • Minder vermoeidheid. De meeste mensen hebben meer energie na de transplantatie, maar hoe snel iemand energie opbouwt en hoeveel energie iemand opbouwt, verschilt van patiënt tot patiënt.
  • U zult het minder snel koud hebben na de transplantatie.
  • U kunt beter deelnemen aan het maatschappelijk leven, zoals werk, sport en het sociale leven.
  • Afname van seksuele problemen. Als uw conditie verbetert, neemt het libido meestal ook weer toe. Mannen met een slechte nierfunctie hebben vaak erectieproblemen, vrouwen klachten van vaginale droogte. Na de transplantatie kunnen deze problemen verdwijnen. Zo niet, dan kunnen we u verwijzen naar de uroloog, gynaecoloog of sexuoloog.
Nadelen
  • Complicaties van de operatie. Een niertransplantatie is een middelzware operatie. Er kunnen complicaties optreden zoals een bloeding, trombose, wondinfectie.
  • Veel medicatie gebruiken. In de eerste maand(en) na de transplantatie krijgt u veel medicatie tegen het afstoten van de nier én tegen de bijwerkingen van deze medicijnen.
  • Bijwerkingen van medicatie. Alle medicijnen om afstoting tegen te gaan geven een verhoogd risico op infecties en op langere termijn op kwaadaardige aandoeningen (met name huidtumoren). Elk medicijn heeft ook nog eigen bijwerkingen. Bijvoorbeeld een verhoogd risico op suikerziekte, hoge bloeddruk, botontkalking, schade aan de nieren, lever of longen.
  • Onzekerheid. Na de transplantatie kunt u te maken krijgen met complicaties als infecties of afstotingsreacties. Ook is onzeker hoe lang de nier zal blijven werken.
  • Heropnames. Bij complicaties wordt u opnieuw opgenomen in het Radboudumc. Dit komt bij de meeste patiënten één of meer keren voor.
  • Frequente controles na de niertransplantatie in het Radboudumc. Na uw ontslag bezoekt u één tot twee keer per week onze polikliniek. Het aantal controles neemt af. Na een jaar kunt u terug naar het ziekenhuis waar u behandeld werd vóór de transplantatie.

Operatie

De opname rondom een niertransplantatie duurt ongeveer 8 dagen. Voor deze operatie wordt u opgenomen op de Verpleegafdeling Nierziekten.

lees verder

Operatie

Opname en operatievoorbereiding

Meenemen bij opname
  • Informatie over de behandeling
  • Uw eigen medicatie
  • Telefoonnummers van contactpersonen
  • Mobiele telefoon
  • Toiletspullen
  • Ochtendjas, slippers/pantoffels
  • Wijde broek/rok voor na uw ontslag. Uw buik is na de transplantatie nog wat opgezet. Strakke kleding zit dan niet lekker.
  • Kruiden/specerijen. Warme maaltijden zijn zonder zout bereid en bevatten weinig kruiden en specerijen.
Niet meenemen bij opname
  • Waardevolle spullen. Iedere patiënt heeft een kast met een slot erop. Toch worden er nog wel eens spullen gestolen. Het ziekenhuis is niet aansprakelijk voor vermissing van eigendommen.
  • Maaltijden van thuis. Tijdens het vervoeren kan er bacteriegroei in het eten ontstaan. Omdat uw weerstand verlaagd is door de medicatie tegen afstoting, kunt u hier ziek van worden.

Verpleegafdeling Nierziekten

Wanneer u aankomt op de verpleegafdeling vinden er een aantal voorbereidingen plaats:
  • De verpleegkundige voert een opnamegesprek met u en maakt u wegwijs op de afdeling.
  • We nemen bloed af en bespreken op basis van de bloedwaarden of u nog een dialyse nodig heeft vóór de operatie.
  • We meten uw bloeddruk, hartslag, temperatuur en gewicht.
  • Als het nodig is maken we hartfilm (ECG) en een longfoto.
  • De arts voert een opnamegesprek met u zal u lichamelijk onderzoeken.
  • U krijgt een laxeermiddel om uw darmen leeg te maken.

Transplantatie na peritoneaal dialyse
Als u peritoneaal dialyse (PD) doet, kunt u vlak voor de operatie de vloeistof laten uitlopen en de katheter afsluiten. U gaat met een lege buik naar de operatiekamer. Bij een levende niertransplantatie verwijderen we de PD-katheter meestal tijdens de operatie. Dialyse is na de transplantatie bijna nooit nodig. Bij een transplantatie met een nier van een overleden donor wordt de PD-katheter pas 3 tot 4 maanden na de operatie verwijderd.

Voorbereiding
Voor de operatie krijgt u een operatiejas aan. Prothesen (zoals een kunstgebit), piercings, sieraden, make-up en nagellak moeten uit/af. Aan een van uw vingers krijgt u een zuurstofmeter. Op deze vinger mag u geen kunstnagel dragen. Als u een gehoorapparaat draagt, mag die in blijven. U krijgt een rustgevend tabletje. Daarna moet u in bed blijven. Een verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling. Een familielid/naaste mag meelopen tot aan de ingang van de operatieafdeling.

Operatie

Op de operatieafdeling krijgt u een infuus ingebracht en wordt u onder narcose gebracht. De vaatchirurg  plaatst de nieuwe nier onder in uw buikholte en zorgt dat deze wordt verbonden op uw bloedvaten. De uroloog maakt een verbinding tussen uw urineleider en uw blaas en sluit de wond. Uw eigen nieren blijven meestal gewoon liggen. De operatie duurt ongeveer 3,5 uur.

Er blijven na de operatie enkele slangetjes achter:
  • een dunne katheter. Deze heet ureterkatheter of splint en ligt in de urineleider van de nieuwe nier om urine af te voeren. Hij blijft vijf dagen zitten;
  • een wonddrain die wondvocht opvangt. Deze  kan  verwijderd worden zodra er (bijna) vocht meer uit de wond komt;
  • een blaaskatheter om urine vanuit de blaas af te voeren. Deze blijft zeven dagen zitten.
Deze slangetjes komen uit uw onderbuik. De urine en het wondvocht wordt opgevangen in zakken die aan uw bed hangen. Verder heeft u nog een infuusslang in uw hand of arm en in sommige gevallen ook een zuurstofslangetje in uw neus.

Na de operatie

Als u uit de narcose wakker wordt, ligt u op de verkoeverkamer (uitslaapkamer). Hier blijft u ongeveer twee uur, soms wat langer. De anesthesist bepaalt of terug mag naar de verpleegafdeling. Een verpleegkundige haalt u op in de verkoeverkamer. Als u weer terug bent op de verpleegafdeling, kunnen we uw familie bellen. 

De verpleegkundige houdt u de eerste uren in de gaten. Hij of zij:
  • informeert hoe het met u gaat en of u misselijk bent of pijn heeft;
  • controleert uw bloeddruk, vochtverlies, urineproductie, infusievloeistof en of de shunt goed werkt;
  • vraagt om een cijfer te noemen tussen 0 en 10 om uw pijn weer te geven.
Via een automatische bloeddrukmeter op uw arm meten we uw bloeddruk en hartslag.

Pijn na de operatie

Na de operatie heeft u een wond links- of rechtsonder in uw buik. Deze kan pijn doen. U krijgt 4x per dag paracetamol. Ook bevestigen we een PCA-pomp met een drukknop aan uw infuus. Hiermee kunt u zelf pijnstilling (morfine) toedienen door op de knop te drukken. De pomp is zo ingesteld dat u niet meer kunt toedienen dan goed voor u is en dat u niet verslaafd raakt. Zorg hiermee dat de pijn draaglijk is, zodat u goed kunt bewegen, ademen of hoesten. Geef bij de verpleegkundige aan als u toch pijn heeft of misselijkheid bent. Dan krijgt u als het nodig is extra medicatie.

U mag na de operatie al wat drinken, maar u krijgt ook vocht en medicijnen binnen via een infuus. 

Elke ochtend komt de afdelingsarts bij u langs om u te onderzoeken en nemen we bloed af om de nierfunctie te controleren. Soms werkt de nieuwe nier de eerste dagen tot weken niet helemaal goed en heeft u nog dialysebehandelingen nodig. Bijvoorbeeld als u nog niet kunt plassen of als u vooral water plast zonder veel afvalstoffen. De nier herstelt dan nog van de schade die ontstaat als de nier buiten het lichaam bewaard wordt. Als de nierfunctie goed op gang komt, kunt u stoppen met de (peritoneaal) dialyse. Zolang u slangen aan uw onderbuik heeft, komt ook de uroloog dagelijks bij u langs.

Medicijnen en infecties

Na de niertransplantatie krijgt u medicijnen tegen het afstoten van de getransplanteerde nier. Deze remmen uw afweersysteem gedeeltelijk waardoor u sneller ziek wordt, verkouden wordt of een andere infectie oploopt. Ook herstelt u minder snel hiervan. Daarom adviseren we geen bezoek te ontvangen van mensen met een verkoudheid of infectie. De dosis van de medicijnen tegen afstoten bouwen we langzaam af, maar u moet ze wel altijd blijven gebruiken.

Op de afdeling zijn planten niet toegestaan, omdat potaarde bacteriën bevat. U mag wel bloemen ontvangen.

Afstoting

Ondanks de medicijnen tegen afstoting komt het soms voor dat het lichaam de ontvangen nier afstoot. Waarschijnlijk voelt u hier niets van, maar de arts ziet in uw bloed dat uw nierfunctie achteruit gaat. Als dit vlak na de transplantatie gebeurt, kunnen we het meestal goed behandelen met extra medicijnen. Wanneer het toch niet goed werkt, moet de transplantaatnier soms verwijderd worden en heeft u weer dialysebehandeling nodig. Dit is voor vrijwel alle patiënten erg teleurstellend. De arts, verpleegkundigen en maatschappelijk werker helpen u bij het verwerken hiervan. Vaak kunt u na een tijdje opnieuw een transplantatie ondergaan.

Dag 1 na de operatie

U kunt nog niet uit bed voor uw lichamelijke verzorging. De verpleegkundige helpt u hierbij. Wel gaat u als het lukt even uit bed om te wegen. De arts houdt uw gewicht in de gaten om te beoordelen of u teveel vocht vasthoudt. Veel patiënten vallen deze dag regelmatig in slaap.

Eten en drinken
De arts luistert naar uw buik om vast te stellen of uw darmen goed werken. Als dit zo is mag u beginnen met licht verteerbaar eten. U moet 2 tot 2,5 liter per dag drinken. Dit is voor patiënten die een vochtbeperking hadden even wennen. We raden aan om een fles of kan met water te gebruiken, zodat u ziet hoeveel u drinkt.

Medicijnen
U begint om 17.00 uur met de medicijnen tegen afstoting. Tijdens uw opname kan de dosering hiervan wijzigen. Uw arts informeert u hierover.

Contact met de donor
Heeft u een nier ontvangen van een bekende levende donor? Dan kunt u meestal telefoneren met deze persoon. Als uw donor vervoerd kan worden, kan deze u bezoeken. Vaak is dat een emotioneel moment. De meeste patiënten hebben het emotioneel moeilijk na de operatie, ook wanneer zij goed herstellen. Bespreek dit gerust met uw arts, verpleegkundige of medisch maatschappelijk werker. 

Dagelijkse controles
Dagelijks tussen 8.15 en 9.30 uur neemt een laborant of verpleegkundige bloed bij u af. Wilt u wachten met uw lichamelijke verzorging totdat dit is gebeurd? Verder controleren we dagelijks:
  • uw hartslag, bloeddruk, temperatuur en gewicht;
  • hoeveel pijn u heeft;
  • hoeveel u geplast heeft;
  • hoeveel u gedronken heeft en hoeveel infuusvloeistof u heeft gehad;
  • of de katheterzakken en de opvangzak voor het wondvocht geleegd moeten worden;
  • de wond.

Dag 2 na de operatie

Eten en drinken
Als het goed gaat, eet u vandaag de reguliere maaltijden. Om te controleren hoeveel u per dag drinkt, registreren we hoeveel u drinkt. Als u kunt, mag u dit zelf bijhouden. Wanneer u voldoende kunt drinken, kunnen we de infuusvloeistof verminderen.
 

Bewegen
Iedere dag kunt u meer zelf doen aan uw lichamelijke verzorging en uiteindelijk bent u weer helemaal zelfstandig. Dit gaat meestal sneller dan verwacht. Het is belangrijk dat u begint met bewegen. Dit helpt complicaties als een longontsteking, doorliggen of een trombosebeen voorkomen. U mag twee keer uit bed en u 15 tot 30 minuten op een stoel zitten. Ook kunt u proberen een paar passen te lopen.

Thuiszorg
De verpleegkundige bespreekt met u of er thuiszorg geregeld moet worden.

Medicijnen
De verpleegkundige geeft u een lijst van de medicijnen die u op dat moment gebruikt.

Dag 3 en 4 na de operatie

Drinken
Als u voldoende kunt drinken mag het infuus eraf. We laten het naaldje vaak nog een dag zitten, zodat we het infuus weer makkelijk aan kunnen sluiten als dat nodig is.

Bewegen
Het is belangrijk dat u langzamerhand weer meer gaat bewegen. Hiermee voorkomt u complicaties en het is goed voor uw stoelgang. Als u wilt, kunt u douchen. De verpleegkundige kan u helpen om naar de douche te lopen.

Wondverzorging
Afhankelijk van de hoeveelheid vocht die uit de wond komt, trekt de uroloog de wonddrain een stukje terug. Wanneer de wonddrain nog veel vocht afvoert, gaat deze nog een tijdje mee naar huis. Dit komt ook voor als de nieuwe nier niet helemaal goed op de blaas is aangehecht. Er lekt dan urine terwijl het lijkt of u veel wondvocht aanmaakt. Dit geneest meestal spontaan.

Dag 5 na de operatie

De uroloog verwijderd de ureterkatheter. Wanneer u suikerziekte heeft, gebeurt dit twee dagen later, omdat de wond vaak trager geneest.

Dag 7 na de operatie

De verpleegkundige verwijdert de blaaskatheter. Wanneer u suikerziekte heeft, gebeurt dit twee dagen later, omdat de wond vaak trager geneest. Nu is het belangrijk dat u goed kunt plassen. Had u voor de transplantatie geen urineproductie meer? Dan zult u in het begin vaak kleine beetjes moeten plassen. Uw blaas zal geleidelijk aan weer oprekken waardoor u weer grotere ‘porties’ plast.

Als u geen complicaties heeft, kunt u de volgende dag naar huis. Veel patiënten moeten echter iets langer blijven, zo’n 10-14 dagen. Voordat u naar huis gaat regelen we nog een aantal zaken:

  • We nemen de medicijnenlijst met u door en bestellen medicatie bij de apotheek.
  • We maken een echo van de transplantaatnier.
  • U heeft een gesprek met de verpleegkundige en de arts over uw opname. En u krijgt adviezen voor thuis.

Spannende periode

De tijd na de transplantatie is vaak spannend, ook voor uw familie. Gaat alles goed en blijft dat zo? Duiden eventuele klachten op afstoting?

  • Wanneer het goed gaat. Als de transplantatie goed gaat, verandert uw leven: u mag, kunt en wil weer meer. Wanneer u voor de transplantatie dialyseerde, kostte dat veel tijd en had u vaak contact met het dialysecentrum en medepatiënten. Het is wennen wanneer dit niet meer hoeft.
  • Wanneer het niet goed gaat. Wanneer de transplantaatnier na donatie niet goed werkt, kunt u zich daar schuldig over voelen. Omdat uw naaste (of iemand anders) een gezonde nier ‘voor niets’ heeft afgestaan. Dit risico is voor de donor echter bekend en hij/zij heeft er toch voor gekozen een nier af te staan. De donor vindt meestal niet dat u zich hierover schuldig hoeft te voelen.

Onze artsen en verpleegkundigen weten hoe spannend het allemaal is en zullen u zo goed mogelijk begeleiden. U kunt er altijd met hen over praten. Ook kunt begeleiding krijgen van een medisch maatschappelijk werkende.

Controle op de polikliniek

Het eerste jaar na de transplantatie blijft u onder controle in het Radboudumc. De eerste weken komt u één tot twee keer per week naar de Polikliniek Inwendige Specialismen. Daarna hoeft u minder vaak te komen, omdat de kans op afstoting steeds kleiner wordt. Na een jaar neemt het ziekenhuis waar u voorheen behandeld werd de controles weer over.

Tijdens een controleafspraak nemen we bloed af en u levert een urine in. Vervolgens bespreekt u met uw behandelend arts of verpleegkundige hoe het gaat, de bloeduitslagen van de vorige controle en of uw medicatie aangepast moet worden. Ook wegen we u en meten uw bloeddruk.

Medicijnen

Tijdens de controle meten we de hoeveelheid medicijn in uw bloed. Om een goede meting te doen, mag u ’s morgens geen medicatie innemen wanneer u tacrolimus (Prograft of Advagraf), ciclosporine (Neoral), sirolimus (Rapamune), of everolimus (Certican) gebruikt. Tacrolimus/Prograft, ciclosporine /Neoral en everolimus/Certican moet u minimaal 14 uur niet innemen vóór uw afspraak. U kunt uw medicijnen meenemen naar de polikliniek en na het bloedprikken innemen.

Neem bij elke afspraak ook uw medicijnlijst mee. Hierop schrijft de arts of verpleegkundige als de dosering wijzigt.

Vervoer

Na een niertransplantatie komt u meestal niet meer in aanmerking voor een taxivergoeding. Informeer bij uw ziektekostenverzekeraar naar vergoedingen voor vervoer naar het ziekenhuis.
 

Leefadviezen na de transplantatie

Na de transplantatie is het belangrijk dat u er een gezonde levensstijl op nahoudt.

lees de adviezen

Leefadviezen na de transplantatie

Na de transplantatie is het belangrijk dat u er een gezonde levensstijl op nahoudt. Op deze pagina vindt u adviezen over uiteenlopende onderwerpen.

Beweging

Probeer elke dag minstens een half uur te wandelen, fietsen, tuinieren of iets dergelijks. Hiermee verbetert u uw conditie. Na een aantal weken voelt u zich meestal weer goed genoeg om te kunnen sporten. Soms wordt medische fitness (gedeeltelijk) vergoed door de ziektekostenverzekeraar. Kies een activiteit die bij u past en bouw uw inspanningen geleidelijk op. Zorg dat u bij het sporten zo min mogelijk stoten of trappen tegen de transplantaatnier krijgt.

Overgewicht

Veel patiënten komen aan na een niertransplantatie. Probeer gewichtstoename te beperken. Door overgewicht heeft u namelijk een verhoogd risico op hoge bloeddruk, suikerziekte en hart- en vaatziekten. Deze aandoeningen zijn niet goed voor uw algemene gezondheid en uw nieuwe nier.  

Mondverzorging

Door de medicijnen wordt uw afweer onderdrukt en heeft u meer kans op mondinfecties. Poets daarom twee maal per dag met een fluoridetandpasta. En gebruik van flossdraad, tandenstokers of ragers om uw gebit goed schoon te houden. Poets niet meteen na een maaltijd, fruit of vruchtensap. U kunt dan de glazuurlaag op uw tanden makkelijk wegpoetsen waardoor uw gebit sneller slijt. Ga ook eens per jaar voor controle naar de tandarts. Wanneer u een behandeling moet ondergaan waarbij het kan bloeden in uw mond, adviseren we uit voorzorg antibiotica in te nemen. Uw arts kan u hiervoor een recept voorschrijven.

Pijn

Wanneer u pijn heeft kunt u één of twee paracetamol van 500 mg innemen, maximaal vier keer per dag. Behalve wanneer u nieuwe of onduidelijke pijnklachten heeft. Neem dan contact op met uw arts. NSAID’s pijnstillers kunt u beter niet nemen. Deze hebben een negatieve invloed op de nierfunctie. Denk aan Diclofenac, Naproxen, Ibuprofen, Aleve, Nurofen, Sarixell, Advil en Voltaren.

Alcohol, roken en drugs

De meeste patiënten kunnen zonder problemen een tot twee alcoholische drankjes per dag gebruiken. Roken en drugs daarentegen wordt streng afgeraden. Wilt u deze middelen toch gebruiken, overleg dan zeker met uw arts of verpleegkundige.

Vakantie

Overleg met uw arts of verpleegkundige wanneer u naar het buitenland wilt reizen. U kunt niet alle vaccinaties krijgen die voor sommige bestemmingen vereist zijn. Wel krijgt u een Engelstalige brief mee voor eventuele calamiteiten met betrekking tot uw gezondheid.

Zonnen

De medicijnen tegen afstoting verhogen uw kans op huidkanker. Daarom adviseren we u fel zonlicht zoveel mogelijk te mijden. Zoek met zonnig weer zoveel mogelijk de schaduw op. Gebruik zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor en een pet/hoed en bedekkende kleding. Het gebruik van een zonnebank wordt afgeraden.

Vruchtbaarheid

Vrouwen
Vóór een niertransplantatie hebben vrouwen vaak een onregelmatige menstruatiecyclus. Of u menstrueert helemaal niet. Na een geslaagde transplantatie herstellen de menstruatie en vruchtbaarheid zich vaak. Vanwege risico’s voor de transplantatienier wordt afgeraden de eerste anderhalf jaar na de transplantatie  zwanger te worden. Ook kunnen de medicijnen die u na de niertransplantatie gebruikt ernstige afwijkingen aan een ongeboren kind veroorzaken. Overleg met uw arts of verpleegkundige welke anticonceptie u kunt gebruiken. Meestal is de pil of een spiraaltje toegestaan. Heeft u een kinderwens? Bespreek het dan met uw arts of verpleegkundige. Als uw gezondheid het toelaat kunnen zij u helpen bij het aanpassen van uw medicatie en tijdens de eventuele zwangerschap.

Mannen
Mannen met een slechte nierfunctie zijn vaak minder vruchtbaar. Na een geslaagde niertransplantatie kan zich dat weer herstellen.

Seksualiteit

Mensen met een ernstig verslechterde nierfunctie hebben soms seksuele problemen zoals verminderde seksuele behoefte, erectiestoornissen of vaginale droogte. Vaak speelt vermoeidheid daarbij een rol. Na een geslaagde transplantatie kunnen deze problemen verdwijnen, maar dat hoeft niet. U kunt seksuele problemen bespreken met uw arts of verpleegkundige. En we kunnen u doorverwijzen naar de polikliniek Urologie of medische seksuologie van ons ziekenhuis.

Shunt en katheter

  • Dialyseshunt: na de transplantatie stolt uw bloed beter. Daarom gaat de dialyseshunt na een tijdje soms dicht zitten. Als de transplantaatnier goed werkt, laten we dat zo.
  • Katheter voor hemodialyse: deze wordt na een geslaagde transplantatie zo snel mogelijk verwijderd.
  • Buikkatheter voor peritoneaaldialyse: bij een donornier van een levende donor verwijderen we die tijdens de transplantatie-operatie. Bij een donornier van een overleden donor korten we de buikkatheter in vóór uw ontslag en wordt hij gewoonlijk zo’n drie maanden na de transplantatie verwijderd. Tot die tijd moet u de katheterpoort verzorgen zoals u vóór de transplantatie deed.

Thuiszorg

Woont u niet samen met een gezonde volwassene, dan kunt u in aanmerking komen voor huishoudelijke hulp via de thuiszorg. De eerste weken zijn sommige huishoudelijke werkzaamheden voor u te zwaar. U kunt thuiszorg aanvragen via het WMO-loket van uw gemeente. Onze medisch maatschappelijk werkers kunnen hierbij helpen.

Lichamelijke klachten

Neem in de volgende gevallen contact op met het ziekenhuis:
  • Bij een temperatuur boven 38° C.
  • Als u minder plast.
  • Bij pijn, kortademigheid, diarree of wanneer u moet braken.
  • Als u onvoldoende kunt drinken of erg dikke voeten heeft.
  • Wanneer u te weinig medicijnen heeft of vergeten bent ze in te nemen.
  • Bij alle andere plotseling ontstane klachten.

Brief aan nabestaanden

Patiënten die een nier ontvangen hebben van een overleden donor willen soms de nabestaanden van deze donor bedanken. Nabestaanden stellen dit meestal op prijs. U kunt hen een brief schrijven en laten weten hoe het met u gaat sinds de niertransplantatie. U mag daarbij niet laten blijken wie u bent. Het is niet verplicht om zo’n brief te schrijven, maar als u dit wilt, kunt u de brief met daarbij een apart papiertje met uw naam en geboortedatum aan uw arts of verpleegkundige of geven.

Medicijnen na een nier­transplantatie

  • Azathioprine is verkrijgbaar in tabletten van 25 mg en 50 mg. U neemt het in 1 dosering per dag in.

    naar de behandeling


  • Certican/Everolimus®

    De tabletten zijn verkrijgbaar in 0,25 mg en 0,75 mg.

    Bijwerkingen

    • algemeen onwel voelen
    • slechte wondgenezing
    • buikpijn
    • misselijkheid
    • diarree
    • bloedarmoede
    • hoog cholesterol
    • suikerziekte
    • mondzweertjes

    Het gebruik

    U neemt de tabletten 2 x per dag in. Op dagen dat u een bezoek brengt aan de poli neemt u de ochtenddosis pas in na bloedafname. 

  • Sirolimus/Rapamune®

    Sirolimus/Rapamune® zijn verkrijgbaar in tabletten 1 mg en 2 mg.

    Bijwerkingen

    • algemeen onwel voelen
    • slechte wondgenezing
    • buikpijn
    • misselijkheid
    • diarree
    • bloedarmoede
    • hoog cholesterol
    • suikerziekte
    • mondzweertjes

    Het gebruik

    U neemt de tabletten 1 x per dag in met water of sinaasappelsap. Tijdens uw bezoekdagen aan de poli neemt u de ochtenddosis pas in na bloedafname. 

Psychosociale en maatschappelijke ondersteuning

Een niertransplantatie is een ingrijpende gebeurtenis in uw leven. Niet alleen lichamelijk.

lees meer

Psychosociale en maatschappelijke ondersteuning

Een niertransplantatie is een ingrijpende gebeurtenis in uw leven. Niet alleen lichamelijk. 

Psychische gevolgen

Bij een niertransplantatie kunt u vreugde en dankbaarheid voelen, maar ook angst voor afstoting of infecties. En het lastig zijn om uw leven na de transplantatie opnieuw vorm te geven. Of u heeft te hoge verwachtingen vooraf waardoor het herstel tegenvalt. Een medisch maatschappelijk werker kan u helpen tijdens de voorbereidingen op een transplantatie maar ook bij het verwerkingsproces achteraf.

Relationele en sociale gevolgen

Sommige patiënten hebben moeite met reacties van vrienden of bekenden na een transplantatie. Hun gevoelens en gedachten sluiten niet altijd aan bij die van uzelf. Voor hen is het soms lastig te begrijpen dat u na de transplantatie nog steeds beperkingen heeft. Praat hier samen over en roep zo nodig de hulp in van een medisch maatschappelijk werker.

Maatschappelijke gevolgen

Een transplantatie kan ook effect hebben op uw maatschappelijke positie. Omdat u bijvoorbeeld uw werk weer oppakt of op zoek gaan naar een nieuwe baan. Ook hierbij kan een medisch maatschappelijk werker u helpen.

Hulpverlening

Een medisch maatschappelijk werker kan u op verschillende manieren ondersteunen:

  • Hulp bij het verwerken van wat er gebeurd is (psychosociale hulpverlening).
  • Hulp bij praktische zaken.
  • Informatie en advies.

Aanvragen medisch maatschappelijk werk

Bent u onder behandeling bij het Radboudumc, dan kunt u hulp vragen van onze medisch maatschappelijk werkers. Zowel voor, tijdens als na de transplantatie. Een jaar na de transplantatie gaan de meeste patiënten terug naar het ziekenhuis in hun regio. De medisch maatschappelijk werkers zullen dan ook hun begeleiding overgedragen.
E mmw.nier@radboudumc.nl
T (024) 361 54 10


Op reis na een nier­transplantatie

Gaat u na de niertransplantatie op reis? Houdt dan rekening met de hygiënenormen in het land van uw bestemming. Dit is belangrijk omdat uw weerstand verlaagd is door de medicijnen tegen afstoting. Om de kans op ziekte klein te houden geven we u een aantal adviezen.

lees meer

Op reis na een nier­transplantatie

Gaat u na de niertransplantatie op reis? Houdt dan rekening met de hygiënenormen in het land van uw bestemming. Dit is belangrijk omdat uw weerstand verlaagd is door de medicijnen tegen afstoting. Om de kans op ziekte klein te houden geven we u een aantal adviezen. Vraag uzelf daarnaast af of u op uw vakantiebestemming goed geholpen kunt worden als u toch ziek wordt. En overweeg een reis- en/of annuleringsverzekering af te sluiten.

Vaccinaties

Omdat uw weerstand verlaagd is door de medicijnen tegen afstoting kunt u niet zomaar een vaccinatie halen bij uw huisarts of de GGD. Wel kan uw behandelend arts u doorverwijzen naar een geschikte GGD-arts of naar de Radboud Travel Clinic. U mag geen vaccinaties met een levend virus  omdat u daar ernstig ziek van kunt worden. Ook medicijnen om ziekten te voorkomen kunt u niet altijd combineren met uw medicijnen tegen afstoting. Bijvoorbeeld anti-malariatabletten. Neem uw medicijnkaart mee als u de GGD-arts bezoekt.

Zon

De medicijnen tegen afstoting van uw getransplanteerde nier vergroten het risico op huidkanker. Probeer daarom zoveel mogelijk in de schaduw te blijven, zeker tussen 12.00 en 15.00 uur. Ga ook niet onder de zonnebank. Bescherm u tegen de zon met een hoed/pet, parasol en een goede zonnebrand (factor 30 tot 50). Ook onder water heeft u bescherming nodig tegen de zon. Gebruik een waterproof zonnebrandmiddel en breng dit meerdere keren per dag aan. 

Ook als u op wintersport gaat is goede zonbescherming aan te raden. Gebruik naast zonnebrand een goede zonnebril.

Meenemen

  • Medicijnen: neem voor meer dagen mee dan u op reis gaat voor als u onverwacht langer moet blijven. Stop medicijnen in uw handbagage als u met het vliegtuig reist en informeer naar de regels van de luchtvaartmaatschappij als u vloeibare medicijnen gebruikt. Vraag hoe u toestemming kunt krijgen om meer mee te mogen nemen als dat nodig is. Wanneer u regelmatig last heeft van blaasontsteking of jicht, vraag dan uw arts of u medicijnen hiervoor mee moet nemen op vakantie.
  • Vakantiebrief: Vraag voor u op vakantie naar het buitenland gaat een vakantiebrief aan uw verpleegkundige of behandelend arts. In deze Engelstalige brief staat:
    • wanneer u een niertransplantatie heeft gehad;
    • welke medicijnen u gebruikt;
    • hoe uw bloeduitslagen normaal gesproken zijn;
    • dat u een antibioticum moet krijgen als u een operatie moet ondergaan;
    • de telefoonnummers van de afdeling Nierziekten van het Radboudumc zodat een buitenlandse arts kan overleggen met één van onze artsen.
  • Medicijnkaart en het verzekeringsbewijs van uw ziektekostenverzekering.
  • European Health Insurance Card: deze kunt u kosteloos bij uw ziektekostenverzekeraar aanvragen voor u en uw gezinsleden. De kaart geeft u binnen Europa recht op vergoeding van kosten die u moet maken bij spoedeisende hulp en/of ziekenhuisopname. U hoeft deze kosten dan niet voor te schieten.
  • Thermometer: als u zich ziek voelt is het belangrijk om te weten of u koorts heeft.
  • Betadine: betadine of betadinezalf voor desinfectie van kleine verwondingen.
  • Tekenpincet:  als u in de natuur geweest bent, inspecteer dan uw huid op teken en verwijder ze. Noteer de datum van de tekenbeet en bezoek een arts als er een rode verkleuring ontstaat om de plaats waar u gebeten bent. Als u een antibioticum nodig heeft, overleg dan met uw behandelend arts in Nederland. Niet ieder antibioticum is geschikt na de niertransplantatie.

Voorkom voedselvergiftiging

Goede hygiëne vermindert de kans dat voedsel besmet wordt met ziekteverwekkers. Zorg daarom dat u voedsel gekoeld bewaart en probeer niet meer in te kopen dan u binnen één dag gebruikt. Wanneer u voedsel goed verhit, doodt u de meeste ziekteverwekkers.

Tips
  • Was uw handen goed na gebruik van toilet, vóór u gaat koken en vóór u gaat eten.
  • Drink geen kraanwater, maar flessenwater. IJsklontjes zijn meestal van kraanwater gemaakt, mijd deze dus ook. Wanneer u kraanwater minimaal vijf minuten kookt, kunt u het wel gebruiken. 
  • Eet geen onverpakt ijs dat uit een karretje langs de weg verkocht wordt. Verpakt ijs en schepijs uit een schone drukbezochte winkel leveren meestal geen bezwaar op.
  • Was groente en fruit in schoon water. Twijfelt u aan de zuiverheid van het water, gebruik dan gekookt water of flessenwater. Fruit kunt u het beste schillen.
  • Breng eten snel aan de kook en laat het een kwartier doorkoken.
  • Eet geen (half)rauw vlees (tartaar), rauwe schelpdieren of etenswaren waar rauwe eieren in verwerkt zijn. Kook eieren altijd hard.
  • Bereid voeding op een schone onderlaag.
  • Bewaar vacuüm verpakt vlees in de koelkast en bescherm uw voedsel tegen vliegen.
  • Bewaar eten in een koelkast, een koeltas of koelbox koelen onvoldoende.
  • Laat personen die buikpijn en/of diarree hebben zoveel mogelijk buiten de keuken blijven en laat hen hun handen vaak en goed wassen.
  • Doe de vaat in heet sop en spoel af met zuiver water.
  • Laat een vaatdoek niet op een propje of opgevouwen op het aanrecht liggen. Was alle keukendoeken na gebruik uit in een heet sopje en hang ze (het liefst in de zon) te drogen. Verschoon dagelijks het keukenlinnen.
  • Neem een douche na het zwemmen.
  • Zwem niet in stilstaand zoet water.
  • Slik geen zwembadwater in.
  • Vermijd vuile toiletten.
  • Gebruik desinfecterende handgel als u onderweg uw handen niet kunt wassen. Deze is te koop bij de drogist.

Reizigersdiarree en voedselvergiftiging

Krijgt u ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch diarree, probeer dan voldoende vocht binnen te krijgen. Drink veel kleine beetjes niet te koud flessenwater, thee, ontvette bouillon of frisdrank. Mijd vruchtensappen en suikervrije frisdrank die gezoet is met zoetstof. Deze kunnen diarree veroorzaken. Wel kunt u orale rehydratie vloeistof (ORS) gebruiken. Dit zijn zakjes poeder die mineralen (zouten) en glucose (suiker) bevatten die u oplost in flessenwater. Koop deze voordat u op reis kopen gaat bij de apotheek of drogist. Of maak het zelf:
  • een afgestreken theelepel keukenzout
  • drie afgestreken eetlepels voedingssuiker (bijv. dextropur, te koop bij de drogist)
  • een liter water
  • eventueel voor de smaak wat citroensap en/of vanillesuiker (niet geschikt voor diabetici).
Ook cola kan helpen tegen diarree, evenals diarreeremmers als loperamide. Norit mag u nooit gebruiken. Dit middel bevat koolstof dat ook de werkzame stoffen uit uw medicatie absorbeert en afvoert. Probeer ook zo snel mogelijk weer normaal te eten. Dit bevordert uw herstel.

Vochtverlies

Wanneer u veel vocht verliest door braken en/of diarree, kunt u uitdrogen. Dit is voor ieder mens een bedreigende situatie. Maar na een niertransplantatie is het extra belangrijk voldoende te drinken, omdat anders uw transplantatienier hieronder lijdt. Wanneer u veel vocht verliest kunt u de volgende medicijnen beter tijdelijk niet innemen: metformin (Glucophage), plastabletten (zoals furosemide/Lasix) en bloeddrukverlagers. Kenmerken van uitdrogen:
  • niet of nauwelijks plassen;
  • diepliggende ogen;
  • droge mond;
  • lusteloosheid;
  • niet meer willen drinken;
  • een droog aanvoelende huid zonder veerkracht.
Waarschuw een arts las u vermoedt dat u uitdroogt.

Overdraagbare aandoeningen

Gebruik condooms om u te beschermen tegen overdraagbare aandoeningen. Condooms uit Nederland zijn betrouwbaar en in verschillende maten verkrijgbaar. Gebruik ze niet na de uiterste gebruiksdatum op de verpakking.

Vermijden

  • Bezoek in het buitenland alleen een tandarts als dit strikt noodzakelijk is i.v.m. steriliteit van de gebruikte instrumenten.
  • Vermijd, als er geen noodzaak is, bezoek aan ziekenhuizen, injecties, infusen en bloedtransfusies in het buitenland.
  • Laat piercings of tatoeages alleen aanbrengen op plaatsen waar steriel gewerkt wordt.

Legionella of veteranenziekte

De legionellabacterie komt voor in waterleidingen. U kunt besmet raken via waternevel. Wanneer u een douche of kraan wilt gebruiken die langere tijd niet gebruikt is, vraag dan iemand anders om de warme kraan enkele minuten te laten doorlopen. En zorg dat u buiten het appartement/vakantiewoning wacht tot de ruimte minstens vijftien minuten goed geventileerd is.

Informatiefolder

U kunt deze Patiënten Informatie Map zien als een voorlichtingsmap die dient ter aanvulling op en ondersteuning van de mondelinge informatie die u krijgt van artsen en verpleegkundigen. bekijk het pdf-bestand

Veelgestelde vragen en antwoorden

Moet ik mijn nier beschermen? Mag ik zwanger worden? Wat als ik mijn medicijnen vergeten ben? Lees alle veel gestelde vragen en antwoorden.

lees meer

Veelgestelde vragen en antwoorden

Algemeen

Kan ik familie of vrienden vragen om een nier aan mij te geven?
Ja dat kan. Hoe u dit bespreekbaar maakt is persoonlijk. Sommige mensen vragen dit makkelijk, maar de meeste mensen vinden het moeilijk. Vertel dat u misschien in aanmerking komt voor een niertransplantatie en dat dit kan met een nier van iemand die u kent. U kunt aangeven dat er te weinig nieren zijn van overleden donoren en dat u eerst 3 tot 4 jaar moet dialyseren vóór er een nier voor u beschikbaar komt. Overweegt iemand die u kent een nier af te staan? Dan kan hij/zij contact opnemen met het team ‘Donatie bij leven’ via telefoonnummer (024) 361 08 49 .

Hoe lang gaat een nier mee?
Gemiddeld functioneert een nier van een overleden donor zo’n 10 à 15 jaar. Een nier van een levende donor 20 à 25 jaar. Er zijn echter geen garanties. Veel factoren beïnvloeden of een nier goed blijft werken. Het komt voor dat een gedoneerde nier helemaal stopt met werken. U moet dan (weer) met dialyse behandeld worden of een nieuwe transplantatie ondergaan.

Kun je vaker een nieuwe nier krijgen?
Ja, dat kan. Als u aan de voorwaarden voldoet doorloopt u opnieuw het transplantatieproces.

Na de operatie

Wat moet ik doen als ik heb overgegeven?
Wanneer u moet overgeven binnen 30 minuten na medicijninname, kunt u de medicatie opnieuw innemen. Braakt u later dan 30 minuten na inname van de medicijnen, dan mag u deze niet opnieuw innemen. Neem contact op met uw behandelend arts als u zoveel braakt dat u onvoldoende vocht binnenhoudt.

Wat moet ik doen als ik diarree heb?
Drink voldoende water, thee, bouillon en gebruik geen Norit tabletten. Neem contact op met uw arts als u gedurende twee dagen meer dan drie keer per dag waterdunne ontlasting heeft.

Mag ik alternatieve medicijnen gebruiken?
Wilt u homeopathische of andere alternatieve geneesmiddelen gebruiken? Overleg dit dan met uw behandelend arts. Sommige middelen beïnvloeden de werking van uw medicatie, bijvoorbeeld st. janskruid.

Wat moet ik doen als er bijwerkingen optreden?
Stop nooit zonder overleg medicijnen. Neem altijd contact op met uw behandelend arts of verpleegkundige.

Wat moet ik doen als ik mijn medicijnen vergeten ben?

  • Medicijnen die u twee keer per dag inneemt: ontdekt u binnen vier uur dat u de medicijnen vergeten bent, neem ze dan alsnog in. Is het langer dan 4 uur geleden dat u de medicijnen in had moeten nemen, neem dan contact op met uw behandelend arts of verpleegkundige. Neem nooit een dubbele dosis in!
  • Medicijnen die u een keer per dag inneemt: als u binnen 8 uur ontdekt dat u een dosis vergeten bent, kunt u ze alsnog innemen.
Wat kan ik doen als ik moeite heb met het doorslikken van pillen?
Probeer de pillen in te nemen met vla, appelmoes of iets dergelijks. Eventueel kunt u pillen fijnmalen. Behalve capsules, deze moet u altijd in zijn geheel doorslikken.

Wat moet ik doen als de apotheker andere medicatie aflevert dan ik gewend ben?
Voor de meeste medicijnen is dit geen probleem, omdat een ander merk dezelfde werkzame stof bevat. Behalve bij:
  • tacrolimus (Prograft / Advagraf);
  • ciclosporine (Neoral).

Bij deze medicijnen kan een extra controle van uw bloedspiegel nodig zijn. Vraag de apotheker om contact op te nemen met uw behandelend arts. 

Moet ik mijn nier beschermen?
Alleen bij sporten waarbij u een trap of klap kunt oplopen, raden we aan een nierschildje aan te schaffen. Vraag ernaar bij uw arts of verpleegkundige.

Wanneer mag ik weer autorijden?
Zodra u zich daar lichamelijk en geestelijk goed genoeg voor voelt.

Moet ik antibiotica gebruiken bij een operatieve ingreep?
Bij een kleine ingreep zoals het verwijderen van een kleine huidtumor is dit niet nodig. Bij een grotere ingreep of een tandheelkundige behandeling waarbij u veel bloed verliest, adviseren we preventief een antibioticum te gebruiken. Informeer hiervoor bij uw arts.

Moet ik meewerken aan de oproep voor de griepprik?
Nierpatiënten horen tot de risicogroepen die in aanmerking komen voor de griepprik. Maar de medicijnen tegen afstoting kunnen de werking van de griepprik beïnvloeden. Is de transplantatie minder dan een half jaar geleden? Overleg dan met uw behandelend arts of de griepprik zinvol is. Als de transplantatie langer dan een half jaar geleden is, kunt de griepprik het beste wel halen.

Wanneer kan ik weer gaan werken?
Dit is afhankelijk van uw herstel en werksituatie. Bespreek het bij twijfel met uw arts of verpleegkundige.

Mag ik zwanger worden na een niertransplantatie?
Als uw nierfunctie goed is en er zijn geen andere grote problemen kan het meestal wel. Maar pas anderhalf jaar na de transplantatie. Bespreek uw kinderwens met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist.

  • Snel naar