Voorbereiding
Komt u in aanmerking voor transplantatie?
De operatie
Voor de operatie
Verloop niertransplantatie
Nazorg
Naar huis
Complicaties en bijwerkingen
Medicatie
Eigen beheer
Leven na de transplantatie
Adviezen

Voorbereiding

Komt u in aanmerking voor transplantatie?



Komt u in aanmerking voor een nier­transplantatie?

U heeft met uw nefroloog besloten dat u in aanmerking wilt komen voor een niertransplantatie.

Om te kijken of u in aanmerking komt voor een niertransplantatie, komt u een dag naar het Radboudumc voor een aantal gesprekken met een nefroloog, uroloog en vaatchirurg. Ook onderzoeken zij u. Helaas is het niet altijd mogelijk om alles op 1 dag te plannen. 

In de uitnodigingsbrief die u ontvangt staat een link naar de voorlichtingsvideo over niertransplantatie. Het is belangrijk dat u deze video bekijkt vóór het telefonische gesprek met de verpleegkundige. Dit telefoongesprek vindt meestal 2 dagen voor de afspraken plaats. Op deze manier bent u goed voorbereid op de gesprekken met de artsen en kunt u gerichte vragen stellen.

Tijdens uw bezoek stelt de nefroloog u vragen over uw algemene gezondheidstoestand, bijvoorbeeld over uw medische voorgeschiedenis.

Ook de vaatchirurg stelt u wat vragen, bijvoorbeeld of u ooit geopereerd bent aan de bloedvaten, en of u suikerziekte heeft. Zo kan hij de toestand van uw bloedvaten beoordelen en eventueel aanvullende onderzoeken laten uitvoeren.

De uroloog vraagt u of er bijzonderheden zijn bij het plassen. Daarnaast beoordeelt de uroloog of er voldoende ruimte in de buik is om een transplantaatnier te plaatsen. Zo nodig worden aanvullende onderzoeken aangevraagd.

Vervolgens beoordelen de nefroloog, vaatchirurg en uroloog samen of u in de juiste conditie bent om een niertranplantatie te ondergaan. U en uw nefroloog ontvangen hierover bericht.

Het kan zijn dat zij nog een aanvullend onderzoek adviseren door bijvoorbeeld een cardioloog.
Deze eventuele onderzoeken vinden plaats in uw eigen ziekenhuis.

Als alle artsen akkoord zijn en uw nierfunctie zo slecht is dat u moet gaan dialyseren, plaatsen wij u op de wachtlijst bij Eurotransplant. We bepalen de achteruitgang van de nierfunctie op basis van 24 uurs urine, bloeduitslagen en de klachten die u heeft.

Eurotransplant kijkt bij het aanbod van een nier van een overleden donor welke ontvanger het beste past.
Dat is niet alleen afhankelijk van uw dialysetijd en uw bloedgroep, maar bijvoorbeeld ook hoe goed de donornier bij de ontvanger past. Het is dus niet zo dat u langzaam opschuift op de wachtlijst.

Eurotransplant kijkt bij het aanbod van een nier van een overleden donor welke ontvanger het beste past.
Dat is niet alleen afhankelijk van uw dialysetijd en uw bloedgroep, maar bijvoorbeeld ook hoe goed de donornier bij de ontvanger past. Het is dus niet zo dat u langzaam opschuift op de wachtlijst.

Misschien dat u het moeilijk vindt om over uw nierziekte te praten, maar door dit onderwerp te bespreken komt u te weten of uw naasten hier mogelijk voor open staan.
2x per jaar wordt er in het Radboudumc een voorlichtings-bijeenkomst georganiseerd. Hierin vertellen we over transplantatie, donatie bij leven en de (mogelijk) emotionele gevolgen. Wij nodigen u uit om deze bijeenkomst samen met uw naasten bij te wonen.

Daarnaast kan het nierteam ook bij u thuis komen. Zij geven dan in uw vertrouwde omgeving voorlichting over de effecten van nierziekten, over dialyse en transplantatie. U kunt dan familie, vrienden en andere belangstellenden uitnodigen om te komen luisteren. Als u hier interesse in heeft, neem dan contact op via
nierteamaanhuis.nier@radboudumc.nl. Meer informatie vindt u op de website.

 


Een nierdonor vinden

Als een niertransplantatie voor u de beste behandeling is, kunt u de wachttijd voor een donornier beduidend verkorten als u zelf een donor vindt. Bovendien is de kwaliteit van een donornier meestal beter dan die van een overleden donor. Er zijn verschillende mogelijkheden om een nierdonor te vinden.

lees meer

Een nierdonor vinden

Als een niertransplantatie voor u de beste behandeling is, kunt u de wachttijd voor een donornier aanzienlijk verkorten als u zelf een donor vindt. Bovendien is de kwaliteit van een donornier meestal beter dan die van een overleden donor. Daardoor werkt een nier van een levende donor meestal beter en langer. Op deze pagina geven we u tips om een nierdonor te vinden. Transplantatiecentra zoals het Radboudumc adviseren hierover, maar hebben niet de taak om nierdonoren en nierpatiënten bij elkaar te brengen.

  • Direct vragen. U kunt familieleden of andere bekenden rechtstreeks vragen of zij een nier aan u willen doneren. Veel mensen vinden dit moeilijk. 'Kun je zoiets van iemand vragen?' Ook de persoon aan wie u het vraagt kan zich ongemakkelijk voelen bij zo’n vraag. Mogelijk wil deze persoon geen nier afstaan. Als deze persoon het moeilijk vindt om dit met u te bespreken, kan hij/zij u gaan ontlopen. Ook kan het uw relatie met die persoon beïnvloeden. U kunt dan ook indirect vragen of iemand een nier aan u wil doneren.
  • Indirect vragen. U kunt mensen vertellen over uw nierziekte en de behandelmogelijkheden zonder rechtstreeks te vragen of zij een nier willen doneren. Vertel dan dat niertransplantatie een behandelmogelijkheid is als u een geschikte nierdonor vindt. Zo wordt zonder de vraag te stellen toch duidelijk dat u een nierdonor nodig heeft. Ook kunt u een folder over nierdonatie op een zichtbare plek in uw woning of op uw werkplek neerleggen. Dit kan aanleiding geven tot een gesprek over dit onderwerp. Zo’n folder kunt u downloaden via de website van de Nierstichting.
  • Nierteam aan huis. Het Nierteam aan Huis geeft informatie over nierschade, nierfalen, dialyse, niertransplantatie en nierdonatie bij leven. De verpleegkundig coördinator en de medisch maatschappelijk werker komen bij u thuis, of een nader te bepalen plaats, om aan uw familie en naasten (vrienden, collega’s, buren) voorlichting te geven. Zo kunt u aan een grotere groep uitleg geven over uw nierziekte. De kennis over de gevolgen van nierfalen neemt enorm toe door de voorlichting, maar ook worden passende behandelingen en de gevolgen bespreekbaar. De voorlichting duurt ongeveer 2 uur en er is ruimte om vragen te stellen. Het doel van de voorlichting is het vergroten van kennis rondom nierziekte en zo de communicatie te verbeteren. De verpleegkundig coördinator en de medisch maatschappelijk werker komen eerst met u kennismaken en ondersteunen u bij het organiseren van een thuisvoorlichting. Voor meer informatie klik hier.
  • Via een e-mail/brief. U kunt ook een brief of e-mail aan uw naasten en bekenden sturen met uitleg over uw nierziekte en de behandelmogelijkheden, waaronder een niertransplantatie met een levende nierdonor. U kunt dan met zorg uw woorden kiezen en de ontvanger hoeft niet direct te reageren. Zo krijgt hij/zij de gelegenheid om na te denken over uw situatie en zijn/haar mogelijkheid om u te helpen.
  • Voorlichting. U kunt mensen uitnodigen om mee te gaan naar een voorlichtingsbijeenkomst over niertransplantatie en –donatie. Twee keer per jaar is er zo’n voorlichtingsbijeenkomst in het Radboudumc. Deze zijn voor iedereen toegankelijk. Soms melden mensen zich na deze dag aan als nierdonor.
  • Oproep in een blad/tijdschrift. Sommige nierpatiënten vinden een nierdonor via een oproep in het blad van hun (sport)club of het kerkgenootschap waar ze bij horen.
  • Via sociale media. U kunt een oproep doen om een nierdonor te vinden via sociale media, bijvoorbeeld Facebook. Zo kunt u een bekend iemand vinden die een nier aan u wil afstaan, maar ook onbekenden kunnen zich aanbieden. Dat laatste heet een gerichte altruïstische donatie. Er is een stappenplan dat u kunt lezen om te zien welke stappen u kunt nemen als u wilt gaan zoeken naar een gerichte altruïstische donor.
  • Het kan zijn dat u veel antistoffen heeft (bijvoorbeeld door eerdere transplantaties). Dit kan de kans op het vinden van een geschikte nierdonor aanzienlijk verkleinen. We raden daarom aan om altijd eerst even met uw nefroloog te overleggen voordat u probeert een nierdonor te vinden via facebook. Dit om mogelijke teleurstelling te voorkomen.

Één of meer nierdonoren aanmelden

Heeft u één persoon gevonden die zijn/haar nier aan u wil doneren? Dan kan deze donor zich aanmelden via deze website of contact opnemen met de verpleegkundig coördinatoren levende nierdonatie: (024) 361 08 49.

Wanneer meer personen een nier aan u willen doneren, kunt u twee dingen doen:

  • U kunt één persoon kiezen die zich meldt bij de verpleegkundig coördinatoren. Een beoordelingsprocedure (reguliere medische en psychosociale screening) wordt slechts voor één nierdonor tegelijk opgestart omdat de onderzoeken die een nierdonor ondergaat belastend zijn. Als deze nierdonor niet geschikt is als donor voor u, kunnen we met een volgende nierdonor het donatietraject starten.
  • U kunt meerdere personen wijzen op de brieven voor gerichte altruïstische donoren. Eén van deze brieven geeft de potentiële nierdonor informatie over het doneren van een nier. De andere brief is een voorbeeldbrief die de donor mee kan nemen of op kan sturen naar of zijn/haar huisarts. Hiermee kan hij/zij toestemming geven tot inzage in zijn/haar medische gegevens. Op basis daarvan beoordeelt de nefroloog welke nierdonor het beste voor u is.
  • U kunt dan met één persoon de beoordelingsprocedure opstarten of een voorlichtingsgesprek met maximaal twee geschikte nierdonoren laten organiseren als er meerdere donoren geschikt zijn. In het laatste geval kiest u daarna met wie u de beoordelingsprocedure start. Als de gekozen nierdonor toch niet geschikt blijkt als donor voor u, kunnen we met een volgende nierdonor het donatietraject starten.

Privacy nierdonor

Vanwege privacyredenen informeert het transplantatiecentrum u niet over de onderzoeken van de nierdonor en of deze geschikt is als donor voor u. U zult dit zelf met hem/haar moeten bespreken. Realiseert u zich dat het beoordelen van een nierdonor 3 tot 6 maanden kan duren en dat ongeveer 20% van de nierdonoren wordt afgekeurd tijdens het traject.


Laboratorium­bepalingen ter voorbereiding op een nier­transplantatie

Ter voorbereiding op een niertransplantatie moeten er een aantal laboratoriumbepalingen verricht worden: bloedgroep- en weefseltypering en HLA antistofonderzoek.

lees meer

Laboratorium­bepalingen ter voorbereiding op een nier­transplantatie

Wat zijn de voorwaarden voor transplantatie?

  • Bloedgroep- en weefseltypering zijn afgerond (AB0- en HLA-typering)
  • Antistoffen tegen HLA zijn onderzocht
  • De medische voorbereidingen bij de patiënt zijn afgerond

Bloedgroep- en Weefseltypering (AB0- en HLA-typering)

AB0 bloedgroep kenmerken komen voor op rode bloedcellen, en daarnaast in mindere mate ook op alle overige cellen van het lichaam. Daarom wordt bij een orgaantransplantatie rekening gehouden met de bloedgroep. Naast de AB0 kenmerken heeft ieder individu op al zijn lichaamscellen, uitgezonderd de rode bloedcellen, een combinatie van HLA kenmerken. Deze kenmerken worden van ouder op kind overgedragen en beide ouders geven ieder de helft van hun erfelijke informatie door. Iedereen krijgt van zijn vader en moeder 1 HLA A, 1 HLA B, 1 HLA C, 1 HLA DP, 1 HLA DQ en 1 HLA DR kenmerk, opgeteld twee kenmerken per type (figuur 1).


figuur 1

De totale set van HLA kenmerken is het weefseltype. Binnen een familie is de kans op een 100% HLA identieke broer of zus 25%. De overeenkomst tussen ouder en kind is minimaal  50%. De kans op een identiek weefseltype bij twee niet verwante individuen is heel klein. 
Hoe groter de overeenkomst in weefselkenmerken hoe beter de transplantaatoverleving. Verschillen in kenmerken leiden tot transplantaatafstoting (rejectie). De transplantaatafstoting is een normale reactie van het afweersysteem (immuunsysteem) wat het transplantaat herkent als een vreemde binnendringer. Bij een afstotingsreactie kunnen witte bloedcellen en antistoffen betrokken zijn. De afweerreactie kan met medicatie worden tegen gegaan (immuunsuppressie). Als antistoffen echter al aanwezig zijn op het moment van transplantatie wordt een transplantatie vermeden.  

HLA antistofonderzoek (screening en identificatie)

Kwartaalscreening, kwartaalserum, rondstuurserum
Antistoffen tegen vreemde HLA kenmerken kunnen worden opgewekt door zwangerschappen, transplantaties en transfusies. Het is daarom van belang te weten of een niertransplantatie kandidaat één of meer van deze gebeurtenissen heeft doorgemaakt. Indien HLA-reactieve antistoffen zijn aangetoond wordt vervolgens onderzocht tegen welke HLA-kenmerken deze antistoffen precies gericht zijn. De HLA-kenmerken waartegen antistoffen gevormd zijn mogen niet op het donororgaan voorkomen. Als dit toch zou gebeuren is een onmiddellijke afstoting het gevolg. 

Waarom elke 3 maanden opnieuw?
Om na te gaan of de patiënt sinds het laatste onderzoek antistoffen is gaan vormen die schadelijk kunnen zijn voor een toekomstig transplantaat. Nieuwe antistoffen tegen HLA kunnen bijvoorbeeld worden gevormd door een bloedtransfusie. Ook kan de aanmaak van reeds bestaande antistoffen tijdelijk toenemen na activering van het afweersysteem door een vaccinatie of ontsteking. Antistoffen die eerst niet meetbaar waren, kunnen dan mogelijk wel opgespoord worden. Het beloop van de hoeveelheid antistoffen tegen HLA in het bloed verschilt sterk van persoon tot persoon (figuur 2).  Door een persoon gedurende 1 jaar (alle seizoenen) te vervolgen kunnen we meer inzicht krijgen in de aanwezigheid van antistoffen bij deze persoon.


figuur 2

Elk kwartaal wordt daarom door het Laboratorium voor Medische Immunologie (LMI) informatie opgevraagd over vaccinaties, infecties, transfusies en ontstekingen. Door gedurende een jaar iedere 3 maanden antistofonderzoek te doen wordt de kans dat bestaande antistoffen tegen HLA niet ontdekt worden zeer klein. Een recente screening is ook een voorwaarde voor Eurotransplant om een patiënt voor een nieraanbod in aanmerking te laten komen. Het laatste kwartaalserum van elke patiënt met HLA antistoffen wordt in het centrum waar een donornier beschikbaar komt gebruikt om alvast een kruisproef uit te voeren voordat de nier op transport gaat. Indien er geen actueel kwartaalserum beschikbaar is krijgt de patiënt geen aanbod van een donornier.

De operatie

Voor de operatie



Voorbereiding operatie

U heeft een oproep voor uw niertransplantatie en u komt op de afgesproken tijd naar de verpleegafdeling. De zaalarts ontvangt en onderzoekt u. Tijdens uw opname komt de zaalarts iedere dag bij u langs om uw herstel te bespreken en uw vragen te beantwoorden. De verpleegkundige maakt u wegwijs op de afdeling. Zij neemt bloed bij u af en ondersteunt u bij uw herstel. Ook geeft de verpleegkundige uitleg over uw nieuwe medicijnen. 

Nadat u medicatie heeft gehad, ter voorbereiding op de narcose, mag u niet meer uit bed. U gaat in bed naar de operatiekamer. Na weer een paar controles, wordt u onder narcose gebracht en begint de operatie.


Verpleegafdeling

Voor de transplantatie wordt u opgenomen op de verpleegafdeling Nierziekten. Lees hier wat u beter wel of niet mee kunt nemen en wat kunt kunt verwachten op de verpleegafdeling.

lees meer

Verpleegafdeling

Meenemen bij opname:

  • Eigen medicatie in originele verpakking, voldoende tot aan de operatie.
  • Recente medicijnlijst. Deze kunt u opvragen bij uw apotheek, of als u dialyseert (hemodialyse) bij de dialyseverpleegkundige van uw dialysecentrum.
  • Telefoonnummer van twee contactpersonen
  • Mobiele telefoon
  • Toiletspullen
  • Ochtendjas en slippers/pantoffels
  • Wijde broek met wijdere of korte pijpen/rok; tijdens uw verblijf heeft u een blaaskatheter en ruimte voor de afvoerslang nodig. Uw buik is na de transplantatie nog wat opgezet: een strakke broek/rokband zit dan niet lekker.
  • E11 of  E112 formulier (alleen voor Duitse patiënten).
  • Prokaart of polcard meenemen (indien u 's nachts buikspoeling doet).

Niet meenemen bij opname

  • Waardevolle spullen. Iedere patiënt heeft een kast met een slot erop, helaas biedt dit geen 100% zekerheid dat er niets ontvreemd wordt. Het ziekenhuis is niet aansprakelijk voor vermissing van eigendommen.
  • Maaltijden van thuis. Door het vervoeren van maaltijden kan er bacteriegroei in het eten ontstaan. Uw weerstand is verlaagd door de medicatie tegen afstoting; u zou hiervan ziek kunnen worden.

Verpleegafdeling Nierziekten

Voor de transplantatie wordt u opgenomen op de verpleegafdeling Nierziekten. Deze afdeling vindt u via de hoofdingang, route 686. Zo nodig kunt u bij de receptie terecht met vragen.
Er zijn op de verpleegafdeling éénpersoonskamers. Er wordt ‘gemengd’ verpleegd, dat wil zeggen dat mannen en vrouwen bij elkaar op de kamer kunnen liggen.
Er zijn veel verschillende medewerkers betrokken bij uw behandeling. Met artsen en verpleegkundigen krijgt u het meest te maken. U kunt uw mobiele telefoon gebruiken in het ziekenhuis. U kunt gebruik maken van Wifi op de afdeling.

Lees meer over de verpleegafdeling Nierziekten

Familie

Als er familieleden mee zijn gekomen naar het ziekenhuis betrekken de verpleegkundigen hen zoveel mogelijk bij de gang van zaken.
Het wachten voor de operatie kan voor hen soms erg lang zijn. Familieleden kunnen de afdeling bellen voor meer informatie.
 

Verloop niertransplantatie



De operatie

De vaatchirurg begint met de operatie. Hij maakt een snee langs de heup en opent de buik. De vaatchirurg pakt een bleekgekleurde nier uit een bakje met vloeistof en plaatst deze nieuwe nier in de buik. Hij sluit eerst de ader en daarna de slagader van de nier aan op de grote bloedvaten. Het bloed komt de nier in en de nier kleurt roze.

De uroloog neemt de operatie over en sluit de afvoer van urine van de nier naar de blaas aan met een dun slangetje. Daarna wordt de nieuwe urineleider gehecht. Na ongeveer 2-3 weken halen we het dunne slangetje uit uw blaas. De blaaskatheter verwijderen wij al tijdens uw ziekenhuisopname. 

De uroloog legt een drain ofwel afvoer aan om wondvocht af te voeren en maakt daarna de wond dicht. Als de nier snel op gang komt druppelt er al op de operatietafel wat urine uit de blaaskatheter. 



Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de medium care voor extra bewaking. U heeft een infuus voor pijnstilling. Ook hangen er 2 zakjes aan het bed. 1 voor de blaaskatheter en 1 voor de drain. 

In principe gaat u de dag erna terug naar de eigen afdeling en mag u al wat meer bewegen. Wandelen op kamer en gang of op de hometrainer. 

Infuus en drains worden daar zodra dat mogelijk is verwijderd. tijdens uw opname krijgt u informatie over medicatie, suiker prikken en bloeddruk meten. Mits alles goed gaat mag u na 5 tot 7 dagen naar huis.

We zien u de eerste 2 maanden wekelijks voor controle op de polikliniek. Daarna spreekt u samen met uw arts of verpleegkundig specialist hoe vaak een bezoek aan onze poli nodig is. 


Nazorg

Naar huis



Naar huis

U heeft een niertransplantatie gehad en mag naar huis. Wanneer u weer thuis bent zijn er een aantal zaken waar u aan moet denken en rekening mee moet houden. Wij vragen u om thuis uw bloeddruk, gewicht en suiker te controleren. Op de verpleegafdeling heeft u hierover al informatie gehad. Deze is na te kijken op onze website. 

Eenmaal thuis moet u zelf de medicijnen klaarzetten. Dit heeft u al geoefend op de verpleegafdeling.
Voor uitgebreide informatie verwijzen we u naar de MIEB film die op de website staat. 

Bij ontslag krijgt u een overzicht mee met een aantal afspraken voor controle op de polikliniek voor de eerste weken. Het kan zijn dat u daar ver voor moet reizen. Wij adviseren u om alvast na te denken over hoe u de eerste weken naar de poli-afspraken komt als u zelf nog niet mag rijden of zelf niet met het openbaar vervoer kan. Bespreek dit met uw omgeving.

Soms vergoedt de zorgverzekeraar de taxi. Vraag van tevoren na of de taxi inderdaad vergoed wordt.
Maatschappelijk werkers in het eigen centrum kunnen u hier mee helpen.

Tijdens de afspraak op de poli kunt u vragen stellen en uw eventuele klachten bespreken.
Omdat u thuis uw bloeddruk, gewicht en bloedsuiker meet, bespreken we ook die uitkomsten met u.
Als het nodig is onderzoeken we u. Zo kunnen we bijvoorbeeld even de wond controleren.

Ongeveer 75 minuten voor het gesprek met de arts of verpleegkundig specialist nemen we bloed af en vragen we u om urine in te leveren. Dit doen we niet alleen om de nierfunctie in de gaten te houden, maar bijvoorbeeld ook om te zien of u bloedarmoede heeft.

Het kan zijn dat we naar aanleiding van de bloeduitslagen uw medicatie moeten aanpassen.
Bijvoorbeeld omdat blijkt dat u te veel van bepaalde medicijnen krijgt. Zorg daarom dat u telefonisch bereikbaar bent.

Mocht u zelf in de tussentijd klachten zoals braken en diarree ervaren, dan kunt u ons natuurlijk ook altijd bellen. In geval van koorts, minder plassen of diarree kunt u het beste meteen contact opnemen.
We zijn het best bereikbaar binnen kantooruren, maar mocht u 's avonds of in het weekend dergelijke klachten hebben dan kunt u ook contact met ons opnemen. U heeft bij ontslag de telefoonnummers meegekregen die u kunt bellen.

Niet dringende vragen kunt u stellen via MijnRadboud. Bijvoorbeeld bij een vraag over de te plannen vakantie.
Dit kan via uw mobiele telefoon, maar ook via uw PC.

Complicaties:
Kort na transplantatie, maar soms ook jaren later kunnen er complicaties optreden, bijvoorbeeld wondbreuk, infecties, afstotingsreacties of urine die niet goed naar de blaas afloopt. Hierover vertellen we u meer in het hoofdstuk Complicaties en Bijwerkingen. U kunt last krijgen van verschillende bijwerkingen: haaruitval; trillende
handen; ontwikkelen van suikerziekte; stemmings-wisselingen; meer eetlust en hogere bloeddruk.
Meer informatie krijgt u in het hoofdstuk Complicaties en bijwerkingen.

 

Complicaties en bijwerkingen



Mogelijke complicaties en bijwerkingen

Meestal verloopt een niertransplantatie zonder al te grote problemen, maar helaas niet altijd. Het is belangrijk dat u zich hierop voorbereid, daarom leggen we u uit wat mogelijke complicaties kunnen zijn.

Een veel voorkomende situatie is de nierfunctie achteruit gaat. De waarde van kreatinine in het bloed gebruiken we om de nierfunctie te bepalen. Als het kreatinine oploopt is dat een teken dat er iets aan de hand is, maar dat wil niet meteen zeggen dat de nier afgestoten wordt. Er zijn meestal verschillende oorzaken.

Eerst kijken we naar de medicijnen die de nierfunctie beïnvloeden. Het medicijn Tacrolimus beschermt heel goed tegen het afstoten van de nier, maar het gebruik hiervan kan ook de reden zijn dat het kreatinine omhoog gaat.

De hoeveelheid tacrolimus in het bloed, ook wel “spiegel” genoemd, kunnen we meten. Als het kan, verlagen we de dosering. Dan zien we vaak weer een daling van het kreatinine.

Als het kreatinine niet daalt, kijken we verder. Het is mogelijk dat de urine vanuit de nier niet goed afloopt naar de blaas. Een echografie van de nier kan dat aantonen. Daarvoor kunnen verschillende oorzaken zijn:

  • Er kan bijvoorbeeld een vochtbubbel ontstaan die op de nier of de afvoer van de nier naar blaas drukt.
  • Of kan er een vernauwing ontstaan in de afvoer van de nier naar de blaas.

In beide gevallen vragen we of de uroloog meekijkt. Het kan zijn dat u dan een uitwendige- of een inwendige slang krijgt.

Als de echografie geen afwijkingen laat zien, nemen we een biopsie. Met een lange naald nemen we een klein stukje uit de nier. Op het lab onderzoeken we onder andere of er afstotingscellen aanwezig zijn. Als dat zo is, krijgt u een behandeling met extra afweerremmers.

Bijwerkingen:

Alle medicijnen hebben bijwerkingen, ook de medicijnen tegen afstoten. Dat verschilt per middel, maar ook per persoon: niet iedereen krijgt last van dezelfde bijwerkingen. De medicijnen tegen afstoten verlagen de afweer tegen “vreemde lichamen”, dus ook tegen virussen en bacteriën. We maken een onderscheid tussen ernstige en vervelende bijwerkingen.

Suikerziekte is een vervelende bijwerking van prednison en tacrolimus. Als u al suikerziekte heeft, kan dat betekenen dat er grote verschillen zijn in de bloedwaardes en u veel meer insuline moet gaan spuiten. Om botontkalking van de prednison te voorkomen krijgt u uit voorzorg calcium en vitamine D tabletten.

Maar ook infecties in de mond komen vaak voor. Zeker als u ooit een koortslip gehad heeft, is er kans op een ontsteking van de mond. Het virus dat een koortslip veroorzaakt blijft namelijk in het lichaam aanwezig. Als de weerstand afneemt kan het virus weer opspelen.

Het kan ook zijn dat u na een aantal maanden last krijgt van haaruitval. Dat kan nog komen van de narcose, maar het kan ook een bijwerking zijn van het medicijn tacrolimus. Meestal is dit tijdelijk.

Na transplantatie neemt de eetlust vaak toe: het eten smaakt beter dan voorheen, er zijn geen beperkingen meer en door de prednison krijg je honger. Dat maakt dat veel mensen meer gaan eten en dus aankomen in gewicht.

Daarnaast is het goed om alert te zijn op verandering van de huid, zoals wratjes of moedervlekken. Als die groter worden moet u dit altijd met uw nefroloog of verpleegkundig specialist bespreken. Als het nodig is verwijzen zij u naar een dermatoloog.

Na een transplantatie moet u niet alleen lichamelijk herstellen, maar kunnen emoties ook een rol spelen. Dat kunnen hele verschillende emoties zijn.

Trillende handen is een hele hinderlijke bijwerking. Soms trillen ze zo erg dat het eten van bijvoorbeeld soep lastig wordt. Meestal verdwijnt dit als we de dosering van de medicijnen verlagen.

Een ernstige bijwerking van de afweerremmende medicijnen is het krijgen van kanker. Met name huidkanker komt regelmatig voor. We adviseren om op zonnige dagen altijd een zonnebrandcrème met factor 50 te gebruiken.

Ook andere vormen van kanker komen voor zoals bijv. baarmoederhalskanker en lymfklierkanker. Wij adviseren u dan ook om te blijven deelnemen aan de verschillende bevolkingsonderzoeken.

Hart-vaatziekten komen veel voor bij nierpatienten. Na transplantatie wordt de kans hierop iets groter.

Het is daarom belangrijk om een aantal dingen goed in de gaten te houden:

  • De bloeddruk
  • Het gewicht
  • Suikerziekte
  • Stoppen met roken
  • Bewegen
  • Gezond eten

Voor meer informatie verwijzen wij u naar de website van nieren.nl.

Heeft u vragen of maakt u zich zorgen, dan kunt u dit bespreken met uw arts of verpleegkundig specialist.

Eigen beheer


Voorlichting: in eigen beheer

Informatie over drinken, medicatie, suikers en bloeddruk in eigen beheer. lees meer

Leven na de transplantatie

Adviezen


Leefstijladviezen

Na de transplantatie is een gezonde leefstijl belangrijk.

lees meer

Leefstijladviezen

Na de transplantatie is een gezonde leefstijl belangrijk. Op deze pagina vindt u adviezen over uiteenlopende onderwerpen.

Beweging

Probeer elke dag minstens een half uur te wandelen, fietsen, tuinieren of iets dergelijks. Hiermee verbetert u uw conditie. Na een aantal weken voelt u zich meestal weer goed genoeg om te kunnen sporten. Soms wordt medische fitness (gedeeltelijk) vergoed door de zorgverzekeraar. Kies een activiteit die bij u past en bouw uw inspanningen geleidelijk op. Zorg dat u bij het sporten zo min mogelijk stoten of trappen tegen de transplantaatnier krijgt.

Ook kunt u eens per maand meewandelen met Walk & Talk. Dit is een beweegprogramma voor getransplanteerden waarin bewegen en ontmoeten centraal staat. Samen wandelen biedt de mogelijkheid om ervaringen en tips uit te wisselen. Daarnaast is het goed voor de conditie en draagt het bij aan een gezonde leefstijl. Je kunt hierover meer lezen op de website. Als je wilt meewandelen, kun je een mail sturen naar: nijmegen@walk-talk.nl.

Mondverzorging

Door de medicijnen wordt uw afweer onderdrukt en heeft u meer kans op mondinfecties. Poets daarom twee maal per dag met een fluoridetandpasta. En gebruik flossdraad, tandenstokers of ragers om uw gebit goed schoon te houden. Poets niet meteen na een maaltijd, fruit of vruchtensap. U kunt dan de glazuurlaag op uw tanden makkelijk wegpoetsen waardoor uw gebit sneller slijt. Ga ook eens per jaar voor controle naar de tandarts. Wanneer u een behandeling moet ondergaan waarbij het kan bloeden in uw mond, adviseren we uit voorzorg antibiotica in te nemen. Uw arts kan u hiervoor een recept voorschrijven.

Alcohol, roken en drugs

De meeste patiënten kunnen zonder problemen 1 tot 2 alcoholische drankjes per dag gebruiken. Roken en drugs worden afgeraden. Wilt u deze middelen toch gebruiken, overleg dan zeker met uw arts of verpleegkundige.

Zonnen

De medicijnen tegen afstoting verhogen de kans op huidkanker. Daarom adviseren we u fel zonlicht zoveel mogelijk te mijden. Zoek met zonnig weer zoveel mogelijk de schaduw op. Gebruik zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor en een pet/hoed en bedekkende kleding. Het gebruik van een zonnebank wordt afgeraden.


Voeding na een niertransplantatie

‘Eindelijk geen dieetbeperkingen meer’, dit is een veel gehoorde uitspraak over de voeding na een niertransplantatie, maar dit betekent niet dat u alles onbeperkt kunt eten.

lees meer

Voeding na een niertransplantatie

‘Eindelijk geen dieetbeperkingen meer’, dit is een veel gehoorde uitspraak over de voeding na een niertransplantatie, maar dit betekent niet dat u alles onbeperkt kunt eten. Bij een goede nierfunctie vervallen de beperkingen zoals de kalium- en fosfaatbeperking. Een verandering is dat uw eetlust behoorlijk kan toenemen doordat de afvalstoffen weer goed worden uitgescheiden in combinatie met het gebruik van bepaalde medicatie.

Na een transplantatie is het belangrijk gezonde voeding te gebruiken met niet te veel calorieën. Overgewicht is een gezondheidsrisico en verhoogt de kans op het ontstaan van diabetes en hart- en vaatziekten en heeft een ongunstig effect op de levensduur van de transplantaatnier.

Gezonde leefstijl na niertransplantatie

Een gezonde voeding is één van de onderdelen van een gezonde leefstijl. Hieronder volgen belangrijke aandachtspunten voor een gezonde voeding na een niertransplantatie.  

Drink voldoende: 1,5 tot 2 liter per dag. Dit is nodig om de donornier optimaal te laten werken. Het is mogelijk dat u van de nefroloog (soms mede op advies van een andere specialist) een ander, persoonlijk advies krijgt over de hoeveelheid vocht. Kies bij voorkeur voor dranken zonder suiker, zoals water, thee of koffie, mineraalwater, light frisdranken en magere of halfvolle melkproducten zonder toegevoegde suikers. 

Om te veel gewichtstoename te voorkomen is het beter om de maaltijden goed te verdelen over de dag en niet te veel tussendoortjes te gebruiken. Tussendoortjes bevatten vaak meer vet en calorieën dan verwacht. Hoeveel calorieën per dag nodig zijn, verschilt per persoon. Voor meer informatie zie ook de website van het Voedingscentrum.

Door de medicatie kan het zijn dat u de hele dag zin heeft in eten. Probeer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden van Het Voedingscentrum aan te houden. Wees zuinig met de inname van vet en suiker. Kies bij voorkeur zoutbeperkte (maximaal 5 gram) voeding, met vezelrijke producten en zorg voor voldoende calciuminname. Als u diabetes heeft of ontwikkelt, vraag dan uw arts om een verwijzing naar de diëtist.

Voeding en medicatie na een niertransplantatie

Vanwege de wisselwerking met medicatie Tacrolimus(Prograft®, Dailiport®, Advagraf®), Ciclosporine(Neoral®), Sirolimus(Rapamune®), Everolimus(Certican®) is het af te raden om de volgende producten te gebruiken: 

  • grapefruit 
  • mineola
  • pomelo
  • ugli
  • producten met St Janskruid

Als u aanvullende supplementen wilt gebruiken, overleg dit dan altijd eerst met uw nefroloog.

Hepatitis E- virus (HEV)

Hepatitis E is een virus dat voor kan komen in vlees van varken of wildzwijn en edelhert. Met name varkenslever en varkensleverproducten (varkensleverworst of varkenspaté) kunnen besmet zijn. Bij gezonde mensen is dat geen probleem, maar bij personen met een verminderde weerstand of bij het gebruik van afweeronderdrukkende medicatie, zoals na een niertransplantatie, kan dit gevaarlijk zijn. Daarom gelden na een niertransplantatie onderstaande adviezen:

Voor meer info over het hepatitis E-virus, zie de website van het Voedingscentrum.

  • Gebruik GEEN van onderstaande producten en GEEN levensmiddelen waarin onderstaande producten verwerkt zijn. De volgende producten worden zowel verhit als rauw afgeraden:
    • Varkens-, zwijnen- en hertenlever. Let op: controleer de ingrediëntendeclaratie (kalfsleverworst kan bijvoorbeeld ook varkenslever bevatten).
    • Varkensbloed en varkensbloedproducten. Varkensbloedproducten die zijn gebruikt als ingrediënten in voedingsmiddelen zijn op het etiket vermeld als varkenseiwit of varkenshemoglobine.
    • Voedingsmiddelen met varkenslever of -bloed: leverkaas, likkepot, hoofdkaas, balkenbrij, Gentse kop, bloedworst, alle soorten terrines die varkens, zwijnen- of hertenlever bevatten, gebakken pastei.

Onderstaand product mag, als het door en door verhit is, wel gebruikt worden:

  • Varkensvlees. Let op: in gedroogde of gefermenteerde worsten (zoals boeren metworst, salami, chorizo en fuet) kan rauw varkensvlees verwerkt zijn.

Hygiëne

Rauwe of halfrauwe producten kunnen meer bacteriën bevatten. Voorzichtigheid en een goede hygiëne bij deze producten zijn belangrijk. 

Voorbeelden van rauwe producten:

  • Rauw vlees zoals: tartaar, carpaccio, half doorbakken biefstuk, rauwe kip. 
  • Rauwe of gedroogde vleeswaren zoals: filet americain, ossenworst, rosbief, rauwe ham, parmaham, coburger ham, serranoham, bacon, gerookt spek.
  • Rauwe vis (waaronder haring en sushi), of gerookte kant- en klare vis uit de koeling, zoals gerookte zalm en makreel, ook niet als dit vacuüm verpakt is of als dit op een andere manier verpakt is.
  • Rauwe schaal- en schelpdieren zoals: kreeft, garnalen, krab, mosselen, oester, coquilles, kokkels. Gebakken of gekookt of uit blik of glas mogen deze producten wel gegeten worden. Het beste kunt u producten zoals vlees, vis, kip en ei door en door verhitten.

Het gebruik van medicatie tegen afstoting van de nier heeft invloed op uw weerstand, een goede hygiëne rondom voeding is daarom extra belangrijk. Enkele tips om een voedselinfectie te voorkomen:

  • Was uw handen regelmatig. 
  • Neem iedere dag een schone vaatdoek en was de vaatdoekjes op minimaal 60ºC. 
  • Zorg dat de temperatuur in de koelkast 4ºC is.
  • Voorkom kruisbesmetting. Kruisbesmetting is het overbrengen van bacteriën van rauwe voedingsmiddelen op bereide gerechten. Dit gaat via de handen, het keukenmateriaal of bestek. 

Meer informatie over het voorkomen van een voedselinfectie vindt u op het Voedingscentrum.

Probiotica

Gebruik het eerste jaar na de transplantatie geen producten met probiotica, zoals Yakult of yoghurtdranken met probiotica (bijvoorbeeld Vifit, Activia). Dit is vanwege mogelijke interacties met tacrolimus of door mogelijke verandering van uw darmflora, wat van invloed kan zijn op de opname van medicatie. Alsu deze producten na het eerste jaar wilt gebruiken, kunt u dit overleggen met uw nefroloog.

Verminderde nierfunctie na een niertransplantatie

Gebruik bij een verminderde nierfunctie geen sterfruit (carambola).

Aanvullende informatie over voeding na een niertransplantatie vindt u op www.nieren.nl


Ziek worden na een transplantatie

Wanneer moet ik contact opnemen met mijn behandelend arts?

lees meer

Ziek worden na een transplantatie

Wat moet ik doen als ik heb overgegeven?

Als u moet overgeven binnen 30 minuten na medicijninname, kunt u de medicatie opnieuw innemen. Braakt u later dan 30 minuten na inname van de medicijnen, dan mag u deze niet opnieuw innemen. Neem contact op met uw behandelend arts als u zoveel braakt dat u onvoldoende vocht binnenhoudt.

Wat moet ik doen als ik diarree heb?

Drink voldoende water, thee, bouillon en gebruik geen Norit tabletten. Neem contact op met uw arts als u gedurende 2 dagen meer dan 3 keer per dag waterdunne ontlasting heeft.

Wat moet ik doen als ik pijn heb?

Als u pijn heeft, kunt u 1 of 2 paracetamol van 500 mg innemen, maximaal 4 keer per dag. Behalve als u nieuwe of onduidelijke pijnklachten heeft. Neem dan contact op met uw arts.
NSAID’s pijnstillers kunt u beter niet nemen. Deze hebben een negatieve invloed op de nierfunctie. Denk aan Diclofenac, Naproxen, Ibuprofen, Aleve, Nurofen, Sarixell, Advil en Voltaren.

Wanneer neem ik contact op met de nefroloog?

  • Bij een temperatuur boven 38 graden Celsius
  • Als u minder plast
  • Bij pijn
  • Bij kortademigheid
  • Bij diarree
  • Als u braakt
  • Als u onvoldoende kunt drinken
  • Bij erg dikke voeten
  • Hoge of juist hele lage bloeddruk
  • Als u vergeten bent uw medicijnen in te nemen
  • Alle andere plotseling ontstane klachten 

Overdag kunt u bellen met het secretariaat Nierziekten: (024) 361 47 61. Buiten kantooruren kunt u de verpleegafdeling Nierziekten bellen: (024) 361 89 85.


Seksualiteit na een niertransplantatie

Mensen met een ernstig verslechterde nierfunctie hebben soms seksuele problemen. Na een geslaagde transplantatie kunnen deze problemen verdwijnen, maar dat hoeft niet. Seksueel contact is weer mogelijk als u daar aan toe bent. 

lees meer

Seksualiteit na een niertransplantatie

Mensen met een ernstig verslechterde nierfunctie hebben soms seksuele problemen zoals verminderde seksuele behoefte, erectiestoornissen of vaginale droogte. Vaak speelt vermoeidheid daarbij een rol. Na een geslaagde transplantatie kunnen deze problemen verdwijnen, maar dat hoeft niet. Seksueel contact is weer mogelijk als u daar aan toe bent. 

U kunt seksuele problemen bespreken met uw arts of verpleegkundige. En we kunnen u eventueel doorverwijzen naar de polikliniek Urologie of een seksuoloog van ons ziekenhuis.


Vruchtbaarheid en kinderwens

Een verslechterde nierfunctie kan problemen veroorzaken op gebied van vruchtbaarheid. Na een geslaagde niertransplantatie kan dit weer verbeteren, maar er zijn een aantal zaken waar u rekening mee moet houden. 

lees meer

Vruchtbaarheid en kinderwens

Vruchtbaarheid

Vrouwen
Vóór een niertransplantatie hebben vrouwen vaak een onregelmatige menstruatiecyclus. Of u menstrueert helemaal niet. Na een geslaagde transplantatie herstellen de menstruatie en vruchtbaarheid zich vaak. Vanwege risico’s voor de transplantatienier wordt afgeraden de eerste anderhalf jaar na de transplantatie  zwanger te worden. Ook kunnen de medicijnen die u na de niertransplantatie gebruikt ernstige afwijkingen aan een ongeboren kind veroorzaken. Overleg met uw arts of verpleegkundige welke anticonceptie u kunt gebruiken. Meestal is de pil of een spiraaltje toegestaan. Heeft u een kinderwens? Bespreek dit dan met uw arts of verpleegkundige. Als uw gezondheid het toelaat kunnen zij u helpen bij het aanpassen van uw medicatie en tijdens de eventuele zwangerschap.

Mannen
Mannen met een slechte nierfunctie zijn vaak minder vruchtbaar. Na een geslaagde niertransplantatie kan zich dat weer herstellen.


Op reis

Gaat u na de niertransplantatie op reis? Houd dan rekening met de hygiënenormen in het land van uw bestemming. Dit is belangrijk omdat uw weerstand verlaagd is door de medicijnen tegen afstoting.

lees meer

Op reis

Gaat u na de niertransplantatie op reis? Houd dan rekening met de hygiënenormen in het land van uw bestemming. Dit is belangrijk omdat uw weerstand verlaagd is door de medicijnen tegen afstoting. Om de kans op ziekte klein te houden geven we u een aantal adviezen. Vraag uzelf daarnaast af of u op uw vakantiebestemming goed geholpen kunt worden als u toch ziek wordt. En overweeg een reis- en/of annuleringsverzekering af te sluiten.

Vaccinaties

Omdat uw weerstand verlaagd is door de medicijnen tegen afstoting, kunt u niet zomaar een vaccinatie halen bij uw huisarts of de GGD. Wel kan uw behandelend arts u doorverwijzen naar een geschikte GGD-arts of naar de Radboud Reis- en Vaccinatiepoli. U mag geen vaccinaties met een levend virus omdat u daar ernstig ziek van kunt worden. Ook medicijnen om ziekten te voorkomen kunt u niet altijd combineren met uw medicijnen tegen afstoting. Bijvoorbeeld anti-malariatabletten. Neem uw medicijnkaart mee als u de GGD-arts bezoekt.

Zon

De medicijnen tegen afstoting van uw getransplanteerde nier vergroten het risico op huidkanker. Probeer daarom zoveel mogelijk in de schaduw te blijven, zeker tussen 12.00 en 15.00 uur. Ga ook niet onder de zonnebank. Bescherm u tegen de zon met een hoed/pet, parasol en een goede zonnebrand (factor 30 tot 50). Ook onder water heeft u bescherming nodig tegen de zon. Gebruik een waterproof zonnebrandmiddel en breng dit meerdere keren per dag aan. 

Ook als u op wintersport gaat is goede zonbescherming aan te raden. Gebruik naast zonnebrand een goede zonnebril.

Meenemen

  • Medicijnen: neem voor meer dagen mee dan u op reis gaat, voor als u onverwacht langer moet blijven. Stop medicijnen in uw handbagage als u met het vliegtuig reist en informeer naar de regels van de luchtvaartmaatschappij als u vloeibare medicijnen gebruikt. Vraag hoe u toestemming kunt krijgen om meer mee te mogen nemen als dat nodig is. Als u regelmatig last heeft van blaasontsteking of jicht, vraag dan uw arts of u medicijnen hiervoor mee moet nemen op vakantie.
  • Vakantiebrief: Vraag voor u op vakantie naar het buitenland gaat een vakantiebrief aan uw verpleegkundige of behandelend arts. In deze Engelstalige brief staat:
    • wanneer u een niertransplantatie heeft gehad
    • welke medicijnen u gebruikt
    • hoe uw bloeduitslagen normaal gesproken zijn
    • dat u een antibioticum moet krijgen als u een operatie moet ondergaan
    • de telefoonnummers van de afdeling Nierziekten van het Radboudumc zodat een buitenlandse arts kan overleggen met één van onze artsen
  • Medicijnkaart en het verzekeringsbewijs van uw ziektekostenverzekering.
  • European Health Insurance Card: deze kunt u kosteloos bij uw ziektekostenverzekeraar aanvragen voor u en uw gezinsleden. De kaart geeft u binnen Europa recht op vergoeding van kosten die u moet maken bij spoedeisende hulp en/of ziekenhuisopname. U hoeft deze kosten dan niet voor te schieten.
  • Thermometer: als u zich ziek voelt is het belangrijk om te weten of u koorts heeft.
  • Betadine: betadine of betadinezalf voor desinfectie van kleine verwondingen.
  • Tekenpincet: als u in de natuur geweest bent, inspecteer dan uw huid op teken en verwijder ze. Noteer de datum van de tekenbeet en bezoek een arts als er een rode verkleuring ontstaat om de plaats waar u gebeten bent. Als u een antibioticum nodig heeft, overleg dan met uw behandelend arts in Nederland. Niet ieder antibioticum is geschikt na de niertransplantatie.

Voorkom voedselvergiftiging

Goede hygiëne vermindert de kans dat voedsel besmet wordt met ziekteverwekkers. Zorg daarom dat u voedsel gekoeld bewaart en probeer niet meer in te kopen dan u binnen één dag gebruikt. Wanneer u voedsel goed verhit, doodt u de meeste ziekteverwekkers.

Tips

  • Was uw handen goed na gebruik van toilet, vóór u gaat koken en vóór u gaat eten.
  • Drink geen kraanwater, maar flessenwater. IJsklontjes zijn meestal van kraanwater gemaakt, mijd deze dus ook. Als u kraanwater minimaal 5 minuten kookt, kunt u het wel gebruiken. 
  • Eet geen onverpakt ijs dat uit een karretje langs de weg verkocht wordt. Verpakt ijs en schepijs uit een schone drukbezochte winkel leveren meestal geen bezwaar op.
  • Was groente en fruit in schoon water. Twijfelt u aan de zuiverheid van het water, gebruik dan gekookt water of flessenwater. Fruit kunt u het beste schillen.
  • Breng eten snel aan de kook en laat het een kwartier doorkoken.
  • Eet geen (half)rauw vlees (tartaar), rauwe schelpdieren of etenswaren waar rauwe eieren in verwerkt zijn. Kook eieren altijd hard.
  • Bereid voeding op een schone onderlaag.
  • Bewaar vacuüm verpakt vlees in de koelkast en bescherm uw voedsel tegen vliegen.
  • Bewaar eten in een koelkast, een koeltas of koelbox koelen onvoldoende.
  • Laat personen die buikpijn en/of diarree hebben zoveel mogelijk buiten de keuken blijven en laat hen hun handen vaak en goed wassen.
  • Doe de vaat in heet sop en spoel af met zuiver water.
  • Laat een vaatdoek niet op een propje of opgevouwen op het aanrecht liggen. Was alle keukendoeken na gebruik uit in een heet sopje en hang ze (het liefst in de zon) te drogen. Verschoon dagelijks het keukenlinnen.
  • Neem een douche na het zwemmen.
  • Zwem niet in stilstaand zoet water.
  • Slik geen zwembadwater in.
  • Vermijd vuile toiletten.
  • Gebruik desinfecterende handgel als u onderweg uw handen niet kunt wassen. Deze is te koop bij de drogist.

Reizigersdiarree en voedselvergiftiging

Krijgt u ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch diarree, probeer dan voldoende vocht binnen te krijgen. Drink veel kleine beetjes niet te koud flessenwater, thee, ontvette bouillon of frisdrank. Mijd vruchtensappen en suikervrije frisdrank die gezoet is met zoetstof. Deze kunnen diarree veroorzaken. Wel kunt u orale rehydratie vloeistof (ORS) gebruiken. Dit zijn zakjes poeder die mineralen (zouten) en glucose (suiker) bevatten die u oplost in flessenwater. Koop deze voordat u op reis kopen gaat bij de apotheek of drogist. Of maak het zelf:

  • een afgestreken theelepel keukenzout
  • drie afgestreken eetlepels voedingssuiker (bijv. dextropur, te koop bij de drogist)
  • een liter water
  • eventueel voor de smaak wat citroensap en/of vanillesuiker (niet geschikt voor diabetici).

Ook cola kan helpen tegen diarree, evenals diarreeremmers als loperamide. Norit mag u nooit gebruiken. Dit middel bevat koolstof dat ook de werkzame stoffen uit uw medicatie absorbeert en afvoert. Probeer ook zo snel mogelijk weer normaal te eten. Dit bevordert uw herstel.

Vochtverlies

Als u veel vocht verliest door braken en/of diarree, kunt u uitdrogen. Dit is voor ieder mens een bedreigende situatie. Maar na een niertransplantatie is het extra belangrijk voldoende te drinken, omdat anders uw transplantatienier hieronder lijdt. Als u veel vocht verliest kunt u de volgende medicijnen beter tijdelijk niet innemen: metformin (Glucophage), plastabletten (zoals furosemide/Lasix) en bloeddrukverlagers. Kenmerken van uitdrogen:

  • niet of nauwelijks plassen
  • diepliggende ogen
  • droge mond
  • lusteloosheid
  • niet meer willen drinken
  • een droog aanvoelende huid zonder veerkracht

Waarschuw een arts las u vermoedt dat u uitdroogt.

Overdraagbare aandoeningen

Gebruik condooms om u te beschermen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen. Condooms uit Nederland zijn betrouwbaar en in verschillende maten verkrijgbaar. Gebruik ze niet na de uiterste gebruiksdatum op de verpakking.

Vermijden

  • Bezoek in het buitenland alleen een tandarts als dit strikt noodzakelijk is i.v.m. steriliteit van de gebruikte instrumenten.
  • Vermijd, als er geen noodzaak is, bezoek aan ziekenhuizen, injecties, infusen en bloedtransfusies in het buitenland.
  • Laat piercings of tatoeages alleen aanbrengen op plaatsen waar steriel gewerkt wordt.

Legionella of veteranenziekte

De legionellabacterie komt voor in waterleidingen. U kunt besmet raken via waternevel. Als u een douche of kraan wilt gebruiken die langere tijd niet gebruikt is, vraag dan iemand anders om de warme kraan enkele minuten te laten doorlopen. En zorg dat u buiten het appartement/vakantiewoning wacht tot de ruimte minstens 15 minuten goed geventileerd is.


Psychosociale gevolgen en ondersteuning

Een niertransplantatie is een ingrijpende gebeurtenis in uw leven. Niet alleen lichamelijk.

lees meer

Psychosociale gevolgen en ondersteuning

Een niertransplantatie is een ingrijpende gebeurtenis in uw leven. Niet alleen lichamelijk, maar ook psychisch, sociaal en maatschappelijk. In het Radboudumc kunt u begeleiding krijgen bij het psychisch herstellen van een operatie door de medisch maatschappelijk werkers.

Zolang u onder behandeling bent bij het Radboudumc, kunt u begeleiding ontvangen van onze medisch maatschappelijk werkers. Zowel voor, tijdens als na de transplantatie. Na uw operatie komt een medisch maatschappelijk werker langs om kennis te maken.

Een medisch maatschappelijk werker kan u op verschillende manieren ondersteunen:

  • begeleiding bij het verwerken van wat er gebeurd is en leren omgaan met de nieuwe werkelijkheid (psychosociale hulpverlening)
  • begeleiding bij praktische zaken
  • informatie en advies

Een medisch maatschappelijk werker ondersteunt u als u psychosociale hulpverlening nodig heeft. U kunt last hebben van verschillende psychosociale gevolgen, zoals:

  • Psychische en emotionele gevolgen:

Bij een niertransplantatie kunt u vreugde en dankbaarheid voelen, maar ook angst voor afstoting en infecties. U kunt ook te hoge verwachtingen vooraf hebben waardoor het herstel tegenvalt. Het is een spannende en onzekere tijd voor u en uw naasten, waarbij er veel van uzelf en van elkaar gevraagd wordt. 
Er kunnen vragen ontstaan zoals: blijft alles wel goed gaan of waarom ben ik nog niet beter? U kunt hierover praten met een medisch maatschappelijk werker. U bent waarschijnlijk ook heel dankbaar voor de nier die u heeft gekregen en bij een overleden donor kunt een anoniem kaartje naar de nabestaanden sturen als u daar behoefte aan heeft.
Als de transplantaatnier na donatie door een levende donor niet goed werkt, kunt u zich daarover schuldig gaan voelen. U kunt het bijvoorbeeld heel erg vinden dat uw naaste, waar u een nier van heeft gekregen, dit voor uw gevoel voor niets heeft gedaan. En dat hij of zij verder moet leven met één nier. Het risico dat dit kan gebeuren, wordt met de donor besproken in het voortraject. De donor is zich van dit risico bewust, maar kiest er toch voor om de nier af te staan. 

  • Relationele en sociale gevolgen:

Sommige patiënten hebben moeite met reacties van vrienden of bekenden na een transplantatie. Hun gevoelens en gedachten sluiten niet altijd aan bij die van uzelf. Voor hen is het soms lastig te begrijpen dat u na de transplantatie nog steeds beperkingen heeft. Probeer hierover met hen te praten. Vindt u dat lastig of weet u niet goed hoe dat aan te pakken? Dan is het mogelijk hierbij begeleiding te krijgen van een medisch maatschappelijk werker.

  • Maatschappelijke gevolgen:

Een transplantatie kan ook effect hebben op uw maatschappelijke positie. Omdat u bijvoorbeeld uw werk of studie weer oppakt of op zoek gaat naar een nieuwe baan. Ook hierbij kan een medisch maatschappelijk werker u helpen.

Ongeveer een jaar na de transplantatie gaat u voor verdere controle terug naar het ziekenhuis in uw regio. De medisch maatschappelijk werker draagt uw begeleiding dan over aan het medisch maatschappelijk werk van het regionale ziekenhuis. Ons medisch maatschappelijk nierteam is te bereiken via mmw.nier@radboudumc.nl of via het telefoonnummer (024) 361 54 10.

  • Medewerkers
  • Intranet