Patientenzorg Aandoeningen Trofoblasttumor

Wat is een trofoblasttumor?

Een trofoblasttumor is een kwaadaardig gezwel in de baarmoederholte. Het is een erg zeldzame aandoening, die in Nederland bij ongeveer dertig vrouwen per jaar wordt vastgesteld.

lees meer

Wat is een trofoblasttumor?

Een trofoblasttumor is een kwaadaardig gezwel in de baarmoederholte. Het is een erg zeldzame aandoening, die in Nederland bij ongeveer dertig vrouwen per jaar wordt vastgesteld.

Oorzaak en ontstaan

Een trofoblasttumor ontstaat meestal na een mola-zwangerschap. Dit is een zwangerschap waarbij de embryo op een gegeven moment niet meer doorgroeit, maar de placenta wel. Hierdoor ontstaan veel kleine blaasjes die de baarmoederholte vullen. Een mola-zwangerschap is op zich een goedaardige aandoening. Als blijkt dat de embryo niet meer levensvatbaar is, worden zo veel mogelijk mola-blaasjes uit de baarmoederholte verwijderd. De achtergebleven blaasjes ruimt het lichaam meestal zelf op.

Als de mola-blaasjes echter niet verdwijnen of opnieuw aangroeien, is er sprake van een persisterende trofoblast of trofoblasttumor. Het gaat dan om kwaadaardige cellen. Dit gebeurt bij ongeveer 10 tot 15% van de vrouwen met een mola-zwangerschap.

Symptomen en verloop bij een trofoblast­tumor

Er zijn meestal geen specifieke klachten die erop wijzen dat u een trofoblasttumor heeft. U kunt last hebben van aanhoudend of terugkerend vaginaal bloedverlies en verschijnselen die normaal bij een zwangerschap optreden. De behandeling van een trofoblasttumor is afhankelijk van de soort tumor.

lees meer

Symptomen en verloop bij een trofoblast­tumor

Er zijn meestal geen specifieke klachten die erop wijzen dat u een trofoblasttumor heeft. U kunt last hebben van aanhoudend of terugkerend vaginaal bloedverlies en verschijnselen die normaal gesproken bij een zwangerschap optreden. Uitzaaiingen zorgen meestal pas in een laat stadium voor klachten.

Hoog en laag risico

Trofoblasttumoren worden ingedeeld in twee groepen: hoog en laag risico. Met behulp van deze indeling wordt voor u de juiste behandeling bepaald.

Laag risico
  • Uw voorafgaande zwangerschap was een mola-zwangerschap of miskraam;
  • Eventuele uitzaaiingen zitten alleen in de vagina of longen;
  • U heeft nog nooit chemotherapie gehad;
  • De periode tussen het einde van uw mola-zwangerschap of miskraam en de start van de chemotherapie is minder dan twaalf maanden.
Hoog risico
  • Eerdere chemotherapie heeft niet voldoende geholpen;
  • U heeft uitzaaiingen in meer dan één orgaan buiten de baarmoeder;
  • Uw voorafgaande zwangerschap heeft u geheel voldragen;
  • De periode tussen het einde van uw laatste zwangerschap en de start van de chemotherapie is meer dan twaalf maanden.

Prognose

De kans op genezing na behandeling is groot. Hierbij heeft de groep met het lage risico een betere prognose dan die met het hoge risico. Bij patiënten die een trofoblasttumor ontwikkelen na een mola-zwangerschap is de kans op genezing 99%. Bij patiënten zonder mola-zwangerschap is dit 85%. Door uitzaaiingen wordt de prognose slechter.
 

Onderzoeken bij een trofoblast­tumor

Als u symptomen vertoont die kunnen passen bij een trofoblasttumor, kunt u het beste naar de huisarts gaan. Hij of zij doet lichamelijk onderzoek. Als uw huisarts een trofoblasttumor vermoedt, verwijst hij of zij u door naar een specialist. De specialist kan verder onderzoek uitvoeren.

  • Bij vaginale echografie maken we met geluidsgolven een afbeelding van de baarmoeder en de eierstokken.

    lees meer


    Vaginale echografie

    Bij vaginale echografie maken we met geluidsgolven een afbeelding van de baarmoeder en de eierstokken. De gynaecoloog brengt een smalle staaf (probe) in de schede. Daarmee krijgt de arts een nauwkeurig beeld van de baarmoeder, het slijmvlies aan de binnenkant van de baarmoeder en de eierstokken. Zo kan de gynaecoloog afwijkingen aan de baarmoeder en de eierstokken op het spoor komen. Het onderzoek duurt ongeveer 5 tot 10 minuten. Als uit de vaginale echografie blijkt dat het slijmvlies van de baarmoeder dikker is dan normaal, kan de arts besluiten een (micro)curettage op de polikliniek of op de operatiekamer te doen.

  • Onderzoek van weefsel en bloed

    Bij dit onderzoek worden mola-blaasjes uit de baarmoederholte verwijderd. Dit gebeurt op de operatiekamer. Hierna wordt het weefsel onderzocht door een patholoog. We gebruiken dit weefsel om te bepalen of u een trofoblasttumor heeft. Daarnaast kijken we naar de hoogte van het hCG-gehalte (het zwangerschapshormoon) in uw bloed. Daarna doen we aanvullend onderzoek in de vorm van een longfoto, MRI-scan of CT-scan. Dit doen we om te bepalen of er eventuele uitzaaiingen zijn.

Behandeling bij een trofoblast­tumor

Welke behandeling voor u het meest geschikt is, hangt af van de grootte, kwaadaardigheid en plaats van de tumor. Uw arts bespreekt de mogelijkheden en kies samen met u de juiste behandeling. De behandeling kan erop gericht zijn om te genezen of om de ziekte te remmen.

  • Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Deze medicijnen zijn erop gericht om de kwaadaardige kankercellen te doden of celdeling te remmen.

    lees meer


    Chemotherapie

    Chemotherapie is een behandeling met cytostatica. Deze medicijnen zijn erop gericht om de kwaadaardige kankercellen te doden of celdeling te remmen. Chemotherapie is bij een trofoblasttumor meestal de eerst aangewezen behandeling. De behandeling vindt plaats op de afdeling Medische Oncologie.

    Voorbereiding

    Voordat u begint met de chemotherapie is een aantal voorbereidingen nodig. U krijgt uiteraard een informatiegesprek over de behandeling. Daarnaast controleert de arts uw bloed en soms uw gebit. Soms krijgt u aanvullende medicijnen als ondersteunende behandeling.

    Verloop

    De behandeling bestaat uit toediening van cytostatica. Voor het beste resultaat dienen we u vaak een combinatie van verschillende soorten toe. Dit gebeurt via het bloed. U krijgt chemotherapie als een kuur. Dit betekent dat u een periode medicijnen krijgt en een periode niet. Hoe lang het toedienen van de medicijnen duurt, is afhankelijk van de methode. Het kan 5 minuten duren maar ook een paar dagen.

    Na de behandeling

    De cytostatica tasten niet alleen de kankercellen maar ook de goedaardige cellen aan. Hierdoor ondervindt u vaak nog bijwerkingen na de behandeling. Deze verschillen per medicijn en zijn afhankelijk van uw lichamelijke conditie en lichaam. De bijwerkingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit misselijkheid, darmstoornissen, vermoeidheid, haaruitval en een verhoogd risico op infecties. Als u behandeld wordt met chemoradiatie, bent u waarschijnlijk erg moe door de behandeling. Sommige cytostatica kunnen u ook onvruchtbaar maken. Dit is soms blijvend. De bijwerkingen worden vooraf ook met u besproken.

    Resten van de medicijnen kunnen nog 8 dagen na de behandeling aanwezig zijn in uw lichaamsvocht. Hierom is het belangrijk om een aantal maatregelen te nemen om mensen in uw omgeving niet bloot te stellen aan cytostatica. Dit houdt bijvoorbeeld in dat u met de deksel naar beneden het toilet doorspoelt. Ook kunt u het beste het toilet één keer per dag reinigen. Braaksel kunt u door het toilet spoelen.

Ondersteunende zorg bij een trofoblast­tumor

Kanker en de behandeling van kanker kunnen zwaar voor u en uw naasten zijn. Niet alleen kunt u last hebben van lichamelijke klachten, ook op persoonlijk of professioneel vlak kunnen u en uw naasten tegen knelpunten aanlopen.

lees meer

Ondersteunende zorg bij een trofoblast­tumor

Kanker en de behandeling van kanker kunnen zwaar voor u en uw naasten zijn. Niet alleen kunt u last hebben van lichamelijke klachten, ook op persoonlijk of professioneel vlak kunnen u en uw naasten tegen knelpunten aanlopen. Om deze knelpunten te herkennen èn bespreekbaar te maken, maken we tijdens uw behandeling op vaste momenten gebruik van de Lastmeter. De Lastmeter is een korte vragenlijst waarop u kunt aangeven hoe het met u gaat en welke problemen u mogelijk ervaart op lichamelijk, emotioneel, sociaal, praktisch en spiritueel gebied. Uw casemanager zal de vragenlijst met u doornemen en uw behoefte aan zorg met u in kaart brengen. Samen met uw casemanager en behandelend arts kunt u vervolgens beoordelen of een doorverwijzing naar een gespecialiseerde zorgverlener u kan ondersteunen bij uw behandeling(en).

Voor jongeren en jongvolwassenen (AYA’s, 18-35 jaar) en ouderen (70+) bieden we gespecialiseerde, leeftijdspecifieke ondersteuning. AYA’s kunnen terecht bij de AYA-poli; ouderen krijgen steun van een ouderenconsulent.
 

Radboudumc Expertise­centrum Trofoblastziekten

In ons landelijk en zelfs internationaal erkende expertisecentrum kunnen vrouwen met een (mogelijke) trofoblastziekte terecht voor advies, onderzoek en eventueel behandeling.

lees meer

Radboud Oncologie Fonds

Het Radboud Oncologie Fonds is opgericht om samen met partner KWF Kankerbestrijding Oost-Nederland meer te betrekken in de strijd tegen kanker.

lees meer

Uw privacy

Op het moment dat u in het ziekenhuis de diagnose kanker krijgt, leggen artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis uw gegevens vast in een medisch dossier. Dit moet volgens de wet.

lees meer

Uw privacy

Op het moment dat u in het ziekenhuis de diagnose kanker krijgt, leggen artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis uw gegevens vast in een medisch dossier. Dit moet volgens de wet. Sommige van uw gegevens in het medisch dossier worden opgenomen in een onafhankelijke databank: de Nederlandse Kankerregistratie (NKR).

Dit verzamelen van gegevens in de NKR gebeurt omdat artsen en onderzoekers betrouwbare en relevante gegevens nodig hebben van patiënten met kanker. Hiermee kunnen zij onderzoek doen om meer over kanker te weten te komen. Door dit onderzoek ontstaan betere inzichten, effectievere behandelingen en uiteindelijk een beter resultaat in de zorg voor patiënten met kanker.

Meer informatie over de Nederlandse Kankerregistratie en wat deze voor u betekent: Registratie van kanker.