Patientenzorg Behandelingen Pacemaker implantatie

Wat doet een pacemaker?

Het normale hartritme kan als gevolg van ziekte of veroudering worden verstoord. De pacemaker functioneert als een bewaker van het hartritme.

lees meer

Wat doet een pacemaker?

Het normale hartritme kan als gevolg van ziekte of veroudering worden verstoord. Dit kan zich uiten in problemen met het geleidingssysteem van het hart. De prikkel vanuit de sinusknoop kan vertraagd worden doorgegeven of zelfs worden geblokkeerd. Dit veroorzaakt een trage en/of onregelmatige hartslag. Een oplossing hiervoor is een pacemaker.

De pacemaker functioneert als een bewaker van het hartritme. De pacemaker houdt voortdurend het hartritme in de gaten en reguleert het hartritme als dat nodig is. De arts implanteert de pacemaker direct onder de huid onder het sleutelbeen, via een snede van 7 tot 8 centimeter. In sommige gevallen gebeurt dit een laag dieper, onder de borstspier. Afhankelijk van de soort ritmestoornis brengt de arts 1 of 2 geleidingsdraden (elektroden of leads) in. Deze lopen vanaf de pacemaker naar het hart. De cardioloog bepaalt welke pacemaker voor u het meest geschikt is en hoe de pacemakerfunctie bij u wordt ingesteld.

Contact

Polikliniek Cardiologie

(024) 361 93 50

De behandeling

  • U kunt u zich op de afgesproken dag en tijd melden op de verpleegafdeling die u doorgekregen heeft. krijgt een opnamegesprek met een verpleegkundige en/of zaalarts.

    lees meer


    Uw opname

    U kunt u zich op de afgesproken dag en tijd melden op de verpleegafdeling die u doorgekregen heeft. Wat neemt u mee voor de opname:
    • alle medicijnen die u gebruikt
    • het patiëntenpaspoort van het Radboudumc
    • kleding voor in bed en pantoffels/slippers
    • toiletartikelen
    Draagt u een kunstgebit dan kunt u deze inhouden tijdens de behandeling. Dit geldt niet als de implantatie onder algehele anesthesie plaatsvindt. U krijgt een opnamegesprek met een verpleegkundige en/of zaalarts waarin u informatie krijgt over de opname en de afdeling Cardiologie. De verpleegkundige brengt u daarna naar uw kamer. De verpleegkundigen van de afdeling informeren u verder over de pacemaker implantatie. Blijft u nog met vragen zitten dan kunt u een afspraak maken met de hartstimulatiespecialist.

    Op de dag van de behandeling mag u ’s ochtends normaal ontbijten. Vindt de behandeling onder algehele anesthesie plaats? Dan moet u vanaf 24.00 uur nuchter blijven als de ingreep 's ochtends plaatsvindt. ‘Nuchter zijn’ betekent dat u niets mag eten en drinken voor de operatie. Uw medicijnen kunt u met water innemen. Als u in de middag uw behandeling heeft, kunt u ’s ochtends een licht ontbijt eten. De verpleegkundigen informeren u verder over de gang van zaken gedurende de dag.

  • Implantatie van de pacemaker

    De behandeling vindt plaats op de afdeling Hartkatheterisatie en duurt ongeveer 2 uur. In de behandelkamer stapt u over op een behandeltafel, waar u nog eens kort uitleg krijgt over wat er precies gaat gebeuren. Tijdens de implantatie kunt u gewoon praten en kunt u altijd aangeven hoe u zich voelt.

    Een pacemaker implantatie gebeurt meestal onder plaatselijke anesthesie, soms onder algehele anesthesie (narcose). De arts bespreekt met u wat in uw geval het beste is. Voor de pacemaker maakt de arts onder de huid of onder de borstspier een holte. Via een ader onder het sleutelbeen worden dan 1 of 2 elektrodes naar het hart gevoerd en geplaatst. De arts sluit de elektrodes aan op de pacemaker en hij of zij sluit vervolgens de wond.

  • Na de behandeling

    Via het infuus krijgt u antibiotica en pijnstilling tegen de wondpijn. Na de behandeling adviseren we om een uur bedrust te houden. De implantatie is over het algemeen goed te verdragen.

    Voordat u naar huis gaat controleert de hartstimulatiespecialist uw pacemaker. U heeft ook nog de gelegenheid om vragen te stellen. Vervolgens wordt ter controle een röntgenfoto van uw hart en longen gemaakt op
    de afdeling Radiologie. Ook ontvangt u dan een pacemakerpasje en de data van de vervolgafspraken. Meestal kunt u deze dag naar huis.

    Bij ontslag uit het ziekenhuis krijgt u een afspraak mee voor controle op de pacemakerpolikliniek. Dit vindt 2 maanden na de implantatie plaats.

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio) zoals uw arm of been tijdelijk verdoofd. Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.

lees meer

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

  • Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio), zoals uw arm of been, tijdelijk verdoofd. Vaak maken we dan gebruik van een echoapparaat.
  • Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.
Tijdens de ingreep bent u bij bewustzijn. Soms wordt deze vorm van anesthesie gecombineerd met sedatie. Om een gedeelte van uw lichaam te verdoven, injecteert de anesthesioloog een verdovend middel rond de zenuwen die op pijn reageren. Meestal zijn de zenuwen die ander gevoel en bewegen mogelijk maken ook tijdelijk uitgeschakeld.

Verdoving van een arm of been

Als alleen (een gedeelte van) uw arm of been wordt verdoofd, krijgt u een injectie met verdovingsvloeistof vlakbij de zenuw(en) van het operatiegebied. Het betreffende lichaamsdeel kan warm worden en gaan tintelen. Geleidelijk aan kunt u het niet meer bewegen.
Als u na de operatie weer naar huis gaat, en de verdoving is nog niet uitgewerkt, moet u extra voorzichtig zijn. Zonder dat u het voelt, kan u dit lichaamsdeel beschadigen. Bij een ingreep aan uw arm of hand is het verstandig een mitella te dragen.

Bijwerkingen

Onvoldoende pijnstilling
Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. Als het mogelijk is, krijgt u dan extra verdoving. Helpt dat niet, dan kiest de anesthesioloog samen met u een andere vorm van anesthesie. Bijvoorbeeld extra pijnstillers of algehele anesthesie.

Na de operatie
Het is normaal dat u na de behandeling tintelingen voelt in uw arm of been. Dit komt meestal omdat de verdoving nog niet helemaal is uitgewerkt. Ook kan het zijn dat de zenuw door de verdoving wat geïrriteerd is geraakt.

Toxische reacties
Tijdens of na het aanbrengen van de verdovingsvloeistof kan een deel hiervan in uw bloed terechtkomen. Dit merkt u door een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, oorsuizen of een onrustig gevoel.

Na de verdoving

Als de verdoving is uitgewerkt krijgt u langzaam weer gevoel en kunt u weer bewegen. Uw wond gaat geleidelijk aan pijn doen. Hiervoor krijgt u pijnstillers.

Waar moet u rekening mee houden?

  • Ieder half jaar controleert de hartstimulatiespecialist de pacemaker. Tijdens deze controle kijkt hij of zij de kwaliteit van de batterij, de elektrode(s) en de instellingen na.

    lees meer


    Periodieke controle

    Ieder half jaar controleert de hartstimulatiespecialist de pacemaker. Tijdens deze controle kijkt hij of zij de kwaliteit van de batterij, de elektrode(s) en de instellingen na. Verder wordt het geheugen van de pacemaker uitgelezen en nagekeken op eventuele ritmestoornissen of meldingen. Bij de controle vraagt de specialist ook naar eventuele klachten die mogelijk verband kunnen houden met de pacemakerfunctie. Ook voert de pacemaker zelf automatisch metingen uit om de eigen functie te testen. Dit gebeurt ´s nachts en u voelt hier waarschijnlijk niets van. Als u het idee heeft dat de pacemaker niet naar behoren functioneert, kunt u altijd contact opnemen met onze afdeling.

  • Levensduur

    De levensduur van de pacemaker is gemiddeld 10 jaar. Dit is mede afhankelijk van de instellingen van de pacemaker en hoe vaak de pacemaker moet werken. Bovendien houdt de pacemaker dag en nacht het hartritme in de gaten en verbruikt zodoende dus altijd stroom. Na verloop van enige jaren zal bij de controles van de pacemaker blijken dat de batterij leeg begint te raken. In een vroeg stadium wordt dan de pacemaker verwisseld. Hiervoor is een kleine ingreep nodig waarbij alleen de pacemaker via een incisie in de huid wordt vervangen. Als de elektrodes op dat moment goed functioneren hoeven deze niet vervangen te worden. Meestal is voor het vervangen van de pacemaker een dagopname voldoende.

  • Elektrische apparatuur

    Uw pacemaker is gevoelig voor elektrische of magnetische velden. Over het algemeen wordt de werking van uw pacemaker slechts tijdelijk door dergelijke invloeden gehinderd. Zodra u zich weer van de bron verwijdert, of de bron uitschakelt, gaat de pacemaker weer normaal functioneren. U kunt elektrische toestellen, gereedschappen, huishoudelijke- en kantoorapparatuur gewoon blijven gebruiken als zij in goede staat van onderhoud verkeren en een goede “aarding” hebben.

    Houd tenminste 30 centimeter afstand tussen uw pacemaker en de volgende bronnen van elektrische of magnetische velden:
    • stereoluidsprekers die deel uitmaken van grote stereo-installaties
    • magnetische staven die worden gebruikt bij luchthavenbeveiliging
    • snoerloze elektrische gereedschappen met batterijvoeding, zoals schroevendraaiers, boormachines en dergelijke
    De volgende apparaten zijn krachtiger dan de bovengenoemde apparaten. Houd tenminste 90 cm afstand of kom liever niet in de buurt van:
    • krachtige magneten, zoals magneten die voor industriële toepassingen worden gebruikt
    • motoren met een zeer hoog vermogen
    • zendantennes en hoogspanningskabels
    • machines voor industrieel gebruik (krachtstroomgeneratoren)
    Vermijd ook dat u zich over draaiende elektromotoren (bijvoorbeeld de wisselstroomdynamo van een auto) buigt, omdat deze apparaten vaak magneten bevatten.

  • Luchthaven en diefstal poortjes

    Poortjes voor luchthaven- en diefstalbeveiliging zijn veilig als u er in een normaal tempo doorheen loopt. Blijf nooit lang in de nabijheid van deze poortjes stilstaan. Ook de handbediende detectiestaven die op luchthavens worden gebruikt mogen niet langdurig bij uw pacemaker worden gehouden. Als u uw pacemakerpasje aan het beveiligingspersoneel laat zien, controleren zij u handmatig.

  • Mobiele telefoon

    • Houd tenminste 20 centimeter afstand tussen de mobiele telefoon en uw pacemaker.
    • Houd de telefoon in uw zak of tas aan de lichaamszijde tegenovergesteld aan waar de pacemaker is geïmplanteerd.
    • Draag de mobiele telefoon niet in uw borstzakje.
    • Deze voorschriften gelden alleen voor mobiele telefoons en niet voor de draadloze huistelefoon.

  • Sport

    Sport is gezond en een goede vrijetijdsbesteding. Overleg met uw arts wanneer u weer wilt gaan sporten. Bespreek de mogelijkheden voor het beoefenen van contactsporten met een pacemaker. Ook activiteiten die veel inspanning van u vergen kunt u het beste met uw arts bespreken. Bespreek tijdens de controle van de pacemaker uw (sportieve) activiteiten, zodat hiermee met de instellingen rekening kan worden gehouden.

  • Vakantie

    Als u op vakantie gaat naar het buitenland kunt u zich voorbereiden op eventuele problemen met uw pacemaker. Noteer het adres van het dichtstbijzijnde ziekenhuis dat ervaring heeft met uw merk pacemaker. Deze adressen vindt u doorgaans op de internetsite van de firma van uw pacemaker.

Weer thuis

Er zijn enkele zaken waar u op moet letten na de implantatie van de pacemaker. Zo mag u 48 uur niet douchen, geen zware dingen tillen en niet zelf naar huis rijden na de behandeling.

lees meer

Weer thuis

  • Tijdens de eerste dagen na de operatie voelt uw schouder nog pijnlijk aan. U kunt hiervoor de voorgeschreven pijnstillers gebruiken.
  • Zorg dat iemand u met de auto naar huis vervoert. U mag zelf geen vervoermiddel besturen. U kunt wel met een taxi of openbaar vervoer naar huis.
  • Zorg dat er thuis iemand bereikbaar is om u te helpen bij eventuele problemen.
  • De elektrode moet zich in het hart “verankeren”, daarom is het raadzaam om uw linkerarm te ontzien. Zorg dat u geen overstrekbewegingen maakt met uw arm en zorg dat u niet zwaar hoeft te tillen.
  • De elleboog van uw arm aan de implantatiezijde mag de eerste 6 weken niet hoger dan uw schouder komen.
  • U mag niet van onder de oksels omhoog worden getild. Dit is om de draden van de elektroden geen trekbelasting te geven en de wond goed te laten genezen.
  • De pleister kunt u na 2 dagen verwijderen.
  • U mag de eerste 2 dagen na de implantatie niet douchen. Na deze 2 dagen kunt u de wond wel afspoelen met water.
  • Bij verdenking op ontsteking van de wond moet u altijd contact opnemen met het ziekenhuis.
  • Een ontsteking kunt u herkennen aan: toegenomen pijn, opgezette en/of warme huid, rode rand om de plaats van de pacemaker en eventueel koorts.
  • Het pacemakerpasje moet u altijd bij u dragen voor het geval dat u (met spoed) in een ander ziekenhuis wordt opgenomen.
  • Vermeld in ieder geval dat u een pacemaker draagt, vooral als u onderzoeken of behandeling moet ondergaan.

Complicaties en risico's van de implantatie

Een medische handeling kent altijd enig risico. Uiteraard proberen we om complicaties te voorkomen, maar er bestaat nooit honderd procent garantie dat ze niet optreden.

lees meer

Complicaties en risico's van de implantatie

Een medische handeling kent altijd enig risico. Uiteraard proberen we om complicaties te voorkomen, maar er bestaat nooit honderd procent garantie dat ze niet optreden. Complicaties die bij een pacemaker implantatie kunnen optreden zijn:

Bloeduitstorting/nabloeding

Bij het maken van de ruimte onder de huid, de zogenaamde “pocket” (waar de pacemaker geplaatst wordt) kunnen er bloedvaatjes geraakt worden waardoor een bloeduitstorting ontstaat. Deze verdwijnt meestal vanzelf na enkele dagen. Als dit optreedt, krijgt u gedurende een aantal uren een drukverband op de wond. De artsen en de verpleegkundigen van de afdeling houden dit dan nauwkeurig in de gaten.

Infectie van de wond

De behandeling wordt steriel uitgevoerd om infecties te voorkomen. Toch bestaat er een kleine kans op infectie van de wond. Om dit te voorkomen krijgt u voor en na de implantatie antibiotica.

Klaplong

Voor het plaatsen van de elektroden van de pacemaker in het hart moet een ader worden aangeprikt. Het kan voorkomen dat het longvlies hierbij per ongeluk wordt geraakt, waardoor een (gedeeltelijke) klaplong ontstaat. Dit is een zeldzame complicatie. Om te controleren of hiervan sprake is, maken we na de behandeling een röntgenfoto. 

Tamponnade

Tijdens het inbrengen van de elektroden van de pacemaker in het hart kan per ongeluk door de hartkamerwand heen worden geprikt. Dit heeft tot gevolg dat er bloed via het gaatje in het hartzakje (pericard) stroomt, waardoor de pompfunctie van het hart wordt bemoeilijkt. Dit wordt tamponnade genoemd. Dit is een zeer zeldzame complicatie die behandeld kan worden door een punctie waarbij het bloed weer wordt afgevoerd.

Klachten en vragen

Bij klachten en vragen binnen kantooruren kunt u contact opnemen met de polikliniek Hartcentrum: (024) 361 93 50.

lees meer

Klachten en vragen

  • Bij klachten en vragen tijdens kantooruren kunt u contact opnemen met de polikliniek Hartcentrum: (024) 361 93 50.
  • Bij klachten buiten kantooruren en bij ernstige klachten kunt u contact opnemen met de Eerste Hart Hulp: (024) 266 61 69.

Naar uw afspraak

Ingang: Hoofdingang
Route: 725

bekijk route

Naar uw afspraak

Bezoekadres

Cardiologie
Radboudumc hoofdingang
Geert Grooteplein Zuid 10
6525 GA Nijmegen

Huispostnummer: 616

Routebeschrijving

Reis naar Geert Grooteplein Zuid 10
Ga naar binnen bij: Hoofdingang
Volg route 725 (Cardiologie)