Behandeling Pacemaker implantatie


Wat doet een pacemaker?

De pacemaker functioneert als een bewaker van het hartritme door voortdurend het hartritme in de gaten te houden en zo nodig actief te worden om het hartritme te reguleren.

lees meer

Wat doet een pacemaker?

Een normaal hartritme kan als gevolg van ziekte of veroudering worden verstoord. Een oplossing hiervoor is een pacemaker. Deze functioneert als een bewaker van het hartritme door dit voortdurend in de gaten te houden en zo nodig te reguleren.

Een pacemaker wordt onder uw huid geplaatst.

De levensduur van de pacemaker ligt gemiddeld rond de tien jaar.

 

De implantatie

Een pacemaker implantatie gebeurt onder plaatselijke verdoving. Voor de pacemaker wordt onder de huid een holte gemaakt. Via een ader onder het sleutelbeen worden elektrodes naar het hart gevoerd en geplaatst. Deze worden aangesloten op de pacemaker en de wond wordt weer gesloten.

lees meer

De implantatie

Een pacemaker implantatie gebeurt onder plaatselijke verdoving. Voor de pacemaker wordt onder de huid een holte gemaakt. Via een ader onder het sleutelbeen worden elektrodes naar het hart gevoerd en geplaatst. Deze worden aangesloten op de pacemaker en de wond wordt weer gesloten.

Hartkatheterisatiekamer

De ingreep vindt plaats op de Hartkatheterisatiekamer en duurt ongeveer 1 á 2 uur. Tijdens de implantatie kunt u gewoon praten. Via een infuus krijgt u antibiotica en pijnstilling tegen de wondpijn. Na de ingreep wordt een uur bedrust geadviseerd.

Naar huis

Voordat u naar huis gaat controleren we uw pacemaker. Vervolgens wordt ter controle een röntgenfoto van uw hart en longen gemaakt. Ook ontvangt u een pacemakerpasje en de data van de vervolgafspraken.
 

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio) zoals uw arm, been of onderlichaam tijdelijk verdoofd. Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.

lees meer

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio) zoals uw arm, been of onderlichaam tijdelijk verdoofd. Vaak wordt dan gebruik gemaakt van een echoapparaat. Tijdens de ingreep bent u bij bewustzijn. Soms wordt deze vorm van anesthesie gecombineerd met sedatie. Om een gedeelte van uw lichaam te verdoven, injecteert de anesthesioloog een verdovend middel rond de zenuwen die op pijn reageren. Meestal zijn de zenuwen die ander gevoel en bewegen mogelijk maken ook tijdelijk uitgeschakeld.

Ruggenprik

  • Spinaal
    Bij spinale anesthesie verdoven we uw hele onderlichaam. U krijgt een injectie laag onderin uw rug. De verdovingsvloeistof komt dan in de ruggenmergvloeistof terecht. Op deze plaats zitten zenuwen die naar het onderlichaam lopen. De verdoving zorgt ervoor dat het hele onderlichaam eerst warm en daarna gevoelloos wordt. Na een tijdje kunt u uw benen niet meer bewegen. Ook voelt u het niet als uw blaas vol raakt. De anesthesioloog let hier op. Soms is het nodig om na de ingreep de blaas te legen met blaaskatheter. 
  • Epiduraal
    Bij epidurale anesthesie krijgt u een injectie in uw rug op de hoogte van de plek waar u geopereerd wordt. Op die plek brengen we meestal ook een infuusslangetje in waarmee we tijdens en na de operatie extra verdovingsvloeistof kunnen toedienen. Omdat de verdoving ook de zenuwen naar de blaas kan verdoven, krijgt u een blaaskatheter.

Bijwerkingen

  • Onvoldoende pijnstilling
    Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. U krijgt als het mogelijk is extra verdoving. Helpt dat niet dat dan zal de anesthesioloog samen met u een andere vorm van verdoving kiezen, bijvoorbeeld algehele anesthesie.
  • Lage bloeddruk / trage hartslag
    Door de ruggenprik daalt uw bloeddruk. Soms wordt ook uw hartslag traag. Dit merkt u door een duizelig of flauw gevoel. Daarom houdt de anesthesioloog uw hartslag en bloeddruk nauwkeurig in de gaten. Geef het zelf ook aan als u zich niet goed voelt. De anesthesioloog kan direct medicijnen toedienen om de bloeddruk te verhogen en de hartslag te versnellen.
  • Hoofdpijn
    Na een ruggenprik krijgt u soms hoofdpijn. Dit heeft te maken met te lage druk in de ruggenmergsvloeistof. Deze hoofdpijn is anders dan een ‘gewone’ hoofdpijn omdat de pijn minder wordt bij plat liggen en verergert bij overeind komen. Meestal verdwijnt ze hoofdpijn binnen een week. Is de hoofdpijn zo hevig dat u in bed moet blijven, neem dan contact op met de afdeling Anesthesiologie.

Verdoving van een arm of been

Als alleen (een gedeelte van) uw arm of been wordt verdoofd, krijgt u een injectie met verdovingsvloeistof vlakbij de zenuw(en) van het operatiegebied. Het betreffende lichaamsdeel kan warm worden en gaan tintelen. Geleidelijk aan kunt u het niet meer bewegen.
Als u na de operatie weer naar huis gaat, en de verdoving is nog niet uitgewerkt, moet u extra voorzichtig zijn. Zonder dat u het voelt, kan u dit lichaamsdeel beschadigen. Bij een ingreep aan uw arm of hand is het verstandig een mitella te dragen.

Bijwerkingen

  • Onvoldoende pijnstilling
    Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. U krijgt als het mogelijk is extra verdoving. Helpt dat niet dat dan zal de anesthesioloog samen met u een andere vorm van anesthesie kiezen. Bijvoorbeeld extra pijnstillers of algehele anesthesie. 
  • Na de operatie
    Het is normaal dat u na de behandeling tintelingen voelt in uw arm of been. Dit komt meestal omdat de verdoving nog niet helemaal is uitgewerkt. Ook kan het zijn dat de zenuw door de verdoving wat geïrriteerd is geraakt.
  • Toxische reacties
    Tijdens of na het aanbrengen van de verdovingsvloeistof kan een deel hiervan in uw bloed terechtkomen. Dit merkt u door een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, oorsuizen of een onrustig gevoel.
Als de verdoving is uitgewerkt krijgt u langzaam weer gevoel en kunt u weer bewegen. Uw wond zal geleidelijk aan pijn gaan doen. Hiervoor krijgt u pijnstillers.

Aandachtspun­ten voor thuis

Er zijn enkele zaken waar u op moet letten na de implantatie van de pacemaker. Zo mag u 48 uur niet douchen, geen zware dingen tillen en niet zelf naar huis rijden na de ingreep.

lees meer

Aandachtspun­ten voor thuis

  • De eerste dagen na de operatie voelt uw schouder nog pijnlijk aan. U mag hiervoor de voorgeschreven pijnstillers gebruiken.
  • Zorg dat iemand u met de auto naar huis brengt. U mag zelf niet rijden.
  • Zorg dat er thuis iemand bereikbaar is om u te helpen bij eventuele problemen.
  • De elektrodes moeten zich in uw hart verankeren. Het is beter om uw linkerarm te ontzien. Maak geen overstrekbewegingen en til geen zware spullen.
  • De elleboog van de arm aan de implantatiezijde mag de eerste zes weken niet hoger dan uw schouder komen. 
  • U mag niet van onder uw oksels omhoog worden getild. Dit is om de draden van de elektroden geen trekbelasting te geven en de wond goed te laten genezen.
  • De pleister kunt u na twee dagen (48 uur) verwijderen.
  • U mag de eerste twee dagen na de implantatie niet douchen. Na deze twee dagen kunt u de wond afspoelen met water. Gebruik geen zeep op en rondom de wond totdat u op wondcontrole in het ziekenhuis bent geweest.
  • Bij verdenking op ontsteking van de wond moet u altijd contact opnemen met het ziekenhuis. Een ontsteking herkent u aan toegenomen pijn, opgezette en/of warme huid, rode rand om de plaats van de pacemaker en eventueel koorts.
  • Het pacemakerpasje moet u altijd bij u dragen voor het geval dat u (met spoed) in een ander ziekenhuis wordt opgenomen. Vermeld in het ziekenhuis altijd dat u een pacemaker draagt.

Elektrische apparatuur

Uw pacemaker is gevoelig voor elektrische of magnetische velden. Over het algemeen wordt de werking van uw pacemaker slechts tijdelijk door dergelijke invloeden gehinderd. Sommige apparatuur moet u vermijden.

lees meer

Elektrische apparatuur

Uw pacemaker is gevoelig voor elektrische of magnetische velden. Meestal wordt de werking van uw pacemaker tijdelijk door deze velden onderbroken. Zodra u zich van de bron verwijdert of deze uitschakelt gaat de pacemaker weer normaal functioneren.

U kan elektrische apparatuur gewoon blijven gebruiken. De apparatuur moet wel in goede staat van onderhoud zijn en een goede aarding hebben.

30 centimeter afstand

Houd minimaal 30 centimeter afstand tussen uw pacemaker en de volgende elektrische of magnetische velden:

  • luidsprekers die deel uitmaken van grote stereo-installaties;
  • magnetische staven die worden gebruikt bij luchthavenbeveiliging;
  • elektrische gereedschappen die op batterijen werken, zoals schroevendraaiers en boormachines.

90 centimeter afstand

Houd minimaal 90 centimeter afstand tussen uw pacemaker en de volgende elektrische of magnetische velden:
  • krachtige magneten, zoals magneten die voor industriële toepassingen worden gebruikt;
  • motoren met een zeer hoog vermogen;
  • zendantennes en hoogspanningskabels;
  • machines voor industrieel gebruik (krachtstroomgeneratoren).

Vermijden

Beter is het om niet in de buurt van de velden te komen waar u minimaal 90 centimeter vandaan moet blijven. Ook moet u vermijden dat u zich over draaiende elektromotoren (bijvoorbeeld de wisselstroomdynamo van een auto) buigt, omdat deze apparaten vaak magneten bevatten.

Poortjes

Poortjes voor luchthaven- en diefstalbeveiliging zijn veilig als u er in een normaal tempo doorheen loopt. Blijf nooit lang stilstaan bij deze poortjes.

lees meer

Poortjes

Poortjes voor luchthaven- en diefstalbeveiliging zijn veilig als u er in een normaal tempo doorheen loopt. Blijf nooit lang in de nabijheid van deze poortjes stilstaan.

Detectiestaven

Ook de handbediende detectiestaven die op luchthavens worden gebruikt mogen niet langdurig bij uw pacemaker worden gehouden.

Pacemakerpasje

Als u uw pacemakerpasje aan het beveiligingspersoneel laat zien zullen zij u handmatig controleren.

 


Mobiele telefoons

Als u een mobiele telefoon gebruikt moet u opletten dat deze niet te dicht bij uw pacemaker komt.

lees meer

Mobiele telefoons

Als u een mobiele telefoon gebruikt moet u opletten dat deze niet te dicht bij uw pacemaker komt:
  • houd minimaal 20 centimeter afstand tussen de mobiele telefoon en uw pacemaker;
  • houd de telefoon in uw zak of tas aan de lichaamszijde tegenovergesteld aan waar de pacemaker is geïmplanteerd;
  • draag de mobiele telefoon niet in uw borstzakje.

Over de afdeling Cardiologie

De afdeling Cardiologie houdt zich bezig met onderzoek, onderwijs en behandeling van hart- en vaatziekten bij volwassenen.

lees meer

Over de afdeling Cardiologie

De afdeling Cardiologie houdt zich bezig met onderzoek, onderwijs en behandeling van hart- en vaatziekten bij volwassenen.

Wij zijn gespecialiseerd in:
  • Hartkatheterisatie,
  • hartritmestoornissen,
  • erfelijke hartziekten,
  • aangeboren hartafwijkingen,
  • vrouwen met hart- en vaatziekten,
  • ouderen met hart- en vaatziekten.
inloggen