Nieuws Tumoren beter zichtbaar tijdens operatie
10 februari 2020

Een wereldwijd nieuwe methode bij Nucleaire geneeskunde: onderzoeker Mark Rijpkema bedacht met zijn team een methode om tumorweefsel beter zichtbaar te maken tijdens operaties. Handig voor de chirurg én beter voor de patiënt.

Stel, je bent chirurg en je wil alle kwaadaardige weefsels tijdens een operatie wegsnijden, hoe weet je dan of je alles hebt gehad? Dat was de vraag die Mark Rijpkema van Nucleaire geneeskunde zich stelde toen hij op zoek ging naar mogelijkheden om het chirurgen in de OK makkelijker te maken: ‘Chirurgen hebben nogal wat uitdagingen tijdens operaties. Soms zijn tumoren heel moeilijk te vinden, of zijn het er heel veel of zijn ze moeilijk te onderscheiden van ander weefsel. Zo ontstond het idee om te onderzoeken hoe chirurgen tumoren beter kunnen zien tijdens een operatie, zodat kwaadaardig weefsel niet achterblijft.’

Een tracer met vlaggetjes

Met die gedachte ging hij van start en de jaren van ontwikkelwerk begonnen. Stapje voor stapje kreeg het onderzoeksteam het voor elkaar om heel speciale chemische stoffen te maken. Deze zogenaamde tracers kunnen worden gebruikt om tumoren beter zichtbaar te maken. ‘Als eerste moest zo’n tracer zich ophopen in tumorweefsel en niet in normaal weefsel. Dat kan doordat kankercellen specifieke stoffen maken die je in normale cellen niet vindt. We gingen op zoek naar een tracer die zich aan die speciale stof kan binden.’

In elke vorm van kanker zitten weer andere specifieke stoffen en is dus een andere tracer nodig: nierkankercellen brengen een andere stof tot expressie dan dikkedarmkankercellen. Maar bijvoorbeeld bij de meest voorkomende vorm van nierkanker heeft 95 procent van de patiënten een tumor waar de tracer zich aan kan binden, dus een goede tracer is meteen relevant voor een grote groep patiënten. Voor mensen met dikkedarmkanker gelden soortgelijke percentages.

Dus nu was er een tracer die zich specifiek ophoopt in de tumor, maar de chirurg moet deze wel kunnen vinden. Om dat voor elkaar te krijgen, maakte Rijpkema de tracer fluorescent. ‘We hangen er als het ware een lichtgevend vlaggetje aan. Dit principe werkt hetzelfde als glow-in-the-dark-stickers die je op veel kinderkamers ziet. Deze zien daglicht en zijn daardoor aangestraald. Vervolgens lichten ze op in het donker. Dit licht leidt de chirurg naar de tumor. Met een speciale camera ziet de arts waar het tumorweefsel precies zit.’


Mark Rijpkema over de tracer waarmee je tumoren op kunt sporen: ‘Het werkt zoals glow-in-the-dark-stickers die je op veel kinderkamers ziet.’

Maar nog waren Rijpkema en zijn onderzoeksteam er niet. Want het kan gebeuren dat de tumor wat dieper verstopt zit, of dat er bijvoorbeeld wat vetweefsel overheen ligt, waardoor het lichtgevende stukje tumor niet te zien is. Rijpkema: ‘Vergelijk dit maar met een zaklamp. Als je die tegen je hand houdt, gaat het licht er niet doorheen. Dat geldt ook voor de fluorescentie.’

De oplossing hiervoor is radioactiviteit: ‘We maken de tracer behalve fluorescent ook radioactief, want dit gaat gemakkelijk door weefsel heen. Dit gebeurt in een heel lage hoeveelheid, zodat het niet schadelijk is voor mensen. Met een geigerteller meten chirurgen in de OK dan waar de radioactiviteit zich bevindt. En nadat de tumor verwijderd is, meten ze of er nog radioactiviteit in het lichaam aanwezig is. Als daar nog sprake van is, zijn nog niet alle tumoren verwijderd.’

De eerste 15 patiënten

Na de ontwikkelfase was het tijd voor het toepassen van deze methode. ‘We wilden een zogeheten ‘proof of concept-studie’ doen: testen of wat we hadden bedacht en ontwikkeld ook echt werkt in patiënten. Is de tracer veilig, hoopt-ie op in het tumorweefsel zoals we verwachtten, en kunnen we de radioactiviteit en fluorescentie goed meten?’ Een spannende tijd volgde. Vijftien patiënten met nierkanker die aan het onderzoek wilden deelnemen, kregen de tracer voorafgaand aan de operatie via een infuus toegediend. Vervolgens keek de chirurg op de OK met een speciale camera of alle fluorescentie en radioactiviteit verwijderd was uit het lichaam.

De operatie duurt met de nieuwe aanpak maximaal een kwartier langer, maar dat bleek geen belemmering te zijn: patiënten wilden graag meewerken. Rijpkema: ‘Erg fijn, want we doen ons werk natuurlijk voor hen. Het moet hen helpen. We hopen dat met deze methode hun overlevingskans vergroot, doordat artsen beter kunnen zien of alle tumorcellen uit het lichaam verdwenen zijn.’

De resultaten van dit eerste onderzoek werden gepresenteerd in het vaktijdschrift Theranostics en zijn veelbelovend. De methode bleek te werken. Hiermee was Rijpkema’s onderzoeksgroep wereldwijd de eerste die deze methode, waarin fluorescentie, radioactiviteit én de tracer die zich specifiek bindt aan kwaadaardige cellen gecombineerd werd, succesvol toegepast bij patiënten. Er werd al op meer plaatsen gewerkt met radioactieve tracers en ook wel met lichtgevende stoffen, maar de combinatie met de specifieke tracer was nog niet eerder vertoond.
 

Andere kankervormen

En nu? Mark Rijpkema denkt groot: ‘We willen onderzoeken waar deze methode nog meer kan werken. Maar voor elke soort kanker is een andere tracer nodig, die specifiek bindt aan juist die kankercellen. Er is een studie bij prostaatkanker in voorbereiding, en ook bij vormen van hoofd-halskanker en eierstokkanker zien we kansen. Ook hebben we een aanvraag gedaan bij het Maarten van der Weijdenfonds voor een studie naar slokdarmkanker, waarbij van tevoren moeilijk in te schatten is of een lymfeklier wel of niet een tumoruitzaaiing bevat. Daarom worden er vaak lymfeklieren verwijderd waarvan achteraf blijkt dat het helemaal niet nodig was geweest. Met deze methode kan dat wellicht worden voorkomen. We willen patiënten gepersonaliseerde behandelingen bieden, dat heeft de toekomst.’

Zo blijft Rijpkema doen wat hij het liefste doet: onderzoek waarmee hij collega’s en patiënten verder kan helpen. ‘Ik ben een bruggenbouwer en geniet van de samenwerking met artsen. En onderweg naar mijn werkplek loop ik langs de wachtkamer bij Nucleaire geneeskunde waar patiënten zitten. Dat motiveert me enorm, want dan weet ik: voor hen doe ik het.’

Wie is Mark Rijpkema?

Dr. Mark Rijpkema, met een kort uitstapje al twintig jaar verbonden aan Radboud Universiteit en Radboudumc, startte in 2011 zijn eigen onderzoeksgroep bij Nucleaire geneeskunde. Gericht op oncologie en concreet voor artsen. ‘Ik ben van huis uit chemicus, en vind fundamenteel onderzoek heel belangrijk, maar ik heb altijd veel gevoel gehad bij de zorg. Daar wil ik graag een steentje aan bijdragen. Dichtbij artsen en patiënten.’
Boek: ‘Waar ik van heb genoten is
De man en het hout van Lars Mytting. Het is geen verhaal of roman, maar een gepassioneerde vertelling over hout. Ik heb niet zozeer iets met houthakken, waar het boek vooral over gaat, maar wel met hout. In mijn vrije tijd ben ik hobby-meubelmaker, volgens het oude ambacht, dus alles met de hand. Het is een heerlijke afwisseling met mijn werk, waar ik met name zit, achter de computer of in vergadering.’
Vervoersmiddel: ‘Ik fiets Elst-Radboud: zon, regen, weer of geen weer.’
Nieuws: ‘Ik lees nieuws nog steeds het liefst via Teletekst, met de app, dat wel.’

 

Hoe bevalt deze methode in de praktijk?

Chirurg oncoloog prof. dr. Hans de Wilt doet op dit moment operaties met de methode van Mark Rijpkema.

Hans de Wilt: ‘We hebben samen een KWF-subsidie ontvangen voor onderzoek naar patiënten met uitzaaiingen van dikkedarmkanker in de buikholte. We testen of het tumorweefsel zo beter te zien is dan met het blote oog. In het ideale geval halen we alleen de uitzaaiingen weg en geen weefsel dat kan blijven zitten, zoals littekenweefsel.’ In de OK betekent het praktisch gezien dat de operatie iets langer duurt. ‘Als we denken dat we klaar zijn, meten we de radioactiviteit, die dan als het goed is, is verdwenen. En we richten met een steriel ingepakte camera in de buik van de patiënt, om op een beeldscherm te zien of er nog fluorescentie zit.’

Maar er valt nog meer winst te behalen: ‘We gebruiken de methode nu tijdens de operatie, maar de radioactieve tracer kun je ook al meten vóór de operatie, bijvoorbeeld met een SPECT-scan. Als we voorafgaand preciezer weten hoeveel en waar het tumorweefsel zit, dan kunnen we voor de operatie al een betere inschatting maken.’



Chirurg oncoloog prof. dr. Hans de Wilt doet operaties met de methode van Mark Rijpkema.

  • Meer weten over deze onderwerpen? Klik dan via onderstaande buttons door naar meer nieuws.

    Nieuws home

Meer nieuws


Breinblog Donders Wonders wint prijs voor wetenschapscommunicatie

1 december 2020

Het wetenschapsblog Donders Wonders van het Donders Instituut heeft de Communication Award gewonnen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), op het domein Exacte en Natuurwetenschappen (ENW).

lees meer

Niet uitgerijpte bloedcellen wijzen al vroeg op ernstig beloop COVID-19

30 november 2020

De aanwezigheid van bepaalde niet uitgerijpte celtypen in bloed geven al vroeg aan dat COVID-19 zich gaat ontwikkelen tot een ernstige ziekte. Dat schrijft een Duits-Nederlands team met onderzoekers van de afdeling Intensive Care (IC) van het Radboudumc in het wetenschapsblad Immunity.

lees meer

Onderzoek Radboudumc: longen na COVID-19 herstellen in meeste gevallen goed Uitgebreide gezondheids­evaluatie drie maanden na herstel van COVID-19

25 november 2020

Bij ernstige COVID-19-patiënten herstelt het longweefsel in de meeste gevallen goed. Dit blijkt uit onderzoek van het Radboudumc, gepubliceerd in Clinical Infectious Diseases. Opvallende conclusie: patiënten die door de huisarts werden doorverwezen, herstellen slechter dan IC-patiënten.

lees meer

Nieuw inzicht in werking hydroxychloroquine ondergraaft het gebruik ervan bij COVID-19

23 november 2020

Het is onwaarschijnlijk dat hydroxychloroquine gunstig is bij het bestrijden van virale infecties, waaronder het coronavirus SARS-CoV-2. De bevindingen van Radboudumc-onderzoekers, al eerder gedeeld via MedRxiv, zijn nu gepubliceerd in Cell Reports Medicine.

lees meer

Patrick Jeurissen lid Wetenschappelijke Adviesraad voor Europese commissie over gezondheidszorgbeleid bij pandemieën

20 november 2020

De hoogleraar Betaalbaarheid van Zorg is benoemd als lid van de Wetenschappelijke Adviesraad voor de pan-Europese commissie ‘Gezondheid en duurzame ontwikkeling’. Deze commissie verdiept zich in gezondheidszorgbeleid in het licht van pandemieën.

lees meer