Patientenzorg Behandelingen Baarmoederoperatie

Over een baarmoederoperatie

Bij een baarmoederoperatie verwijderen we de baarmoeder, eventueel met eierstokken en eileiders. Een baarmoederoperatie kan nodig zijn bij vleesbomen (myomen), stoornissen in de menstruatie, verzakking van de baarmoeder, endometriosis of kwaadaardige aandoeningen.

lees meer

Over een baarmoederoperatie

Bij een baarmoederoperatie verwijderen we de baarmoeder, eventueel met eierstokken en eileiders. Een baarmoederoperatie kan nodig zijn bij vleesbomen (myomen), stoornissen in de menstruatie, verzakking van de baarmoeder, endometriosis of kwaadaardige aandoeningen.

Tijdens de operatie haalt de gynaecoloog doorgaans de baarmoeder weg. Ook neemt hij of zij de baarmoederhals en de baarmoedermond weg. Vaak blijven uw eierstokken en een deel van de eileiders op hun plaats. Alleen als er iets met (één van) de eierstokken niet in orde is, verwijderen we deze. Bijvoorbeeld in geval van ontstekingen of endometriosis. De schede maakt de arts vast aan de banden van de weggenomen baarmoeder. Hierdoor voorkomen we een verzakking van de schede zo veel mogelijk. De schedetop sluiten we af. Vrouwen hebben na het verwijderen van de baarmoeder een wat groter risico op verzakking.

Contact

Afdeling Verloskunde en Gynaecologie
telefoon: (024) 361 47 88

faxnummer: (024) 361 94 56


Voor de behandeling De voorbereiding

Voor de opname kunnen op de polikliniek nog enkele onderzoeken plaatsvinden, zoals bloedonderzoek en een hartfilmpje of elektrocardiogram (ECG).

lees meer

Voor de behandeling De voorbereiding

We nemen u meestal op de dag van de operatie op. De verzorging en begeleiding tijdens uw verblijf in het ziekenhuis gebeurt zoveel mogelijk door één verpleegkundige. De verpleegkundige voert met u een opnamegesprek en leidt u rond op de afdeling. Als u vragen heeft, stel ze dan gerust. Tijdens de opname komt er dagelijks een zaalarts bij u langs. Hij of zij stelt u een aantal (medische) vragen over uw herstel. Ook verricht hij of zij zo nodig lichamelijk onderzoek. Als het nodig is komt de anesthesist of een lid van het pijnteam bij u langs om de juiste pijnstilling voor u te regelen.

Nuchter

Denkt u eraan dat u niets meer eet en drinkt vanaf het door de anesthesist afgesproken
tijdstip. U krijgt specifieke instructies hierover tijdens het preoperatieve spreekuur (pre-anesthesie evaluatie).
 

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

lees meer

De behandeling Wat kunt u verwachten?

Afhankelijk van welk type baarmoederverwijdering we verrichten, duurt de operatie 1 tot 3 uur. Tijdens de operatie krijgt u een blaaskatheter.

lees meer

De behandeling Wat kunt u verwachten?

De operatie kan in principe op 3 manieren gebeuren:
  1. Via de schede (vaginaal)
  2. Via een open-buik-operatie (abdominaal)
  3. Via kleine kijkbuisjes (laparoscopisch)
Via de schede opereren heeft als voordelen dat u minder lang onder anesthesie bent. Ook kunt u voor een ruggenprik kiezen. Dan laten we de darmen met rust en heeft u geen uitwendige wond. Hierdoor verloopt het herstel over het algemeen sneller. Als de baarmoeder vergroot is als gevolg van vleesbomen of als er sprake is van verklevingen na ontstekingen of eerdere operaties, dan kunnen we de ingreep alleen via uw buik doen. Hierdoor ontstaat altijd een litteken. Meestal is dit een horizontale snede (bikini-snede). Soms is dit een verticale snede als meer ruimte nodig is. De baarmoedermond kan bij een operatie via uw buik behouden blijven. Als de baarmoeder niet al te sterk vergroot is, kunnen we een operatie via uw buik ook met kijkbuisjes uitvoeren (laparoscopie). Dit bespreken we voor de operatie met u. Het voordeel van een laparoscopie is dat de littekens kleiner zijn. Ook herstelt u wat sneller.

Afhankelijk van welk type baarmoederverwijdering we verrichten, duurt de operatie 1 tot 3 uur.

Na de behandeling Waar moet u rekening mee houden?

De eerste dagen na de operatie helpt een verpleegkundige u bij de dagelijkse verzorging. Gemiddeld verblijft u 2 tot 4 dagen in het ziekenhuis. Ongeveer 6 weken na ontslag vindt een controlebezoek plaats. Het is verstandig om hulp bij het huishouden te vragen aan uw omgeving.

lees meer

Na de behandeling Waar moet u rekening mee houden?

Na de operatie gaat u eerst naar de verkoeverafdeling (uitslaapkamer). Hier verblijft u totdat u goed wakker bent, de pijn acceptabel is en de controles (bloeddruk en pols) constant zijn. Eenmaal terug op de afdeling blijven we u regelmatig controleren. En als u een wond heeft, controleren we deze op nabloeden. Verder houdt de verpleegkundige in de gaten of u last krijgt van vaginaal bloedverlies, pijn, misselijkheid, het infuus of de blaaskatheter. Tijdens de operatie krijgt u een blaaskatheter. Hier loopt de urine door af en wordt deze opgevangen in een zakje dat aan uw bed hangt. Deze katheter verwijderen we meestal de dag na de operatie.

De eerste dagen na de operatie helpt een verpleegkundige u bij de dagelijkse verzorging totdat u dit zelf weer kunt. De dag na de operatie kunt u al uit bed komen. Tijdens de ‘visite’ legt de afdelingsarts u uit wat er gedaan is tijdens de operatie en hoe deze verlopen is. U krijgt dagelijks ’s avonds een spuit ter voorkoming van trombose (bloedstolsel in een bloedvat).

De eerste dag na de operatie nemen we soms bloed af om te kijken of uw bloedgehalte (hemoglobine) nog op peil is. Als uw bloedgehalte goed is en het drinken goed gaat, verwijderen we het infuus ’s avonds. Als u een buikwond heeft, controleren we deze dagelijks. Heeft u een pleister (meestal Fixomul), dan verwijderen we deze op de eerste dag na de operatie. Het kan zijn dat de ontlasting nog niet op gang is gekomen. Dan geven we u op de derde dag een Microlax. Dit is een kleine tube met laxerende middelen die we toedienen via de anus. De gebruikte hechtingen zijn veelal oplosbaar en hoeven we dus niet te verwijderen. In sommige gevallen gebruiken we huidnietjes of niet-oplosbare hechtingen. Een verpleegkundige of doktersassistente verwijdert deze meestal op de zesde dag na de operatie.

Ontslag

Gemiddeld verblijft u 2 tot 4 dagen in het ziekenhuis. Op de dag dat u naar huis gaat, heeft u ’s ochtends een gesprek met de afdelingsarts of uw behandelend arts. In dit gesprek komen onder meer het verloop van de ingreep en de ziekenhuisopname aan de orde. Ook bespreken jullie de verwachte herstelperiode en de controle op de polikliniek. Verder heeft u nog een afsluitend gesprek met een verpleegkundige. In dit gesprek bespreken jullie nog een aantal zaken, zoals de controleafspraak en medicijnen.

Controle

Ongeveer 6 weken na ontslag uit het ziekenhuis vindt een controlebezoek plaats op de polikliniek.

Thuis

Tijdens en ook na uw ziekenhuisverblijf is het verstandig hulp in het huishouden te vragen van uw omgeving. In uitzonderlijke gevallen heeft u recht op thuiszorg. Dat is afhankelijk van de samenstelling van uw gezin en het aanbod van de thuiszorg. U betaalt hiervoor een landelijk vastgestelde eigen bijdrage. De hoogte ervan is afhankelijk van uw inkomen. De verpleegkundige kan thuiszorg voor u aanvragen. Als u er gebruik van wilt maken is het goed om al voor de operatie te checken of u ervoor in aanmerking komt. Licht huishoudelijk werk kunt u na enkele weken weer hervatten. De inwendige wond is pas na 6 weken genezen. Ook de bevestiging van de ophangbanden heeft tijd nodig om te herstellen. Als u dit herstel forceert door te snel (zwaar) lichamelijk werk uit te voeren, dan vergroot u de kans op een verzakking.

Gevolgen baarmoeder­verwijdering

Verwijdering van de baarmoeder heeft naast vermindering of verdwijning van uw klachten nog andere gevolgen. Hieronder volgen de mogelijke gevolgen.

lees meer

Gevolgen baarmoeder­verwijdering

Verwijdering van de baarmoeder heeft naast vermindering of verdwijning van uw klachten nog andere gevolgen. Welke gevolgen dit zijn, bespreekt uw behandelend arts met u. Hieronder volgen de mogelijkheden.

Na de operatie kan er op korte termijn sprake zijn van een wondinfectie of een bloeding (inwendig of uitwendig). Bij koorts en/of buikpijn vindt dan ook aanvullend onderzoek plaats door de zaalarts of gynaecoloog. Op de langere termijn kunnen er in de buik verklevingen (adhesies) ontstaan. Dit kan voor buikpijn zorgen. Als 1 of beide eierstokken gespaard blijven tijdens de operatie, treden er doorgaans geen grote hormonale veranderingen op. De eierstokken werken na de operatie normaal door.

Overgang

Als u nog 1 eierstok overhoudt, kunt u iets eerder in de overgang komen. Het eitje wordt opgenomen in de buikholte. Als u vóór de operatie de eisprong (ovulatie) altijd voelde, is dat ook daarna zo. Ook als u last heeft van stemmingswisselingen voor een menstruatie, blijft dat na de operatie meestal zo. Als ook de eierstokken verwijderd zijn als u nog menstrueert, dan komt u van het ene op het andere moment in de overgang. Dat heeft gevolgen op korte termijn, zoals: het optreden van opvliegers, hitteaanvallen of het droger worden van de schede. Ook op de langere duur treden gevolgen op; onder meer voor de conditie van de botten en het vaatstelsel. Daarom krijgen deze vrouwen, als ze dat willen, een hormoonaanvulling voorgeschreven tot de leeftijd waarop de gemiddelde vrouw in de overgang komt (51-52 jaar).

Menstruatie

Na de operatie houdt de menstruatie op. Als deze hevig en/of pijnlijk was, wordt deze verandering in het algemeen als een opluchting ervaren. Sommige vrouwen houden alle bijkomende verschijnselen van de menstruatie, behalve het bloedverlies zelf. Als de baarmoedermond verwijderd is, hebben de meeste vrouwen minder last van afscheiding.

Zwangerschap

U kunt na de operatie niet meer in verwachting raken. Het gebruik van voorbehoedsmiddelen om een zwangerschap tegen te gaan is overbodig na baarmoederoperatie.

Uitstrijkje

Het baarmoederhalsuitstrijkje is niet meer nodig als uw baarmoeder helemaal verwijderd is. Als u een supravaginale baarmoederverwijdering heeft ondergaan, is de baarmoederhals achtergebleven. In dat geval zijn de uitstrijkjes nog wel nodig.

Seksualiteit

Als u zich na de operatie voldoende hersteld voelt, dan is dit na ongeveer 6 weken weer toegestaan. Door verminderde slijmproductie kan de schede na de operatie droger zijn. Als het nodig is, kunt u een glijmiddel gebruiken. Het zaad dat in uw vagina komt loopt er grotendeels ook weer uit, net als voor de operatie. Het komt niet in uw buikholte, want de vaginatop is gesloten. De beleving van de seksualiteit kan na de ingreep veranderen, zowel positief als negatief. Als u voor de operatie bijvoorbeeld last had van langdurig en hevig bloedverlies of pijnlijke menstruaties, verandert de beleving van de seksualiteit in het algemeen in positieve zin. Als de beleving van het orgasme verandert, of als dit helemaal niet meer lukt, betekent dit een negatieve verandering. Dat kan het geval zijn bij die vrouwen, bij wie de baarmoeder door samentrekkingen een belangrijk aandeel levert aan het orgasme. Vrouwen die het klaarkomen met name voelen in de buurt van de clitoris en het buitenste gedeelte van de vagina, hebben hier vrijwel geen last van.

Uw afspraak bij het Radboudumc

Heeft u binnenkort een afspraak in het Radboudumc? Op deze pagina vindt u alles wat u moet weten over uw afspraak in ons ziekenhuis.

lees meer

Aandoeningen

  • Baarmoederkanker is een kwaadaardig gezwel in het slijmvlies van de baarmoeder. Dit gezwel heet een tumor.
    naar de aandoening

  • Snel naar