Na de ingreep

Na de ingreep komt u terug op de verpleegafdeling of de dagunit. We maken dan ter controle een ECG. Ook controleren we regelmatig uw bloeddruk, pols en de wond in uw lies.
Soms houdt u gedurende enkele uren na de behandeling pijn op de borst. Dit is meestal het gevolg van het oprekken van het bloedvat. Meld het altijd als de pijn erger wordt. Meld het ook als u veranderingen voelt in de lies (zoals nat en warm worden) of in uw been (koud, doof gevoel of tintelingen).

Om rugklachten te voorkomen mag de hoofdsteun van uw bed in schuine stand worden gezet. Onder begeleiding van een verpleegkundige kunt u ook op uw zij gaan liggen. U moet dan wel het been met het hulsje (of verband) gestrekt houden. Als het bloed niet meer te dun is (meestal ongeveer 2 uur na terugkomst op de verpleegafdeling of Holding HCK wordt het hulsje verwijderd. De insteekopening wordt dan gedurende 15 minuten dichtgedrukt. Daarna leggen we een drukverband aan. Dit verwijderen we na enkele uren.
Het is hier ook mogelijk dat het hulsje op de afdeling Hartkatheterisatie wordt verwijderd en er een Angioseal ® (collageenplug) wordt geplaatst.
Na de behandeling mag u gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u goed drinkt om de contrastvloeistof uit uw lichaam te verwijderen.

Naar huis

Als u op de Holding HCK wordt opgenomen dan kunt u in principe dezelfde dag naar huis. U moet er wel voor zorgen dat er ‘s nachts iemand bij u is.
Treden er tijdens de behandeling complicaties op, dan wordt u één nacht opgenomen en overgeplaatst naar de verpleegafdeling.
Wordt u op de verpleegafdeling opgenomen, dan mag u de dag na de behandeling naar huis.
Voor ontslag controleert de arts uw lies (of arm). Als u bij een cardioloog in het Radboudumc onder behandeling bent, komt u hier terug voor controle. In andere gevallen maakt u een afspraak met uw eigen cardioloog.
Als u een stent heeft gekregen, moet u gedurende een afgesproken periode het medicijn Plavix ® (clopidogrel) gebruiken. Dit medicijn beïnvloedt de bloedstolling. Het is belangrijk dat u dit nauwkeurig inneemt. U krijgt een recept mee bij ontslag.

Wat is dotteren?

Als u vernauwingen in de vaten heeft kunnen we dat behandelen met dotteren. We rekken de vaten op met een soort ballonnetje. Meestal plaatsen we meteen een stent die er voor zorgt het bloedvat niet terugveert na de behandeling. De behandeling duurt gemiddeld een uur.

lees meer

Wat is dotteren?

De behandeling wordt uitgevoerd door de cardioloog. Een dotterbehandeling kunt u vergelijken met een hartkatheterisatie. Tijdens en na de behandeling krijgt u van de verpleegkundigen en de cardioloog uitleg. Soms kunt u de behandeling volgen op een beeldscherm.
De behandeling duurt gemiddeld een uur. Soms langer, afhankelijk van het verloop, de soort vernauwing en het aantal vernauwingen.

Verloop

U ligt op een smalle behandeltafel onder steriele doeken. Uw lies wordt verdoofd en tijdens de ingreep ligt u aan een monitor waarmee we uw hart bewaken. Verloop van de behandeling:
  • Via de slagader in de lies brengt de cardioloog een hulsje in. Door dit hulsje krijgt u medicijnen toegediend die het bloed verdunnen.
  • Vervolgens wordt door het hulsje een katheter geschoven tot aan het begin van de kransslagader.
  • Door deze katheter wordt een stuurbare voerdraad door de vernauwing geschoven.
  • Over deze voerdraad wordt een ballon in de vernauwing geplaatst. De ballon wordt gedurende korte tijd opgeblazen, waardoor het vat wordt opgerekt.
Omdat de kransslagader korte tijd helemaal wordt afgesloten, kunt u tijdelijk pijn voelen. Meestal is dit de pijn die u voorheen ook had.

Stent

Voor of tijdens de procedure kunnen we besluiten om een stent te plaatsen. Een stent lijkt op een balpenveertje of kippengaas. De stent is gemonteerd op de ballon en wordt, doordat de ballon wordt opgeblazen, in de wand van het bloedvat geplaatst. Na verloop van tijd groeit er een laagje weefsel over de stent heen.
 

PTCA of PCI

Dotteren is ook bekend onder de afkortingen PTCA (Percutane Transluminale Coronaire Angioplastiek) en PCI (Percutane Coronaire Interventie).
 

Contact

Polikliniek Cardiologie

(024) 361 93 50

Na de ingreep

Na de behandeling komt u terug op de verpleegafdeling of de dagunit. We maken dan ter controle een ECG. Ook controleren we regelmatig uw bloeddruk, pols en de wond in uw lies.

lees meer

Adviezen na een hart­katheterisatie of dotter­behandeling

Na de behandeling moet u thuis 2 dagen rustig aan doen. De instructies hiervoor krijgt u van de verpleegkundige en kunt u hier teruglezen.

lees meer

Mogelijke complicaties

Bij het aanprikken wordt een gaatje geprikt in de slagader. Mede omdat u stollingwerende medicijnen krijgt, kan hierbij een bloeduitstorting of blauwe plek ontstaan. Dit verdwijnt binnen enkele weken. In zeldzame gevallen kan er een bloeding in de lies optreden.

lees meer

Mogelijke complicaties

Bij het aanprikken wordt een gaatje geprikt in de slagader. Mede omdat u stollingwerende medicijnen krijgt, kan hierbij een bloeduitstorting of blauwe plek ontstaan. Dit verdwijnt binnen enkele weken. In zeldzame gevallen kan er een bloeding in de lies optreden.
Een enkele keer kan er een allergische reactie optreden bij gebruik van contrastvloeistof. Er ontstaat dan roodheid van de huid, jeuk en soms een opgezette keel. Mocht dit bij u gebeuren, meld dit dan meteen.
Tijdens de dotterbehandeling kan een stukje van de plaque (aanslag) aan de binnenkant van het bloedvat losschieten en met de bloedstroom meegevoerd worden. Zo’n stukje kan een bloedvat plotseling afsluiten. Hierdoor kan een hartinfarct ontstaan en in uitzonderlijke gevallen een herseninfarct. Het is mogelijk dat een spoedbypass-operatie noodzakelijk is. De kans hierop is echter zeer klein.

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio) zoals uw arm of been tijdelijk verdoofd. Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.

lees meer

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

  • Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio), zoals uw arm of been, tijdelijk verdoofd. Vaak maken we dan gebruik van een echoapparaat.
  • Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.
Tijdens de ingreep bent u bij bewustzijn. Soms wordt deze vorm van anesthesie gecombineerd met sedatie. Om een gedeelte van uw lichaam te verdoven, injecteert de anesthesioloog een verdovend middel rond de zenuwen die op pijn reageren. Meestal zijn de zenuwen die ander gevoel en bewegen mogelijk maken ook tijdelijk uitgeschakeld.

Verdoving van een arm of been

Als alleen (een gedeelte van) uw arm of been wordt verdoofd, krijgt u een injectie met verdovingsvloeistof vlakbij de zenuw(en) van het operatiegebied. Het betreffende lichaamsdeel kan warm worden en gaan tintelen. Geleidelijk aan kunt u het niet meer bewegen.
Als u na de operatie weer naar huis gaat, en de verdoving is nog niet uitgewerkt, moet u extra voorzichtig zijn. Zonder dat u het voelt, kan u dit lichaamsdeel beschadigen. Bij een ingreep aan uw arm of hand is het verstandig een mitella te dragen.

Bijwerkingen

Onvoldoende pijnstilling
Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. Als het mogelijk is, krijgt u dan extra verdoving. Helpt dat niet, dan kiest de anesthesioloog samen met u een andere vorm van anesthesie. Bijvoorbeeld extra pijnstillers of algehele anesthesie.

Na de operatie
Het is normaal dat u na de behandeling tintelingen voelt in uw arm of been. Dit komt meestal omdat de verdoving nog niet helemaal is uitgewerkt. Ook kan het zijn dat de zenuw door de verdoving wat geïrriteerd is geraakt.

Toxische reacties
Tijdens of na het aanbrengen van de verdovingsvloeistof kan een deel hiervan in uw bloed terechtkomen. Dit merkt u door een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, oorsuizen of een onrustig gevoel.

Na de verdoving

Als de verdoving is uitgewerkt krijgt u langzaam weer gevoel en kunt u weer bewegen. Uw wond gaat geleidelijk aan pijn doen. Hiervoor krijgt u pijnstillers.

Verhindering

Als u op de afgesproken tijd niet kunt komen, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met het planbureau via telefoonnummer: (024) 361 92 76 of (024) 361 92 77

Naar uw afspraak

Ingang: Hoofdingang
Route: 725

bekijk route

Naar uw afspraak

Bezoekadres

Cardiologie
Radboudumc hoofdingang
Geert Grooteplein Zuid 10
6525 GA Nijmegen

Huispostnummer: 616

Routebeschrijving

Reis naar Geert Grooteplein Zuid 10
Ga naar binnen bij: Hoofdingang
Volg route 725 (Cardiologie)