Patientenzorg Behandelingen Embolisatie van myomen


Wat zijn myomen?

Myomen (ook wel vleesbomen genoemd) zijn goedaardige gezwellen die zich ontwikkelen in de spierwand van de baarmoeder. Myomen variëren in aantal, grootte en plaats. Geschat wordt dat 40% van de vrouwen in de leeftijd tot 50 jaar myomen heeft. Het merendeel heeft echter geen klachten.
Mogelijke klachten van myomen zijn: hevige menstruaties eventueel met buikpijn, druk op de blaas en een opgezette buik, soms gepaard gaand met vaak moeten plassen en obstipatie (verstopping). Na de menopauze nemen deze klachten meestal sterk af, omdat dan de hoeveelheid vrouwelijk hormoon (oestrogeen) in het bloed daalt en de myomen langzaam kleiner worden.

Diagnose

De diagnose wordt meestal gesteld tijdens inwendig onderzoek. De huisarts of de gynaecoloog zal een inwendig onderzoek verrichten om vast te stellen of uw baarmoeder vergroot is. Meestal wordt ook een echo via de buik of via de vagina gemaakt. Als myomen klachten veroorzaken is de behandeling afhankelijk van de
grootte, de plaats waar ze voorkomen, en het aantal. Ook een kinderwens in de toekomst is van belang bij het maken van een behandelplan.

Mogelijke behandelingen

Als een myoom zich in de baarmoederholte bevindt en niet te groot is, wordt meestal voor een hysteroscopische myoomresectie gekozen. Daarbij wordt een myoom via de vagina verwijderd met behulp van een kleine camera. Andere behandelmogelijkheden zijn: medicijnen, een hormoonspiraal, het verwijderen van
de baarmoeder- of het myoom via een kijk- of een buikoperatie.
Deze webpagina gaat over een andere mogelijke behandeling: embolisatie van het myoom. Embolisatie wordt als minder belastend ervaren dan een operatie en heeft voordelen, namelijk een snelle herstelperiode, minder littekens en behoud van de baarmoeder. Bovendien blijven andere behandelingen nog steeds mogelijk na een embolisatie. Het myoom zal na de embolisatie kleiner worden maar niet verdwijnen (deels afsterven). In vrijwel alle gevallen zullen de aanwezige myomen na 6 maanden tot de helft geslonken zijn. Dat betekent dat de diameter van het myoom met enkele centimeters afneemt.


Wat is een embolisatie van een myoom?

Bij embolisatie wordt een bloedvat afgesloten door het achterlaten van kleine plastic of gelatine korreltjes. Hierdoor raakt het bloedvat aan de binnenkant verstopt en stopt de bloedtoevoer naar het myoom waarna deze kleiner wordt (deels afsterft). In vrijwel alle gevallen zullen de aanwezige myomen na 6 maanden tot de helft geslonken zijn. Dat betekent dat de doorsnede van het myoom met enkele centimeters afneemt.
Ongeveer 75% van de vrouwen heeft na een embolisatie beduidend minder klachten of is klachtenvrij; de behandelde myomen laten meestal geen nieuwe groei zien. Uiteindelijk zal ongeveer 25% van de vrouwen alsnog een baarmoederverwijdering ondergaan.
Een succesvolle zwangerschap na embolisatie is mogelijk, maar de kans hierop is vooralsnog onzeker. Om die reden wordt de ingreep tot op heden afgeraden voor vrouwen met een kinderwens.

Bijwerkingen/risico’s van de behandeling

Embolisatie van myomen is een veilige techniek maar er zijn enkele risico’s, zoals bij elke medische behandeling.
Sommige patiënten ontwikkelen na de embolisatie een infectie van de baarmoeder. De kans hierop is klein omdat u na de embolisatie behandeld wordt met antibiotica. Een infectie kan in uitzonderlijke
gevallen leiden tot een operatie waarbij de baarmoeder moet worden verwijderd (minder dan 5%).
Na embolisatie kan vervroegde menopauze intreden. Tussen de bloedvaten van de baarmoeder en de eierstokken bestaan verbindingen. De korreltjes die tijdens de embolisatie worden achtergelaten in het bloedvat kunnen via de verbindingen ook bij de eierstokken terecht komen. De kans hierop is 1-2% voor vrouwen jonger dan 45 jaar en 7-9% voor vrouwen ouder dan 45 jaar.
Een geëmboliseerde myoom kan in sommige gevallen uitgestoten worden via de vagina (minder dan 8%). Dit kan pijn en bloedverlies veroorzaken, maar blijft meestal zonder nadelige gevolgen voor de patiënt. Mocht dit bij u het geval zijn, neemt u dan contact op met uw gynaecoloog (telefoon: (024) 361 47 88).
In zeer uitzonderlijke gevallen (<1%) komen de ingespoten korreltjes niet bij het myoom, maar elders in het lichaam terecht waardoor lichte schade kan ontstaan. Dit is een zeldzame complicatie.

Wanneer komt u voor deze behandeling in aanmerking?

Voorafgaand aan de embolisatie wordt een MRI-scan van de buik gemaakt om te
kijken of embolisatie technisch mogelijk is. Is dit het geval dan wordt een afspraak
gemaakt met de interventieradioloog, zodat meer gedetailleerde informatie kan worden
gegeven. Indien in overleg met u besloten wordt tot embolisatie wordt u ingepland
voor de ingreep.

Voorbereiding op de behandeling

Voor deze behandeling is voorbereiding nodig. Er zijn een aantal zaken die van te voren met u besproken moeten zijn.

lees meer

Voorbereiding op de behandeling

Gesprek met de interventieradioloog

Voordat de ingreep wordt ingepland heeft u een gesprek met de interventieradioloog. Tijdens dit gesprek bespreekt de interventieradioloog de behandeling met u. Andere zaken die aan bod komen zijn: uw nierfunctie, een eventuele allergie voor de contrastvloeistof, medicijngebruik, zwangerschap en de pijnbehandeling.
 

Zwangerschap

Bent u zwanger? Neemt u dan contact op met uw behandelend arts. Dan kan de ingreep niet doorgaan.

Medicijnen

Het is erg belangrijk dat uw behandelend arts op de hoogte is van de medicijnen die u gebruikt. Dit geldt voornamelijk voor bloedverdunnende medicijnen (bloedverdunners, maar ook Aspirine valt hier onder), daarnaast zijn ook tabletten voor de behandeling van suikerziekte (Metformine) van belang. Bespreek met uw behandelend arts of met de interventieradioloog alle medicijnen die u gebruikt, zodat het duidelijk is of u deze kunt blijven gebruiken voor het onderzoek.

Eten en drinken

Voorafgaand aan het onderzoek moet u minimaal 6 uur nuchter zijn. Indien een maaltijd gebakken of vet voedsel/vlees bevat moet een periode van 8 uur aangehouden worden. Nuchter betekent: niet eten, niet drinken en niet roken. Tot 2 uur voor het onderzoek mag u nog wél heldere vloeistof drinken, bijvoorbeeld koffie/thee (zonder melk), sap zonder pulp, water of aanmaaklimonade.
 


Verloop van de behandeling

Opname

Voor deze behandeling wordt u meestal 2 dagen in het ziekenhuis opgenomen.
De opname dient om u goede pijnstilling te kunnen geven (zie ook het onderdeel Pijnbehandeling).
Op de verpleegafdeling krijgt u een infuus en een katheter (slangetje) in de blaas. Daarna wordt u naar de Interventie Radiologie gebracht.

De behandeling

De interventieradioloog voert de behandeling uit op de angiokamer van de afdeling Interventie Radiologie. De angiokamer lijkt op een operatiekamer. U ligt bijvoorbeeld ook op een OK-tafel en de medewerkers dragen blauwe OK-kleding en steriele schorten. Verder hangt er een camera boven uw buik. Daarmee kan de interventieradioloog foto’s maken tijdens de behandeling.
Aan het begin van de behandeling krijgt u met een spuitje een plaatselijke verdoving in de lies.
Daarna brengt de interventieradioloog een buisje in de slagader in de lies. Via dit buisje kan de radioloog vervolgens andere draden en buisjes in de bloedvaten brengen. Onder röntgendoorlichting wordt een dun slangetje (katheter) op de juiste plaats gebracht. Door dit slangetje worden contrastvloeistof en korreltjes in de bloedbaan gespoten. Het is belangrijk dat u tijdens het onderzoek stil blijft liggen.
Van de contrastvloeistof kunt u het even heel warm krijgen. Ook kan er een prikkelend gevoel ontstaan in het gebied dat wij onderzoeken. Deze verschijnselen gaan meestal snel over. Zelden treedt een allergische reactie op.
Aan het einde van de ingreep wordt de katheter verwijderd. Hierna krijgt u een drukverband en gaat u terug naar de afdeling. U moet hier nog 4 tot 6 uur plat blijven liggen. Het been waarin geprikt is mag u zo min mogelijk bewegen. Dit om een nabloeding van het wondje in de lies te voorkomen. De verpleegkundige op de verpleegafdeling controleert regelmatig de lies en uw bloeddruk. Ook na verwijderen van het drukverband heeft u nog een aantal uren bedrust. Ter voorkoming van infecties krijgt u gedurende twee weken na de ingreep antibioticum tabletten.



Na de behandeling

De meeste vrouwen voelen de eerste 7 uren na de behandeling pijn en krampen, vaak gepaard gaand met onwel voelen, misselijkheid en koorts. Dit zogenaamde post embolisatie syndroom kan met medicijnen worden onderdrukt en verdwijnt vanzelf binnen 4 tot 5 dagen.
Goede pijnstilling is hierbij belangrijk. Meer informatie hierover leest u onder het kopje Pijnbehandeling.
De afdelingsarts vertelt wanneer u naar huis kunt. Meestal is dat 1 of 2 dagen na de behandeling. Over het algemeen kunnen binnen twee weken de dagelijkse werkzaamheden weer volledig worden hervat. Er is medisch gezien geen bezwaar tegen (trap)lopen, huishoudelijk werk, tillen en douchen.
Baden, zwemmen en het hebben van seks kunt u beter uitstellen totdat u geen bloed en vocht meer verliest.
Dat is meestal na enkele weken het geval.
Fietsen en autorijden kunt u weer doen vanaf het moment dat u geen pijnstillers meer gebruikt die de rijvaardigheid beïnvloeden en uw conditie en concentratievermogen de deelname aan het verkeer weer toelaten.

Afspraak op de poli

Na 6 weken heeft u een afspraak op de polikliniek of telefonisch met de behandelend gynaecoloog. Bij voorkeur krijgt u deze afspraak mee bij het ontslag of wordt u verzocht om vanuit thuis de polikliniek te bellen voor een afspraak. Het definitieve effect van de embolisatie is dan nog niet goed te beoordelen. Enkele maanden na de embolisatie wordt opnieuw met u besproken wat het resultaat is en of er nog een aanvullende behandeling noodzakelijk is. Er wordt dan weer een echo of een MRI-scan van de vleesbomen en buik gemaakt.

Pijnbehandeling

Tijdens en na de embolisatie kunt u pijn ervaren.

lees meer

Pijnbehandeling

Pijnstilling is belangrijk. Tijdens en na de embolisatie kunt u pijn ervaren. Met name in de eerste uren na de behandeling. Deze pijn ontstaat door het belemmeren van de bloedtoevoer naar het myoom waardoor deze deels afsterft. Het is belangrijk dat u niet teveel pijn heeft en dat eventuele pijn vroegtijdig wordt behandeld.
Teveel pijn kan namelijk belemmeren dat u goed herstelt en ervoor zorgen dat u langer in het ziekenhuis moet blijven.
Vlak voor en na de behandeling krijgt u op vaste tijden paracetamol en/of diclofenac.
Het geven van deze pijnstillers op vaste tijden heeft een beter pijnstillend effect en vormt daardoor de basis van de pijnbehandeling. Daarnaast zijn soms sterkere pijnstillers nodig zoals morfine of morfine-achtige medicijnen.

Pijnpomp

Veel patiënten krijgen een Patient Controlled Analgesia (PCA)-pomp. Dit is een infuuspomp met morfine of andere morfine-achtige medicijnen die uzelf kunt bedienen. Na de behandeling krijgt u de toedieningsknop van de pomp in de hand zodat u zelf pijnstilling kunt toedienen als de pijn opkomt. De PCA-pomp wordt zo ingesteld dat u nooit teveel medicijnen krijgt. Hierdoor heeft u op de eerste dag zelf min of meer de controle over de pijn. Het is belangrijk dat u de arts en verpleegkundige goed op de hoogte houdt van de pijn. Zij zullen u een aantal keren per dag naar pijn vragen, maar het is ook belangrijk dat u het zelf aangeeft als u pijn heeft. We zullen u geregeld vragen naar uw pijnscore. U geeft dan een cijfer aan de pijn tussen de 0 en de 10, waarbij 0 staat voor geen pijn; en 10 voor de meest ernstige pijn die u zich voor kunt stellen. De pijn verdwijnt meestal binnen
2 weken.

Contact met de afdeling Interventie Radiologie

voor uw vragen of als u verhinderd bent en een nieuwe afspraak wilt maken

lees meer

Contact met de afdeling Interventie Radiologie

Voor rechtstreeks contact met de afdeling Interventie Radiologie, kunt u bellen met 024-3616655.
U kunt hier terecht als u nog vragen heeft of als u uw afspraak wilt verzetten of wilt annuleren.

Wij zijn bereikbaar van
8.15- 16.30 uur.