Behandeling Plaatsen van een botverankerd hoorsysteem (BCD)


Wat is het doel van de behandeling?

Een BCD (Bone Conduction Device) is een botverankerd hoortoestel. Achter het oor wordt een implantaat geplaatst, een Bone Implant. Hierop wordt de BCD bevestigd waarmee de gebruiker weer geluid hoort.


Doelgroep Voor wie is een BCD geschikt?

Een BCD is geschikt wanneer u een incomplete of afwezige gehoorgang heeft of als u geen hoortoestel kan of mag dragen. Ook als u aan één kant doof bent, kan een BCD geschikt zijn.

lees meer

Doelgroep Voor wie is een BCD geschikt?

Een BCD is geschikt wanneer u:
  • een incomplete of afwezige gehoorgang heeft
  • u geen hoortoestel kan of mag dragen (bijvoorbeeld wanneer u regelmatig oorontstekingen heeft door afsluiting van de gehoorgang met het oorstukje van een gewoon hoortoestel)
Ook wanneer u aan één kant doof bent, kan een BCD geschikt zijn. Deze geeft het geluid van de dove zijde door aan de goedhorende zijde. Op die manier neemt u geluid waar van de dove kant, zonder dat u uw hoofd hoeft te draaien.
 

De operatie Wat kunt u verwachten?

De plaatsing van een BI-implantaat gebeurt op de OK meestal onder lokale verdoving, soms onder algehele narcose (voornamelijk bij kinderen). De operatie duurt ongeveer 30 minuten.


Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio) zoals uw arm, been of onderlichaam tijdelijk verdoofd. Bij lokale anesthesie wordt een klein stukje huid plaatselijk verdoofd, bijvoorbeeld om een wond te hechten.

lees meer

Lokale en regionale anesthesie Plaatselijke verdoving

Bij regionale anesthesie wordt een gedeelte van uw lichaam (een regio) zoals uw arm, been of onderlichaam tijdelijk verdoofd. Vaak wordt dan gebruik gemaakt van een echoapparaat. Tijdens de ingreep bent u bij bewustzijn. Soms wordt deze vorm van anesthesie gecombineerd met sedatie. Om een gedeelte van uw lichaam te verdoven, injecteert de anesthesioloog een verdovend middel rond de zenuwen die op pijn reageren. Meestal zijn de zenuwen die ander gevoel en bewegen mogelijk maken ook tijdelijk uitgeschakeld.

Ruggenprik

  • Spinaal
    Bij spinale anesthesie verdoven we uw hele onderlichaam. U krijgt een injectie laag onderin uw rug. De verdovingsvloeistof komt dan in de ruggenmergvloeistof terecht. Op deze plaats zitten zenuwen die naar het onderlichaam lopen. De verdoving zorgt ervoor dat het hele onderlichaam eerst warm en daarna gevoelloos wordt. Na een tijdje kunt u uw benen niet meer bewegen. Ook voelt u het niet als uw blaas vol raakt. De anesthesioloog let hier op. Soms is het nodig om na de ingreep de blaas te legen met blaaskatheter. 
  • Epiduraal
    Bij epidurale anesthesie krijgt u een injectie in uw rug op de hoogte van de plek waar u geopereerd wordt. Op die plek brengen we meestal ook een infuusslangetje in waarmee we tijdens en na de operatie extra verdovingsvloeistof kunnen toedienen. Omdat de verdoving ook de zenuwen naar de blaas kan verdoven, krijgt u een blaaskatheter.

Bijwerkingen

  • Onvoldoende pijnstilling
    Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. U krijgt als het mogelijk is extra verdoving. Helpt dat niet dat dan zal de anesthesioloog samen met u een andere vorm van verdoving kiezen, bijvoorbeeld algehele anesthesie.
  • Lage bloeddruk / trage hartslag
    Door de ruggenprik daalt uw bloeddruk. Soms wordt ook uw hartslag traag. Dit merkt u door een duizelig of flauw gevoel. Daarom houdt de anesthesioloog uw hartslag en bloeddruk nauwkeurig in de gaten. Geef het zelf ook aan als u zich niet goed voelt. De anesthesioloog kan direct medicijnen toedienen om de bloeddruk te verhogen en de hartslag te versnellen.
  • Hoofdpijn
    Na een ruggenprik krijgt u soms hoofdpijn. Dit heeft te maken met te lage druk in de ruggenmergsvloeistof. Deze hoofdpijn is anders dan een ‘gewone’ hoofdpijn omdat de pijn minder wordt bij plat liggen en verergert bij overeind komen. Meestal verdwijnt ze hoofdpijn binnen een week. Is de hoofdpijn zo hevig dat u in bed moet blijven, neem dan contact op met de afdeling Anesthesiologie.

Verdoving van een arm of been

Als alleen (een gedeelte van) uw arm of been wordt verdoofd, krijgt u een injectie met verdovingsvloeistof vlakbij de zenuw(en) van het operatiegebied. Het betreffende lichaamsdeel kan warm worden en gaan tintelen. Geleidelijk aan kunt u het niet meer bewegen.
Als u na de operatie weer naar huis gaat, en de verdoving is nog niet uitgewerkt, moet u extra voorzichtig zijn. Zonder dat u het voelt, kan u dit lichaamsdeel beschadigen. Bij een ingreep aan uw arm of hand is het verstandig een mitella te dragen.

Bijwerkingen

  • Onvoldoende pijnstilling
    Het kan gebeuren dat de verdoving niet voldoende werkt. U krijgt als het mogelijk is extra verdoving. Helpt dat niet dat dan zal de anesthesioloog samen met u een andere vorm van anesthesie kiezen. Bijvoorbeeld extra pijnstillers of algehele anesthesie. 
  • Na de operatie
    Het is normaal dat u na de behandeling tintelingen voelt in uw arm of been. Dit komt meestal omdat de verdoving nog niet helemaal is uitgewerkt. Ook kan het zijn dat de zenuw door de verdoving wat geïrriteerd is geraakt.
  • Toxische reacties
    Tijdens of na het aanbrengen van de verdovingsvloeistof kan een deel hiervan in uw bloed terechtkomen. Dit merkt u door een metaalachtige smaak, tintelingen rond de mond, oorsuizen of een onrustig gevoel.
Als de verdoving is uitgewerkt krijgt u langzaam weer gevoel en kunt u weer bewegen. Uw wond zal geleidelijk aan pijn gaan doen. Hiervoor krijgt u pijnstillers.

Verzorging en onderhoud Hoe verzorg ik het implantaat van mijn BCD?

Maak de zijkant van het implantaat 1 keer per dag schoon met een zachte tandenborstel of scheerkwast. Het is belangrijk ook de binnenkant van het implantaat goed schoon te houden. U komt jaarlijks naar het BDC-spreekuur.

lees meer

Verzorging en onderhoud Hoe verzorg ik het implantaat van mijn BCD?

Dagelijkse verzorging

Maak de zijkant van het implantaat bij voorkeur één keer per dag schoon met een vochtig doekje (babylotiondoekje), of bijvoorbeeld tijdens het douchen met een zachte douchestraal en wat shampoo.

Wekelijkse verzorging

Het is belangrijk ook de binnenkant van het implantaat goed schoon te houden. Ook dit gaat het beste onder de douche. Als het vuil moeilijk loslaat, probeer het dan met warm water los te weken. Verzorg de huid rondom het implantaat zo nodig met een huidolie (babylotion). 

Jaarlijkse controle

U komt jaarlijks naar het BI-spreekuur. Tijdens dit spreekuur controleren we of het implantaat nog steeds goed bevestigd is en of de huid rondom nog in goede staat verkeert. Het spreekuur is ook een goed moment om eventuele vragen te stellen. 
U kunt zich ook aanmelden bij onze digitale community op Hereismydata.net om vragen aan het team of elkaar (lotgenoten) te stellen: https://bi.hereismydata.net/login.

Vergoeding

Alle zorgverzekeraars vergoeden de operatie volledig, evenals de BCD en een vijfjarig reparatiepakket.

Defecte BCD

Er zijn twee fabrikanten van BCD'S: Oticon Medical en Cochlear. Op de doos van uw hoortoestel staat de firmanaam. Bij een defect Cochlear toestel neemt u contact op met Cochlear Benelux: T (070) 770 36 68. Het defecte toestel wordt bij u afgehaald voor reparatie. Na reparatie wordt de retourzending voor u geregeld. Houd rekening met een reparatietijd van twee werkdagen.

Bij een defect Oticon toestel neemt u contact op met Oticon Medical: T(020) 345 08 07. U krijgt aan de telefoon verdere instructies voor uw reparatie.

Vragen over de werking van uw BCD? Neem dan contact op met ons Audiologisch Centrum: T(024) 361 35 06, optie 2 in het menu.

Klachten rondom implantaat

Indien u pijnklachten, infectie of  een loszittend implantaat bemerkt, neemt u dan contact op met de polikliniek KNO voor de juiste instructies of een extra controleafspraak. Telefoonnummer (024) 361 35 06 (vraag naar gespecialiseerde BCD-verpleegkundige).


Contact

Afdeling Keel-Neus-Oorheelkunde
(024) 361 35 06


Naar uw afspraak

Ingang: Ingang West
Route: 383

bekijk route

Naar uw afspraak

Bezoekadres

Philips van Leydenlaan 15
6525 EX Nijmegen

Huispostnummer: 383

Routebeschrijving

Reis naar Philips van Leydenlaan 15
Ga naar binnen bij: Ingang West
Volg route 383

Afdeling Keel-Neus-Oorheelkunde

De afdeling KNO van het Radboudumc biedt patiëntenzorg op het gebied van oorchirurgie, neus- en aangezichtschirurgie en hoofd-halschirurgie. Daarnaast doen we wetenschappelijk onderzoek en geven we onderwijs aan studenten Geneeskunde en KNO-artsen in opleiding.

lees meer

Audiologisch centrum

In het universitair Audiologisch Centrum (AC) onderzoeken en behandelen we gehoorproblemen en/of spraak- en taalproblemen.

lees meer

Hearing & Implants

U kunt bij Hearing & Implants terecht wanneer een normaal hoortoestel u niet meer voldoende spraakverstaan oplevert.

lees meer

Links contact met andere BCD-gebruikers

inloggen