Vragen en antwoorden over onderzoek naar kaart met parkinson
Op deze pagina beantwoorden we vragen naar aanleiding van het onderzoek over de kaart met het aantal nieuwe diagnoses van de ziekte van Parkinson in 2017-2022. Meer over dit onderzoek lees je in dit nieuwsbericht.
-
Leeftijd
Parkinson komt vooral voor bij oudere mensen. Hoe ouder iemand wordt, hoe groter de kans dat de ziekte zich ontwikkelt. De meeste mensen krijgen de diagnose na hun 65e. Het is niet duidelijk of leeftijd op zichzelf een risicofactor is voor het krijgen van parkinson. Mogelijk kan de relatie met veroudering verklaard worden door een langduriger blootstelling aan schadelijke stoffen in de omgeving naarmate mensen ouder worden.
Geslacht
Mannen krijgen vaker parkinson dan vrouwen. De precieze reden is niet bekend. Mogelijke verklaringen zijn:
- Vrouwelijke hormonen zouden de hersenen deels kunnen beschermen.
- Mannen zijn of waren vaker blootgesteld aan schadelijke stoffen via hun werk.
- De hersenen van mannen en vrouwen verschillen iets in opbouw en werking.
Sociaaleconomische positie (bijvoorbeeld opleiding en inkomen)
Mensen met een hogere sociaaleconomische positie krijgen vaker de diagnose parkinson. Waarom dat zo is, weten we nog niet precies. Mogelijke verklaringen zijn:
- Verschillen in leefstijl, bijvoorbeeld verschillen in rookgedrag (mensen met een hogere sociaaleconomische positie roken minder vaak, en niet-rokers hebben een hoger risico op het krijgen van parkinson).
- Mensen met meer opleiding of inkomen komen mogelijk sneller bij een specialist, waardoor parkinson eerder wordt herkend.
- Het is ook mogelijk dat eigenschappen die later met parkinson in verband worden gebracht, al op jonge leeftijd invloed hebben op iemands schoolkeuzes en loopbaan.
Hier is dus meer onderzoek voor nodig.
-
In dit onderzoek is geen duidelijke concentratie van parkinson gevonden in specifieke gebieden die passen bij bijvoorbeeld veel landbouw of slechte luchtkwaliteit.
Dat betekent niet dat de omgeving geen rol speelt. Het geobserveerde patroon op de landkaart suggereert een rol voor de omgeving bij het ontstaan van parkinson. Parkinson ontstaat door een samenspel van meerdere factoren, waarbij elke afzonderlijke factor een deel van het risico verklaart. Daardoor zie je geen duidelijke clusters op de kaart waar het vaker voorkomt.
Belangrijk om te weten:
- Het risico op parkinson wordt over tientallen jaren opgebouwd.
- Mensen verhuizen, wisselen van werk en veranderen hun leefstijl gedurende die lange periode.
- De samenstelling van stoffen in de omgeving verandert in de loop van de tijd.
- Dit onderzoek keek naar groepen mensen, niet naar individuele persoonlijke blootstelling.
De kracht van dit onderzoek is dat voor het eerst in Nederland betrouwbaar en zorgvuldig onderzoek gedaan is naar het aantal nieuwe diagnoses van parkinson. Dat maakt dit onderzoek dus een belangrijk startpunt voor vervolgonderzoek. Er is in dit onderzoek dus niet gekeken naar individuele blootstelling aan omgevingsfactoren. Dat vraagt om verder onderzoek. Dat onderzoek wordt op dit moment uitgevoerd (OBO2 en PD‑PEST).
-
Nee, dat kunnen we niet concluderen. Wat dit onderzoek laat zien, is dat geen enkele factor alles verklaart. Zo weten we uit eerdere onderzoeken dat luchtvervuiling en beroepsmatige blootstelling aan pesticiden het risico verhoogt. Deze effecten zie je niet altijd terug op een kaart, omdat binnen één regio de blootstelling sterk kan verschillen. Dat geldt zeker voor een dichtbevolkt land als Nederland. Omgevingsfactoren blijven dus relevant, ook al zie je niet één dominante factor terug op de landkaart. Het risico op parkinson lijkt te worden bepaald door een samenspel tussen verschillende (omgevings)factoren.
-
Nee, dat kunnen we uit dit onderzoek niet afleiden. Hoewel dit onderzoek geen hogere percentages van parkinson in landbouwgebieden laat zien, betekent dit niet dat pesticiden automatisch veilig zijn. Het onderzoek keek naar diagnoses tussen 2017 en 2022 en vond geen duidelijke relatie met specifieke landbouwregio’s. Dat kan komen doordat Nederland dichtbevolkt is en luchtvervuiling, wat we vooral in steden zien, ook een belangrijke risicofactor voor parkinson is. Hierdoor vervagen verschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden.
Eerder internationaal onderzoek toont wél een verband tussen beroepsmatige blootstelling aan pesticiden en parkinson. Voor omwonenden zijn er in internationaal uitgevoerde onderzoeken voorzichtige aanwijzingen dat ook zij een hoger risico op parkinson hebben, maar in Nederland is hiervoor geen duidelijk of zeker bewijs. Dit onderzoek is daarom vooral een startpunt: vervolgstudies, zoals OBO2 en PD-PEST, bekijken op individueel niveau veel preciezer welke blootstellingen mogelijk een rol spelen.
-
Dat betekent dat de snelheid waarmee er elk jaar méér nieuwe patiënten bijkomen niet steeds verder toeneemt, en ook niet afneemt. Toch neemt het aantal bestaande patiënten met parkinson wel duidelijk toe, ook in Nederland. Deze sterke groei van het totaal aantal mensen met parkinson komt vooral door:
- Vergrijzing: meer mensen worden ouder, en mensen leven langer.
- Mensen leven langer met de ziekte van parkinson dankzij betere zorg, onder meer door behandeling door de in parkinson gespecialiseerde experts die zijn aangesloten bij het landelijke ParkinsonNet.
- Betere herkenning van andere aandoeningen (dit noemen we atypisch parkinsonisme) die in eerste instantie lijken op parkinson, waar in het verleden wellicht de diagnose parkinson (onterecht) werd gesteld.
Het is voorzichtig positief, we zien in Nederland geen groei van het jaarlijkse aantal nieuwe parkinson-diagnoses, zoals in bijvoorbeeld China en de Verenigde Staten wel het geval lijkt te zijn, maar dat is geen reden om achterover te leunen. Parkinson is een ernstige aandoening met grote gevolgen.
-
Aanvullend onderzoek is zeker nodig, en dat gebeurt op dit moment al.
Nu bekend is waar parkinson voorkomt, kan beter worden onderzocht waarom. Lopend onderzoek (OBO2-onderzoek en PD-Pest-onderzoek) kijkt op gedetailleerd en individueel niveau onder meer naar:
- Blootstelling aan stoffen in het verleden (via vragenlijsten) en heden (via metingen in het lichaam en het huisstof)
- Luchtkwaliteit en pesticiden rond de woning
- Stoffen in huisstof of lichaam (bloed en ontlasting)
- Beroepsmatige blootstelling, door vragen over het werkverleden
- Leefstijl, zoals bewegen
- Erfelijke aanleg
Deze onderzoeken combineren al deze factoren om het totale risico beter te begrijpen.
-
Ja, die bestaan en zijn openbaar:
- Kaarten van luchtvervuiling (RIVM);
- Kaarten van landgebruik en landbouw, zoals bloembollen en fruitteelt;
- Overzichten van veehouderij.
Deze kaarten laten geen duidelijke overlap zien met de spreiding van parkinson zoals dat in het huidige onderzoek is gevonden.
-
Dat weten we nog niet. Het opvallende verschil, bijvoorbeeld tussen Noord‑Nederland en Zeeland, heeft op dit moment geen duidelijke verklaring. Lopend onderzoek, waaraan mensen uit heel Nederland meedoen, probeert dit uit te zoeken door erfelijkheid, omgeving en leefstijl gezamenlijk te bekijken.
-
Nee. Het aantal nieuwe diagnoses per jaar is stabiel, maar het totaal aantal mensen met parkinson neemt toe. Dat komt doordat mensen ouder worden en langer met de ziekte leven. Het is niet duidelijk of leeftijd op zichzelf een risicofactor is voor het krijgen van parkinson. Mogelijk kan de relatie met veroudering verklaard worden door een langduriger blootstelling aan schadelijke stoffen in de omgeving naarmate mensen ouder worden.
-
Aan de ene kant is de aandacht voor pesticiden heel begrijpelijk. Pesticiden kregen in het verleden veel aandacht omdat sommige middelen (bijvoorbeeld paraquat en rotenon) in verband zijn gebracht met parkinson, vooral bij mensen die er in hun werk mee te maken hadden. Aanwijzingen voor een relatie tussen pesticiden en parkinson bestaan al sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw, en er is veel bewijslast uit diverse typen onderzoek. Aan de andere kant laat dit nieuwe onderzoek zien dat landbouwactiviteit niet een verklarende factor is voor regionale verschillen. De nieuwe bevindingen tonen aan dat de omgeving een rol speelt in het ontstaan van parkinson, maar benadrukt ook dat meerdere factoren meespelen. Daarom is het niet terecht uitsluitend te focussen op pesticiden uit de landbouw. Ook andere factoren zoals luchtverontreiniging, zware metalen en oplosmiddelen kunnen een rol spelen bij het ontstaan van parkinson.
-
Daar zijn verschillende verklaringen voor:
- De mate van blootstelling verschilt tussen landen. Het eerste landkaartonderzoek, uitgevoerd in Québec in Canada, dateert van de jaren ’80 van de vorige eeuw, toen andere en mogelijk meer schadelijke middelen werden gebruikt.
- Giftige stoffen die waarschijnlijk een relatie hebben met parkinson, zoals paraquat, zijn in Nederland al langere tijd verboden, maar worden in bijvoorbeeld de Verenigde Staten nog steeds gebruikt.
- In andere landen zien we andere landbouwvormen, zoals wijnteelt in Frankrijk, wat we in Nederland weinig zien.
- Mogelijke verschillen in leefstijl en genetische achtergrond van de blootgestelde bevolking.
- De manier van registreren en diagnosticeren verschilt per onderzoek.
Nederland is hierin niet automatisch vergelijkbaar.
-
Het aanwijzen van één oorzaak voor parkinson is ingewikkeld en vraagt om zorgvuldig, langdurig onderzoek. Eén enkel onderzoek dat alleen statistische verbanden bekijkt, kan niet definitief vaststellen of een bepaalde omgevingsfactor parkinson veroorzaakt. Daarom is het belangrijk dat er in Nederland meerdere soorten onderzoeken worden gedaan en dat de resultaten worden vergeleken met studies uit het buitenland. Als verschillende onderzoeken hetzelfde beeld laten zien, groeit de zekerheid dat er écht sprake is van een oorzakelijk verband.
Ook moeten bevindingen uit bevolkingsonderzoek worden gecombineerd met laboratoriumonderzoek, waarin wordt onderzocht wat bepaalde stoffen doen met hersencellen. Zo ontstaat een sterker totaalbeeld. Wetenschappers proberen onzekerheid zo klein mogelijk te maken, maar volledige zekerheid is vaak niet haalbaar. Daarom is een strenge beoordeling van chemische stoffen vooraf heel belangrijk. Regelgevende instanties zoals EFSA en het Ctgb spelen hierin een cruciale rol, en onafhankelijke toetsing wordt steeds urgenter.
-
Deze kaart laat zien in welke gebieden in Nederland diagnoses zijn gesteld in de periode 2017-2022. Dat betekent echter niet automatisch dat het gebied zelf de oorzaak is. De cijfers zijn gebaseerd op de postcode van mensen op het moment van het stellen van de diagnose. We weten niet hoe lang iemand daar heeft gewoond of waar die persoon eerder in het leven aan risicofactoren is blootgesteld. Omdat de periode tussen blootstelling en de diagnose parkinson tot wel tientallen jaren kan duren, kan de oorzaak heel goed ergens anders liggen dan de plek waar iemand momenteel woont ten tijde van het stellen van de diagnose.
Daarnaast kunnen verschillen tussen gebieden komen door leefstijl, leeftijdsopbouw, diagnostiek of toegang tot zorg. Voor veel variatie is de oorzaak onbekend. Daarom is vervolgonderzoek op individueel niveau nodig, wat in het OBO2- en PD-Pest-onderzoek wordt gedaan.
Deze kaart zegt niets over het risico voor individuele inwoners. De cijfers gelden voor een hele wijk of regio samen. Binnen één gebied wonen mensen met zeer verschillende leeftijden, leefstijlen en gezondheidsrisico’s, waardoor het gemiddelde niet toepasbaar is op één persoon. Een hoger aantal diagnoses in een buurt betekent dus níet dat iedereen daar een hoger risico heeft. Individuele risico’s verschillen sterk per persoon.