Patientenzorg Aandoeningen Schildklieraandoeningen

Veelvoorkomende aandoeningen aan de schildklier

Een schildklier kan om diverse redenen ontregeld raken. Hierdoor werkt hij in de meeste gevallen te snel.

lees meer

Veelvoorkomende aandoeningen aan de schildklier

De schildklier is een endocrien orgaan. Dit betekent dat het een orgaan is dat hormonen produceert. De schildklier is het enige orgaan dat jodium opneemt. Met dit jodium maakt de schildklier de hormonen T3 en T4 aan. De productie van deze hormonen wordt aangestuurd door de hersenen, die daarvoor TSH (thyroid stimulerend hormoon) aanmaken.

Te snel werkende schildklier

Een schildklier werkt soms te snel. Dit betekent dat de hormonen T3 en/of T4 in te grote hoeveelheden worden aangemaakt door de schildklier. In sommige gevallen is dit met medicijnen te remmen of te genezen. In een groter deel van de gevallen kan alleen een behandeling met radioactief jodium of een operatie een oplossing zijn.

Er zijn verschillende vormen van een te snel werkende schildklier, zoals Morbus Graves, multinodulair struma (MNS) met te snel werkende functie en een toxische nodus. Lees meer over diverse schildklieraandoeningen die we behandelen op de pagina van de Schildklierpolikliniek of vraag uw behandelend specialist om meer uitleg.


Vergrote schildklier

Een schildklier kan ook klachten veroorzaken doordat de omvang is toegenomen. Een vergrote schildklier heet een struma. Het is mogelijk dat een vergrote schildklier voorkomt in combinatie met een te snel werkende schildklier. In beide gevallen adviseren we vaak een radioactieve jodiumbehandeling.

Nucleaire Geneeskunde

Nucleaire Geneeskunde voert diagnostisch onderzoek uit met radioactieve stoffen. Daarmee kunnen we diverse afwijkingen en stofwisselingsprocessen zichtbaar maken. Ook behandelen we bepaalde aandoeningen, zoals schildklierkanker, met radioactieve stoffen.

lees meer

Onderzoeken bij schildklier­aandoeningen

Er zijn verschillende redenen om doorverwezen te worden voor een behandeling met radioactief jodium. In bijna alle gevallen is er eerst een onderzoek nodig om een behandelplan op te kunnen stellen. We maken daarbij onderscheid tussen goedaardige en kwaadaardige schildklieraandoeningen.

  • Dit onderzoek maakt in de meeste gevallen duidelijk welke type schildklieraandoening u heeft.

    lees meer


    Diagnostische schildklierscan

    Als uw behandeld arts vermoedt dat u een te snel werkende schildklier heeft, maar nog niet helder heeft welke specifieke aandoening u heeft, dan kan hij u doorverwijzen voor een diagnostische schildklierscan. Dit onderzoek maakt in de meeste gevallen duidelijk om welke type schildklieraandoening het gaat (Morbus Graves, MNS of een toxische nodus). Het is ook mogelijk dat dit onderzoek aantoont dat u een schildklierontsteking heeft of onlangs heeft gehad.

    Lees meer over dit onderzoek.
     

  • Jodium uptake

    Als u een goedaardige schildklieraandoening heeft, wordt u opgeroepen voor een ‘jodium uptake’ onderzoek. Met een jodium uptake onderzoeken we de grootte van de schildklier en de mate van opname in de schildklier. Dit zijn belangrijke aspecten om een persoonlijk behandelplan voor u samen te stellen.

    Lees meer over dit onderzoek.

  • Jodiumretentie

    Als u geopereerd bent en uw hele schildklier is verwijderd, dan blijven er helaas altijd wat resten schildklierweefsel achter in het halsgebied. Daarnaast is het mogelijk dat kwaadaardige cellen zich verplaatst hebben (uitzaaiingen).
    U krijgt een jodiumretentie onderzoek om een behandelplan op te kunnen stellen. Tijdens dit onderzoek brengen we de jodiumopname van uw hele lichaam in beeld.
    Alleen schildklierweefsel neemt jodium op. Met dit onderzoek bekijken we of er alleen jodium opgenomen wordt in het halsgebied (restant na operatie) of ook op andere plekken in het lichaam. Afhankelijk van de uitslag van deze scan, in combinatie met de bloeduitslagen en de operatiebevindingen, stellen we een behandelplan op. Daarna krijgt u een nabehandeling met radioactief jodium.

    Lees meer over dit onderzoek.

Behandelingen bij schildklier­aandoeningen

Er zijn ook verschillende behandelplannen mogelijk voor schildklieraandoeningen. We raden u aan om de bevindingen van het onderzoek af te wachten. Dit om te voorkomen dat u informatie over de verkeerde behandeling leest.

  • Bij bepaalde goedaardige schildklieraandoeningen adviseren we na het onderzoek een poliklinische behandeling

    lees meer


    Poliklinische behandeling

    Bij bepaalde goedaardige schildklieraandoeningen adviseren we na het onderzoek een poliklinische behandeling . Dit betekent dat u een behandeldosis krijgt toegediend die volgens de wet laag genoeg is om u daarmee naar huis te laten gaan. Er gelden bij thuiskomst wel diverse voorzorgsmaatregelen die we met u bespreken.

    Lees meer over deze behandeling.

  • Klinische behandeling

    Bij bepaalde goedaardige schildklieraandoeningen is een lage (poliklinische) behandeldosis niet voldoende en adviseren we een hogere dosis. Dit betekent dat u, afhankelijk van de dosis, minimaal 2 dagen tot maximaal enkele weken opgenomen wordt. Tijdens de opname neemt de hoeveelheid radioactieve stof in uw lichaam af. Zodra deze hoeveelheid onder de wettelijke norm komt, mag u weer naar huis. Er gelden bij thuiskomst wel diverse voorzorgsmaatregelen die we met u bespreken.

    Als u behandeld wordt voor een kwaadaardige schildklieraandoening, is de dosis van de behandeling altijd zo hoog dat u opgenomen moet worden. Deze opnameduur verschilt van 2 tot 5 dagen.

    Lees meer over de klinische behandeling van goedaardige schildklieraandoeningen.
    Lees meer over de behandeling van kwaadaardige schildklieraandoeningen.

  • MIBG behandeling

    De besproken onderzoeken en behandelingen met radioactief jodium-131 zijn van toepassing op schildklieraandoeningen. Er zijn ook endocriene ziekten, zoals een feochromocytoom of neuroblastoom, waarvoor u behandeld kunt worden met radioactief jodium-131-MIBG. Voor deze behandelingen moet u voor 1 tot 2 weken opgenomen worden.
    Lees meer over deze behandeling.

    Het onderzoek dat hieraan vooraf gaat is een MIBG-I-123 scan.
    Lees meer over dit onderzoek.
     

Vijf vragen aan Jo Coerwinkel

Jo Coerwinkel kreeg een radioactieve jodiumbehandeling. Wat hij zo fijn vond, is dat hij altijd kon bellen als hij vragen had over het een of ander.

lees meer

Vijf vragen aan Jo Coerwinkel

1 Hoe zag uw behandeling eruit?

‘Een paar jaar geleden kreeg ik te horen dat ik schildklierkanker had. Ik werd geopereerd en uiteindelijk is mijn hele schildklier verwijderd. Om eventueel achtergebleven schildklierweefsel weg te halen, kreeg ik daarna nog een radioactieve jodiumbehandeling op de afdeling Nucleaire Geneeskunde. Om het half jaar kreeg ik een kuur van 3 tot 4 dagen, die plaatsvond in een geïsoleerde kamer. In totaal heb ik 4 kuren gehad. Ik heb nu geen schildklierkanker meer, maar moet nog wel voor halfjaarlijkse controle naar de endocrinoloog in het Radboudumc.’

2 Hoe was het voor u om behandeld te worden in een geïsoleerde kamer?

‘Door de hoeveelheid straling mag je maar heel kort bezoek ontvangen. Daarom zat ik tijdens de kuur in een geïsoleerde kamer. In het begin vond ik het spannend om een paar dagen in isolatie te moeten verblijven. Gelukkig had ik goede boeken en mooie muziek meegenomen. En er was een televisie. Voor zover dat mogelijk is, heb ik me prima thuis gevoeld in het ziekenhuis.’

3 Hoe heeft u het contact met de medewerkers ervaren?

‘Bij de latere kuren raakte ik steeds meer bekend met de mensen van de afdeling Nucleaire Geneeskunde. De sfeer in het ziekenhuis was prettig. Ik vond het heel fijn dat ik steeds dezelfde medisch nucleair werkster had als vast aanspreekpunt. Ik kon haar altijd bellen als ik vragen had over het een of ander. Ook mijn vrouw heeft het ontvangst en de behandeling door medewerkers van deze afdeling als zeer prettig ervaren.’

4 Hoe verliep de communicatie tussen u en de afdelingen?

‘Als patiënt werd ik goed geïnformeerd over het zorgtraject. Ik had naast Nucleaire Geneeskunde ook te maken met andere afdelingen: Endocrinologie en Heelkunde. Ik kreeg te maken met verschillende artsen, maar de zorg is goed op elkaar afgestemd. Als ik na afloop van de consulten vragen had over mijn behandeling kon ik altijd bij mijn ‘vaste’ medisch nucleair werkster terecht. Dat was erg fijn.’
 

5 Hoe heeft u de zorg in het Radboudumc ervaren?

‘De zorg in het ziekenhuis en met name op de afdeling Nucleaire Geneeskunde, was heel goed. Na mijn laatste kuur heb ik de afdeling een kaartje gestuurd om ze te bedanken. Dat zegt toch eigenlijk genoeg over hoe ik de zorg ervaren heb?’

Ons team