Patientenzorg Behandelingen Operatie bij slokdarmkanker

Over de operatie

U komt in aanmerking voor een operatie als u geen uitzaaiingen heeft en uw lichamelijke conditie goed genoeg is. Tijdens de operatie verwijderen we de slokdarm en het bovenste gedeelte van de maag.

lees meer

Over de operatie

We verwijderen de slokdarm samen met het begin van de maag. Van het overgebleven deel van de maag (twee derde) maken we een buis: de buismaag. Deze verbinden we als ‘nieuwe slokdarm’ weer met het resterende deel van de slokdarm. Deze verbinding kan in de borstkas of in de hals worden gemaakt en noemen we een anastomose of naad. Maximaal een derde van de maag blijft uiteindelijk echt als maag functioneren.

Als de maag niet bruikbaar blijkt voor het maken van een buismaag (bijvoorbeeld door eerdere operaties aan de maag), kan in uitzonderlijke gevallen gekozen worden voor alternatieven als dunne of dikke darm (jejunum of colon interpositie). De risico’s en uitkomsten van dit type operatie zijn een stuk slechter dan van een buismaag reconstructie.

Voorwaarden voor operatie

U komt in aanmerking voor een operatie als:
  • u geen uitzaaiingen op afstand (verder weg dan de lokale lymfklieren) heeft
  • u geen bijkomende aandoeningen heeft die het risico op complicaties verhogen
  • uw longfunctie afdoende groot is
  • uw conditie goed is
  • u een goede voedingstoestand heeft
  • u bereid bent kwaliteit van leven in te leveren voor grotere kan op overleving

Bestraling en chemo gevolgd door operatie

De meeste mensen krijgen eerst een combinatie van chemotherapie en bestraling voordat ze geopereerd worden. Dat is om de tumor kleiner te maken, zodat de operatie makkelijker is. Ook verkleint het de kans dat er zich opnieuw een tumor ontwikkelt.

lees meer

Bestraling en chemo gevolgd door operatie

De meeste mensen krijgen eerst een combinatie van chemotherapie en bestraling voordat ze geopereerd worden. Dat is om de tumor kleiner te maken, zodat de operatie makkelijker is. Ook verkleint het de kans dat er zich opnieuw een tumor ontwikkelt.

Na de chemoradiotherapie heeft u een paar weken om te herstellen en in een zo goed mogelijke conditie te komen. Dat is belangrijk om de kans op problemen na de operatie te verkleinen. De operatie vindt gemiddeld 10 tot 12 weken na de laatste bestraling plaats. Mocht uw conditie het nog niet toelaten, wachten we ook nog wel eens langer.

Voorbereiding

Allereerst maken we een CT-scan om een bestralingsplan te maken. Eerder gemaakte scans zijn hier niet geschikt voor. Tijdens deze scan worden er met inkt strepen op uw lichaam gezet die nodig zijn om u iedere dag op dezelfde manier te kunnen positioneren. Zodra het bestralingsplan gemaakt is, start de behandeling. De eerste dag van de bestraling valt samen met uw eerste chemokuur. 

De behandeling

De bestralingsbehandeling bestaat uit 23 bestralingen die op achtereenvolgende werkdagen gegeven wordt. Deze behandeling combineren we met wekelijkse chemotherapie. De chemo krijgt u via een infuus toegediend.

Complicaties en bijwerkingen

Van de bestraling kunt u bijwerkingen krijgen. De meeste bijwerkingen treden op vanaf de tweede week van de behandeling. U kunt last krijgen van vermoeidheid, misselijkheid, branderig gevoel achter het borstbeen, pijn bij het eten of drinken en soms ook een verkleuring van de huid in het bestraalde gebied. De meeste bijwerkingen zijn met medicijnen onder controle te houden. De klachten verdwijnen binnen twee weken na de laatste bestraling.

Ook kan het zijn dat door de bestraling en chemotherapie het gebied in de slokdarm zwelt. Daardoor kan eten en drinken moeilijk voor u zijn. Afhankelijk van uw voedingsintake voorafgaand aan de bestraling, kan het nodig zijn voor of tijdens de bestralingen een voedingssonde te plaatsen. Dit is een slangetje die via uw neus in of voorbij de maag gelegd wordt om te zorgen dat u voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt. 

Na de chemoradiotherapie

Na de chemoradiotherapie maken we een PET/CT-scan om opnieuw te kijken in welk stadium de tumor zich bevindt. Ook kijken we goed of uw conditie nog steeds een operatie toelaat. Wanneer een operatie inderdaad mogelijk is, krijgt u nogmaals een uitgebreide voorlichting over uw operatie.
 

Na de operatie

Na de operatie heeft u veel verzorging nodig. Daarom gaat u eerst naar de intensive care afdeling (IC).

lees meer

Na de operatie

U ligt na de operatie aan veel slangen:
  • Als u tijdelijk beademd wordt, krijgt u daarvoor een buisje in uw keel. Daardoor kunt u niet praten. Zodra u zelf goed kunt ademen, kan het buisje eruit.
  • Er zit een plastic slangetje in uw neus dat naar de buismaag gaat (maagsonde). Deze maagsonde voert het maagsap af. Daardoor bent u minder snel misselijk. De maagsonde blijft minimaal 48 uur zitten.
  • U heeft een slangetje naast uw ruggenwervels. Daarmee kan de anesthesioloog pijnstilling geven (zenuwblokkade).
  • U heeft 1 of meer infusen waarmee u vocht krijgt. Tevens heeft u een groot infuus in de hals waarmee u vocht en voeding binnenkrijgt.
  • U heeft een slangetje van de blaas (urinekatheter) naar buiten. Uw urine vangen we op in een zak.
  • Uit de borstkas lopen slangetjes om lucht, wondvocht en bloed af te voeren (drains).

Intensive care

Na de operatie heeft u veel verzorging nodig. Daarom gaat u eerst naar de intensive care (IC). U blijft daar minimaal 2 nachten. Meestal kunt u daarna naar de gewone verpleegafdeling. De verpleegkundigen komen vaak bij u kijken, ook ‘s nachts. Ze controleren bijvoorbeeld uw bloeddruk, de wonden en drains en ze kijken of u goed doorademt en hoeveel pijn u heeft. Ook krijgt u injecties tegen de vorming van bloedstolsels (trombose).

Fysio

Het is na een slokdarmoperatie heel belangrijk dat u snel weer goed ademt. Daarvoor is het belangrijk dat u weer rechtop kunt zitten en dat u gaat bewegen. Bijvoorbeeld kleine stukjes lopen. Een fysiotherapeut helpt u hierbij.

Voedsel

Ook is het belangrijk dat u voldoende voedsel binnenkrijgt. Omdat het gelijk na de operatie niet mogelijk is om dat via de mond in te nemen, krijgt u tijdelijk voeding via de bloedbaan of via een sonde. Na een aantal dagen mag u langzaam meer gaan drinken en eten. Na ongeveer een week krijgt u voldoende voeding met uw nieuwe dieet binnen.

Controle

De gehele opname duurt meestal rond de 10 dagen. In geval van complicaties kan dit uiteraard langer duren. 1 tot 2 weken nadat u naar huis bent gegaan, gaat u naar uw eerste controle in het ziekenhuis. De arts of verpleegkundige controleert de wonden. U bespreekt hoe het gaat.

Meestal komt u na 6 weken nog een keer op controle. Daarna om de 3 maanden. In het 2e jaar heeft u elke 6 maanden controle. Na 3 jaar komt u waarschijnlijk nog maar 1 keer per jaar op controle. Na 5 jaar zijn controles niet meer nodig. Soms kan in overleg met u besloten worden de controles dichter bij huis te laten plaatsvinden.
 

Bijwerkingen en complicaties

U kunt o.a. last krijgen van ontstekingen, nabloedingen en/of een hese stem.

lees meer

Bijwerkingen en complicaties

Bijwerkingen rondom de operatie:

Lekkage

Lekkage van de aansluiting van de nieuwe slokdarm (naadlekkage). U kunt dan koorts krijgen of zelfs ernstig ziek worden. Soms moet u opnieuw geopereerd worden, of plaatsen we nieuwe drains. De kans op het krijgen van een lekkage is landelijk ongeveer 20%. Indien lekkage optreedt, is dit meestal een aantal dagen na de operatie, dus terwijl u nog in het ziekenhuis bent opgenomen.

Ontstekingen

Zoals een longontsteking, een ontsteking van de operatiewond of een urineweginfectie. In geval van een ontsteking krijgt u vaak een antibioticakuur. De kans op longontstekingen is ongeveer 25%.

Nabloeding

In geval van een nabloeding moet u misschien weer geopereerd worden. De kans op een nabloeding is erg klein.

Een hese stem

U kunt hees worden als tijdens de operatie een stembandzenuw is geraakt. Dit gaat meestal weer over na verloop van tijd. De kans hierop is ongeveer 0,5% bij een verbinding in de borstkas en 9% bij een verbinding in de hals. 

Verlies van lymfevocht

Veel verlies van lymfevocht in de borstkas of uit de wond door beschadiging van een lymfevat. Hierdoor verliest u veel eiwitten en vetten. U krijgt dan aangepaste voeding. Soms is een operatie nodig om het lymfevat dicht te maken. De kans hierop is 11%.

Bloedstolsel

Een bloedstolsel in het been of in de longen (trombose/longembolie). U krijgt medicijnen om de kans daarop te verkleinen in de vorm van injecties. Deze injecties zult U tot 4 weken na de operatie moeten nemen, en er zal tijdens de opname met U geoefend worden zodat U bij ontslag deze injecties zelf kunt uitvoeren. De kans op een trombose rondom de operatie is met gebruik van deze injecties zeer klein (<4%).

Een hartinfarct of hartritmestoornissen

Een operatie van de slokdarm en het herstel daarna is een grote belasting voor uw hart en longen. Daarom heeft u rondom de operatie een verhoogde kans op een hartinfarct. Tevens kunnen er hartritmestoornissen optreden (onregelmatige hartslag). Dit komt doordat tijdens de operatie een bepaalde zenuw geprikkeld kan worden. De kans op hartproblemen rondom de operatie is ongeveer 23%. 

Overlijden

Ongeveer 3 tot 5 van de 100 mensen overlijdt tijdens of korte tijd na een slokdarmoperatie. Deze kans is groter bij mensen met een hart- of longaandoening en mensen boven de 70 jaar.

Mogelijke bijwerkingen en complicaties op langere termijn: 

Passageklachten

De nieuwe aansluiting van de slokdarm op de maag kan naar verloop van tijd vernauwen. Hierdoor ‘zakt’ het voedsel niet goed meer. In dit geval probeert de MDL-arts de slokdarm (tijdelijk) wijder te maken. Dit gebeurt soms wel iedere week. Tevens kan het ledigen van de maag vertraagd zijn door een te sterk werkende sluitspier op de overgang tussen maag en twaalfvingerige darm. Hiervoor kan de MDL-arts injecties geven in de sluitspier, om deze te laten ontspannen. In beide gevallen kan het nodig zijn dat u, tijdelijk, weer sondevoeding krijgt.

Dumpingsyndroom - te snelle maagontlediging

Normaal geeft de maag steeds kleine beetjes voeding door aan de twaalfvingerige darm, zodat suikers gedoseerd in het lichaam worden opgenomen en het suikergehalte in het bloed stabiel blijft. Er kan echter ook een te snelle lediging van de maag plaatsvinden na inname van voedsel, met name suikers. Dit noemen we dumping.

A-functionele buismaag

Soms functioneert de buismaag zelf niet goed. Het doel van de slokdarm, en dus ook van de buismaag, is het transport van voedsel van de mond/keel holte naar de (overgebleven) maag. De functie van de maag is het vasthouden van voedsel, zodat het kan mengen met maagsap. Deze tegengestelde functie kan ook in de nieuwe situatie blijven bestaan. Hierdoor blijft voedsel in de buismaag staan en kan leiden tot een vol gevoel, onvermogen tot eten, zuurbranden en braken. Meestal pakt de buismaag na verloop van tijd de transportfunctie op, maar dit kan soms wel maanden duren. De hoeveelheden, tijdstippen, combinatie met drinken, soort voedsel en frequentie van eten, verschillen per patiënt. Dit maakt het lastig u hierin te begeleiden. Uiteindelijk lukt het de meeste mensen hiermee een goede kwaliteit van leven te bereiken.

Invloed operatie op kwaliteit van leven:

Conditie

Gedurende de behandeling met bestraling, chemotherapie en uiteindelijk de operatie kunt u veel conditie verliezen. Mogelijk komt u ook nooit meer terug op uw oude niveau.

Algehele kwaliteit van leven

Tijdens de behandeling voor slokdarmkanker met operatie zult u waarschijnlijk ervaren dat dit een negatieve invloed heeft op uw fysieke, emotionele en sociale welbevinden. Dit gaat meestal voorbij. Na ongeveer een jaar zijn de meeste zaken, zoals pijn, verminderde eetlust en maag/darmklachten, sociale activiteiten, weer redelijk op het niveau van voor de behandeling. Wel kunt u nog langere tijd meer vermoeid en kortademig zijn dan vroeger en last houden van de verandering in uw spijsverteringskanaal.

Impact op eetpatroon, eetlust en smaak

Na de operatie kunt u minder goed eten. Aangezien uw maaginhoud sterk is verminderd (een derde van de originele inhoud) kunt u alleen kleine porties eten of in sommige gevallen zelfs alleen vloeibare voeding. De lichamelijke veranderingen kunnen de eetlust en smaak beïnvloeden.

Reflux

Bij de operatie is het klepje van maag naar slokdarm verwijderd waardoor het terugvloeien van eten, drinken, maag- en/of galsap naar de mond kunnen uitlokken. Dit kan leiden tot zuurbranden.

Slaaphouding van 45 graden

Om te voorkomen dat maag- en/of galsap omhoogkomt adviseren wij u altijd te slapen onder een hoek van 45 graden.

Kriebelhoest en slijm

Als gevolg van slijm in uw keel kunt u last krijgen van kriebelhoest. Aangezien u door uw conditie mogelijk beperkt kracht heeft om te hoesten, kunnen deze klachten erg aanwezig zijn. Regelmatig vernevelen kan helpen.

Medicijnen

U moet uw leven lang een maagbeschermer slikken. Dit medicijn zorgt dat de maag minder zuur aanmaakt. Tevens kan het nodig zijn om extra vitamines in te nemen, zoals vitamine B12.

Indien gewenst kunt u rondom de operatie en in het traject erna op de polikliniek ondersteuning krijgen van een lotgenoot. Dit bespreekt uw arts met u.

Slokdarmkanker

Slokdarmkanker is een kwaadaardig gezwel van de slokdarm.

lees meer

Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft.

lees meer

Links voor u als patiënt

Onderstaande websites bieden u nuttige informatie, manieren om in contact te komen met lotgenoten of praktische informatie.