Bijwerkingen en complicaties

Zoals bij de meeste behandelingen kunt u last krijgen van bijwerkingen of complicaties. Dit zijn ongewenste of onbedoelde effecten van een medische behandeling. 

Ontstekingen

U kunt een ontsteking krijgen, bijvoorbeeld een longontsteking, een ontsteking van de operatiewond of een urineweginfectie. U krijgt dan vaak een antibioticakuur. De kans op longontstekingen is ongeveer 25%, dat betekent dat 1 van de 4 patiënten het krijgt.

Lekkage

De aansluiting van de nieuwe slokdarm kan gaan lekken (naadlekkage). U kunt dan koorts krijgen of zelfs ernstig ziek worden. Soms krijgt u opnieuw een operatie, of we plaatsen nieuwe drains. De kans op het krijgen van een lekkage is ongeveer 20%, dus het gebeurt bij 1 van de 5 patiënten. Als dit gebeurt, is dit meestal een aantal dagen na de operatie. Dus dan bent u nog in het ziekenhuis.

Hartinfarct of hartritmestoornissen

Een operatie van de slokdarm en het herstel daarna is zwaar voor uw hart en longen. Daarom heeft u rondom de operatie een verhoogde kans op een hartinfarct. Ook kunt u een onregelmatige hartslag (hartritmestoornis) krijgen. Dit komt doordat tijdens de operatie een bepaalde zenuw geprikkeld kan worden. De kans op hartproblemen rondom de operatie is ongeveer 23%. 

Hese stem

U kunt hees worden als er tijdens de operatie een stembandzenuw is geraakt. Dit gaat meestal weer over. De kans hierop is ongeveer 0,5% bij een verbinding in de borstkas en 9% bij een verbinding in de hals. 

Verlies van lymfevocht

In de borstkas loopt vlak naast de slokdarm een belangrijk lymfevat dat lymfevocht afvoert uit de buik. Als dit vat beschadigd raakt tijdens de operatie, kan dit lymfevocht lekken in de borstkas. Door het lekken van lymfevocht verliest u eiwitten en vetten. U krijgt dan aangepaste voeding. Soms is een operatie nodig om het lymfevat dicht te maken. De kans hierop is maximaal 11%.

Bloedstolsel

Een bloedstolsel in het been (trombose) of in de longen (longembolie). U krijgt medicijnen in de vorm van spuitjes (injecties) om de kans hierop te verkleinen. Deze injecties moet u tot 4 weken na de operatie nemen, Als u in het ziekenhuis ligt leert u hoe u dit zelf kunt doen. De kans op trombose rondom de operatie is door deze injecties klein (minder dan 4%).

Nabloeding

In geval van een nabloeding moet u misschien weer geopereerd worden. De kans op een nabloeding is erg klein.

Overlijden

Ongeveer 3 tot 5 van de 100 mensen overlijdt tijdens of kort na een slokdarmoperatie. Deze kans is groter bij mensen met een hart- of longaandoening en mensen boven de 70 jaar.

Mogelijke bijwerkingen en complicaties op langere termijn: 

Passageklachten

De nieuwe aansluiting van de slokdarm op de maag kan na een tijdje vernauwen. Hierdoor ‘zakt’ het voedsel niet goed meer. In dit geval probeert de arts de slokdarm (tijdelijk) wijder te maken. Dit gebeurt soms wel iedere week. Ook kan de sluitspier tussen de maag en twaalfvingerige darm te sterk werken waardoor het voedsel er niet of minder goed door kan. Hiervoor kan de  arts injecties geven in de sluitspier om deze te laten ontspannen. In beide gevallen kunt u tijdelijk weer sondevoeding krijgen.

Dumpingsyndroom 

Normaal geeft de maag steeds kleine beetjes voeding door aan de twaalfvingerige darm, zodat suikers beetje bij beetje in het lichaam worden opgenomen en het suikergehalte in het bloed hetzelfde blijft. Als de maag het voedsel en vooral de suikers te snel en in één keer doorgeeft noemen we dit het dumpingsyndroom.

A-functionele buismaag

Soms functioneert de buismaag zelf niet goed. Het doel van de slokdarm, en dus ook van de buismaag, is het transport van voedsel van de mond/keel holte naar de (overgebleven) maag. De functie van de maag is juist het vasthouden van voedsel, zodat het kan mengen met maagsap. Deze tegengestelde functie kan ook in de nieuwe situatie blijven bestaan. Hierdoor blijft voedsel in de buismaag staan en kan leiden tot een vol gevoel, niet kunnen eten, brandend maagzuur en braken. Meestal pakt de buismaag na verloop van tijd de transportfunctie weer op, maar dit kan soms wel maanden duren. Er zit verschil in de hoeveelheid voedsel die iemand kan eten, wanneer iemand eet, de combinatie met drinken, wat voor soort voedsel en hoe vaak iemand eet. Dit maakt het lastig om u hierin te begeleiden. Uiteindelijk lukt het meestal wel om een goede kwaliteit van leven te bereiken.

Invloed operatie op kwaliteit van leven:

Conditie

Tijdens de behandeling met bestraling, chemotherapie en de operatie kan uw conditie achteruit gaan. Misschien komt u ook nooit meer terug op uw oude niveau.

Kwaliteit van leven

Tijdens de behandeling voor slokdarmkanker met operatie merkt u waarschijnlijk dat uw fysieke, emotionele en sociale welbevinden achteruit gaan. Dit gaat meestal voorbij. Na ongeveer een jaar zijn de meeste zaken, zoals pijn, verminderde eetlust, maag/darmklachten en sociale activiteiten, weer ongeveer zoals voor de behandeling. Wel kunt u nog langere tijd meer moe en kortademig zijn dan vroeger en last houden van de verandering in uw spijsverteringskanaal.

Invloed op eetpatroon, eetlust en smaak

Na de operatie kunt u minder goed eten. Aangezien uw maag kleiner is (een derde van daarvoor) kunt u alleen nog kleine porties eten of in sommige gevallen zelfs alleen vloeibare voeding. De lichamelijke veranderingen kunnen de eetlust en smaak beïnvloeden.

Reflux

Bij de operatie is het klepje van maag naar slokdarm verwijderd waardoor het terugvloeien van eten, drinken, maag- en/of galsap naar de mond kunnen uitlokken. Dit kan leiden tot zuurbranden.

Slaaphouding van 45 graden

Om te voorkomen dat maag- en/of galsap omhoogkomt adviseren wij u altijd te slapen onder een hoek van 45 graden. Dat is half rechtop.

Medicijnen

U moet uw leven lang een pilletje slikken die uw maag beschermt (maagbeschermer). Dit medicijn zorgt ervoor dat de maag minder zuur aanmaakt. Ook kan het nodig zijn om extra vitamines in te nemen, zoals vitamine B12.

Patientenzorg Behandelingen Operatie bij slokdarmkanker

Over de operatie

U komt in aanmerking voor een operatie als u geen uitzaaiingen heeft en uw lichamelijke conditie goed genoeg is. Tijdens de operatie verwijderen we de slokdarm en het bovenste gedeelte van de maag. lees meer

Over de operatie

We verwijderen de slokdarm samen met het begin van de maag. Van het overgebleven deel van de maag (twee derde) maken we een buis: de buismaag. Deze verbinden we als ‘nieuwe slokdarm’ weer met het resterende deel van de slokdarm. Deze verbinding kan in de borstkas of in de hals worden gemaakt en noemen we een anastomose of naad. Maximaal een derde van de maag blijft uiteindelijk echt als maag functioneren.

Als de maag niet bruikbaar blijkt voor het maken van een buismaag (bijvoorbeeld door eerdere operaties aan de maag), kunnen we soms van een stuk van uw darm een slokdarm maken. De risico’s en uitkomsten bij dit soort operaties zijn een stuk slechter dan wanneer we een buismaag maken.

Voorwaarden voor een operatie

  • U heeft geen uitzaaiingen op afstand (verder weg dan de lokale lymfklieren).
  • U heeft geen andere aandoeningen die het risico op complicaties verhogen.
  • Uw longfunctie is voldoende.
  • Uw conditie is goed.
  • U een goede voedingstoestand.
  • U accepteert dat uw kwaliteit van leven afneemt, voor een grotere kans om de ziekte te overleven.


Contact Verpleegafdeling MDL en Chirurgische Oncologie

Bereikbaar van 8.00-17.00 uur
(024) 361 34 38

Naar uw afdeling adres en route

Ingang: Hoofdingang
Gebouw: C
Route: 751

bekijk route

Naar uw afdeling adres en route

Bezoekadres

Radboudumc hoofdingang
Geert Grooteplein Zuid 10
6525 GA Nijmegen

Routebeschrijving

Reis naar Geert Grooteplein Zuid 10
Ga naar binnen bij: Hoofdingang
Ga naar Gebouw C en volg route 751

Bestraling en chemotherapie gevolgd door operatie

De meeste mensen krijgen eerst een combinatie van chemotherapie en bestraling (chemoradiatie) en daarna een operatie. Dat is om de tumor kleiner te maken, zodat de operatie makkelijker is. Ook verkleint het de kans dat er opnieuw een tumor ontwikkelt. lees meer

Bestraling en chemotherapie gevolgd door operatie

De meeste mensen krijgen eerst een combinatie van chemotherapie en bestraling (chemoradiatie) en daarna een operatie. Dat is om de tumor kleiner te maken, zodat de operatie makkelijker is. Ook verkleint het de kans dat er opnieuw een tumor ontwikkelt.

Na de chemoradiotherapie heeft u een paar weken om te herstellen en in een zo goed mogelijke conditie te komen. Dat is belangrijk om de kans op problemen na de operatie te verkleinen. De operatie is meestal 10 tot 12 weken na de laatste bestraling. Mocht uw conditie het dan nog niet toelaten, dan wachten we ook nog wel eens langer.

Voorbereiding

Om het bestralingsplan te maken, maken we eerst een CT-scan. Eerder gemaakte scans zijn daar niet geschikt voor. Tijdens deze scan zetten we tatoeagepuntjes op uw lichaam. Deze zorgen ervoor dat we u iedere dag op dezelfde manier op de bestralingstafel kunnen laten liggen en u zo de bestraling op de juiste plek krijgt. Zodra het bestralingsplan gemaakt is, start de behandeling. Op de eerste dag van de bestraling, start u ook met uw eerste chemokuur.  

De behandeling

De bestralingsbehandeling bestaat uit 23 bestralingen die op achter elkaar op werkdagen gegeven worden. Deze behandeling combineren we met wekelijkse chemotherapie. De chemo krijgt u via een infuus.

Complicaties en bijwerkingen

Van de bestraling kunt u bijwerkingen krijgen. De meeste bijwerkingen beginnen in de 2e week van de behandeling. U kunt last krijgen van vermoeidheid, misselijkheid, een branderig gevoel achter het borstbeen, pijn bij het eten of drinken en soms kan uw huid op de plaats van het bestralen verkleuren. De meeste bijwerkingen kunnen we met medicijnen behandelen. De klachten verdwijnen binnen 2 weken na de laatste bestraling.

Het kan dat uw slokdarm wat dikker wordt door de bestraling, waardoor eten en drinken moeilijk voor u kan zijn. Als u voor de bestraling niet kunt eten, kan het nodig zijn om voor of tijdens de bestralingen een voedingssonde te plaatsen. Dit is een slangetje dat via uw neus naar uw maag gaat en ervoor zorgt dat vloeibare voeding in uw maag komt.  

Na de chemoradiotherapie

Chemotherapie is het behandelen van kanker met medicijnen die de kankercellen doden of remmen in hun groei. Hierdoor kunnen tumoren kleiner worden. Na de chemoradiotherapie krijgt u een PET/CT-scan om opnieuw te kijken naar de tumor. Ook kijken we of u fit genoeg bent voor een operatie. Als een operatie inderdaad mogelijk is, krijgt u nog een keer informatie over uw operatie.


Uw voorbereiding op de operatie


Behandeling Anesthesie

Als u naar het Radboudumc komt voor een operatie dan krijgt u te maken met anesthesie (verdoving of narcose). Ook voor andere ingrepen, zoals een behandeling of onderzoek, is anesthesie soms nodig. Anesthesie zorgt ervoor dat u tijdens de behandeling geen pijn heeft. lees meer

Na de operatie

Na de operatie heeft u veel verzorging nodig. Daarom gaat u eerst naar de intensive care afdeling (IC). lees meer

Na de operatie

U ligt na de operatie aan veel slangen:

  • Als u tijdelijk beademd wordt, krijgt u daarvoor een buisje in uw keel. Daardoor kunt u niet praten. Zodra u zelf goed kunt ademen, kan het buisje eruit.
  • Er zit een plastic slangetje in uw neus (maagsonde) dat naar de buismaag gaat. Deze maagsonde voert het maagsap af. Daardoor bent u minder snel misselijk. De maagsonde blijft minimaal 48 uur zitten.
  • U heeft een slangetje naast uw ruggenwervels. Daarmee kan de anesthesioloog pijnstilling geven (zenuwblokkade).
  • U heeft 1 of meer infusen waarmee u vocht krijgt. Ook heeft u een infuus in de hals waarmee u vocht en voeding binnen krijgt.
  • U heeft een slangetje in de blaas (urinekatheter) naar buiten. Zo vangen we urine op in een zak.
  • Uit de borstkas lopen slangetjes om lucht, wondvocht en bloed af te voeren (drains).

Intensive care

Na de operatie heeft u veel verzorging nodig. Daarom gaat u eerst naar de intensive care (IC). U blijft daar minimaal 2 nachten. Meestal kunt u daarna naar de gewone verpleegafdeling. De verpleegkundigen komen vaak bij u kijken, ook ‘s nachts. Ze controleren bijvoorbeeld uw bloeddruk, wonden en drains en ze kijken of u goed doorademt en hoeveel pijn u heeft. Ook krijgt u injecties tegen bloedstolsels (trombose).

Fysio

Het is na een slokdarmoperatie heel belangrijk dat u snel weer goed ademt. Daarvoor is het belangrijk dat u weer rechtop kunt zitten en dat u gaat bewegen, bijvoorbeeld door kleine stukjes te lopen. Een fysiotherapeut helpt u hierbij.

Voedsel

Ook is het belangrijk dat u voldoende voedsel binnenkrijgt. Omdat u na de operatie niet meteen via de mond kunt eten, krijgt u voeding via de bloedbaan of via een sonde. Na een aantal dagen mag u langzaam meer gaan drinken en eten. Na ongeveer een week krijgt u voldoende voeding met uw nieuwe dieet binnen.

Controle

U blijft meestal rond de 10 dagen in het ziekenhuis. Als er complicaties zijn kan dit langer duren.

Controles

1e jaar na de operatie   

Na 1 tot 2 weken thuis, komt u naar het ziekenhuis voor uw eerste controle. De arts of verpleegkundige controleert de wonden en bespreekt hoe het met u gaat.

Meestal komt u na 6 weken nog een keer op controle. Daarna om de 3 maanden.

2 jaar na de operatie     

Elke 6 maanden controle

3e en 4e jaar na de operatie        

Eén keer per jaar controle

5e jaar na de operatie

Controles zijn niet meer nodig

Soms kunnen de controles bij een ziekenhuis dichter bij u in de buurt.

Lotgenoot

Als u wilt kunt u rondom de operatie en daarna op de polikliniek steun krijgen van een lotgenoot. Dat is iemand die ook geopereerd is en weet wat het is. Dit bespreekt uw arts met u.


Bijwerkingen en complicaties

Zoals bij de meeste behandelingen kunt u last krijgen van bijwerkingen of complicaties. Dit zijn ongewenste of onbedoelde effecten van een medische behandeling. lees meer

Uitslaggesprek

Na de operatie bij slokdarmkanker onderzoekt de patholoog-anatoom het weggenomen weefsel. Ongeveer tien werkdagen later is de uitslag bekend. lees meer

Uitslaggesprek

Na de operatie bij slokdarmkanker onderzoekt de patholoog-anatoom het weggenomen weefsel. Ongeveer tien werkdagen later is de uitslag bekend. De multidisciplinaire werkgroep bespreekt deze eerst. Multidisciplinair betekent dat alle betrokken specialisten aanwezig zijn. Daarna bespreekt uw hoofdbehandelaar de uitslag met u op de polikliniek.

Op grond van de uitslag kan een goede uitspraak worden gedaan over de kans op genezing. Deze uitslag heeft bij slokdarmkanker meestal geen invloed op nabehandelingen.


Slokdarmkanker

Slokdarmkanker is een kwaadaardig gezwel van de slokdarm. lees meer

Verpleegafdeling MDL en Chirurgische Oncologie

Op de verpleegafdeling Maag-, Darm- en Leveraandoeningen en Chirurgische Oncologie werken de afdelingen MDL en Heelkunde samen. lees meer

Beter uit bed

Bij het Radboudumc kiezen we voor een actief herstel. Vanuit de gedeelde visie dat het stimuleren van activiteit voor, tijdens en na de ziekenhuisopname beter is voor het herstel van de patiënt. lees meer

Links voor u als patiënt

Onderstaande websites bieden u nuttige informatie, manieren om in contact te komen met lotgenoten of praktische informatie.
  • Medewerkers
  • Intranet