

Dragers van het BRCA-1 of BRCA-2 gen in beeld houden
De afdeling Klinische Genetica merkte op dat zij patiënten uit het oog verliezen nadat bij genetisch onderzoek vastgesteld is dat de patiënt drager is van het BRCA-1 of BRCA-2 gen. We hielpen ze een follow up in te richten zodat dragers tijdig en passende zorg ontvangen.
lees meerDragers van het BRCA-1 of BRCA-2 gen in beeld houden
In Nederland heeft ongeveer 1 op de 200 mensen een erfelijke aanleg die het risico op kanker aanzienlijk verhoogt. Vooral mutaties in de BRCA1- en BRCA2-genen zijn bekend, met name vanwege het grote risico op borst- en eierstokkanker bij vrouwen. Hoewel preventieve maatregelen en vroege opsporing de levensverwachting kunnen verbeteren, blijkt in de praktijk dat de follow-up na genetisch onderzoek niet altijd optimaal verloopt. Mensen vallen na de diagnose vaak tussen wal en schip: ze weten niet goed waar ze terecht kunnen met vragen die pas jaren later opkomen.
Aanleiding: een gemis in de praktijk
Het traject startte met signalen uit het veld: zorgverleners in ziekenhuizen gaven aan zelden mensen met BRCA-mutaties terug te zien. Ook de patiëntenorganisatie Stichting Erfelijke Kanker Nederland benoemde een gemis in de nazorg. Er leek sprake van een blinde vlek: waar zijn de mensen gebleven die ooit een BRCA-mutatie kregen vastgesteld? Dit leidde tot een gezamenlijke verkenning door Health Innovation Labs en de afdeling Genetica van het Radboudumc, met als doel: het verbeteren van de follow-up voor mensen met een erfelijke aanleg voor borst- en eierstokkanker.
In het kort
- Looptijd: april 2024 - december 2024
- Status: afgerond
- Resultaat: advies en analyse van populatie via combinatie van nieuwsbrief en website
Verkenning van het probleem
Bij het uitpluizen van een probleem zoeken we altijd naar drie perspectieven: wenselijkheid, levensvatbaarheid en haalbaarheid.
lees meerVerkenning van het probleem
Bij het uitpluizen van een probleem zoeken we altijd naar drie perspectieven.
- Wenselijkheid: ervaren of herkennen betrokkenen dit probleem en zo ja hoe?
- Levensvatbaarheid: wat is de impact van het probleem op kosten en de organisatie?
- Haalbaarheid: welke technologische en juridische beperkingen en mogelijkheden zijn er nu al?
Meelopen op de polikliniek
We startten met een rollenspel van een consult op de polikliniek waarin we zelf ervoeren hoe het is om te horen te krijgen dat je erfelijke aanleg hebt voor een verhoogd risico op het krijgen van kanker. Daarna hebben we in de praktijk meegekeken: diverse patiënten lieten ons toe om mee te luisteren bij de gesprekken. Andere patiënten spraken we buiten de zorg om. Zo leerden we over hun ervaringen én wat zij goed vonden of misten in de zorg.
Ook het perspectief van zorgverleners mocht niet ontbreken. De gesprekken met collega’s van genetica, oncologen van binnen en buiten het Radboudumc en bestaande initiatieven die zich bezighielden met de follow-up van erfelijke aandoeningen leerden ons veel over de impact van het probleem.
Beperkt zicht op de omvang
Ook tijdens het verkennen van dit probleem bleek het uit beeld raken van deze patiëntengroep een uitdaging. Tussen het vaststellen van de BRCA-mutatie en de eerste preventieve handeling zit soms wel meer dan 10 jaar. We stuurden daarom in samenwerking met de afdeling Genetica een informatieve mail naar die patiënten die nog wel in beeld waren. Zo leerden we over hun informatiebehoeften en vroegen we meteen terugkoppeling op een vaste tekstuele follow-up. Een eerste prototype werd verstuurd en geëvalueerd met een kleine groep mensen met de BRCA-mutatie.
Geleerde lessen
De centrale vraag van ons traject was: Hoe kunnen we de follow-up inrichten zodat mensen tijdig en passende zorg ontvangen na het genetisch traject?
lees meerIn samenwerking met
Dit traject ondernamen we in samenwerking met Maaike Haadsma, Toine Werker en Angela van Remortele.
Hieraan werkten mee
-
Martijn Hoenderop digital health innovator Health Innovation Labs
-
Robin Hooijer design innovator
-
Mats Koeneman digital health innovator