Waarom er geen depressie-epidemie heerst Depressieve klachten niet gelijk een depressie

23 maart 2017

Elk jaar halverwege januari is het weer zover: Blue Monday. Het zou de meest deprimerende dag van het jaar zijn. En depressie zou ook steeds meer voorkomen, vooral onder vrouwen en jongeren. Psychiater Aart Schene kan kort zijn over de vraag of er inderdaad sprake is van een depressie-epidemie: ‘Nee.’

Moeten we waarde hechten aan Blue Monday, volgens een Britse psycholoog de meest deprimerende dag van het jaar? ‘Volstrekt niet’, aldus Aart Schene, psychiater en afdelingshoofd Psychiatrie. ‘Blue Monday is berekend vanuit een vreemde formule, met variabelen zoals het weer, financiële schulden, de tijd sinds kerstmis en het gevoel actie te ondernemen. Het is onzin om depressie te koppelen aan één specifieke piekdag. De ziekte depressie verloopt doorgaans heel geleidelijk.’

Meer zelfmoorden in januari

Wel is het interessant om te kijken naar suïcidecijfers. In Nederland plegen per jaar ongeveer 1.600 mensen zelfmoord. In november zijn dat gemiddeld 3,8 mensen per dag; in december 4,0; in januari 4,5 en in februari 4,0. ‘In januari is het aantal suïcides per dag dus groter. Ook de maandagen gedurende het gehele jaar pieken. Dan plegen gemiddeld 4,9 mensen zelfmoord, terwijl dit voor de rest van de weekdagen varieert tussen 3,5 en 4,5 personen gemiddeld per dag.’

Genoemde cijfers in ogenschouw nemend, blijft Blue Monday dan onzin? ‘Ja, want hoewel zelfmoord sterk samenhangt met depressie, is dit bepaald niet hetzelfde. En depressie moet je ook weer niet verwarren met depressieve klachten.’ Aart pakt er de DSM-classificatie bij. Hierin staat aan welke criteria de diagnose depressie moet voldoen. Zo duurt een depressie minimaal twee weken en gemiddeld een aantal maanden. ‘Je kunt een paar dagen kampen met neerslachtigheid, maar dan ben je niet meteen depressief.’

Zijn we massaal depressief?

Jaarlijks hebben 500.000 tot 600.000 mensen een depressie, ongeveer 1 op 20 Nederlanders. Media koppen “Waarom zijn we massaal depressief?” en “Steeds meer jongeren depressief”, alsof sprake is van een depressie-epidemie. Is dat inderdaad zo? ‘Nee’, aldus Aart. ‘De afgelopen decennia, sinds we het goed kunnen meten, komt het niet meer of minder voor.’

En worden er steeds meer jongeren als depressief gediagnosticeerd? ‘Ook niet’, aldus Aart. ‘Wel verschuift de age of onset. De laatste jaren is de leeftijd waarop depressie begint iets naar voren geschoven. Wat daar mogelijk speelt, is dat jonge mensen tegenwoordig zich pas op latere leeftijd definitief gaan settelen. Ze zijn langer bezig met identiteitsontwikkeling, daar kunnen somberheid en angst een grotere rol bij spelen. Maar dat is nog geen depressie.’

Het klopt wel dat depressie meer voorkomt bij vrouwen, ‘althans’, nuanceert Aart, ‘bij vrouwen in de menstruerende leeftijd. Maar dat is al lang bekend en geen trend.’

Sneller hulp zoeken

De vele media-aandacht voor depressie zorgt dat er meer gesproken wordt over depressie. ‘Dat is goed, want hierdoor gaan mensen met serieuze klachten sneller hulp zoeken. Maar de bezorgdheid neemt ook toe. Net als een verkoudheid geen griep is, heb je bij depressieve klachten ook niet gelijk een depressie. Goede diagnostiek is dus essentieel om te zorgen dat mensen de juiste hulp krijgen.’

Aart Schene is redacteur van het Handboek depressieve stoornissen (tweede, geheel herziene druk, 2016). 62 depressiedeskundigen belichten hierin in 32 hoofdstukken het onderwerp depressie.

Meer informatie


drs. Marcel Wortel

(024) 81 87389
persvoorlichter

inloggen